Stranden in het snelle heden

De kern van moderniteit is versnelling en je mag best toegeven dat niet iedereen die bijhoudt, stelt Martin Sommer. We keren niet voor niets al een beetje op onze schreden terug.

Onze eerste auto was een knalrode Citroën Diane 6, een iets chiquere uitvoering van de 2CV ofwel Eend. Wij spreken nu over dertig jaar geleden. Midden op de snelweg brak de gaskabel waarna de motor begon te gillen als een speenvarken. Ik draaide de motor uit met het contactsleuteltje, zette de auto aan de kant en heb het euvel hersteld met een paperclip. Daarna zetten wij de vakantie voort.


Ik moest weer aan de auto denken toen ik Vroeger was het beter onder ogen kreeg. Zo luidde de titel van een boekje dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) bij wijze van nieuwjaarsgeschenk in januari 2008 aan zijn klandizie meegaf. De financiële crisis was nog niet uitgebroken, minister Wouter Bos van Financiën had een overschot op de begroting en de atmosfeer leek tamelijk wolkenloos. Het nieuwjaarsgeschenk ademde de stemming van het SCP die hoorde bij de toen net vertrokken directeur, Paul Schnabel - prikkelend maar keurig en altijd opgewekt.


Vroeger was het beter, staat op het omslag, in de vette paarse en oranje belettering van de jaren zeventig. Met een afbeelding van een jongeman die, voorzien van lange haren en spijkerbroek, met blote voeten op een stoel staat. Hij houdt in een ongelukkige pose een kamerantenne de lucht in - weet iedereen nog wat een kamerantenne is? - en kijkt gespannen naar een televisietoestel. Op de beeldbuis zie je niets dan de storing die vroeger sneeuw heette. U begrijpt de boodschap van dat boekje: vroeger was het natuurlijk helemaal niet beter, want we hebben nu kabel en hoeven dus niet meer ingewikkeld te doen met een kamerantenne.


In de inleiding stelt Schnabel vast dat de verzuchting dat het vroeger beter was, meestal weinig met de kwaliteit van het verleden zelf te maken heeft. Klachten dat het allemaal minder wordt, zijn immers van alle tijden. Dat begint al bij Aristoteles die spijtig constateerde dat de slaven in zijn dagen brutaler waren dan voorheen, en daarna kwamen de Romeinen met hun o tempora en o mores. De variant van tegenwoordig is het geweeklaag over de kwaliteit van het onderwijs en Schnabel vraagt zich af of we werkelijk terug willen naar de gelukkige klas van Theo Thijssen - dat zou betekenen dat het overgrote deel van de kinderen na de lagere school helemaal geen onderwijs meer zou krijgen.


Pech

In de hang naar het verleden schuilt vooral onvrede over het hier en het nu, aldus Schnabel. Dat verklaart misschien waarom het thema ook nu, midden in de crisis van 2013, in de lucht zit. NRC Handelsblad publiceerde een paar weken geleden een bijlage over 'de angst van Nederland'- hetzelfde onderwerp als 'vroeger was het beter', maar dan in de vooruitkijkspiegel. Er zat een opiniepeiling bij waaruit bleek dat PVV-kiezers het angstigst zijn voor wat komen gaat. Zij zijn bang voor Europa, voor de islam, voor stijgende zorgkosten en voor politici die niet opkomen voor hun belangen. Daarmee werd toekomstangst - en dus ook verzuchtingen over een beter verleden - politiek gemaakt. De NRC was het daar niet mee eens en zette boven het hoofdcommentaar: 'Een goed advies voor een slechte raadgever'. Angst voor de toekomst, verlangen naar wat verloren is - het is allemaal in the eye of the beholder. De kernvraag is of dat inderdaad klopt.


In kringen van het openbaar bestuur is de kreet dat het vroeger beter was, in elk geval niet populair. Hét voorbeeld is uiteraard premier Rutte, die met tomeloos enthousiasme eindeloos herhaalt dat Nederland zich moeiteloos gaat voegen in de revoluties van globalisering en technologie die ons bespringen. Bestuurders en politici houden in het algemeen niet van gesomber, zij kijken niet terug maar vooruit. Ze zijn immers bezig om het leven voor ons allemaal steeds beter en mooier te maken.


Die onuitgesproken veronderstelling dat de burgerij aan het zeuren is, stijgt ook op uit de Rijksbrede trendverkenning 2013, een toekomstonderzoek waarin een ambtelijke werkgroep een beetje chagrijnig vaststelt dat de burgerij steeds meer van de overheid verlangt, tot 'zingeving' aan toe. Eén van die verlangens is bescherming tegen risico's. 'Mensen accepteren in afnemende mate dat ze risico's lopen.' 'Pech moet weg', heet dat onder sociologen, en als bewijs wordt dan aangevoerd dat het aantal afgesloten rechtsbijstandsverzekeringen snel toeneemt.


Niet een sterk bewijs. Steeds meer mensen weten zich daadwerkelijk in hun baan bedreigd, terwijl het aantal leden van de bond - standaard inclusief rechtsbijstandsverzekering - jaar in jaar uit drastisch is afgenomen. Dat meer mensen hun toevlucht nemen tot een aparte rechtsbijstandsverzekering lijkt mij vooral een heel verstandige beslissing, en heeft met 'pech moet weg' niet zo veel van doen. Wel met je lot zo veel mogelijk zelf in de hand houden.


Paul Schnabel schreef mooi dat achter de mica-ruitjes van de kolenkachel de gloed van de herinnering roze kleurde, maar dat objectief gesproken de welvaart enorm is toegenomen. Dat lijkt mij onbestrijdbaar, maar intussen heeft de crisis wel toegeslagen. Dezelfde Schnabel schreef inmiddels elders dat deze crisis weliswaar niet zo heftig is als de grote depressie van de jaren dertig, maar dat zij er wel degelijk dieper in kan hakken.


Een paar jaar nadat wij die Citroën Diane hadden aangeschaft, bracht de vooruitgang een Citroën GSA, weer een rode. Hij kon veel harder dan de Diane. De GSA was een zeer voorlijk model, met hydraulische vering en de eerste Citroën met een soort van boordcomputer en zeer veel rode lampen op het dashboard. Die gingen op de snelweg inderdaad allemaal branden en toen was het meteen over. Mijn kennis van paperclips schoot mijlenver tekort om iets te kunnen uitrichten. Ik stel wel vast dat je nooit meer een Citroën GSA op straat ziet en af en toe nog wel een 2CV of een Diane 6.


Trekschuit

De kwetsbaarheid van veel mensen is vandaag de dag groter omdat hun afhankelijkheid groter is. Een auto moeten wegdoen, betekent het werk niet meer kunnen bereiken. De vrouw kan alleen werken zolang er subsidie is voor de kinderopvang, de tophypotheek moet worden betaald, grootouders wonen te ver weg om de kinderen na schooltijd op te vangen en een groentetuintje om op terug te kunnen vallen bestaat al helemaal niet meer.


Dat zijn drie uiteenlopende voorbeelden van omstandigheden waarin het vroeger aantoonbaar beter was. Je hoeft geen angstige PVV'er te zijn om te zien dat de richting waarin de samenleving zich beweegt, lang niet altijd en voor iedereen prettig uitpakt. Van snel naar sneller, van afhankelijk naar afhankelijker, en van ingewikkeld naar ingewikkelder.


In Hildebrands Camera Obscura (1839; die natuurlijk allang niet meer op de leeslijst staat - te dik en te traag) bespreekt de verteller de voor- en nadelen van de trekschuit ten opzichte van de trein. Hij houdt niet van de trekschuit, het schiet niet op, festina lente maar hemel! Wat duurt dat lang in de bedompte roef van die trekschuit. Nee dan de trein, 'op u zal niet geslapen worden, want daar is geen rust! Op u zal niet worden gebabbeld, want daar is geen tijd!' En later zullen onze dichters zingen: 'De spoorweg kwam, de spoorweg kwam!'


De kern van de moderniteit is versnelling, vanaf de uitvinding van het wiel en de domesticatie van het paard. Wie geen paard had, had het nakijken. De eerste adel bestaat uit mensen met een paard. Versnelling betekent dat er ook achterblijvers zijn. Nu heten de achterblijvers digibeten. Zonder twitteraccount en facebookpagina een sul. De meritocratie is harder lopen om bij te kunnen blijven. Het was in dat verband een goed idee om de bevolking steeds hoger op te leiden. Maar het was ook een lang gekoesterde illusie om te denken dat half of heel Nederland universitair geschoold zou kunnen worden. Versnelling is lang niet voor iedereen een verbetering.


Een typemachine doet het overal, maar wie in de cloud werkt, is uitgeschakeld als het internet het laat afweten. Afhankelijkheid is dramatisch toegenomen. Dat wij in Nederland direct te maken hebben met de gevolgen van rotte hypotheken in Amerika, daar zijn we sinds vijf jaar met onze neuzen bovenop gedrukt. Natuurlijk waaide de crisis van de jaren dertig ook al over vanuit de VS. Onderlinge afhankelijkheid is sinds het 'moderne wereldsysteem' in de 16de eeuw begon alleen maar toegenomen. De Nederlandse soevereiniteit is al twee eeuwen reuze betrekkelijk. Maar niet eerder zijn de marges zo smal geweest dat uw welvaart afhangt van de strijd om de pensioenen in Frankrijk of de begrotingsdiscipline in Athene. Je hoeft geen genie te zijn om te bedenken dat de kans op ongelukken alleen maar groter wordt. Dat afhankelijkheid onzekerheid baart, heeft weinig met een mentaliteit van 'pech moet weg' te maken. De risico's worden groter - dat is harde realiteit.


Flitskapitaal

Net als de afhankelijkheid neemt de complexiteit toe. Niemand heeft meer het overzicht. Ziekenhuisdirecteuren begrijpen hun eigen financiële administratie niet meer. Vorig jaar is niet één jaarrekening van een ziekenhuis door een van de grote accountantskantoren goedgekeurd. Om die reden. Banken moeten externe onderzoekers inhuren om te weten hoe hun eigen Alt-A-hypotheken in elkaar zitten en welke risico's ze daarmee lopen. Toezichthouders hebben geen idee van de financiële constructies waarmee hun corporatiedirecteuren aan de slag zijn gegaan.


Nicholas Nassim Taleb schreef zijn briljante boek Antifragile (2012) over complexiteit. 'Naarmate samenlevingen ingewikkelder worden, met instellingen die opereren op de rand van hun kunnen, en de specialisatie verder toeneemt, worden zij in toenemende mate kwetsbaar voor instorting.' Precies dat hebben we de afgelopen jaren ruimschoots mogen meemaken.


Wat nu? De kreet dat het vroeger beter was, heeft lang niet bij iedereen een goede roep. Dat is SP of - erger, vinden sommigen - PVV. Toch, als je goed oplet, en er vooral niet bij zegt dat we terug moeten naar hoe het was: allerlei initiatieven nemen stilletjes meer of minder schoorvoetend de weg terug. Er hangt een geur van GroenLinkse geitenwollen sokken omheen en voor je het weet geschamper dat Drees niet meer terugkomt. Maar als groot, complex en afhankelijk gevoelig maakt voor ongelukken, moet je zoeken naar kleiner, eenvoudiger en betrokken. Van snel naar langzamer bijvoorbeeld. Slow cooking is nog voor de gezelligheid en de gezondheid, maar er wordt serieus gewerkt aan een financial transaction tax om het flitskapitaal te vertragen en zo te beteugelen. Minister Asscher erkent inmiddels dat flexwerk niet het alfa en het omega is in het moderne leven.


Hypotheken worden eenvoudiger, en je moet meer eigen geld meebrengen. Banken worden opgeknipt en moeten grotere buffers aanhouden. Let op Europa - met de voortrollende centralisatie is het afgelopen, wat de Barroso's en Van Rompuy's u ook op de mouw spelden. Nog even, en men erkent dat nationale grenzen tussen landen zin hebben.


Ook in het SCP-nieuwjaarsgeschenk voor 2008 stonden trouwens een paar voorbeelden van waar het vroeger beter was. De kwaliteit van hun eigen bronnenmateriaal voor maatschappelijk onderzoek was hoger, en - Theo Thijssen of niet - de SCP-onderzoekster concludeerde: het onderwijs wás vroeger beter. Groentetuintjes zijn trouwens tegenwoordig hip. De trein tussen Amsterdam en IJmuiden is al jaren opgeheven. De spoorrails zijn weg en tussen de bielsen groeit gras. Maar je kunt sinds een paar jaar weer met de boot van Amsterdam naar IJmuiden. Een snelle boot, maar toch. Een aanrader.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden