Strafbare belediging

Mensen zijn trotser op hun ongelijkheid dan op hun gelijkheid. Het leven bestaat voor een groot deel uit pogingen ons te onderscheiden van anderen: we koesteren onze onderlinge verschillen in geslacht, godsdienst, politieke gezindheid en seksuele geaardheid....

Sommige mensen raken volledig vergroeid met hun ongelijke identiteit. Iedereen kent de vrolijke voorbeelden daarvan wel. De vrouwen die in openbare gebouwen wensen te beschikken over een lesbische wc. De mannen die zich proberen in te leven in de wereld van de vrouw: 'Genoeg over mij gepraat nu, mevrouw. Laten we het eens over u hebben. Wat doet uw man?'

Artikel 1 van de Grondwet is ingevoerd om deze verschillen tussen mensen te beschermen. Het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 garandeert ons onze vrijheid om ongelijk en uniek te zijn. Het artikel bepaalt dat de overheid onze onderlinge verschillen in godsdienst, ras en geslacht moet respecteren - en niet mag aangrijpen om ons verschillend te behandelen. De gelijkheid van artikel 1 is dus een politieke gelijkheid: in vergelijkbare buitenlandse bepalingen omschreven als 'Gleichheit vor dem Gesetz', 'égalité devant la loi'.

Als wij nu, in onze dagelijkse fascinatie voor de onderlinge verschillen, elkaar voor rotte vis uitmaken, dan heeft dat met artikel 1 van de Grondwet niet veel van doen. Homo's en moslims die elkaar over en weer beledigen, handelen niet in strijd met de Grondwet, maar met artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht, dat belediging en discriminatie tussen burgers onderling verbiedt. Inmiddels bestaat alweer enige tijd discussie over inperking of afschaffing van dat artikel 137. Want hoe prettig het verbod op beledigen ook klinkt, het botst met de vrijheid van meningsuiting die artikel 7 van de Grondwet ons geeft.

Pim Fortuyn voegde zich vorige week in deze discussie over artikel 137, maar - hij praat naar dat hij verstand heeft, zou de werkster zeggen - hij noemde het 'dat rare Grondwetsartikel'. Intussen sloeg zijn omschrijving overduidelijk op artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht: 'Niet discrimineren. Prachtig. Maar als dat betekent dat mensen geen discriminerende opmerkingen meer mogen maken, en die maak je in dit land nogal snel, dan zeg ik: dit is niet goed.' Met deze claim om onderling te mogen discrimineren, voegde Fortuyn zich in een lange rij van wetenschappers en schrijvers die zich kritisch hebben uitgelaten over het verbod op onderling discrimineren.

Een paar weken geleden, in De Groene van 19 januari, pleitte de Amsterdamse socioloog Erik van Ree nog voor inperking van artikel 137 - om precies dezelfde redenen als Fortuyn nu. En Fortuyn is ook al niet de enige die het strafrechtelijke artikel per ongeluk aanziet voor een Grondwetsartikel. De redactie van De Groene presenteerde het stuk van Van Ree als een essay over 'artikel 137 van de Grondwet'. Misschien heeft Fortuyn wel De Groene gelezen en is hij daarvan in de war geraakt. Wie weet.

Frank Poorthuis en Hans Wansink, die Fortuyn voor de Volkskrant interviewden, blijken evenzeer in de war over het verschil tussen strafrecht en Grondwet. In het interview spreekt Fortuyn nergens over 'artikel 1 van de Grondwet'. Het duikt alleen op in een bewering van de interviewers zelf: 'Fortuyn wil artikel 1 van de Grondwet, dat discriminatie verbiedt, afschaffen.' Het kan niet anders of het is interviewer Hans Wansink geweest die Fortuyns uitspraak over 'dat rare Grondwetsartikel' heeft vertaald in een uitspraak over 'artikel 1 van de Grondwet.' Het is Wansink, namelijk, die een paar dagen later een analyse schrijft waarin hij volhoudt dat we discriminerende mensen kunnen vervolgen 'met een beroep op artikel 1 van de Grondwet'. En dit, nu, is onzin. Vervolging vindt plaats op grond van artikel 137 Wetboek van Strafrecht.

Ja, het is allemaal erg ingewikkeld. Maar we kunnen nu wel zien hoe de klucht van de afgelopen week in beweging is gekomen: Fortuyn doet een volstrekt gangbare uitspraak over het verbod op onderling discrimineren, maar noemt daarbij (net als De Groene) de Grondwet, de interviewer denkt zelf dat dat verbod op discrimineren is geregeld in artikel 1 van de Grondwet en beweert dus dat Fortuyn artikel 1 wil afschaffen, de hoofdredactie van de Volkskrant schiet in heilige verontwaardiging en hoont in haar commentaar dat Fortuyn én Leefbaar Nederland zich hebben gediskwalificeerd met een 'voorstel' om artikel 1 'te schrappen', pers en politiek vallen aan, en in straatinterviews hoor je mensen peinzend zeggen: 'Artikel 1 afschaffen, dat is natuurlijk niet goed, het zal toch wel een belangrijk artikel zijn, anders was het niet artikel 1.'

Ben ik de enige die deze analyse kan maken? Natuurlijk niet. Hier en daar probeerden rechtsgeleerden iets verstandigs te zeggen, maar het was duidelijk dat pers en politiek daar niet op zaten te wachten. Vooral de politici deden alsof ze gek waren en zagen hun kans schoon om Pim Fortuyn af te schilderen als een pleitbezorger van het nazisme: artikel 1 afschaffen, is hij gek geworden?

Wisten de politici soms niet beter? Natuurlijk wel. Maar desalniettemin gingen ze naar hartelust tekeer over extreem rechts en Janmaat, en als klap op de vuurpijl kwam Boris Dittrich met de bewering dat Fortuyn levensgevaarlijk is. 'Ook voor homo's.' Afschaffing van artikel 1 zou ertoe leiden dat de politie gericht mensen kan oppakken, en Dittrich voegde er dreigend aan toe: 'In Fortuyn's visie islamieten. Maar een andere machthebber kiest misschien joden uit of homo's.' En zo groeide een pleidooi voor uitingsvrijheid in de ijverige handen van de jurist Dittrich uit tot een pleidooi voor het oppakken van moslims. Dat is geen politiek meer, dat is pure boosaardigheid.

Na de afgelopen week weet ik als principieel zwevende kiezer dat er voorlopig geen veilige plek meer is om te landen. Geloof me, ik zou hier nog wel iets scherper willen aangeven wat ik vind van de reactie van Rosenmöller, Dijkstal, Dittrich, Melkert en De Graaf op Fortuyns zogenaamde 'afschaffing van artikel 1', maar ik ben bang dat ik mijn vrijheid van meningsuiting dan oprek tot gevaarlijk dicht in de buurt van de strafbare belediging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.