Strait guy

Op straat wordt hij allang niet meer herkend. Voormalige popgrootheid Mark Knopfler vindt het best. Hij blijft gewoon muziek maken, buiten de spotlights. Deze week kwam zijn zevende soloplaat uit, Privateering, die misschien wel zijn beste is.

De gast is er nog niet, maar zal stipt om tien uur het etablissement in West-Londen binnenstappen. De ober kan de koffie gerust klaarzetten - een cappuccino graag. En ja, prompt om tien uur schuift Mark Knopfler aan, precies zoals de vertegenwoordigster van zijn platenmaatschappij voorspelde. Hij oogt onopvallend. Gemilimeterd grijs haar, glimlach op zijn gezicht. Een man van middelbare leeftijd in wie je niet zo snel een rockster vermoedt. Knopfler ziet er niet bepaald uit alsof hij wereldwijd honderdtwintig miljoen platen heeft verkocht.


Is er nog weleens iemand die hem aanspreekt op straat of bij de supermarkt en vraagt of hij niet die zanger van Dire Straits was, die zo fabelachtig mooi gitaar speelde? Nee, lacht Knopfler. 'Ik word regelmatig aangesproken door mensen die me ergens van denken te kennen. Maar dan ben ik meestal of een leraar geweest of vermoeden ze in mij een tv-beroemdheid.'


Knopfler heeft zijn Dire Straits al in 1995 opgedoekt en brengt sindsdien met enige regelmaat soloplaten uit, waarvan Privateering, dat deze week verscheen, de zevende en misschien wel beste is.


'Het is in elk geval mijn langste plaat', zegt Knopfler. 'Een ouderwets dubbelalbum, twee cd's, gewoon omdat het kon en ik geen keuzes kon maken.' Privateering is een afwisselende liedjesplaat waarop soms stevige aangezette gitaarbluesnummers worden afgewisseld met in Schotse folk doordrenkte, kleinere songs. Knopfler had ervoor kunnen kiezen een echte bluesplaat te maken dan wel een folkalbum, maar liever maakte hij een combinatie.


'De blues uit de Mississippidelta en de traditionele muziek uit Schotland en Noord-Engeland waar ik opgroeide, zijn altijd de basis van mijn muziek geweest. Misschien kun je zelfs zeggen dat ik al die jaren geprobeerd heb beide muziekstijlen tot iets nieuws te smeden. Maar dat lukt eigenlijk niet. Neem nou een liedje als Kingdom of Gold. Dat gaat over een bankier, een hogepriester van het geld, die over zijn rijk uitkijkt vanuit een penthouse hier in de City. Ik zie dan de Thames voor me en hoor daar een folkwijsje bij. Ik kan het liedje ook verplaatsen naar Wall Street, waar dezelfde bankiers met hun hebzucht aan de macht zijn. Maar de Hudson ruikt anders, daar hoort een ander muziekje bij.'


Zo bedenkt Knopfler (63) elke ochtend als hij het ontbijt voor zijn twee dochters (10 en 14) uit zijn derde huwelijk heeft verzorgd, allereerst een plek waar hij zijn liedjes wil situeren. Dan volgt de keuze, wordt het blues? Of blijft hij dicht bij huis en wil hij een folkarrangement?


'Het mooiste zou zijn als ik er wat meer mee kon spelen, maar ik ben nogal conservatief in die dingen. De geografie van een liedje bepaalt het geluid. Dat wetende, voel ik me wel steeds prettiger achter de schrijftafel. Meer dan dertig jaar geleden beschouw ik mezelf bovenal als schrijver, dan pas als muzikant. Het lijkt wel alsof ik nu pas door heb hoe het moet. Eerst een plek bedenken, dan je personages en dan de muziek. Maar een laatbloeier was ik altijd al.'


Knopfler was al bijna 30 toen hij met Sultans Of Swing zijn eerste Dire Straits-hit scoorde en met het titelloze debuutalbum van de band in 1978 eveneens wereldwijd doorbrak. 'Ik was al veel te oud voor de punk, die ook langs me heen ging. Al sinds mijn 14de, toen ik van mijn zuster mijn eerste Bob Dylan-elpee kreeg, ben ik aan de man verknocht. Ik leerde daarna gitaarspelen, maar was daar eigenlijk niet zo handig in. Pas na een jaar had ik door dat mijn mooie gitaar bedoeld was om elektrisch versterkt mee te spelen. Bovendien had ik de wat rare handicap linkshandig te zijn, maar wel rechtshandig te spelen. Dat gaf ook weer een apart geluid, want met mijn sterkere rechterhand drukte ik de snaren harder tegen de frets dan normaal.'


Een nachtmerrie voor iedere gitaarleraar, zo ziet de autodidact Knopfler zichzelf nog altijd. 'Ik deed maar wat, en vond zelf met vallen en opstaan uit hoe het echt zou moeten. Maar ik kon wel genieten van muzikanten die er wel op konden spelen. Vandaar dat ik ook niet zo veel ophad met de punks, die eigenlijk ook tegen het muzikala vakmanschap leken te zijn.'


Maar hij had met zijn bandje, dat hij met zijn twee jaar jongere broer David en bassist John Illsley oprichtte, veel te danken aan de nieuwe tijd die eind 1977 in de muziekindustrie was aangebroken. 'Iedereen was op zoek naar nieuwe bandjes met een nieuw, fris geluid. En Dire Straits had een paar lekker popsongs, die weliswaar niet punk klonken, maar fris en anders genoeg waren om de aandacht mee te trekken.'


Het geluid van de band, dat werd gedragen door het lyrische bluesspel van Knopfler op zijn Fender Stratocaster en zijn sterk aan Bob Dylan refererende nasale zang, sloeg enorm aan. Mark Knopfler werd onthaald als een jonge gitaargod. 'Vreemd toch, ik was niet jong en voelde me allerminst goddelijk op het instrument. Maar ik had blijkbaar een geluid dat men bijzonder vond.'


Een van Knopflers bewonderaars was zijn oude held Bob Dylan zelf, die hem uitnodigde mee te spelen op zijn nieuwe plaat.


'Ik was nog een broekie en dan gebeurt er zoiets. Jammer alleen dat iedereen die plaat, Slow Train Coming, haatte.'


Bob Dylan profileerde zich op dit album uit 1979 als 'born again christian', en dat accepteerden veel fans niet van hun idool.


'Voor de veel critici had ik toen eigenlijk al afgedaan. Ik maakte geen punk en ging ook nog meespelen op de verkeerde Dylan-plaat. Haha, dat is geloof ik nooit meer goedgekomen. Helemaal niet toen we met Brothers In Arms succes kregen. Toen was het definitief gedaan met mijn geloofwaardigheid.'


Brothers In Arms verscheen in 1985 en zou in korte tijd uitgroeien tot de best verkochte cd allertijden. 'De compact disc was toen net nieuw. Wij stonden onder contract bij Phonogram, eigendom van jullie eigen Philips, dat een grote promotiecampagne voor hun nieuwe drager wilde opzetten. Daar werden wij voor ingezet. Ik had eigenlijk geen idee. Ik wilde met Brothers In Arms gewoon een ander soort plaat maken, met een nieuwe drumsound. Helemaal geen album dat per se goed moest klinken op cd.'


Dire Straits groeide eind jaren tachtig uit tot een van de populairste rockbands ter wereld, en was een van de weinige groepen die het toen aankonden in grote arena's en stadions te spelen. 'In het begin voelde dat heerlijk. Je maakt immers iets dat door steeds meer mensen gewaardeerd wordt, dat vleit je natuurlijk. Maar er zaten ook mindere kanten aan dat succes. Ik ben van nature helemaal niet iemand die zich graag laat zien, ik verdwijn liever achter de andere muzikanten in een hoekje. Dat kan niet, want ik ben de voorman.'


Een ander probleem werd het bandgeluid. 'Met z'n vieren produceerden we niet genoeg voor een stadion, er moesten muzikanten bij. Maar daar waren, vond ik, mijn liedjes niet op geschreven.'


Al met al kwam Knopfler er in de jaren negentig achter, toen Dire Straits in de studio ook meer moeite had het niveau vast te houden, dat het leiden van zo'n mega-attractie niet alles was.


'Ik hield wel erg van touren. Ik ben nooit iemand geweest die een hele dag thuis naar Wimbledon kan kijken. Ik ben graag onderweg, met band en crew, dan hebben we ons eigen koninkrijkje met eigen regels en gewoonten. Heerlijk, dat is dat Privateering, dat vrijbuiterige van de titel van mijn nieuwe plaat. Ik geniet daar nog altijd, of liever gezegd weer opnieuw van. Met Dire Straits was de lol er op een zeer moment af omdat we te groot werden. Ik wist de namen van onze eigen vrachtwagenchauffeurs niet meer. En voelde me op het podium ook steeds minder op mijn gemak.'


Nooit heeft Knopfler spijt gehad van zijn beslissing de band op te doeken. 'Het voelde even als opnieuw beginnen, maar ik ben nu tot mijn zevende solo-album gekomen, en ben zielsgelukkig. Ik heb mijn eigen studio hier vlakbij, kan opnemen wanneer ik wil en binnenkort mag ik weer op tournee, eerst samen met Bob Dylan door de States. Dan een tijdje niks om tijd vrij te maken voor mijn familie. En dan weer door Europa. We houden het lekker klein, dan heb ik ook de meeste lol.'


En over een reünie van Dire Straits kan iedereen lang blijven dromen. Die komt er niet. 'Er was de laatste jaren veel harde kritiek op onze shows, of liever gezegd het gebrek aan show. Die mensen hadden gelijk. Ik ben er niet voor gemaakt. Laat mij maar lekker spelen op een podium waarop ik de andere bandleden kan aanraken. Ik zou er echt geen enkel plezier aan beleven om weer als Dire Straits het podium op te gaan. Een nummertje hier of daar wil ik nog wel spelen, maar dat is het dan ook. Er is maar een reden om zo'n onderneming te beginnen en dat is geld. 's Ochtends ontbijt maken voor mijn kinderen en dan mijn jongste dochter naar school brengen, daaraan ontleen ik veel meer geluk. Suf he?'


Mark Knopfler: Privateering Mercury/Universal

Knopfler in de bioscoop


Even leek het er in de jaren tachtig op dat Mark Knopfler zich behalve als songschrijver en gitarist ook ging profileren als componist van filmmuziek. Zijn score voor Bill Forsyths Local Hero uit 1983 werd bijna net zo succesvol als de film, wat Knopfler in de jaren tachtig meer opdrachten opleverde. Maar het bleek een kortstondige hobby. 'Je moet heel gretig achter allerlei producenten aanhollen, en daar ben ik eigenlijk te lui voor.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden