Streng onderwijs in lezen en rekenen is het halve werk

Over: hoe kunnen zwarte leerlingen hun achterstand inlopen?..

De rollen zijn omgedraaid: in de Verenigde Staten komen de vernieuwers van rechts, ook in het onderwijs. 'Wij zijn de hervormers in dit debat', schrijft de onderwijsdeskundige Stephan Thernstrom, een aanhanger van het onderwijsbeleid van de regering-Bush ('No Child Left Behind'). Links heeft de hoop opgegeven dat de schrijnende raciale verschillen bij de schoolprestaties kunnen worden opgeheven, want die zijn het gevolg van de Amerikaanse ongelijke maatschappij. Thernstrom vindt dat verwerpelijk.

Hij reageert in de New York Review of Books van 24 februari op een vernietigende kritiek op het boek dat hij met zijn echtgenote Abigail Thernstrom schreef (No Excuses: Closing the Racial Gap in Learning). Die kritiek was van de progressieve onderwijskundige Richard Rothstein en stond in december in het blad. Hun woordenwisseling weerspiegelt aardig het debat over het onderwijs in de VS en biedt materiaal voor de discussies in Nederland over zwarte scholen en achterstand van kinderen uit minderheidsgroepen.

Het bestaande onderwijs is er niet in geslaagd de achterstand van zwarte en Spaanstalige kinderen op blanke en Aziatische leeftijdsgenoten te verminderen en daarvoor is 'geen excuus', meent Thernstrom. Het gat in leesen rekenvaardigheid is zeker vier schooljaren. Streng onderwijs aan de achterstandsgroepen geheel gericht op kennisverwerving is de enige remedie, want alle zachte methoden (meer geld voor achterstandsleerlingen, kleinere klassen, meer raciaal evenwicht op scholen) van het 'establishment in het onderwijs' hebben gefaald, betoogt Thernstrom.

Die gevestigde orde is links, meent Thernstrom, en met de verdediging van het systeem van public schools vallen progressievelingen als Rothstein de zwarte leerlingen af. Met het almaar blijven aanmodderen met een kleine verbetering hier en daar, en weer een nieuwe onderwijskundige mode, gaat weer een generatie achterstandsleerlingen verloren. Linkse deskundigen zijn cynisch, meent Thernstrom: eigenlijk geloven ze niet dat er iets voor de zwarte leerlingen te doen valt, want dan moet eerst de hele samenleving op de schop.

Dat verwijt krijgt Rothstein ook van een bevriende onderwijsdeskundige, zo te lezen militanter links dan hij. Peter Schrag schreef een boek over de rechtszaken die ouders van achterstandskinderen aanspanden tegen scholen omdat de schoolprestaties veel te laag waren. Een interessant, erg Amerikaans, actiemiddel om beter onderwijs af te dwingen. Leuk, maar je moet er niet al te veel heil van verwachten, oordeelde Rothstein in zijn artikel. Hij 'zinkt weg in sociaal determinisme' repliceert Schrag bedroefd.

Wat had Rothstein in zijn artikel 'Must schools fail?' betoogd? Dat de Thernstroms in hun boek te eenzijdig zijn, dat hun idee voor de oplossing te simplistisch is. Ze zoeken de oorzaak van de achterstand vooral in de 'zwarte cultuur' waarin onderwijs niet belangrijk gevonden zou worden, en die met hogere verwachtingen en meer discipline in scholen zou kunnen worden doorbroken. Een illusie, meent Rothstein. Er zijn nog veel meer buitenschoolse factoren, die misschien wel meer effect hebben op de onderwijsprestaties dan de scholen zelf.

Puttend uit een reeks recente studies noemt Rothstein bijvoorbeeld het feit dat zwarte gezinnen veel vaker verhuizen (mede vanwege het huurbeleid), dat de weerzin van zwarte ouders tegen blanke scholen ook voortkomt uit de discriminatie die nog altijd be'staat (de Thernstroms zouden ervan uit gaan dat die inmiddels is verdwenen), dat ook de klassenverschillen meespelen (ook kinderen uit arme blanke gezinnen doen het slecht). Er moet dus ook aan de samenleving iets veranderen, willen onderwijshervormingen zin hebben, is zijn stelling.

Zo zijn speciale programma's voor scholing en opvoeding van kinderen onder de drie jaar nodig. Want de achterstand is er al bij het betreden van de school, en die halen ze niet meer in. Een staatssecretaris van Onderwijs stapte vorig jaar op omdat de regering-Bush hier niet aanwilde, voert Rothstein aan om zijn pleidooi te verstevigen. Andere verbeteringen zijn extra onderwijs na school, zomerkampen, en speciale medische hulp voor arme gezinnen, want hun kinderen verzuimen veel meer vanwege ziekte.

Dat willen de Thernstroms allemaal niet. Ze baseren zich op één type school (de strenge, sterk op leerprestaties gerichte KIPP Academies) plus één enthousiaste leraar (Rafe Esquith in Los Angeles) en dat moet hét model voor alle leerlingen leveren. Maar die voorbeeldscholen namen leerlingen met een hoog IQ en goede motivatie aan. Dat kan geen model zijn, meent Rothstein.

De public schools zijn de enige die er bestaan voor de miljoenen zwarte kinderen. Verbeteren is de enig werkbare optie. En zo slecht doen die scholen het nu ook weer niet, schrijft hij, ondersteund door een recente studie; het had nog veel erger kunnen zijn. De rechtse onderwijsdeskundigen geven veel te veel af op de bestaande scholen, waar wel degelijk zeer veel gemotiveerde docenten werken. Zinvolle verbeteringen zijn wél mogelijk en noodzakelijk.

Daarom verwerpt Rothstein de tegenkritiek dat hij bij de pakken neerzit, in een reactie op de replieken van Thernstrom en Schrag. Maar hij waarschuwt opnieuw tegen overdreven verwachtingen van 'radicale hervormingen' of acties bij de rechter. Iedereen vindt de situatie rampzalig, maar blijf met beide benen op de grond, luidt zijn advies.

Progressieven die het onderwijs geleidelijk willen hervormen, conservatieven die radicaal willen optreden, het lijkt de omgekeerde jaren zeventig.

Het debat in de VS wijst wel op een zekere overeenstemming over de noodzaak om weer 'harde kennis' te bieden aan achterstandsleerlingen. De huiver voor een eindeloze stortvloed aan goed bedoelde, maar zinloze en dure maatregelen is geworteld in ervaringsfeiten, die niemand in dit debat ontkent. Maar alle heil verwachten van streng onderwijs is, in de woorden van Rothstein, nogal utopisch.

Het is een geloof in de maakbaarheid van de samenleving dat kenmerkend is voor de regering-Bush, of het nu gaat over de invoering van democratie in het Midden-Oosten of het wegwerken van onderwijsachterstanden in de VS. Gek genoeg zouden de rechtse radicale hervormers kunnen leren van hun linkse voorgangers in het Amerikaanse onderwijs, die door schade en schande wijs zijn geworden: er zijn geen simpele oplossingen voor brede maatschappelijke problemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden