'Stress groter gevaar dan straling'

De gevolgen voor de lichamelijke gezondheid van omwonenden van de getroffen kerncentrale in Japan vallen mee, zegt arts Kanazawa. Toch blijven de inwoners van het gebied bang.

MINAMISOMA - Yukio Kanazawa is geneesheer-directeur van het ziekenhuis in Minamisoma, dat in oktober vorig jaar - negentien maanden na de kernramp in Fukushima - weer openging. De Japanse dokter probeert de mensen in de regio gerust te stellen. Lukt dat ook?


Een gebied van 20 kilometer rondom de nabijgelegen Dai-ichi-centrale, waar een meltdown plaatsvond, werd geëvacueerd. Op eigen houtje deed de dokter daarna onderzoek naar de gevolgen van de nucleaire straling voor de gezondheid.


Uit de risicogroep controleerde Kanazawa 1.670 kinderen tot vijftien jaar en 6.977 volwassenen. In september 2011 was ruim 57 procent van deze populatie intern besmet met radioactief cesium 137, zij het in ongevaarlijke hoeveelheden. In september vorig jaar was dat percentage teruggelopen tot 0 procent bij kinderen en 3,5 procent bij volwassenen. Kanazawa: 'De interne besmetting is dus meegevallen.'


Tijdens de ramp kwam echter ook radioactief jodium 131 vrij, dat wordt opgenomen door de schildklier. Vooral kinderen lopen daarbij risico, maar wanneer ze pillen krijgen met gewone jodium, raakt de schildklier verzadigd en neemt die geen radioactiviteit meer op. De Japanse autoriteiten zijn tijdens de ramp meteen begonnen met toediening van het 'medicijn'.


Kanazawa toont de voorlopige resultaten van een grootschalig onderzoek naar schildklierafwijkingen, bij 38.114 kinderen uit Fukushima. Het werd gehouden in de periode april 2011 tot maart 2012.


Bij 64,2 procent van de kinderen werden geen afwijkingen gevonden. Bij 35,3 procent werden cysten (vocht- of bloedhoudende gezwellen) kleiner dan 20 millimeter gedetecteerd en nodules (vaste gezwellen) kleiner dan 5 millimeter. Kanazawa: 'Dat is niet alarmerend, maar die kinderen moeten goed in de gaten worden gehouden.'


Bij 0,5 procent (186 kinderen) werden echter cysten aangetroffen groter dan 20,1 millimeter en nodules groter dan 5,1 millimeter. Kanazawa: 'Deze uitkomst betekent niet dat zij ook echt ziek worden, maar ze moeten nader worden onderzocht.'


De resultaten zijn niet zorgwekkend, volgens de dokter. Bovendien zullen er twintig jaar lang controles worden gehouden en kan men direct actie ondernemen indien nodig. 'Door de snelle evacuatie, het uitdelen van jodium en de voedselcontroles, vallen de gevolgen van de kernramp voor de lichamelijke gezondheid tot nu toe mee', stelt Kanazawa.


Een andere positieve ontwikkeling, aldus de geneesheer, is de sterk teruggelopen straling in de gebieden buiten de evacuatiezone. Metingen van de autoriteiten in de provincie Fukushima wijzen uit dat de straling op de meeste plaatsen nu vele malen lager ligt dan de Japanse norm van maximaal twintig millisievert per jaar.


Kanazawa concludeert dat stress op dit moment een grotere bedreiging vormt voor de volksgezondheid dan de straling en de daadwerkelijke gevolgen daarvan. 'Dat krijg ik mensen maar niet aan het verstand gepeuterd. Ze zijn nog steeds bang.'


Wat niet helpt bij de stressbestrijding is de houding vanuit het machtscentrum Tokio. 'Veel politici zijn Fukushima al vergeten en doen net alsof er nooit iets is gebeurd. Ik begrijp dat niet! Zelfs een kleine aardbeving, veroorzaakt hier nog steeds paniek.'


Ook blijven de autoriteiten ten onrechte de indruk wekken dat evacués ooit terug kunnen naar huis. 'Binnen een straal van 10 kilometer rondom de centrale is dat uitgesloten want daar blijft de besmetting te hoog. Buiten die 10 kilometer valt het nog maar te bezien.'


Sommige deskundigen waarschuwen echter voor te veel optimisme. Zo baren de resultaten van het onderzoek naar schildklierafwijkingen professor Thera Links zorgen. Links is als internist endocrinoloog verbonden aan het Universitair Medisch Centrum in Groningen. 'Er is wereldwijd weinig onderzoek gedaan onder kinderen, maar uit de beperkte data die er zijn, blijkt dat normaal gesproken maar zo'n 2 procent van de kinderen nodules heeft. In Fukushima is dat ruim 35 procent. Dat vind ik een opmerkelijk verschil. Die groep moet zeker goed in de gaten worden gehouden, want bij kinderen is de kans dat nodules zich ontwikkelen tot kwaadaardige gezwellen groter dan bij volwassenen.'


Greenpeace Japan plaatst vooral kanttekeningen bij de conclusie dat de straling buiten de ontruimde gebieden onder controle is. 'De autoriteiten meten op een hoogte van een meter boven de grond. Wij verrichten onze eigen metingen aan de grond. Dan zijn de uitkomsten aanzienlijk hoger.' Volgens Greenpeace is het van belang ook op die hoogte de stralingswaarden te meten om de risico's voor kinderen te kunnen inschatten. Zelfs in de stad Fukushima, die op 60 kilometer afstand ligt van de centrale, detecteert Greenpeace nog altijd hotspots met stralingsniveaus die drie tot vier keer hoger liggen dan wat maximaal is toegestaan. 'Die hotspots zijn overal in de regio. Daarom moeten we zeer alert blijven.'


Dit artikel maakt deel uit van een serie over 'Japan na de kernramp'; de serie kwam tot stand met subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten; www.fondsbjp.nl.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden