Straf geëist voor euthanasie door niet-arts

Zij verrichtte de laatste 'weldaad' aan haar jarenlange beste vriend en collega, een aidspatiënt in de terminale fase. Op zijn uitdrukkelijk verzoek diende zij de ultieme, dodelijke injecties toe....

Van onze verslaggever

Victor Lebesque

GRONINGEN

De vrouw wordt vervolgd in opdracht van de vergadering van procureurs-generaal. De zaak kan beschouwd worden als een proefproces waarin de vraag centraal staat of een ander dan een arts, maar wel onder diens supervisie, straffeloos euthanasie mag plegen.

Laat in de avond van zondag 3 juli vorig jaar gaf Jet van der W. haar vriend de spuitjes. De huisarts was daarbij aanwezig. Hij had voor de middelen gezorgd, hij gaf aan in welke hoeveelheden en in welke volgorde de stoffen moesten worden toegediend. Om kwart voor één in de nacht, 4 juli, constateerde de dokter de dood.

De patiënt was twee dagen eerder uit het ziekenhuis ontslagen omdat medicatie niet meer hielp. Thuis nam hij in alle rust afscheid. Er was onmiskenbaar sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. De huisarts en een geconsulteerde collega-arts gaven hem nog hooguit twee weken.

Al in 1992 had hij met zijn huisarts gesproken over hulp bij zelfdoding en over euthanasie. Later maakte hij een schriftelijke wilsverklaring op. Herhaaldelijk had hij Jet gevraagd de laatste handeling te verrichten.

Een arts die op verzoek van een patient diens leven beëindigt, kan zich beroepen op psychische overmacht of noodtoestand. Als de rechter dat honoreert, wordt hij niet gestraft. Noodtoestand is een situatie waarin de arts zich in een conflict van plichten bevindt: enerzijds de plicht het leven te behouden en anderzijds de plicht het lijden zoveel mogelijk te verlichten.

Volgens de officier van justitie zou de huisarts, onder wiens toezicht Jet van der W. handelde, zich met succes op noodtoestand hebben kunnen beroepen als hij zelf de dodelijke injecties had gegeven. Hij voldeed aan alle zorgvuldigheidseisen voor het straffeloos plegen van euthanasie. Om die reden wordt hij niet vervolgd. Wel zal hij voor het Medisch Tuchtcollege moeten verschijnen. Dat zal beoordelen of hij het geven van de spuitjes aan een verpleegkundige mocht overlaten.

Een beroep op noodtoestand komt Jet van der W. volgens de officier niet toe. Dat beroep deed zij ook niet. Haar raadsman mr E. Sutorius deed wel een beroep op de 'verpleegkundige exceptie'. Dit is het verweer dat de verpleegkundige handelde als 'de verlengde arm' van de dokter en geneeskundige handelingen verrichtte ter uitvoering van de opdracht van een arts.

'Strafbaar handelen door een verlengde arm van een arts die zelf vrijuit gaat, is simpelweg niet mogelijk. De niet-strafbaarheid van de arts behoort in deze zaak te leiden tot de niet-strafbaarheid van de verpleegkundige', zei Sutorius. 'Zij deed wat uit het oogpunt van een goede zorg gedaan moest worden onder verantwoordelijkheid van en op verzoek van de huisarts.' Hij vroeg vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging.

Van der W. zei: 'Ik had het gevoel dat ik niet zelf de euthanasie deed. Ik heb alleen het allerlaatste gedaan onder verantwoordelijkheid en supervisie van de dokter. Ik heb de wens van mijn vriend gerespecteerd. Hij vond het een heel imtieme daad.'

'Euthanasie is aan de arts, nimmer aan een verpleegkundige', zei de officier. 'Beslissingen rond het levenseinde zijn medische beslissingen die ook door de arts ten uitvoer gelegd moeten worden. Anders wordt de deur opengezet naar een praktijk waarbij bijvoorbeeld familieleden, al dan niet op verzoek van de patiënt, bij de uitvoering van euthanasie betrokken worden. In deze zaak is een grens overschreden, die niet overschreden had mogen worden.'

De rechtbank doet 23 maart uitspraak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.