Strategie, doelen, stellingen, verhoudingen en veldslagen

NOOIT EERDER in de Nederlandse geschiedenis stonden binnen onze landsgrenzen zulke grote strijdmachten tegenover elkaar als in de maanden september 1944 tot mei 1945....

De Sectie Militaire Geschiedenis in Den Haag, die dit overzichtswerk voor haar rekening nam, treedt de laatste jaren wat meer uit de luwte met een aantal gedegen publikaties. Evenmin als Mei 1940 - De strijd op Nederlands grondgebied (Sdu, 1990) is De bevrijding van Nederland een gelegenheidswerk, maar een goede samenvatting van zowel nieuw archiefmateriaal als vele detailstudies. Bovendien biedt deze goed geschreven overzichtsstudie ook aan een breed publiek een schat aan illustraties, kaarten, statistieken en een uitstekende beredeneerde bibliografie.

De meeste hoofdstukken namen de medewerkers Schoenmaker en Klep voor hun rekening, maar zij worden terzijde gestaan door andere deskundigen. Zo legt Oberstleutnant Vogel van het prestigieuze 'Militärgeschichtliches Forschungsamt' van de Bundeswehr de nadruk op de grote verschillen in militaire organisatie. Management, verkenning en misleiding bepaalden de superioriteit van de geallieerden. Alle medewerkers aan de bundel blijken echter steeds bereid ook met een andere afloop rekening te houden en besteden ruimschoots aandacht aan het Duitse perspectief.

Market Garden, de slag om de Westerschelde en de gevechten van de laatste maanden worden aan een kritische analyse onderworpen. De strategische doelen, de krachtsverhoudingen en de uitgangsstellingen van beide partijen worden beschreven, voordat de gevechten zelf worden geschetst en het resultaat wordt geanalyseerd.

Hoewel de ijdelheden van de generaals - en vooral van 'God Almonty' Montgomery - niet onbesproken blijven, geloven de auteurs niet dat de geallieerde zege werd behaald ondanks hun bevelhebbers; dat gebeurde louter dank zij de overmacht van hun legers. De samenstellers verklaren zich aanhangers van de moderne 'operationele geschiedschrijving'. Uitgaande van de geografische kenmerken van het Nederlandse operatiegebied bestuderen ze de wisselwerking tussen de gevechtshandelingen en het politiek- en militair-strategisch kader.

De geallieerde operaties in Zuid-Nederland stonden in het teken van twee strategische doelen. Het eerste was het bevrijden van de Scheldemonding om Antwerpen in gebruik te kunnen nemen als aanvoerhaven; het tweede was de Duitsers ten westen van de Maas te verdrijven en zo in Zuid-Nederland een veilige uitvalsbasis voor de noordelijke doorstoot naar Berlijn te verwerven. Uitgebreid wordt beschreven hoezeer de strijd in Zeeland en Noord-Brabant door de concurrentie tussen deze twee doelen werd beïnvloed. Zelfoverschatting en onderschatting van de vijand speelden de geallieerden daarbij parten.

Met een 'bewonderenswaardig improvisatievermogen' wisten de Duitsers Market Garden te pareren en dat lijkt, gecombineerd met een aantal andere factoren, een juistere voorstelling van zaken dan de uitkomst uitsluitend aan geallieerde pech te wijten. Noch verraders als King Kong, noch het verzet hebben overigens het verloop van de strijd op operationeel niveau werkelijk beïnvloed, zo wordt geconstateerd.

Niet alleen de Amerikanen en Canadezen ergerden zich aan de arrogante Montgomery, maar ook Churchill. De Engelse premier, die zich veel meer dan Roosevelt met de strategie bemoeide, hield zich opvallend op de achtergrond in het conflict over Montgomery's pleidooi voor een noordelijke doorstoot onder Britse leiding naar Berlijn en de haaks daarop staande breed-front strategie van Eisenhower. Waarschijnlijk had Churchill zich al neergelegd bij het feit dat de Amerikanen na D-Day in feite de oorlog bepaalden: er vochten toen al meer dan twee keer zoveel Amerikanen als Britten in Europa.

Churchill mag dan, zoals ook de militair-historici in deze bundel weer opmerken, soms de complexiteit van militaire operaties hebben onderschat, anders dan de generaals was hij minder optimistisch over een snelle ineenstorting van het Derde Rijk. Ook daarin heeft hij het bij het rechte eind gehad. Tegelijk vechten in de Peel, het openen van de Scheldemonding en de beveiliging van de westelijke flank van de Corridor bleken een te grote opgave. De geallieerde doorstoot was in september 1944 vastgelopen.

In een zeldzame bui van toegevendheid erkende Montgomery dat hij de moeilijkheden bij het openen van de Scheldemond had onderschat. Een onderschatting waarvoor het Canadese leger, ook wel de 'Cinderella army' (het verwaarloosde leger) genoemd, zwaar heeft moeten betalen, evenals trouwens de dorpen in het westen van Zeeuws-Vlaanderen en het door bombardementen geïnundeerde Walcheren. Beide partijen gingen zich te buiten aan zinloos geweld: de Duitsers tegen Heusden en de geallieerden tegen Montfort. Al even zinloos was de bloedige prestigeslag om Kapelsche Veer.

Voor het verhaal van de individuele soldaat en burger ontstaat ook in de militaire geschiedschrijving hoe langer hoe meer belangstelling, zoals ook bleek uit Martin Middlebrook's uitstekende Arnhem 1944 - The Airborne Battle 17-26 September (Viking, 1994). Hoewel in De bevrijding van Nederland de nadruk ligt op een zakelijke analyse van de strategie, komen in het laatste hoofdstuk ook de individuele ervaringen van de Duitse en geallieerde soldaten in Nederland ter sprake.

Duidelijk is dat de laatste koude winter voor veel geallieerde soldaten die zich hadden ingegraven in de bufferzone tegenover de laatste Duitse verdedigingslinie aan het noordwestelijke front, veel te lang duurde. Het Brabantse rivierengebied en de moerassen van de Peel zorgden voor trench feet, het gevreesde oedeem aan de voeten, bekend uit de loopgraven in de Eerste Wereldoorlog. De ontberingen, gevoegd bij de teleurstelling over de geringe vooruitgang, ondermijnden in het geallieerde kamp het moreel.

Waar de auteurs terecht wijzen op de nationale verschillen onder de geallieerden - Nederland werd bevrijd door Engelsen, Schotten, Amerikanen, Canadezen, Polen, Fransen, Belgen, Noren en Nederlanders - hadden ze ook wat meer aandacht kunnen besteden aan de uiteenlopende nationaliteiten die om niet minder uiteenlopende redenen in het Duitse leger vochten.

Schoenmaker en Klep wijzen er in hun slotbeschouwing nog eens op dat 23 duizend Nederlandse burgers door de oorlogshandelingen het leven verloren. Veel te lijden hadden bijvoorbeeld Liessel en Venlo. Deze plaatsen, die de laatste winter in de frontlinie lagen, hebben onlangs hun eigen oorlogsgeschiedenis geboekstaafd. Deze publikaties leveren, met hun rijkdom aan illustraties en persoonlijke getuigenissen, een waardevolle aanvulling op het werk van de sectie.

De aandacht voor individuele ervaringen valt in de publikatiegolf van deze maanden nog het meest op. Elke journalist, elke schrijver probeert 'zijn' ooggetuige te vinden om de spannende momenten van de laatste maanden weer te laten beleven. Ook in Finale mei - Het einde van de oorlog in Nederland vertellen ooggetuigen aan Parool-redacteuren Paul Arnoldussen en Albert de Lange hun ervaringen in de chaotische meimaand van 1945.

Gecombineerd met eigen speurwerk van de auteurs levert dat boeiende hoofdstukken op over 'den moreele verwildering', over oude en nieuwe slachtoffers, over zuivering en onzuivere zaken. De ook in De bevrijding van Nederland vermelde plunderingen door de geallieerde soldaten en de 'minder solide' reputatie van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) worden nog eens bevestigd.

Bepaald louche was de wereld van stuntende oud-illegalen in Den Haag, waar het 'Gladio der vrije jongens' en de frivool levende 'Speciale Brigade' de oorlog nog tot lang na de bevrijding voortzetten. Helaas komt dat in de hoofdstukken over de moord op de Haagse advocaat De Boer (die te veel wist) en 'Onzuivere zaken' niet helemaal uit de verf.

Ook door slordigheden maken de auteurs soms de indruk wat al te haastig te werk te zijn gegaan. Zo laten ze Mussert in Utrecht opgepakt worden in plaats van in Den Haag. Ronduit een gemiste kans is het laatste hoofdstuk 'De vijftigste mei'. Arnoldussen en De Lange rijgen hierin braaf de modieuze platitudes van Nederlandse historici over de 'politiek van de herinnering' aan elkaar in plaats van zelf iets over dit onderwerp te berde te brengen.

In Finale mei wordt het gemeentebestuur van Amsterdam geciteerd, dat eind mei 1945 de mening was toegedaan dat de vlaggen zo langzamerhand wel naar binnen konden worden gehaald. 'Het is tijd om vooruit te zien en aan de slag te gaan.'

Ben Schoenmaker & Chris Klep: De bevrijding van Nederland - Oorlog op de flank 1944-1945.

Verschijnt 22 maart.

Sdu; ¿ 59,90.

ISBN 90 12 08191 2.

Paul Arnoldussen & Albert de Lange: Finale mei - Het einde van de oorlog in Nederland.

De Arbeiderspers; ¿ 34,90.

ISBN 90 295 0370 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden