STRAK IN HET GELID

Zondag brengt president Bush een bezoek aan de laatste rustplaats van 8302 soldaten in het Limburgse Margraten...

De Amerikaanse begraafplaats is ook ónze begraafplaats', vertelt burgemeester Harrie van Beers van Margraten. Hij beschouwt het bezoek van president Bush niet alleen als een eerbetoon aan de 8302 Amerikaanse soldaten die op het Plateau van Margraten begraven liggen. 'Het is ook een hommage aan de bevolking van Margraten, die zich sterk verbonden voelt met de begraafplaats. Veel graven zijn destijds gegraven door Margratenaren. En alle graven zijn geadopteerd. De mensen leggen er geregeld een bloemetje neer.'

Die betrokkenheid van de lokale bevolking is ook Clifford Sobel, de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, opgevallen. In dat opzicht onderscheidt Margraten zich van andere Amerikaanse erevelden in Europa. Burgemeester Van Beers denkt dat zijn gemeente vooral daaraan het bezoek van Bush te danken heeft.

De Amerikaanse begraafplaats in Margraten, de enige in Nederland, is al van verre te zien. Neem rijksweg N278 van Maastricht naar Vaals, dwars door het groene golvende Zuid-Limburgse heuvelland, en enkele kilometers na Cadier en Keer doemt aan de rechterkant de dertig meter hoge gedenktoren op. In de toren is een bidkapel, de bezoeker kan via 149 treden ook op het observatieplatform komen. In de verte, waar de zon ondergaat, zijn de contouren van Maastricht zichtbaar.

Voor de witte toren ligt het ereplein met een lange, rechthoekige spiegelvijver. In de noordelijke en zuidelijke muren staan de namen van 1722 vermisten gebeiteld 'die hun leven gaven voor hun vaderland en een laatste rustplaats vonden in een onbekend graf'. Sommige namen zijn voorzien van een bronzen rozet. Hun lichamen zijn naderhand teruggevonden of geïdentificeerd .

Nieuwe loot In het museum van het ereplein zijn drie landkaarten gebeiteld in Romaans travertijn, die het verloop laten zien van de militaire operaties vanaf de landing in Normandië tot het eind van de oorlog. Aan het eind van de spiegelvijver staat een bronzen beeldengroep met een treurende vrouw, drie vliegende duiven ter hoogte van haar rechterschouder en naast haar een tot de grond toe verwoeste boom, waaruit toch weer een nieuwe loot spruit. 'New life from war's destruction proclaims man's immortality and hope for peace', luidt de inscriptie .

Achter de toren ligt het grafveld, met 8301 grafstenen van wit marmer, strak in het gelid en geordend in parallel lopende bogen die zich uitstrekken over minutieus gemaaide gazons. Het overgrote deel van de grafstenen bestaat uit witte kruizen. Maar er zijn ook Davidsterren, voor soldaten die het joodse geloof beleden.

Het ruikt naar vers gemaaid gras, zoals het hier bijna altijd naar vers gemaaid gras ruikt. Een tiental groenverzorgers pauzeert net even aan de rand van het immense kruizenveld, leunend tegen hun grasmaaiers en blaasmachines. Een ouder echtpaar loopt zoekend tussen de witte grafstenen. Twee stratenmakers zijn bezig het plaveisel van de promenade, zo'n 300 meter lang, te vernieuwen. 'Het mag een gulden kosten hè', zegt één van hen olijk, terwijl hij de zoveelste zwarte klinker in het zand legt.

Aan beide zijden van het wandelpad staan karakteristieke Amerikaanse eiken. Op de top van de heuvel, in de as van de promenade, wapperen de Amerikaanse en Nederlandse vlag. Ze hangen aan dezelfde mast, halfstok. Wapperend in de wind raken de Stars and Stripes en het rood-wit-blauw elkaar en lijken ze bijna één.

Hier, op het Plateau van Margraten, liggen 8302 doden begraven. Ze zijn afkomstig uit alle staten van Noord-Amerika, het district Columbia, Engeland, Canada en Mexico. Er zijn ook graven van 106 onbekenden, van wie de stoffelijke resten nooit met zekerheid konden worden geïdentificeerd. In veertig gevallen zijn twee broers naast elkaar begraven. Eén steen geeft het gemeenschappelijke graf aan van twee onbekenden.

Bij verscheidene kruizen staan of liggen bloemen. Rode tulpen voor Cecil D. Owens (Virginia), gestorven op 8 maart 1945. Gele rozen voor Joseph A. Glassen (New York), roze chrysanten voor Calvin Lowe (Indiana), gele narcissen voor Paul L. Zeigler (Pennsylvania), rode gerbera's voor Walter J. Hartwick (Maryland), oranje viooltjes in een rieten mand voor William F. Shields (Michigan).

'Mensen die een graf adopteren, moeten eenmalig vijf euro administratiekosten betalen. Hen wordt gevraagd het graf zo af en toe te bezoeken en op speciale dagen, zoals Memorial Day of Pasen, een bloemetje neer te leggen', vertelt Jacques Aussems, secretaris van de Stichting Adoptie Graven Amerikaanse Begraafplaats Margraten.

Zijn stichting is hard bezig het adoptieregister, dat sinds 1946 wordt bijgehouden, op te schonen. Want veel adoptanten zijn overleden of verhuisd, of voelen zich te oud om het geadopteerde graf te onderhouden. De stichting heeft eind 2003 alle adoptanten schriftelijk benaderd. Inmiddels zijn ruim vierduizend adopties geactualiseerd. 'Sommige mensen zijn op hoge leeftijd en zeggen: geef het graf maar aan iemand anders. Ook veel jongeren staan in de rij om graven te adopteren. Ik sta ervan versteld dat het zestig jaar later nog zo leeft', aldus Aussems.

Het was kapitein Joseph Shomon van de Amerikaanse Gravendienst, belast met het begraven van gesneuvelde soldaten, die in 1944 zijn oog liet vallen op deze locatie. Eerst was hij nog in de slag geweest met een plek in de buurt van Sittard, maar daar vonden nog oorlogshandelingen plaats. Ook Cadier en Keer was een optie. Maar

in Margraten een ambtenaar werkte die goed Engels sprak, werd het Margraten. Bovendien hadden diens schoonouders een stuk akkerbouwgrond beschikbaar, ruim 26 hectare groot, dat ze wilden afstaan voor het begraven van gesneuvelde bevrijders.

Op 10 november 1944 vond de eerste begrafenis plaats. Om 15.00 uur werd het lichaam van de 25-jarige soldaat John D. Singer, die deel uitmaakte van de 29ste Infanteriedivisie en drie dagen eerder in Geilenkirchen was gesneuveld, aan de Limburgse grond toevertrouwd. Pater Heijnen uit Groot Welsden zegende het graf, zoals hij dat in de maanden daarop nog talloze malen zou doen.

Tussen 10 november 1944 en 30 maart 1946 werden in Margraten in totaal 17.738 Amerikanen en 1026 andere geallieerden begraven. 'Alle graven zijn geadopteerd door het Nederlandse volk', schrijft Joseph Shomon in zijn boek Kruizen in de Wind, dat verhaalt over het indrukwekkende, maar zelden beschreven werk van de Amerikaanse Gravendienst. 'Er zijn altijd bloemen op de graven, als symbool van dankbaarheid aan de soldaten die hun leven gaven, zodat Nederland weer vrij zou zijn.'

Met die aantallen was Margraten destijds het grootste oorlogskerkhof van gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog. De meeste doden werden eind jaren veertig en begin jaren vijftig herbegraven in hun vaderland. Ook de stoffelijke resten van John Singer, de eerste Amerikaanse dode in Margraten, gingen terug.

Opvallend genoeg vonden aanvankelijk ook 3075 Duitsers in Margraten hun laatste rustplaats, onder wie liefst 2776 'unknown'. Zij zijn later verplaatst naar het Duitse oorlogskerkhof in IJsselsteyn, bij Venray.

Doorweekt vlees Na de opgraving van alle stoffelijke resten - hetzij voor verplaatsing, hetzij voor herbegraving - is de begraafplaats opnieuw ingericht en in 1960 officieel ingewijd door koningin Juliana. Shomon geeft in zijn boek een onverbloemde beschrijving van deze opgravingen: 'Burgers werden in groten getale aangesteld om de lijken op te graven en de resten te behandelen. Er werd een tijdelijk mortuarium ingericht, waar de lijken heen gebracht werden. Afhankelijk van de periode dat een lijk begraven was geweest in het voorlopige graf en de conditie van het lichaam ten tijde van de begraving, waren de lijken of gedeeltelijk dan wel geheel ontbonden, maar toch nog redelijk intact dankzij hun kleding en matrozenhoezen, die als doodskleed gediend hadden. Sommige lichamen lieten nog veel doorweekt vlees zien. De koude grond, zo blijkt, gaat snelle ontbinding tegen. Sommige lichamen waren nog vlezig, zelfs na vier jaar onder de grond te zijn geweest. Een ding werd snel duidelijk: zodra er frisse lucht aan de ontbonden stoffelijke resten kwam, nam de geur van rottend vlees onbeschrijflijke vormen aan. Ontsmettingsmiddelen werden overvloedig gebruikt, maar baatten niet veel.'

Wat gebleven is, ook na zestig jaar, is de innige band tussen het nietige Margraten en het grote Amerika. 'Als elke jaar met Me m o -rial Day nabestaanden en veteranen hier naartoe komen, vinden velen onderdak bij onze adoptanten', zegt Aussems.

De Nederlandse staat heeft de grond in eeuwigdurende bruikleen gegeven aan de American Battle Monuments Commission, die het oorlogskerkhof beheert. En nu komt ook Bush, de machtigste man ter wereld, naar Margraten. CDA-burgemeester Van Beers, twee jaar geleden nog gemeentesecretaris van Dalfsen, verheugt zich al weken op de komst van de Amerikaanse president: 'We hebben een heel bijzondere relatie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden