Strange interlude

Het zijn de spelers die dit lange drama behapbaar maken. Spannend zelfs.

Niets zou langer dan twee uur mogen duren. Aan die uitspraak, zo nu en dan gebezigd in mijn kringen, moest ik denken toen ik zaterdag de voorstelling Strange Interlude van het Nationale Toneel ging zien. Aanvang: 19.00, einde: 23.30 uur. Er zouden twee kleine pauzes zijn en geen eten. Het Nationale Toneel is de Toneelgroep De Appel niet.


Strange Interlude is een toneelstuk uit 1928 van Eugene O'Neil en gaat over mensen barstensvol onderhuidse woede, seksuele driften en frustraties die, na tergende twistgesprekken, allemaal over het toneel zouden woeden. Hoe zou ik het volhouden?


Johan Doesburg regisseert met Strange Interlude een remake van zijn eigen succesvoorstelling van tien jaar geleden. En gaf deze ook maar gelijk een upgrade van de kleine naar de grote theaterzaal. De hoofdrollen worden bezet door dezelfde acteurs als toen. Ariane Schluter als de eigengereide Nina Leeds. En Jappe Claes, Mark Rietman en Dries Vanhegen als de drie mannen in haar leven. Op Vanhegen na werden allen destijds genomineerd voor een acteerprijs. Schluter won hem ook.


En het klopt. Het zijn de spelers die dit drama behapbaar maken. Ronduit spannend zelfs, terwijl je toch zit te kijken naar een soort soap uit de jaren twintig, over een vrouw die heen en weer fladdert tussen drie mannen en die ondertussen een hoop naars overkomt. Er zijn geliefden die omkomen, er is overspel, abortus, bedrog, alles.


Die spanning komt vooral voort uit een trucje dat O'Neill toepaste. Niet alleen laat hij zijn personages dialogen uitspreken, ook verklappen ze in terzijdes wat ze echt denken (maar niet durven zeggen). Regisseur Doesburg laat de acteurs dan recht de zaal in kijken. Toeschouwers worden voyeurs bij steeds meedogenlozere psychologische spelletjes.


Zoals ergens in het zevende of achtste bedrijf. Nina ziet minnaar Ned na jaren weer terug. Ze begroet ze hem uiterst koeltjes. Meteen draait Schluter zich naar het publiek en roept verrukt: 'Kijk, hij schrikt! Hij houdt nog steeds van me!'


Fascinerend is ook Mark Rietman als deze Ned. In zowel zijn dialogen als zijn innerlijke monologen roept hij lange tijd dat hij niets voor Nina voelt. Terwijl zijn springerige lichaamstaal in haar buurt boekdelen spreekt. Het zelfbedrog van deze man is een voorstelling op zich waard.


Bij Dries Vanhege werkt dat minder. Omdat hij zijn personage Sam, Nina's echtgenoot, wat al te vet aanzet en omdat er bij deze simpele ziel weinig discrepantie is tussen wat hij denkt en zegt. Bij Nina's derde man Charlie, een larmoyante schrijver gespeeld door Jappe Claes, is dat verschil juist enorm. Het komische effect is bij hem het sterkst.


35 jaar uit het leven van Nina Leeds trekken voorbij alsof ze een luttele vier en een half uur duren. Het emotionele meisje dat haar vader voor rotte vis uitmaakt, transformeert in een starre kenau die haar schoondochter voor rotte vis uitmaakt. En dat allemaal in een simpel decor.


Die vader wordt gespeeld door een kranige Hans Croiset. Na zijn enige scène moet hij dik vier uur wachten op applaus. Hopelijk vloog de tijd voor hem ook.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden