Strange fruit

Ook zijn boek over ouders van kinderen met een ernstige afwijking, Ver van de boom, ontving jubelende recensies en werd een immens succes. Deze week is de Amerikaanse schrijver Andrew Solomon in Nederland.

'Welkom in Holland' heet de moderne fabel - het is in de Verenigde Staten tegenwoordig het standaardverhaal van dokters tegen ouders van kinderen die met een afwijking zijn geboren.


In de vertelling vergelijkt schrijfster Emily Kingsley, moeder van een zoon met het syndroom van Down, het krijgen van een kind met het plannen van een vakantie. Een vakantie naar Italië, bijvoorbeeld. Je koopt een stapel reisgidsen, en verheugt je op het Colosseum, de David van Michelangelo, de gondels in Venetië.


Na maanden van grootse verwachtingen zit je in het vliegtuig. Een paar uur later gaan de deuren open. 'Welkom in Holland', begroet de stewardess. 'Holland?! Ik had een vlucht naar Italië geboekt! Ik heb altijd naar Italië gewild.'


De vlucht is gewijzigd - gestrand in Nederland. Geen vreselijk land, van honger en ziekten, maar gewoon een ander land. Met haar eigen schoonheid: de molens, tulpen, en ja, de Rembrandts.


Allerlei bekenden gaan wel naar Italië. En allemaal scheppen ze op over de geweldige tijd daar. 'Maar daar wilde ik ook heen. Daar had ik een reis naartoe geboekt.'


En dat verdriet zal nooit meer overgaan, want het verlies van die droom is een groot verlies, weet de fabelschrijfster. 'Maar als je de rest van je leven bedroefd blijft dat je niet in Italië bent geweest, kun je misschien ook nooit genieten van het speciale, mooie van Holland.'


Deze fabel uit 1987, schrijft Andrew Solomon in Ver van de boom, een met lof overladen boek waarvoor hij meer dan driehonderd gezinnen interviewde van kinderen met een afwijking, 'is even iconisch voor gehandicapten als beroemde liefdesgedichten voor de romantiek. Velen vertelden mij dat het hun de hoop en de kracht gaf om goede ouders te zijn, anderen dat het te optimistisch was en valse verwachtingen wekte.'


Er was indertijd zelfs een moeder die als wrange repliek 'Welkom in Beiroet' schreef. Daarin vergeleek ze het moederschap van een autistisch kind met een dropping midden in een oorlogsgebied. Stuitte u tijdens uw gesprekken met ouders op verhalen waarvan u zelf dacht: Beiroet?

De Amerikaanse schrijver, journalist en docent psychologie dr. Andrew Solomon formuleert genuanceerd, de trefzekere nuance waaraan zijn werk de kracht ontleent: 'Dat had niet per se te maken met de ernst van de afwijking van hun kind, maar meer met de mate waarin ze konden omgaan met die handicap, met dat anders-zijn. Ik sprak met ouders van kinderen die incredibly impossible unlovable leken, maar van wie de moeder en vader absoluut hielden. Deze ouders waren relatief tevreden met hun leven. Voor anderen was het Beiroet, elke dag.'

Een voorbeeld?

'Ik beschrijf een zeer welgestelde vrouw, met heel veel connecties, wonend aan Park Avenue in New York. Haar kind heeft autisme. Ze kon niet geloven dat ze hem niet beter kon maken. Ze had het gevoel dat ze faalde. Deze vrouw was een kwaaie persoonlijkheid geworden, immens gefrustreerd, omdat dat ene ding dat had moeten lukken in haar leven niet was gelukt.

'Ze deed erg haar best, had goede verzorgers voor hem gevonden, maar ik had nooit het gevoel dat ze enig plezier beleefde aan haar kind. Ik dacht: wat erg. Omdat ik anderen had ontmoet met kinderen die ook zwaar autistisch waren en die meer vreugde putten uit hun ervaringen.'


Een fragment uit Ver van de boom, over de moeder van twee autistische kinderen: 'We moeten maar hopen dat we nooit kleinkinderen krijgen', besloot Nancy triest. 'Mijn man zegt soms: 'Zou je weer met me trouwen?' Dan zeg ik: ja, maar niet met die kinderen. Als we het van tevoren geweten hadden, hadden we het niet gedaan. Hou ik van mijn kinderen? Ja. Ben ik bereid alles voor ze te doen? Ja. Ik heb ze en ik doe dit en ik hou van ze. Ik zou het niet opnieuw doen. Ik denk dat iedereen liegt die zegt van wel.'


De auteur kwam gehaast het Italiaanse restaurant binnen, bruine bontmuts in zijn hand, na een glibberige wandeling over de ijzige straten van Greenwich Village, New York. Zijn townhouse is niet ver van het appartement waar acteur Philip Seymour Hoffman een paar dagen hiervoor dood werd aangetroffen, een naald in zijn arm. 'Dat mijn zoon aan de drugs zou raken, daar maak ik me constant zorgen om', zegt hij tegen het einde van het gesprek. 'Ik weet: ook het liefste, schattigste, meest ideale kind kun je kwijtraken aan een verslaving, zoals is gebeurd met this guy. Hartverscheurend.'


Diezelfde typering is ook vaak gebruikt in aanbevelingen voor zijn laatste werk, waarin de verhalen van de geïnterviewde vaders en moeders pijltjes blijven afvuren in de harten van de lezers.


Als je kind anders is, luidt de ondertitel van Ver van de boom - dat voortkwam uit zijn eigen ervaringen. Toen Solomon voor The New York Times de dovencultuur onderzocht, ontdekte hij dat dove kinderen van horende ouders worstelen met diezelfde soort identiteitsproblemen waar hij tegenaan liep als homoseksuele zoon van heteroseksuele ouders. Ouders van dove kinderen vinden het vaak vooral belangrijk dat hun zoon of dochter leert te functioneren in hun wereld, de wereld van de horenden. Meestal ontdekken deze kinderen pas veel later dat er ook zoiets bestaat als een doven-identiteit, een eigen dovenwereld, waarin gebarentaal geldt als een volwaardige taal. 'Een grote bevrijding', zegt Solomon. 'Ze ontdekken zichzelf.'


De ouders van Andrew hadden hem met 'groot enthousiasme' een ingreep laten ondergaan als hij daardoor hetero was geworden, wist Solomon. 'Mijn moeder liet me de hele tijd voelen dat ze veel liever had dat ik straight was.'


Terwijl hij aan het artikel over doven schreef, beviel een vriendin van Solomon van een dochter met dwerggroei. 'Ze vroeg zich af of ze haar dochter moest grootbrengen met het idee dat ze net zo was als ieder ander, alleen kleiner, of dat ze dwergen juist als rolmodel moest voorhouden aan haar dochter. Of dat ze moest uitzoeken of een operatieve verlenging van haar ledematen mogelijk was.'


Solomon herkende een patroon. Hij besloot onderzoek te doen naar kinderen die sterk verschillen van hun ouders, een onderzoek dat uiteindelijk elf jaar zou duren. Over appels die een paar boomgaarden verderop terecht zijn gekomen; die soms zelfs aan de andere kant van de wereld zijn beland. Hij schreef een monumentaal werk van duizend pagina's over doven, dwergen, kinderen met het syndroom van Down, schizofrenen, autisten, meervoudig gehandicapten, kinderen die in het verkeerde lichaam zijn geboren en van geslacht willen veranderen, kinderen van verkrachters en zowaar: wonderkinderen.


Hij wijdde zelfs een hoofdstuk aan jeugdige criminelen, waarvoor hij ook sprak met de ouders van Dylan Klebold, die samen met zijn vriend Eric Harris in 1999 twaalf medeleerlingen en een docent doodschoot op de Columbine High School in Colorado. De ouders van Dylan, constateert Solomon, 'zijn slachtoffer van het angstaanjagende feit dat zelfs de meest intieme menselijke relatie in de grond onkenbaar is.'


Uw boek beschrijft kinderen die extreem anders zijn dan hun ouders, maar gaat eigenlijk over ouderschap in zijn algemeenheid.

'Ik geloof dat die extreme voorbeelden veel zeggen over het universele ouderschap. De woorden reproductie en voortplanting suggereren dat we een kopie van onszelf maken. Mijn ervaring is dat kinderen originele, op zichzelf staande wezens zijn. Ook als ouders veel elementen van zichzelf in hun kind terugzien, zit er ook altijd wel iets heel nieuws, very fresh in. Het woord reproductie is geruststellend omdat ouders denken: we gaan iets creëren dat we eigenlijk al kennen. Terwijl produceren suggereert dat je iets maakt dat je daarvoor nog nooit hebt gezien. Eigenlijk is die omschrijving accurater.'


Ouderschap is geen sport voor perfectionisten, stelt u.

'Voordat ze kinderen krijgen hebben ouders meestal wel een idee hoe die kinderen zullen zijn, wat ze zullen gaan doen, hoe ze in de wereld zullen staan. De ouders met de sterkste verwachtingen raken gegarandeerd teleurgesteld. Het kind volgt zijn eigen weg, met al zijn imperfecties en complexen. Als je daar moeite mee hebt, moet je geen kinderen krijgen.'


Arme ouders, met minder illusies, lijken beter te kunnen omgaan met het feit dat hun kind een afwijking heeft.

'Als tegenhanger van de rijke vrouw aan Park Avenue beschrijf ik een Afrikaans-Amerikaanse schoonmaakster die een autistische zoon heeft met bijna exact dezelfde symptomen. Ze had relatief vrede met zijn aandoening, omdat ze niet gewend was stil te staan bij wat er allemaal mis was in haar leven. Ik wil trouwens niet suggereren dat het voor armen minder moeilijk is een gehandicapt kind te hebben, integendeel. Als je het geld hebt om een verpleegster in te huren, waardoor je eens een nacht goed slaapt, helpt dat enorm. Maar ik denk dat het accepteren van iets dat op je pad komt, gemakkelijker is voor mensen die niet gewend zijn dat ze alles naar hun hand kunnen zetten.'


Wat ontroerde u het meest, tijdens uw onderzoek?

'Al die ouders die voordat ze aan kinderen begonnen dachten: ik zou nooit kunnen zorgen voor een zoon of dochter met een ernstige aandoening. En dan krijgen ze een kind met het syndroom van Down, of eentje die niet kan lopen en praten en dan zeggen ze: 'Dit is mijn kind. Ik zou willen dat ik hem kon helpen, dat ik zijn leven gemakkelijker kon maken. Maar ik wens geen ander kind. Ik hou van hem zoals-ie is.' Dat raakte me diep.'


Soms is het liefde tegen de klippen op. U beschrijft het gewelddadige, autistische jongetje Robin dat een pees doorbijt van zijn moeder, als ze naast hem op bed gaat zitten. Ze valt bijna flauw, raakt in shock en moet naar het ziekenhuis.

'Een schokkend verhaal, ja.' Solomon beschrijft hoe Robin hierna wordt teruggebracht naar de inrichting waar hij is opgenomen. Zijn vader Bruce zegt: 'Maar toen kwam hij twee weken geleden weer thuis en was heel lief en aanhankelijk en hartstikke gezellig. Hij deed zijn vuile vaat in de afwasmachine. Dat is een enorme vooruitgang. We zijn erg trots, zo trots als iemand wiens kind met vlag en wimpel is afgestudeerd aan de universiteit.'


Zoveel ouders blijven in dit boek de zonnige kant van alles zien - waar komt dat vandaan?

'Dat is een natuurlijke impuls van alle ouders, om vooral de sterke punten van hun kinderen te benadrukken, in welke situatie ze ook zitten. En ik denk dat het een overlevingsstrategie is. Je hebt dit kind nu eenmaal, dus neem je die verantwoordelijkheid. Het ontdekken van de positieve aspecten geeft je ook de energie om alle zorg op te kunnen brengen.'


Er zijn ook ouders die dat niet kunnen. Ze staan hun kind af ter adoptie, of gaan, in het uiterste geval, over tot een onvoorstelbare wanhoopsdaad - het vermoorden van hun dochter of zoon.


Een intens schrijnend verhaal in Ver van de boom, dat alles zegt over de desperate, verscheurende gevoelens waarmee het afstaan van een kind ter adoptie meestal gepaard gaat, is dat over Imogen - een ernstig gehandicapt meisje dat dag en nacht aan een stuk door krijst. Tot het meisje lijkt nooit iets door te dringen, ze geeft nooit blijk van enig plezier en begint over te geven na elke voeding.


De uitgeputte moeder Julia, als ze beschrijft hoe ze 'Immies boze lichaampje' heen en weer wiegt, steeds harder: 'Zo zou het gaan als ik haar hoofdje tegen de muur wilde verpletteren. Haar zachte schedel zou kapot barsten als een gekookt ei als ik haar net wat harder wiegde. '


Imogen wordt opgenomen voor onderzoek. Julia beseft dat dit kind haar nooit zal herkennen, hoogstens honger en misschien hardheid of zachtheid kan ervaren. Een week later herhaalt Julia in het ziekenhuis wat een advocaat haar heeft aangeraden: 'Ik ben niet de geschikte moeder voor dit kind.' Na het gesprek met de specialist neemt Julia Imogen nog een keer in haar armen: 'Ik hou echt van haar, hoor.' Een paar dagen later komt een pleegmoeder haar dochtertje ophalen in het ziekenhuis.


Julia kwam nogal eens warrig en dramatisch over, signaleerde u.

'Ik voelde haar onzekerheid. Het was niet zo dat ze haar kind had afgestaan ter adoptie en een clean break had gemaakt. Julia bleef het kind zien, ging naar de pleegmoeder, was nog constant bezig met Imogen. Ze had nooit helderheid.'


De diepgelovige pleegmoeder keek heel anders naar Imogen, die ze een 'prachtige stukje mens' noemde.

'Het is geweldig voor Julia dat haar kind iemand heeft gevonden die zo van haar houdt. En aan de andere kant: het is ook verschrikkelijk moeilijk dat ze iemand heeft gevonden die zo van haar houdt - omdat Julia het zelf niet kan. Het is zowel een opluchting als krenkend.'


De moeder van een dwerg stond haar dochter wel zonder omkijken af, beschrijft u. Omdat een dwerg nooit cheerleader kon worden, zoals haar oudere dochter. Een bijzonder verdrietig verhaal.

'Het kan nog veel erger dan dat - zie de ouders die hun kinderen vermoorden. Ik vond: als deze moeder haar dochter echt niet wilde, deed ze het kind en zichzelf geen plezier door het te houden en het meisje permanent een verschrikkelijk gevoel te bezorgen. Toch: als het nou een kind was geweest dat niet kon praten en lopen en geen idee had dat ze bestond...


'Ik heb vrienden die dwerg zijn, die een ingewikkeld maar geweldig leven leiden. Voor mij is het ongelooflijk stuitend dat iemand zegt: dit is niet het type kind dat ik wil.


'Maar ja. Ik heb vrienden die homo zijn en met wie de ouders nooit meer hebben gesproken sinds ze uit de kast zijn gekomen. Ik ken iemand die transgender is, en op zijn 14de het huis uit werd gezet. Die dingen gebeuren, de hele tijd. Dat ouders zeggen: 'Ik weet hoe mijn kind moet zijn en als hij daar niet aan voldoet, wil ik er niks mee te maken hebben.' Onvoorstelbaar.'


In de wereld van de gehandicapten komt kindermoord van oudsher veel voor, beschrijft Solomon in het hoofdstuk over autisme. Een kleine greep uit de lange reeks die hij zonder poespas opsomt: In 2003 wurgde Daniela Dawes haar 10-jarige zoontje Jason. Haar echtgenoot verklaarde: 'Tot die tijd was ze de beste moeder die je maar wensen kunt.' In 2005 schoot Jan Naylor haar 27-jarige dochter Sarah dood, waarna ze het huis in brand stak en zichzelf van het leven beroofde. Een krant schreef dat ze beiden 'waren gestorven aan hopeloosheid'. In 2006 sneed Jose Stable zijn zoon Ulysses de keel door. Hij belde de politie en zei: 'Ik kon er niet meer tegen.'


Een vrouw die had geprobeerd haar zoon te doden vertelde de politie: 'Ik heb elf jaar gewacht tot hij een keer 'Ik hou van je mam', zou zeggen.' Kunt u zich iets indenken bij de wanhoop die de ouders tot deze daden drijft?

'Het hebben van een kind voor wie je alles overhebt en alles doet, maar dat niet van je lijkt te houden, is zeer, zeer moeilijk. Maar moord is niet de manier om van je frustratie af te raken. Het sociale netwerk om ouders van kinderen met een ernstige vorm van autisme te ondersteunen zou veel beter kunnen zijn, maar er zijn een hoop alternatieven. Ouders gaven vaak als verklaring dat hun kind constant leed en daarom beter kon worden omgebracht. Maar de meeste kinderen met autisme die adequaat worden begeleid lijden niet doorlopend.'


Zijn opmerkelijkste gesprek voerde Solomon met de ouders van Dylan Klebold, de jongen met de verlegen, scheve glimlach die zich op zijn 17de ontpopte tot een van de twee Columbine-killers. 'Helaas is eerzaam ouderschap geen garantie voor deugdzame kinderen', waarschuwt Solomon vooraf. Hij ging Tom en Sue Klebold interviewen in de verwachting dat hij meer zou begrijpen van de onbegrijpelijke daden van hun zoon. Alleen: hoe beter hij de prettige, intelligente Klebolds leerde kennen, hoe groter het raadsel voor hem werd. 'Van de vele gezinnen die ik bij het schrijven van dit boek heb ontmoet, behoren de Klebolds tot die waarvan ik graag deel zou uitmaken', schrijft hij.


U sliep zelfs in de kamer van Dylan.

'Ja. Tom en Sue Klebold hadden daar de logeerkamer van gemaakt. Het was gemakkelijker bij hen te blijven slapen, na een dag intensief praten.'


Ze hadden groot vertrouwen in u, dat ze hun verhaal deden.

'Aanvankelijk wilden ze niet. En toen vonden ze al heel snel uit dat ze het toch heel graag wél wilden. Om duidelijk te kunnen maken: Dylan was meer dan alleen een probleemkind. He was lovable and he was loved.'


Dat was de belangrijkste reden om met u te praten?

'Ze zijn natuurlijk vermorzeld in de pers. De buitenwereld bleef maar beweren dat de ouders verantwoordelijk waren. Dat gebeurt telkens en telkens weer, net zoals ouders er nog steeds de schuld van krijgen dat hun kind schizofreen is of autistisch of homo. Er stond pas geleden een artikel in The Washington Post dat uitlegde waarom de moeder van Adam Lanza verantwoordelijk was voor de moordpartij op de basisschool in Newtown. Maar met het verhaal van de Klebolds in mijn achterhoofd weet ik dat het iedereen kan overkomen.'


Toch: de moeder van Adam Lanza nam haar zoon mee naar de schietbaan, terwijl er overduidelijk iets met hem aan de hand was. In haar huis lag een compleet wapenarsenaal.

'Het wapenbezit in Amerika is de pijn van dit land. De moeder van Adam was opgegroeid in New Hampshire, in een gemeenschap waar wapens in huis de normaalste zaak van de wereld zijn. Natuurlijk was het beter geweest als ze geen geweren had gehad, it's not a great idea. Maar ik denk dat ze een inschattingsfout maakte en niet dat ze de schuld droeg voor die grote schietpartij.


'Ze leek niet door te hebben dat Adam, die behoorlijk obsessief, compulsief en uitermate op zijn hoede was, in staat was tot geweld. Anders had ze elke nacht haar slaapkamerdeur op slot gedaan. Want ze was zijn eerste doelwit. Mensen kennen vaak hun eigen kinderen niet.'


U vroeg de Klebolds wat ze aan Dylan zouden vragen als hij op dat moment nog bij hen in de kamer had gezeten. Sue zei: 'Ik zou hem vragen mij te vergeven dat ik als zijn moeder nooit heb beseft wat er in zijn hoofd omging.' Pijnlijk.

'We geven altijd de schuld aan onszelf, als onze kinderen problemen hebben. We denken dat we in staat moeten zijn te voorkomen dat het ongelukkige kinderen worden, die anderen ongeluk bezorgen. Het is niet zo dat we dat kunnen, maar we hebben wel het gevoel dat het zo zou moeten zijn.'


Aan het einde van het gesprek zegt Sue, over de liefde voor haar zoon: 'Ik weet dat het beter zou zijn geweest voor de wereld als Dylan nooit was geboren. Maar ik geloof niet dat het beter voor mij zou zijn geweest.' Wat vond u daarvan?

'Ik dacht dat ze beter af zou zijn geweest als ze dit kind nooit had gehad. Maar dat was niet aan mij. Ze gelooft het oprecht. Dat moet wel worden opgemerkt: Sue heeft ook geen andere keus. Het is vermoedelijk weer die overlevingsstrategie. Ze heeft het leven dat ze heeft, het kind dat ze had, en hij deed wat hij deed. Wie weet wat ze zou zeggen als iemand de magische krachten bezat om haar een leven te geven zonder deze zoon?


'Het grootbrengen van een kind is een zeer emotioneel proces. De meeste ouders zouden hun kinderen niet willen inruilen voor anderen die beter en slimmer en knapper zijn. Ouders houden nu eenmaal van kinderen die in de ogen van anderen onaantrekkelijk zijn. Of verschrikkelijk. Of monsters.'


Sinds bijna vijf jaar is Solomon zelf vader, samen met zijn man John Habich. George werd geboren uit het zaad van Solomon, via ivf. De draagmoeder was een goeie vriendin.


Ouder - en u bent een perfectionist.


Hij schiet voluit in de lach, voor het eerst. 'Ik ben natuurlijk zo perfectionistisch mogelijk in mijn leven en werk, maar ik probeer dat niet op te leggen aan George.'


Zijn er dingen waarvan u denkt: hij verschilt totaal van me?

'O, jazeker. George is geobsedeerd door auto's, vrachtwagens, grote hijskranen. Jongensdingen die mij buitengewoon weinig interesseerden als kind. We namen hem mee op een reis naar Venetië en vroegen: wat vond je het mooiste daar? Hij zei: 'De lift, in het hotel'.'


U bent lang bang geweest om kinderen te krijgen.

'Omdat ik vroeger werd gepest. Ik was bang dat als ik kinderen zou krijgen, het dezelfde verschrikkelijke jongens zouden zijn als die me opjoegen in de speeltuin.'


U was ook het ideale doelwit. Als er werd gevraagd in de klas wat iedereen het lekkerste vond zei u: 'Ekmek kadayiff met kaymak', een gerecht dat u vaak bestelde in een Armeens restaurant. Waarom zei u niet gewoon: hamburgers, zoals de rest van de klas?

'Omdat het niet waar was.' Trotse blik: 'Ik wist dat ik anders was. Ik wilde ook niet pretenderen dat ik hetzelfde was. Dat voelde verkeerd aan.'


CV

Dr. Andrew Solomon werd geboren op 30 oktober 1963, in Manhattan. Hij schrijft over politiek, cultuur en psychologie, en woont afwisselend in New York en Londen. Voor zijn boek The Noonday Demon: An Atlas of Depression, geënt op zijn eigen zware depressiviteit, won hij in 2001 The National Book Award. Far from the tree werd bekroond met een lading prijzen, waaronder de National Books Critics Circle Award. Solomon, afkomstig uit een rijke familie, trouwde in 2007 met journalist John Habich op het landgoed van de Spencers, in het huis waar Lady Diana haar jeugd doorbracht. In 2003 was hij zaaddonor voor een vriendin, die nu met haar dochter in Texas woont. In 2009 werd zijn zoon George geboren, die bij hem en zijn man woont.


Solomon geeft lezingen over Ver van de Boom op donderdag 20/2 om 20 uur in de Amstelkerk in Amsterdam (john-adams.nl/lectures); op vrijdag 21/2 om 20 uur geeft hij de Soeterbeecklezing in Nijmegen (ru.nl/soeterbeeckprogramma)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden