Strafrecht is niet geschikt om terrorisme te voorkomen

Justitie zet het strafrecht, zeker in jihadzaken, steeds vaker in als middel om plannen 'stuk te maken'. Of er ook een veroordeling volgt, lijkt van ondergeschikt belang. Deskundigen vinden dat voorzichtigheid is geboden.

Beeld Illustratie: Bier en Brood

'Ik weet het echt niet Abu Muhammed. Ik wil alles goed uitzoeken en niet blind daarheen gaan. ik weet dat ik daarheen kan komen met auto, geld en zo maar mijn last is op dit moment mama. Wij moeten ons hier eerst versterken aangezien mama het ons niet zal vergeven als wij zouden gaan. Ik weet dat het Fard Ayn (geloofsplicht voor elke individuele moslim, red.) is en dat ik zonder haar toestemming mag gaan.'

Deze woorden komen uit een telefoontje van Mohammed el A. aan zijn broer, die in Syrië de gewapende jihad voert. Afgelopen maandag stond Mohammed samen met kompaan Hakim B. voor de rechtbank in Arnhem. Zomer 2013 werden ze onderweg in Duitsland aangehouden. Met in hun huurauto bivakmutsen, camouflagepakken, nepwapens en duizenden euro's - allemaal om de strijd in Syrië te ondersteunen.

Gruwelijke onthoofdingsfilmpjes? Check. Maar géén verklaringen dat de twee bereid waren om te doden uit naam van hun geloof. Het dichtstbij kwam nog een afscheidsbrief van Mohammed. Daarom oordeelden de rechters dat ze op weg waren naar Syrië, maar dat er onvoldoende bewijs was dat ze daar een concreet misdrijf wilden gaan plegen. Ze zouden de strijd van hun broeders immers ook op andere - humanitaire - wijze kunnen steunen. Vrijspraak.

Deze casus laat zien hoe lastig het is voor het Openbaar Ministerie, dat dezelfde dag nog in hoger beroep ging, om een succes te boeken in de strijd tegen potentiële jihadgangers. De lat voor de bewijsvoering ligt hoog, rechters worstelen met deze zaken.

De kans is daarom reëel dat we meer van dit soort vrijspraken gaan zien.

Dat denken ook experts als Theo de Roos, emeritus hoogleraar strafrecht in Tilburg, en diens collega Matthias Borgers van de Vrije Universiteit. 'Je kunt je suf trainen voor terrorisme, vlieglessen nemen en schietlessen, maar er moet wel een concreet doel zijn', zegt De Roos. 'Je moet ermee de boer op, zogezegd. Neem de plattegrond van de Tweede Kamer die was aangetroffen bij Samir A.: dan is er een doelwit. In de Arnhemse zaak ontbrak zoiets kennelijk.'

Politieke druk

Borgers: 'Alleen het feit dat iemand jihad-filmpjes kijkt op internet en een diep-religieuze, conservatieve moslim is, dat is niet genoeg, zeggen rechters. Daaruit blijkt namelijk nog niet dat hij een vast voornemen heeft om iets ergs te doen.'

Toegegeven, het is bepaald niet gemakkelijk voor het Openbaar Ministerie. De politieke druk om jihadgangers aan te pakken is enorm. Zo'n dertig zaken tegen ongeveer zestig verdachten, van wie sommigen al in Syrië meevechten en eentje zelfs gesneuveld zou zijn, lopen er door het hele land, allemaal op de voet gevolgd door de media. En niet te vergeten door de politiek, die de laatste jaren het juridisch instrumentarium heeft aangescherpt.

Er zijn ook successen. Niet op de schaal van België, waar woensdag een grote groep jihadi's lange celstraffen kreeg (mede dankzij de getuigenis van een spijtoptant), maar wel in individuele zaken. Zoals de veroordeling van Omar H. Deze jihadist kreeg van de rechtbank één jaar cel voor het in huis hebben van materiaal om een bom te maken, maar het gerechtshof in Den Haag vond dat hij daarmee ook echt een terroristisch misdrijf in Syrië aan het voorbereiden was en maakte er onlangs in hoger beroep anderhalf jaar van.

Hij had herhaaldelijk verklaard dat hij zich wilde aansluiten bij de gewapende jihad tegen het regime van Assad, op Twitter en zelfs tegenover de politie. Mede daarom oordeelden de rechters dat er 'in onderlinge samenhang' voldoende bewijs was dat hij zich schuldig maakte aan overtreding van het vrij jonge wetsartikel 134a, dat het 'trainen' voor terrorisme verbiedt. In het vonnis noemt het hof expliciet de 'zelfstudie' van Omar H., die op internet speurde naar instructies om een bom te maken en om naar het Midden-Oosten af te reizen.

Het is een teken van de verschuiving die het recht onder invloed van de terreur heeft ondergaan.

Risicosamenleving

Het voorbereiden van ernstige misdrijven is sinds de jaren negentig strafbaar. Aanleiding was een serie overvallen, waarbij de politie overvallers pas kon arresteren als ze bij wijze van spreken de bank gewapend waren binnengelopen, anders zou de zaak stukgaan bij de rechter. Dat pikte de publieke opinie niet meer.

Volgens Borgers begon toen al, dus nog voor de opkomst van het islamitisch terrorisme, de ontwikkeling van Nederland tot een 'risicosamenleving', ofwel een maatschappij die gefocust is op het vermijden van risico's. Daarin verschuift de aandacht van de overheid steeds verder naar voren. Denk ook aan het aan het verbod op criminele organisaties, eveneens bedoeld om in een vroeg stadium te kunnen ingrijpen en dus nog een misdrijf waarvoor de bewijsvoering is verplaatst van de uitvoering naar de - gezamenlijke - planning en voorbereiding ervan.

Het terrorisme fungeert als een soort katalysator van deze trend. Dat vloeit voort uit internationale verdragen van na 9/11, die allerlei voorbereidende handelingen op de korrel nemen. Zo kan inmiddels ook het verwerven van kennis - denk aan de hierboven genoemde zelfstudie - in een terroristische context leiden tot gevangenisstraf. Borgers: 'Het bouwwerk van strafbare bepalingen in de voorfase van een misdrijf wordt steeds ruimer.'

Het strafrecht raakt daarmee verder af van zijn historische rol, namelijk bestraffing ná het misdrijf. Nuchter bekeken is dat best logisch, in reactie op dreigingen zoals een bomaanslag, die een samenleving diep kan ontwrichten. Dat vinden ook beide hoogleraren wel. 'De wereld is niet meer die van de 19de eeuw. Wat ver weg gebeurt, heeft nu veel meer impact', stelt Borgers. De kritiek dat we naar een intentiestrafrecht gaan, is volgens hem ten dele waar, maar hij vindt het geruststellend dat rechters daar zeer zorgvuldig mee omgaan.

Ook De Roos ziet dat de rechter kritisch is in de toepassing van dat aangescherpte strafrecht. 'In een rechtsstaat blijft het zoeken naar een balans tussen veiligheid en de rechtsbescherming. In elke individuele casus zul je moeten kijken of een veroordeling haalbaar is.'

Maar is dat laatste nog wel zo vanzelfsprekend? Het heeft er veel van weg dat het OM in jihadzaken bewust vrijspraken op de koop toe neemt. Sterker, Bart den Hartigh, de officier van justitie die de aanpak van terrorisme aanstuurt, zegt dat gewoon hardop. Hij verklaarde eind vorig jaar in het Algemeen Dagblad dat hij vooral inzet op het voorkomen van strafbare feiten: 'Voor ons is veroordeling niet het hoogste doel.'

Hoewel misschien op zichzelf begrijpelijk, gezien het grote maatschappelijke belang om aanslagen te voorkomen, is dat echt een nieuwe benadering, vindt Borgers: 'Normaal gesproken brengt het OM een zaak alleen voor de rechter als het verwacht dat er een veroordeling uit rolt. Verstoring behoort niet tot de klassieke taken van het strafrecht, dat is bij uitstek het terrein van veiligheidsdiensten. Het is bekend dat de AIVD terreurplannen kapot probeert te maken door betrokkenen te laten merken dat ze worden gevolgd.'

Ook De Roos vindt dat het OM hier voorzichtig moet zijn: 'In principe moet je als officier van justitie er altijd van uitgaan dat een zaak die je voor de rechter brengt zeer grote kans heeft om tot een veroordeling te leiden, al heb je uiteraard nooit een garantie. Als je daarvan afstapt, krijg je oneigenlijk gebruik van het strafrecht.'

Er staat namelijk iets op het spel. Vervolging is een zwaar middel, waarbij verdachten, zeker in jihadzaken, vaak in afwachting van hun rechtszaak vastgezet worden. Je loopt een risico dat sommige radicalen door die hechtenis juist verder radicaliseren. Daarbij, een relatief groot percentage vrijspraken kan leiden tot teleurstelling bij het publiek en het vertrouwen in de rechtsstaat aantasten. Borgers: 'Een burger die elke keer leest dat zo'n vermoedelijke jihadganger vrijgesproken wordt, gaat misschien wel denken dat de autoriteiten niet hun best doen, of dat de rechter te strikt is.'

De vraag is, kortom, of dat verstoren niet een taak moet blijven voor de AIVD.

De openhartige officier van justitie Den Hartigh zegt hierop dat het OM al ruim tien jaar als hoogste doel heeft in terrorismezaken om te voorkomen dat deze misdrijven worden 'voltooid', ofwel uitmonden in een aanslag. 'De wetgever heeft er jaren geleden al voor gekozen om strafrecht in zekere zin ook als preventiemiddel in te zetten, juist door het strafbaar stellen van voorbereidingshandelingen.' Wel erkent hij dat 'door de keuze om vroegtijdig in te grijpen, er vaker dan in andere onderzoeken onvoldoende bewijs zal blijken te zijn om met succes vervolging in te stellen'.

En dus blijft intussen, zeker rond een vrijspraak, de discussie oplaaien over nieuwe maatregelen die tussen stiekem schaduwen en openbare vervolging in zitten. Zo zijn sommige partijen voorstander van een uitreisverbod voor jihadisten, iets wat minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) momenteel op verzoek van de VVD aan het onderzoeken is.

Dat zal nog niet zo eenvoudig zijn, want een sluiproute is gauw gevonden. Neem bovengenoemde Omar H., die - terwijl hij nota bene onder toezicht stond van de reclassering en vermoedelijk ook de inlichtingendiensten -, Nederland wist te ontvluchten richting het Midden-Oosten, voor hij opnieuw de cel in moest.

Artikel 134a Wetboek van Strafrecht

Hij die zich of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft of tracht te verschaffen tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe verwerft of een ander bijbrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Dilemma

Maar een uitreisverbod voor potentiële Syriëgangers en vergelijkbare voorstellen zoals een meldplicht, leveren ook een principieel dilemma op. Ofwel je moet eerst aantonen dat de betrokkene daadwerkelijk iets kwaads van zins is, wat nog niet zo eenvoudig is - zie de Arnhemse zaak. Ofwel je legt de lat voor die bewijsvoering lager, met het risico dat je menig onschuldige treft. 'Leidt zo'n maatregel tegen mensen die nog niets concreets hebben misdaan er niet toe dat ze juist verder radicaliseren?', vraagt Borgers zich af.

Ook De Roos is geen fan van bestuurlijke maatregelen, omdat je dan de rechtsbescherming van het strafrecht mist. Veel zal afhangen van de precieze formulering. Zo kent Nederland bijvoorbeeld al mogelijkheden om hooligans zich te laten melden rond voetbalwedstrijden, maar dat gaat om heel specifieke, beperkte gevallen.

Wie dat te ver uitbreidt, komt al gauw op het hellende vlak van de administratieve detentie. Een zeer omstreden middel, onder meer toegepast in China en Israël, waarbij de staat verdachte burgers zonder toetsing door de rechter kan vastzetten. Martin Bosma van de PVV pleit ervoor in Nederland, hij zal weinig medestanders vinden binnen de politiek of onder magistraten.

De weinig vrolijke maar eerlijke boodschap is dat in een rechtsstaat de mogelijkheden van het strafrecht om preventief op te treden tegen terrorisme altijd beperkt zullen blijven. Beperkter misschien dan we hopen. Het voelt als vechten met een hand op de rug. Maar - misschien een troost - diezelfde rechtsstaat is ook precies wat we in de strijd tegen terrorisme overeind proberen te houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.