Strak als een plank, klem op de bek

'Paf! Eerst een kleine, krachtige explosie achter in mijn nek...

Erik van den Berg

Daarna begon het vuurwerk pas goed. In mijn kop schoten de pijlen alle kanten op. Met mooie bogen kwamen ze langzaam naar beneden. Zalig neersuizende raketjes waren het. De geniaalste ideeën namen ze van daarboven mee. Pasklaar vielen ze op mijn tong.'

De euforie van de cocaïne-kick, op z'n verleidelijkst beschreven. Ad Fransen, redacteur van HP/De Tijd (en auteur van De nadagen van Gerard Reve), kon jarenlang niet zonder, geen dag. Hoe dat zo kwam, en hoe de permanente feestroes hem ten slotte zo ziek maakte dat de walging de verslaving verdreef, beschrijft hij in Coke, een boze, sardonische biecht, waarvan je ondanks de weerzinwekkende details met een opgeruimd gemoed kennisneemt.

Dat laatste is te danken aan de cartooneske vaart waarmee Fransen zijn in potentie larmoyante verhaal vertelt. Hij schildert zichzelf en het semi-glamoureuze wereldje van journalisten, filmers en reclamejongens zo zwart mogelijk af, en verweeft de autobiografische sores handig met flitsende intermezzi over historisch coke-gebruik (paus Leo XIII was een 'stevige innemer'), snuiven in muziek en letteren (is Dr. Jekyll and Mr. Hyde een 'coke-allegorie'?), en de chemische kettingreacties in de hersenpan, die 'the bolivian marching powder' alias 'de witte sloper' zo onweerstaanbaar maken.

Hilarisch én meelijwekkend is de stoet druk kwekkende randfiguren die gaandeweg de plaats innemen van Fransens oude vrienden – die vinden de opgefokte, arrogante Ad allang zo leuk niet meer als vroeger. Zo is er de miezerige dealer Gerrie, behept met een chemisch opgepepte, richtingloze timmerdrift: 'Gerrie was zo hyper als Bob de Bouwer. Hij liep altijd te timmeren, te boren, te zagen. De Gamma had een goeie klant aan hem, het hele huis lag overhoop, dag en nacht kluste Gerrie door.'

Veel meer komen we over Gerrie niet te weten, want aan uitweiden doet Fransen niet. Twee of drie driftige alinea's verder zitten we al in de mensonterende 'bloedpoep' (dankzij met laxeermiddel versneden coke) of een desastreus mislukt interview met Paul de Leeuw in een, ook dat nog, multicultureel centrum in de provincie ('mijn lippen, mijn kaken, mijn tong, ze zaten vast, ze wilden niet. Ik stond zo strak als een plank, had een klem op mijn bek. Vind je het gek met een kwart gram erin?').

Net als Joost Zwagermans Gimmick!, vijftien jaar geleden, lijkt Coke een sleutelverhaal over trendy Amsterdamse kunstkringen. Zou die malafide kunsthandelaar in de 'Cornelis Schuyt' echt bestaan? En die filmregisseur met zijn grote waffel, is dat soms. . ?

Veel doet het er niet toe. Kijk bij de uitgaanscentra in de stad maar eens op de grond, schrijft Fransen: de stoeptegels zijn bezaaid met lege coke-papiertjes. Snuiven is in Nederland doodgewoon geworden. Alleen wil niemand het er over hebben. Met dat stilzwijgen wordt in Coke hardhandig afgerekend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden