Strafacties zijn contraproductief, alleen de VN kan zorgen voor stabiliteit in Syrië

De argumenten van de voorstanders van militair ingrijpen in Syrië zijn ondeugdelijk, maar niets doen is ook geen optie.

Met het door Damascus geaccepteerde plan om het eigen chemische wapenarsenaal onder internationaal toezicht te vernietigen, heeft Moskou Washington voorlopig even uit een netelige positie bevrijd, omdat Obama zich niet meer gedwongen ziet om tot een militaire aanval over te gaan waarvoor hij in feite even weinig geporteerd is als het gros van de Amerikaanse kiezers. Tegelijk heeft de dreiging met zo'n actie ertoe geleid dat de Russen, die daarvan nog minder gediend waren omdat dat ook voor hen gezichtsverlies zou betekenen, substantiële druk op Assad hebben uitgeoefend, ten einde zo'n aanval te voorkomen.


Wat de Syrische toezegging feitelijk waard is, moet uiteraard nog blijken. Assad is niet te vertrouwen en het is de vraag of het lukt de zaak zo te organiseren dat Assad zich genoodzaakt ziet om zich op dit punt toch be-trouwbaar te gedragen. Mocht dat niet lukken, dan staat Obama straks weer voor dezelfde dilemma's al begin deze week. Bovendien is, als slechts de giftigste wapens zijn opgeruimd, natuurlijk nog geen einde gekomen aan het grootschalige moorden.


Obama is sterk bekritiseerd omdat hij zo lang geaarzeld heeft tot militair ingrijpen over te gaan, maar die aarzeling was volkomen terecht. Wat zich tegen hem had gekeerd, was het eigen ultimatum; de befaamde rode lijn die Assad van hem niet mocht overschrijden, maar toch heeft overschreden. Het probleem met ultimata is dat indien degene aan wie zij gesteld worden er niet voor capituleert, zij vooral degene gijzelen die ze heeft gesteld. Tegelijk kon Obama er indertijd nauwelijks onderuit ergens een rode lijn te trekken - dat werd ook verwacht door velen die hem daarvoor nu bekritiseerden en eisten dat het overschrijden daarvan dan ook consequenties heeft.


Welk eindresultaat valt er echter van een militaire ingreep te verwachten? Bij de voorstanders spelen twee motieven de hoofdrol. Voor Mient-Jan Faber (O&D, 7 september) staat het redden van mensenlevens centraal. Maar de kern van het Syrische probleem is niet met militaire middelen op te lossen (zoals dat in 1991 wel kon met de verdrijving van Saddam Hoessein uit Koeweit): een sektarische burgeroorlog, waarbij grote delen van de bevolking - christenen, alawieten, seculieren - het regime steunen uit angst voor het gevreesde soennitische alternatief. Precies de reden waarom de kopten massaal de juli-staatsgreep in Egypte toejuichen. Het leger garandeert hun godsdienstvrijheid.


Ongetwijfeld kan het Westen Assad met een invasie van de kaart vegen en desnoods heel Syrië militair bezetten, zoals de Geallieerden in 1945 met Duitsland hebben gedaan, maar wat dan? De puinhopen van Irak, Afghanistan en Libië leren dat daarmee niet de interne harmonie is hersteld, omdat, anders dan bij Saddams invasie in Koeweit, aan het huidige bloedbad niet een imperialistische agressor, maar eeuwenoude verscheurdheid ten grondslag ligt, waarbij diverse etnische en/of religieuze groeperingen elkaar naar het leven staan.


Of de interventie als zodanig moreel legitiem is (als in Libië) dan wel op evidente leugens is gebaseerd (als in Irak) blijkt voor de uitkomst bitter weinig uit te maken. Een goede uitkomst vereist voor Syrië dat er vervolgens aan natievorming wordt gedaan, iets wat in het Duitse (of Japanse) geval in 1945 niet nodig was: er bestond na het wegvallen van het centrale nazigezag geen risico dat Beieren zich zou afscheiden, of dat de Saksen de Pruisen de hersens zouden inslaan. Met de val van Hitler was de oorlog voorbij, met de val van Saddam begon hij eigenlijk pas, en dat zal bij een val van Assad niet veel anders zijn.


Natievorming is echter een proces van generaties, zoals ook Bosnië duidelijk maakt, waar men na twintig jaar nog weinig is opgeschoten. Natievorming laat zich ook heel moeilijk van buitenaf opleggen, en boven-dien zou dat, indien het Westen een poging daartoe zou wagen, het Westen in een neokoloniale situatie brengen, die op termijn een zeer vruchtbare voedingsbodem voor antiwesterse sentimenten zou vormen.


Voor andere interventionisten, zoals Derk Jan Eppink (O&D, 3 september), staat het aanzien van het Westen voorop: dat mag na een gesteld ultimatum niet over zich heen laten lopen, dus een militaire strafmaatregel is geboden. Alleen: Assad zal van zulk protestvuurwerk niet onder de indruk zijn, temeer daar Obama tegelijk aankondigde dat het niet de bedoeling was Assad hiermee ten val te brengen. Dan zal die er zich zeker niet door laten weerhouden om dat te doen wat hij voor het behoud van zijn macht noodzakelijk acht. Voor Assad is het nu een kwestie van leven of dood, en met het weinig aangename levenseinde van Kadhafi voor ogen zal hij geen enkel geweldsmiddel schuwen om aan de macht te blijven. Voor dictatoren liggen de grenzen in dat opzicht namelijk niet waar zij voor democraten liggen. Dat was al de les van Kosovo: Milosevic ging, anders dan de NAVO tien weken lang hardnekkig bleef verwachten, niet voor een paar bombardementen met wat burgerslachtoffers opzij.


Dat betekent: een korte gerichte militaire strafactie tegen Syrië volstaat niet, en zal, als Assad zijn koers niet bijstelt (quod non), het Westen onvermijdelijk tot escalatie dwingen, om niet alsnog over zich heen te laten lopen. Precies wat ook in Libië is gebeurd, waar het VN-mandaat in de praktijk wel steeds verder moest worden opgerekt om resultaat te kunnen boeken - hoofdoorzaak van de bokkigheid van de Russen en Chinezen inzake Syrië nu.


Evenmin is echter het cynische Byzantinisme dat Robert Kaplan (O&D, 10 september) bepleit - laat de radicalen elkaar maar uitmoorden en kies de tiran die dan als stabiliteitsfactor overblijft - voor het Westen op de langere termijn een begaanbare weg, omwille van de eigen morele geloofwaardigheid, vanwege onze pretenties op het terrein van mensenrechten en democratie, die dankzij de voormalige westerse dominantie ook de grondslagen van de VN en haar handvest uitmaken. Dergelijk kortetermijnsopportunisme is ons in het geval van Egypte opgebroken, toen de bevolking tegen Mubaraks pro-westerse dictatuur in opstand kwam: na diens val stond het Westen in zijn hemd en was het alle invloed kwijt.


Omdat in Syrië alleen een politiek vergelijk aan alle minderheden enige zekerheid kan bieden, en de VN in het Midden-Oosten nog altijd meer geloofwaardigheid als neutrale instantie bezit dan Amerika of de beide vroegere koloniale machten Engeland of Frankrijk, kan voor stabiliteit op de langere termijn alleen de VN enige uitkomst bieden. Ook omdat alleen zo Rusland en China, wier angst voor het alternatief voor Assad niet geheel ongegrond is, aan een oplossing verplicht kunnen worden, waar zij zich door een westerse alleingang juist opnieuw geschoffeerd zullen voelen. In dat opzicht breekt 'Libië' Washington nu al in Syrië op. Om die reden is een gezamenlijk aanpak via de VN-Veiligheidsraad ondanks zijn onvolkomenheid en de enorme hoeveelheid obstakels nog de minst onbegaanbare weg.


Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden