Streken van de Ter Borchjes

Zachte liedjes zijn het, de schilderijen van Gerard ter Borch, rustige melodieën van verf. Het Rijksmuseum in Amsterdam toont een fraaie selectie....

Sinds november 2004 heeft niet alleen Johannes Vermeer er een grote concurrent bij, ook Leonardo da Vinci moet oppassen. Althans, als het aan sommige media in de Verenigde Staten ligt.

Want die schreven bij de opening van de overzichtstentoonstelling van Gerard ter Borch in Washington dat de kunstenaar ‘Vermeer overschittert’ met zijn satijnen jurken en, jawel, dat er misschien wel méér verborgen boodschappen in zijn schilderijen zitten dan in die van Da Vinci! Een dame van het Detroit Institute of Arts werd zo creatief geciteerd door de Chicago Sun-Times dat het er heus op leek dat Ter Borch misschien wel in geheime codes met zijn éénentwintigste-eeuwse bewonderaars communiceert.

‘In zeventiende-eeuwse schilderijen staat een dame die in de spiegel kijkt vaak symbool voor IJdelheid. Maar de vrouw op het schilderij Dame aan het avondtoilet (1660) kijkt niet in de spiegel, dus het gaat niet over ijdelheid’, zei ze. Wat er werkelijk gebeurt, vulde de journalist aan, laat de kunstenaar aan iedereen om te gissen: ‘Want de vrouw op het schilderij houdt haar geheimpjes stevig vast!’ De Zwolse kunstenaar lijkt volgens hem dan ook een pagina uit Dan Browns De Da Vinci Code geleend te hebben.

Het prettige van Ter Borchs voorstellingen is dat je vaak niet weet wat er precies gebeurt of wat ze symboliseren, terwijl ze wel zo herkenbaar zijn dat je je ermee kunt vereenzelvigen. Een brief wordt bezorgd, een kind krijgt muziekles, een koe wordt gemolken. Mooie vrouwen krijgen bezoek van galante mannen. Er hangt meestal iets in de lucht tussen zijn figuren, waarnaar je wilt raden. De kunstenaar geeft je net genoeg om zelf door te dromen, zoals goede songwriters dat met hun liedjes doen: ze zijn persoonlijk, maar voor iedereen begrijpelijk.

Het zijn zachte liedjes, de schilderijen van Ter Borch. Niet schreeuwerig, niks geen drama. Een rustige melodie van verf – vrijwel nooit meer dan een paar personen, en nooit meer dan een zo’n prachtige satijnen jurk per voorstelling. Het satijn is zijn spotlicht, het trekt alles naar zich toe en weerkaatst de omgeving. Vooral in de witte glansjurken is te zien hoe Ter Borch deze stof gebruikte om met licht te spelen: bovenop de plooien is de verf spierwit, in de schaduw tussen de plooien is soms met bijna zwarte verf geschilderd. Zo’n jurk is een vat vol kleur, en toch maakt de kijker er moeiteloos wit satijn van. Maar nooit is het satijn groter dan de gewoonheid van de voorstelling. Er hangt geen truttigheid aan Ter Borch. Wel decorum, maar geen afstandelijke hoogburgerlijkheid. Dat is nu te zien in zo’n twintig werken van de kunstenaar in het Rijksmuseum.

Ter Borch (1617-1681) was een oudere tijdgenoot van Vermeer. Hij werd gelijktijdig actief met Rembrandt, hoewel aan de andere kant van het land, en zijn voorstellingen waren in het Westen al ruimschoots bekend voordat Vermeer zijn eerste doek schilderde. Hij oefende met het licht van Rembrandt, hoewel hij nooit diens fascinatie voor het blootleggen van de ziel van zijn figuren ontwikkelde, en hij legde de basis voor een genre dat de wereld in is gegaan onder de naam ‘galante conversatie’ – een nogal oubollige titel die vooral aan achttiende-eeuwse pruiken doet denken, maar die begon met de eenvoud van Gerard ter Borchs geprezen Gewone Mensen.

In de bescheiden (bijna onvindbare) maar mooie tentoonstelling in het Rijksmuseum zijn veel van die fijn geschilderde ‘kleine emoties’ te zien, met steeds weer dezelfde mensen in de hoofd- en bijrollen: Gerards stiefmoeder Wiesken Matthijs, zijn zusje Gesina (meestal de satijndraagster), beiden met een herkenbaar familiewipneusje, en zijn rossige broertje Moses.

Dat niet alleen Gerard ter Borchs schilderijen een bijzondere familiekroniek-in-beeld vormen blijkt uit een minstens zo interessante tentoonstelling in het Rembrandthuis, Thuis bij Ter Borch. Want Gesina en Moses hadden naast hun modellenwerk ook zo hun eigen artistiek talent. Tachtig tekeningen geven een blik op een van de meest bijzondere tekeningencollecties uit het Rijksprentenkabinet: het dossier Ter Borch.

Vader Gerard senior kon zijn schildersambities, ondanks studies en reizen, niet waarmaken en wierp zich vervolgens op tot coach van zijn kroost. Dat leidde tot veel tekeningen, met datering en aantekeningen, en tot het artistieke bewustzijn om de tekeningen te bundelen en bewaren, waardoor ze eind negentiende eeuw ongeschonden van een zolderkamer in Zwolle geplukt konden worden.

Het bestaat niet, nergens op de wereld niet, zo’n zeventiende-eeuwse familiecollectie. En dat alleen maakt een bezoek aan het Rembrandthuis een verplichte vlucht uit de zomerzon dit seizoen. Er is een krabbel van Gerard junior, van een ruiter op een paard. Een prachtig klein werkje, kinderlijk en toch scherp gevangen, met de geflexte voeten van de ruiter in de beugels en de kromme achterbenen van het paard. Vader Gerard heeft er de datum bij genoteerd, én de opmerking ‘Gerard ter Borch de Jonge inventur’. De Jonge was niet zomaar maker dus, maar uitvinder. Hij had het zelf bedacht, op zijn zevende.

Van vader hangen er pogingen tot classicisme, geïnspireerd door Italiaanse kunstenaars, en enkele bijbelse voorstellingen. Het zijn andere thema’s dan die van zijn beroemde zoon, maar in een fijn schetsje van een lezend meisje zijn de wortels van het talent van de jonge Gerard te herkennen.

Senior bracht dertien overlevende kinderen voort bij drie vrouwen, en van vier van hen zijn tekeningen bewaard (ook nog van een neefje dat hij opleidde, maar die hangen niet in de tentoonstelling). Ze tekenden allemaal verschillend.

Opvallend is dat het tekeningenoeuvre van Gerard de Jonge, voor zover deze in de tentoonstelling wordt gerepresenteerd, weinig van doen heeft met zijn schilderijen. Eén galante conversatie is er te zien, en er wordt gevlooid noch gesponnen of gemolken op de tekeningen. Wel wordt er gekakt (ook bij Rembrandt een favoriet thema), gehandeld en geschaatst.

Gerard ontdekte een manier om diepte in de eenkleurige tekeningen aan te brengen: hij gebruikte de pen voor de voorgrond, en de lichtere houtskoolstift voor de achtergrond. Als er een verband valt aan te duiden tussen tekening en schilderij, dan is het de spanning tussen de afgebeelde figuren. Op een intrigerend simpel schetsje trekken vijf mannen iets onbekends uit een kelder – er is non-communicatie: ze kijken elkaar niet aan, maar ze staan wel in verhouding tot elkaar; er gebeurt iets.

Broer Harmen registreerde de kinderspelletjes in het zeventiende-eeuwse Zwolle, en Gesina was de orderlijke: ze bracht de tekeningen samen in boeken, illustreerde gedichten en maakte een hartjeslijst van de verschillende kleuren en hun symboliek, die teleurstellend genoeg niet is tentoongesteld.

Maar het is Moses die de show steelt in deze presentatie. Het kleine jochie dat wordt ontluisd op Gerards schilderijen, en dat muziekles krijgt van zijn moeder. Hij werd geboren in 1645, achtentwintig jaar na Gerard, en vertoonde tot zijn twintigste interesse in de kunst. Daarna ging hij op de Hollandse vloot meevechten tegen Engeland. Twee dagen na het einde van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog werd hij gedood.

Wat hem heeft bewogen te stoppen met kunst is onduidelijk, maar zijn talent kan het niet geweest zijn. Ook van Moses zijn vanaf zijn zevende jaar tekeningen bekend. Maar het is een serie zelfportretten van zijn vijftiende die je doet treuren dat hij het leger verkoos. Met allerlei uitdrukkingen zette hij zichzelf neer – lachend, schaterend, arrogant en argwanend.

Moses was nog een kind en liet zichzelf met een paar snelle lijnen uit de papieren opduiken. Wat had er op die zolder in Zwolle gelegen als hij niet op zijn tweeëntwintigste was gestorven?

De Ter Borchjes geven met de tekeningen verleidelijke clous van het leven in Zwolle, van zichzelf en van hun onderlinge verhouding. Het is een pseudo-documentaire zonder commentaar: mooie beelden waarin echt en onecht door elkaar lopen, en waarin spanning zit die te raden laat.

Ook de schilderijen van Gerard ter Borch bevatten die kwaliteiten. De kunstwerken doen daarmee precies wat de hedendaagse museumbezoeker zo graag wil: ze roepen vragen op. Veel verbeelding, weinig antwoord of bevestiging. Dat die manier van beschouwing van kunst, waarbij de mogelijkheid tot meerdere interpretaties voorop staat – een prioriteit die van hooguit dertig jaar geleden stamt – doet er niet toe. De Ter Borch-kunstenaars staan erdoor in de aandacht in binnen- en buitenland, en verdienen de erkenning. Al hoeft een decoder als Dan Brown er niet aan te pas te komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden