Strafblad als geloofsbrief

Net als in Roemenië, kun je je hier én misdragen én in het parlement zitten.

Olaf Tempelman

Een van die zinnetjes die je als Nederlander in het buitenland niet meer zo makkelijk uit je mond kunt laten vloeien is: 'Dat zou bij ons nooit kunnen.' Ik zei het vijftien jaar geleden regelmatig bij het bestuderen van het Roemeense parlement. Er zaten kerels in die flink uit de staatskassen hadden gestolen, verkeersdelicten hadden begaan en logen over hun verleden. Je vond er ook coryfeeën van de oude staatsveiligheidsdienst die graag een klapje mochten uitdelen als er een borreltje aan te pas was gekomen. Hofleverancier was de nationalistische Groot Roemenië Partij (PRM). Zo ver gingen excessen van parlementariërs, dat er constant werd geroepen om hun verwijdering. Het gebeurde nooit. Een voorname reden was dat coalities de steun van de partij nodig hadden. De vergelijking tussen PVV en PRM is niet volmaakt, maar ik moest er wel aan denken.


In het Roemeense parlement gaat het er tegenwoordig rustiger aan toe zonder dat kwalijke praktijken zijn uitgebannen, evenmin als in het Griekse of Italiaanse trouwens. Nogal wat volksvertegenwoordigers uit Europese landen begingen financiële of andersoortige delicten. Er is nogal wat geschreven over het grensvlak tussen politiek en criminaliteit. Mensen kunnen verschillende antwoorden geven op de vraag of Berlusconi een briljant politicus of crimineel is.


Het gaat niet aan het Nederlandse politieke landschap hier te vergelijken met het Italiaanse of Roemeense. Dat is het om vele redenen niet. Echter: in het Nederlandse parlement komen nu ook mannen voor die samen een aardige reeks delicten begingen. Nog niet zo lang geleden zaten die niet in de Kamer. Er kwamen wel politici in opspraak, maar niet op deze schaal.


We kunnen onszelf geruststellen met het idee dat dit gedrag hier vooralsnog abnormaal is en dat de betrokkenen afkomstig zijn uit een nieuwe partij. Maar het feit dat er zoveel mensen in het parlement zitten met wie je nooit zaken zou willen doen of die je nooit 's nachts op straat zou willen tegenkomen, stemt tot nadenken. Volgens de advocaat en oude Fortuyn-vriend Oscar Hammerstein, die met niet zoveel succes de kandidaten voor de LPF screende, is het voor een nieuwe partij nou eenmaal lastig meteen goede mensen te vinden. Het lijkt me een oppervlakkige verklaring. Net als het veel gehoorde: 'Wilders heeft om zijn electoraat te pleasen sportschooljongens aangenomen.' Zo'n afvaardiging van de sportschool belandt niet zomaar in het parlement, er moet een politiek klimaat voor zijn. Als je dieper graaft, kom je echter uit bij wat in de politieke wetenschappen wel 'elitevorming' heet: de selectie van mensen die in een samenleving de (politieke) top bereiken en het karakter dat een politieke klasse heeft. Dat is een lastig gebied.


Het is evident dat een politieke klasse overal en altijd verandert. Het Britse parlement van honderd jaar geleden was door de ogen van nu bezien een elitaire en hautaine herenclub. Het is ook evident dat een politieke klasse in een democratie bestaat uit partijen en individuen, en zich moeilijk als geheel laat karakteriseren. Maar er bestaan, denk ik, buitengrenzen - wat politici, links of rechts, in een bepaald land echt niet kunnen maken. Die grenzen kunnen worden verlegd.


Misschien dat dit verduidelijkt kan worden aan de hand van de Oost-Europese landen, waar de politieke klasse dik een halve eeuw terug radicaal veranderde. De door Sovjet-Unie aan de macht gebrachte communistische partijen voerden de leden van de oude politieke klasse, zijnde 'elitair', 'bourgeois', 'vijanden van het volk', af naar strafkampen. Vervolgens begon de kweek van een nieuwe, veelal bestaande uit mensen die rancune koesterden tegenover van de oude. Staatsveiligheidsdiensten employeerden ook mensen met een criminele achtergrond, want er was vuil werk op te knappen. De gevolgen van de komst van deze 'nieuwe mensen' duren voort tot op de dag van vandaag. Ik wil hier geen geen vergelijking maken tussen de afrekening met de bourgeoisie en de afrekening van 'het Nederlandse volk' met zijn eigen vijanden: 'de linkse kerk' et cetera. In gevestigde democratieën verandert de aard van een politieke klasse haast per definitie geleidelijk - maar veranderen doet ze.


Ik was bijna tien jaar uit Nederland weg en had Wilders nooit horen spreken. Het eerste wat mij opviel, was dat hij zich eigenlijk niet vermoeide met serieuze argumenten. Ik kende die demagogische manier van spreken alleen van buitenlandse politici van laag allooi. Ik vond de sfeer in Kamerdebatten ruwer. Er werd meer gedebatteerd op kracht en minder op argumenteren. Mijn conclusie: dit kan klaarblijkelijk nu in Nederland. Wie wil, mag het een persoonlijke observatie noemen en 'demagogie' een arbitraire indicator van verval. Minder arbitrair lijkt me dat er Kamerleden aantreden die schuldig zijn aan delicten - en die desondanks blijven zitten. Je hoeft niet in cultuurpessimisme te vervallen om te concluderen dat dit een achteruitgang is.


In luchthartige analyses van de afgelopen twee weken werd de PVV-fractie neergezet als een 'incident' à la de LPF waarna de politiek weer overgaat tot de orde van de dag. Misschien. Echter: als een kist waarin soms een rotte vrucht zat ineens veel rot fruit bevat, kan dat komen doordat iemand het erin heeft gestopt, maar ook doordat de kist zelf gebreken is gaan vertonen.


Eén ding is zorgwekkender dan de komst van twijfelachtige parlementiërs: als ze kunnen blijven zitten, als mensen met (semi)crimineel gedrag wegkomen omdat de stabiliteit van een regeringscoalitie in het geding is. Er wordt dan een taboe doorbroken: je kunt je én misdragen én in het parlement zitten. Dat het in veel andere Europese landen ook kan, lijkt me geen excuus.


Olaf Tempelman

De auteur is redacteur. Van 2000 tot 2008 was hij correspondent in Zuidoost-Europa. Bij terugkeer in Nederland sprongen hem bedenkelijke parallellen in het oog met de ruwe zeden van Roemeense parlementariërs.


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden