Straks is de wereldtop geen G20, maar G1

China is net zo bedreigend als Japan, destijds. Het zal uiteindelijk wel loslopen. Zo denken de meeste Amerikanen.

China neemt nu al een dominantere plaats in de wereldeconomie in dan de Verenigde Staten. Wanneer Amerikanen denken de toekomstige suprematie van China eigenhandig te kunnen verhinderen dan vergissen ze zich. De wereld koerst niet af op een G2 - gedeeld leiderschap van China en de VS - maar op een G1, een door China gedomineerde wereld. Dat zal tot uiting komen in de positie van de Chinese munt, de renminbi, die de dollar als mondiale reservemunt over tien jaar zal hebben verdrongen.

Die provocerende stellingen betrekt de Amerikaanse Indiër Arvind Subramanian in zijn recente boek Eclipse (verduistering, maar ook ontluistering). Daarin schetst hij hoe China de rest van de wereld gaat domineren. Op het omslag staat een foto van een grijzende president Obama, die buigt voor de glimlachende Chinese president Hu. De ondertitel legt het beeld uit: 'Leven in de schaduw van China's economische dominantie.'

De 51-jarige Subramanian is verbonden aan een onafhankelijke denktank in Washington, het Peterson Institute for International Economics en hoogleraar aan de Johns Hopkins University. Na zijn promotie in Oxford ondernam hij een internationale zwerftocht langs onder meer Rome, Genève en Egypte, waar hij het IMF vertegenwoordigde. Sinds 1997 heeft hij zich in Washington genesteld, waar hij een reputatie heeft opgebouwd van iemand die graag het wereldbeeld van de opkomende economieën aan de politieke elite van de VS voorhoudt. Met zijn Indiase roots is hij daar geloofwaardig toe in staat.

De groeiende interesse voor dat perspectief maakt dat hij veelvuldig opduikt in de kolommen van The Wall Street Journal, The New York Times en de Financial Times, al dan niet met eigen stukken.

Zijn favoriete bête noire is Larry Summers, tot voor kort de voornaamste economisch adviseur van Obama. Die relativeerde het belang van de opkomende economieën. 'De ondergang van de VS is al zo oud als onze republiek', aldus Summers, verwijzend naar voorspellingen dat de Sovjet-Unie (eind jaren vijftig) en Japan (eind jaren tachtig) de VS zouden passeren. Maar de VS zijn 'de meest ondernemende maatschappij die de wereld ooit heeft gezien' en 'onze beste dagen liggen nog voor ons'.

Die arrogantie prikkelde Subramanian om een model voor economische dominantie van landen te ontwikkelen. Kort na de verschijning van zijn boek in de VS is hij op bezoek in Brussel, waar hij een gezelschap van Europese ambtenaren, diplomaten en journalisten in razend tempo door zijn voornaamste bevindingen leidt. Zijn tong lijkt zijn gedachtenstroom nauwelijks te kunnen bijhouden.

Van economische dominantie is sprake als een land in staat is andere zijn wil op te leggen, doceert hij. Het nationaal inkomen is een van de drie criteria. Ook spelen mee: is het land in kwestie per saldo een debiteur of een crediteur, en hoe groot is zijn aandeel in de wereldhandel? Pas die drie criteria op de grote landen toe en het blijkt dat China al in 2010 de VS is gepasseerd als dominant economie van de wereld. Ook zal China zozeer afstand nemen van de VS en de EU dat zijn dominantie in 2030 vergelijkbaar wordt met de voorsprong die de VS in de jaren zeventig op de rest van de wereld hadden.

'Dat de VS zelf in de hand hebben dat ze de grootste kunnen blijven, zoals Summers suggereert, is echt onzin. Zelfs als je voorzichtige aannamen doet zal het nationaal inkomen van de VS dat van China niet voor kunnen blijven.'

Symptomen

In zijn berekeningen stelt Subramanian de groei van China in de komende tijd op 7 procent per jaar - aanzienlijk lager dan de ruim 10 procent van het afgelopen decennium. Tegenvallers, zoals het leeglopen van de Chinese vastgoedluchtbel, zijn daarmee ingecalculeerd. Voor de VS gaat hij uit van gemiddeld 2,5 procent, wat optimistisch is in het licht van de afgelopen vijf jaar (0,7 procent tussen 2006 en 2011). De kloof wordt onherroepelijk gedicht, concludeert Subramanian, met toenemende Chinese macht tot gevolg.

Van die macht schetst de Indiër diverse symptomen. Zo wijst hij op het gemak waarmee China de eigen munt kunstmatig laag blijft houden, ondanks jarenlange, vaak felle internationale kritiek. 'De rest van de wereld, inclusief de VS, kan daar niets tegen doen.'

Andere symptomen: de Chinese eis aan westerse bedrijven om technologie over te dragen in ruil voor toegang tot de Chinese markt; het afschermen van die markt, als buitenlandse concurrentie even niet uitkomt; en het sluiten van Taiwanese ambassades in tal van Afrikaanse landen die economisch van China afhankelijk zijn geworden. 'De Chinese dominantie manifesteert zich nu al meer dan velen door hebben', concludeert hij.

Hoe gevaarlijk is het wanneer China zijn economische macht politiek gaat gebruiken? Moeten we Chinese dominantie van de wereldeconomie vrezen? Als internationaal econoom ziet Subramanian dat primair als een vrijhandelskwestie. 'Ik geloof niet dat we voor aantasting van ons open systeem bang hoeven te zijn. De Chinezen zijn daarbij haast nog het meest gebaat. Voor hun economisch model, gebaseerd op export, is vrijhandel een levensvoorwaarde.'

Naïef

Niettemin moet de rest van de wereld ervoor waken naïef te zijn - misbruik van een machtspositie ligt altijd op de loer, dus is het raadzaam daar een waarborg tegen te zoeken. Dat kan via multilaterale instellingen als de Wereldhandelsorganisatie en het IMF. 'Maar de Amerikanen moeten niet denken dat ze dat tegenwicht in hun eentje kunnen regelen, via hun bilaterale relatie met China. Daar zijn ze niet sterk genoeg voor. Onlangs heb ik bij een hoorzitting voor de Amerikaanse Senaat betoogd dat de VS op multilateralisme moeten inzetten.'

Subramanian rekent af met een bekende relativering van de Chinese opmars - de verwijzing naar Japan. Eind jaren tachtig wemelde het van de voorspellingen over de Japanse dominantie van de wereldeconomie. Daar hoor je niemand meer over, dus zal het met die Chinezen ook wel loslopen, luidt de vlotte redenering. 'Maar wat die mensen uit het oog verliezen is dat Japan destijds al aan zijn top zat, het inkomen per hoofd van de bevolking naderde toen al dat van de Amerikanen. Terwijl het inkomen van de Chinezen daar nog heel ver van is verwijderd. Volgens mijn berekeningen kun je al van een G1 spreken, een door China gedomineerde wereld, wanneer de Chinese levensstandaard de helft van die van de Verenigde Staten bedraagt. Want er zijn vier keer zo veel Chinezen als Amerikanen.'

Een G1 impliceert dat het toekomstbeeld van de multipolaire wereld, met zijn min of meer gelijkwaardige machtscentra, geen werkelijkheid zal worden. Subramanian is daar kort over: 'De cijfers wijzen simpelweg een andere kant op.' De Europese Unie komt in 2030 qua economische kracht uit op het niveau van de VS - allebei op royale afstand van China, zo heeft hij berekend.

Zijn land van herkomst ziet hij geen rol van betekenis spelen. Anderen mogen India met zijn jonge bevolking een toekomst als de voornaamste uitdager van het vergrijzende China toedichten, Subramanian gelooft er niets van. 'De Indiase staat is zo zwak. Het politieke stelsel verhindert dat er besluiten worden genomen. Dus is India niet tot het uitoefenen van macht in staat, noch intern noch op het wereldtoneel. Ik zie dat de komende 25 jaar niet veranderen.'

Een sterke, effectieve staat - het is op dit punt dat China en de westerse landen zich volgens hem van de rest van de wereld onderscheiden. 'Ruimte laten aan de vrije markt kan iedereen. Maar het is veel moeilijker die te combineren met een sterke staat. Dat is de kern van het succes van het economische model van China, en dat laat zich niet gemakkelijk kopiëren.'

Maar worden zijn langlopende berekeningen niet ernstig door de interne problemen van China ondermijnd? Een financiële crisis als gevolg van de vastgoedluchtbel is denkbaar, net als politieke chaos door democratiseringseisen. 'Dat kan zich inderdaad allemaal voordoen. De opkomst van China zal met veel vallen en opstaan gepaard gaan. Je kunt gerust voorspellen dat hun financiële systeem in de komende vijf jaar een schok gaat krijgen. Waar het om gaat is: kan het zich daar overheen zetten? Met een sterke, effectieve staat zoals China is, is de kans daarop groot.'

Zo'n krachtige staat ziet Subramanian nog altijd in de westerse wereld functioneren, in weerwil van de schuldencrisis waar Europa en de VS nu onder lijden. De Europese publieke opinie mag zich dan wel opwinden over zijn talmende politici in de eurocrisis, dat moet niet met een zwakke staat worden verward. 'Natuurlijk kun je hier, net als in de Verenigde Staten, kanttekeningen plaatsen bij de traagheid van besluitvorming. Echter, het westerse schuldenprobleem is geen zwakke staat-probleem, maar hoort bij een volwassen economie en democratie.'

Over de afloop van de eurocrisis waagt hij zich niet aan een voorspelling. Of toch eentje dan. Die illustreert nog eens zijn stelling dat de Chinese machtspositie reeds een feit is. China is 'onze beste vriend', zei de Spaanse premier Zapatero al eens in een onbewaakt ogenblik. Beleefdheidsfrase of niet, Subramanian vindt die uitspraak veelzeggend. 'Als het echt mis gaat en de eurozone uit elkaar valt, zullen Europese landen zich voor hulp niet tot de Verenigde Staten wenden, maar tot China', luidt zijn voorspelling.

CV Arvind Subramanian

1959 geboren op 7 juni in Trichy, India.

1976-1979 studie economie in Delhi, India

1981-1987 promotie aan Oxford University

1987-1988 Wereldvoedselorganisatie, Rome

1988-1992 Wereldhandelsonderhandelingen, GATT, Genève

1992-1995 econoom bij het IMF, Washington

1995-1997 voor het IMF in Egypte

2000-2007 onderdirecteur onderzoeksafdeling macro-economie IMF

2007 Peterson Institute for International Economics in Washington; onderzoekshoogleraar Johns Hopkins University.

Arvind Subramanian: Eclipse. Uitgave Peterson Institute for International Economics. ISBN 978 0 88132 606 2.

Vergane glorie

Een huizenblok dat ooit de jaloezie van de hele buurt opwekte, maar waarvan nu de lift kapot is en de gevel in verval. Die weinig vleiende metafoor gebruikt Arvind Subramanian om de staat van de Amerikaanse economie te omschrijven. In de jaren zeventig kon die de wereld domineren en in de jaren negentig de Japanse aanval nog afslaan, maar inmiddels is China in 2010 de VS nipt gepasseerd.

Valt het woonblok nog ingrijpend te renoveren, wat tot herstel van de oude toestand kan leiden? Dan zijn nieuwe technologieën en een daarbij horende economische spurt een eerste vereiste. Maar veel voorsprong geven die tegenwoordig ook niet meer, stelt Subramanian, want in de mondiale, 'platte' wereld 'komen innovaties veel sneller ter beschikking van armere landen'. Bovendien neemt de technologische kunde van China zelf snel toe: 'Er zijn nog maar weinig exportproducten van de VS, Europa en Japan, die niet ook al door China worden geëxporteerd.'

Mis, zegt een invloedrijke econoom.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden