Strategisch stemmen? U kunt ook iets nuttigs doen

Al die kiezers die nu een strategische stem overwegen, kunnen beter iets anders gaan doen. In Nederland kun je meestal pas achteraf zeggen waarop je het best had kunnen stemmen.

PvdA-fractieleider Wim Kok staat de pers te woord nadat er een akkoord is bereikt over Paars II. Rechts staat VVD-leider Frits Bolkestein. Foto ANP

D66 heeft vaak last van strategische stemmers. Dat dreigt dit keer ook door de tweestrijd tussen PvdA en VVD. Van de D66-achterban heeft 40 procent de PvdA als tweede keus, 30 procent de VVD. Deze kiezers zouden Samsom of Rutte de grootste kunnen maken. Het antwoord van D66: 'Stem strategisch, stem D66'. Die slogan moet kiezers ervan overtuigen dat een stem op D66 de meeste kans geeft op een 'stabiele' coalitie van middenpartijen.

Wat ga jij stemmen? Stel die vraag vooral niet als je haast hebt. Nooit is het antwoord gewoon: die ene, want die mag ik. Voor je het weet, luister je naar een langdurige verhandeling waarin die kiezer uitlegt hoe hij met die ene stem in één vloeiende beweging voor de juiste coalitie gaat zorgen.

Strategisch stemmen is een volkssport. Volgens Maurice de Hond overweegt 26 procent van de kiezers een strategische stem, TNS Nipo peilt zelfs richting de 30 procent. Daar zitten mooie kanten aan, het is een vorm van betrokkenheid. Maar in het verdeelde Nederlandse politieke landschap heeft het ook veel weg van een almachtsfantasie die bijna alleen maar kan uitmonden in desillusie.

Mussert of Moskou
Journalist Bert Vuijsje verklaarde in de Volkskrant onlangs plechtig dat hij als PvdA'er in hart en nieren voor één keer SP zou gaan stemmen. Rutte moet weg omdat die het heeft gewaagd samen te werken met de PVV en de PvdA had 'geen schijn van kans' om van de VVD te winnen, legde hij uit. De keuze was Mussert of Moskou, aldus Vuijsje. Dan maar Moskou.

Maar de krant met Vuijsjes stuk lag nog niet in de kattenbak of er doken speculaties op over de 'Cuba Libre'-coalitie (SP en VVD) en zelfs over de 'Donut' (SP, VVD en PVV, een soort gesloten hoefijzercoalitie, zonder middenpartijen). Moskou én Mussert dus.

Nu heeft SP-leider Emile Roemer gezegd dat hij 'rechts' niet aan een meerderheid gaat helpen. PVV-haters als Vuijsje zullen opgelucht zijn geweest; die Donut ligt alweer in de vuilnisbak. Maar pas op: bij navraag wil de SP niet expliciet worden. Is de PVV wel rechts?, vraagt een woordvoerder zich hardop af.

Ondenkbaar
Mark Rutte op zijn beurt zegt dat hij een links blok niet aan een meerderheid zal helpen. Maar wat zijn die woorden straks waard als er op 12 september is gestemd? Als u de neiging heeft coalities te schrappen wegens ondenkbaar, denk dan eens aan 2010.

Wie durft er nog varianten categorisch uit te sluiten na het onwaarschijnlijke experiment met een minderheidskabinet, waarin het CDA zich liet gedogen door de PVV? En bedenk: dat was pas nadat PaarsPlus na wekenlang onderhandelen was mislukt. Bijna waren de grote tegenstrevers van 2010, Rutte én PvdA-leider Cohen, samen in een kabinet beland.

Om het allemaal nog ingewikkelder te maken, is Samsom druk bezig de PvdA uit het moeras te trekken. Hij lijkt nu juist wel een 'schijn van kans' te hebben om Rutte te verslaan. Vuijsje en de andere (linkse) amateurpoliticologen moeten 's nachts badend in het zweet wakker worden van het strategische tobben. Ze kunnen er beter mee ophouden. Strategisch stemmen is in Nederland een hachelijke zaak. De reden: je kunt vrijwel altijd pas achteraf zeggen waarop je het best had kunnen stemmen.

Nee, dat komt niet zozeer door de onbetrouwbare peilingen. Los van dat probleem: de formatie van Nederlandse kabinetten is een tombola waarin een strategische stem makkelijk verloren gaat. Alleen al rekenkundig, laat de Leidse politicoloog Tom Louwerse zien. 'Het aantal mogelijkheden voor een meerderheid is twee tot de macht van het aantal partijen minus één. Bij elf partijen, het aantal dat nu volgens peilingen kans maakt in de Tweede Kamer te komen, zijn dat er 1.024.'

Pillen
Louwerse schreef er in 2010 een stuk over. Sindsdien is de situatie alleen maar onoverzichtelijker geworden. De introductie van de mogelijkheid van een minderheidskabinet zorgt mathematisch voor wéér een nieuwe explosie van mogelijkheden, bovenop de ruim vijfhonderd (toen waren er tien partijen) die er in 2010 al waren. Er zijn pillen voor mensen die denken de uitkomst van zoiets te kunnen voorspellen.

Sommige kiessystemen schreeuwen om strategie. Neem landen met twee grote en een kleinere partij én een districtenstelsel met een systeem van winner-takes-all. Engeland bijvoorbeeld. Daar gaat het wasted vote-argument op. Als je een linksige liberal democrat bent en ziet dat jouw partij een paar straatlengtes achterligt op kandidaten van de conservatieven en Labour, is de overstap naar die laatste snel gemaakt. Anders gaat je stem toch maar teloor.

In Nederland speelt die wasted vote nauwelijks. Dankzij de lage kiesdrempel, één honderdvijftigste van het aantal uitgebrachte stemmen, komen partijen relatief makkelijk in de Kamer. Het is dus ook logisch dat internationale onderzoeken naar strategisch stemgedrag Nederland altijd overslaan. Hier valt niks strategisch te stemmen.

Zou je zeggen. Maar de Nederlandse kiezer wil meer dan een vertegenwoordiging in de Kamer; hij wil zichzelf in vak K terug zien. 'Strategisch stemgedrag in Nederland draait om de machtsvraag', zegt de Amsterdamse politicoloog Philip van Praag.

Daarover bestaan een paar misverstanden, zegt hij. Bijvoorbeeld dat kiezers het belangrijk zouden vinden wie de grootste wordt op links en dan vlak voor de verkiezingen daarnaartoe uitwijken. 'Dat speelt alleen als die partij ook werkelijk kans maakt de grootste te worden. Wie levert de premier, dat soort vragen, daar draait het om.'

Vandaar dus dat in de laatste fase voor de verkiezingen van 2003 linkse kiezers in drommen overstaken van de SP naar de PvdA. Bos leek Balkenende te kunnen overvleugelen en trok daarmee de SP leeg.

In 2006 was de kloof te groot, mensen zagen geen gat meer in een tactische stem. De SP'ers bleven bij hun eigen partij; Bos kwam 8 zetels tekort op Balkenende en de SP schoot naar 25 zetels.

Die verkiezingen waren om meer redenen leerzaam. Het was zogenaamd een strijd tussen Balkenende en Bos, maar de kiezers kregen ze uiteindelijk alle twee in Balkenende IV, ook bekend als Grijs I. De SP stond buitenspel, ondanks de monsterzege. En zo waren eigenlijk alle kiezers ongelukkig. Nou vooruit, behoudens wellicht die van de ChristenUnie. Maar die zijn altijd al een beetje blij.

Stemmen op een partij die kans maakt de grootste te worden, in de hoop dat die de formatie zal sturen en de premier levert, is eigenlijk de enige zinnige strategische reden. Maar zelfs dat gaat vaak fout. Bekendste voorbeeld is de mislukking van de formatie van een tweede kabinet-Den Uyl in 1977. Ondanks 53 zetels voor de PvdA vormden CDA en VVD Van Agt I.

Het kan nog bonter. In 1971 was de PvdA de grootste met 39 zetels. Maar 'Mooie Barend' Biesheuvel werd premier, op de 13 zetels die zijn ARP vergaarde. Wat voor de verkiezingen uitermate onwaarschijnlijk is, is na de formatie niet zelden een kabinet.

Garanties zijn er dus niet. Mensen die spijt hebben van hun keuze voor GroenLinks, SP of zelfs Partij voor de Dieren of D66 in 2010 moeten dat onthouden. Het verschil in die verkiezingen tussen PvdA en VVD bedroeg slechts 77.770 stemmen. Nogal wat kiezers hadden graag Rutte I van het pluche gehouden.

Noten
Het is de vraag of dat was gelukt met de PvdA als grootste. Nu al hadden de sociaal-democraten zoveel noten op hun zang dat Rutte afhaakte bij Paars Plus. Een ondergeschikte positie was voor hem nog onaantrekkelijker. Belangrijker: rechts had een meerderheid en de VVD dus een alternatief. Die strategische stemmen - van de ene linkse partij naar de andere - hadden daar niks aan veranderd.

Nu lijkt het landschap nog verder te versplinteren. Goed nieuws voor kleinere partijen. 'Bij de meeste verkiezingen tot de jaren negentig was je eigenlijk al kansloos voor het kabinet als je minder dan tien zetels had', zegt Louwerse. 'Dat ligt nu echt anders.' Zelfs de SGP met haar twee zetels had werkelijke invloed. 'Ook met een zetel of vier zou een partij als GroenLinks mogen hopen op regeringsdeelname', zegt Louwerse. 'Dat is toch echt nieuw.'

Toch stemmen veel Nederlandse kiezers nog altijd strategisch. Waarom? Het zijn altijd de kiezers zelf die op die vraag antwoord mogen geven. Minder vleiende antwoorden ontbreken daarom vaak.

Kiezers zeggen niet snel van zichzelf dat ze gewoon interessant willen doen, met hun inzichten en theorietjes. Of het wel fijn vinden om niet ronduit voor hun echte voorkeur uit te komen. Kiezen met je hart, dat is al snel zo'n commitment. Nee, dan liever kiezen met je hoofd. Kijk mij eens intelligent zijn!

Partijen als D66 en GroenLinks hebben daar zichtbaar last van. In het verleden stonden ze er vaak uitermate florissant voor, komen de verkiezingen in zicht, dan scharrelen de kiezers alle kanten op.

D66'ers en GroenLinksers zouden een voorbeeld moeten nemen aan het gedrag van PVV-kiezers! Strategisch was stemmen op Wilders in 2010 zeker niet. Het CDA wilde immers niet met de PVV, de partij zou splijten. En de PVV stond kort voor de verkiezingen maar op een zetel of 15 in de peilingen. Maar de kiezers gaven Wilders 24 zetels en verdomd, ze kwamen nog (half) in de regering ook!

Nu wordt de PVV alweer afgeschreven. Maar wat als Wilders weer een 'gordijnbonus' binnensleept? Wat als Buma het veld ruimt voor nummer twee, Mona Keijzer, en die het toch wil proberen?

Onwaarschijnlijk? Zeker. Zo onwaarschijnlijk dat het zomaar kan gebeuren. Of niet. Formeer er gerust op los voor u stemt, ieder zijn leven, maar toch een bescheiden adviesje: u kunt ook iets nuttigs doen.

Meer over