Straatverkoop

Mano Bouzamour werd in de media al snel het Marokkaanse straatjochie dat zich via het lyceum aan de moeilijke buurt ontworstelde. De werkelijkheid is anders. Waarom liet de debuterende schrijver zich dit aanleunen?

Een Marokkaans jongetje groeit op tussen straatschoffies in de beruchte Amsterdamse Diamantbuurt. Zijn vriendjes gooien ruiten in bij ondernemers die hen niet aanstaan, zijn ouders spreken geen woord Nederlands en zitten liever met hun neus in de koran dan dat ze zich bekommeren om de toekomst van hun kinderen. Maar het jongetje kan goed leren en baant zich op puur doorzettingsvermogen een weg door het elitaire Amsterdams Hervormd Lyceum, vol rijke witte kinderen. Na zijn diploma-uitreiking sluit hij zich drie jaar op op een zolderkamertje om een boek te schrijven over het leven in deze twee werelden. De Marokkaanse gemeenschap ziet hem als een verrader, zijn ouders willen hem niet meer zien. Maar het boek wordt een bestseller.


Dit is het verhaal van Mano Bouzamour (22) zoals het de afgelopen weken in de media is gekomen. Het sprookje van een knuffelmarokkaan, al verafschuwt de schrijver zelf dat etiket.


Op de achterflap van zijn roman kondigt de uitgever zijn debuut De Belofte van Pisa zo aan: 'Zijn broer zit in de zware criminaliteit, zijn zussen werken achter de kassa en zijn buurtvrienden hangen doelloos op straat. Sam, thuis Samir genoemd, is echter vastbesloten het vwo te gaan doen en zich te storten op zijn liefde voor klassieke pianomuziek.'


Het is een verhaal dat het goed doet in de krant en op tv: een Marokkaanse tiener die opgroeit voor galg en rad, gered door het onderwijs. Hij bevestigt de autochtone moraal, schreef recensent Daniëlle Serdijn in de Volkskrant. 'Bouzamour wist studerend en schrijvend een afgrond te overbruggen. In het domein der autochtonen wordt zoiets met applaus ontvangen.'


Het is kennelijk een sprookje dat iedereen graag wil geloven, want het verhaal van Sam in het boek wordt in de media bijna één op één het verhaal van Mano.


Terwijl Bouzamour zelf de eerste is om te benadrukken dat hij een roman heeft geschreven. 'Ja, de mentaliteit van mijn hoofdpersoon Sam is vrijwel identiek aan de mijne. Maar de meeste gebeurtenissen in het boek heb ik verzonnen.'


Het is een nuance waar interviewers doorgaans niet op zitten te wachten. Bouzamour speelt daar graag een beetje mee. 'Ik vind het wel mooi, dat mysterie over wat echt is gebeurd en wat niet.' Zo vindt de schrijver het grappig dat iedereen nu denkt dat hij een vwo-diploma heeft, zoals Trouw en Het Parool schreven. In werkelijkheid deed hij met hangen en wurgen (hij bleef twee keer zitten) havo-examen. 'Mijn boek zit vol met romantisering. Voor het dramatische effect heb ik mijn hoofdpersoon opgezadeld met het vwo-diploma. Dat past in het verhaal.'


De ouders van Bouzamour kwamen in de jaren zeventig naar Nederland. Hij werd in 1991 geboren als vijfde in een gezin dat uiteindelijk uit zeven kinderen zou bestaan. 'Mano weet hoe het is om op te groeien bij Marokkaanse ouders in de beruchte Diamantbuurt', zegt journalist Joris Luyendijk in de zogenoemde blurb op de achterflap van De belofte van Pisa.


Het is een terugkerend misverstand: zijn wieg stond niet in de 'beruchte' Diamantbuurt, maar in een ander deel van de Amsterdamse Pijp - een van de duurdere wijken van de hoofdstad. 'Een gezellige buurt', zegt zijn overbuurvrouw en mentor Gita Hacham. Ze is zelf toneelschrijfster en hielp Mano door hem klassiekers toe te stoppen en passages van zijn eigen werk met hem te bespreken. 'In zijn boek zitten schitterende passages over de kades hier in de buurt, hoe het licht door de bomen valt. Die beelden herken ik. Je vindt hier ook prachtvoorbeelden van de architectuur van de Amsterdamse school. '


Bouzamour, wandelend in de buurt van zijn ouderlijk huis: 'Op zondag zie je hier van die groepjes bejaarde toeristen met een gids. Die staan dan naar de gevels te kijken.'


Dat is niet het beeld dat de kijker krijgt voorgeschoteld als de schrijver begin november voor het eerst aanschuift in de talkshow Pauw & Witteman. Terwijl Bouzamour aan tafel vertelt over zijn jeugd, schuift op de achtergrond een foto uit 2004 voorbij van een dichtgetimmerd pand aan het Smaragdplein. 'Jullie wouden haten, nu moet je de buurt verlaten', staat er in graffitiletters op gespoten. Hij woonde zelf níet in de Diamantbuurt, haast Bouzamour zich nog te zeggen, maar het frame is dan al gecreëerd.


'Als je de naam Diamantbuurt laat vallen, heeft iedereen daar meteen zulke beelden bij', zegt Bouzamour nu. 'Ik woonde verderop in de Pijp. Maar je wordt er ook moe van om dat steeds te corrigeren, dus op gegeven moment denk je: laat maar.'


Zijn oudere broer Solaiman (31) heeft zich 'rot gelachen' om hoe de buurt op tv is afgeschilderd. 'Het klopt allemaal niet, we woonden in een leuk buurtje. Maar als je een boek wil promoten, is het goed om de dingen uit te vergroten. Een beetje dramatiek, sensatie, zo werken de media.'


Solaiman werkt als personal trainer op een sportschool en heeft de bijbehorende biceps. Hij stond model voor de oudere broer en vertrouweling van Sam in het boek, die op een gegeven moment een gewapende roofoverval pleegt op een geldtransport en voor zes jaar in de cel verdwijnt. Ook daar zag Solaiman wel de humor van in. 'Het is fictie joh. Ik vond het prima, want je leest ook in het boek dat die oudere broer in de kern wel een goede jongen is.' Hij heeft in het echt vroeger ook wel eens een 'fout' gemaakt. Welke dan, wil Solaiman niet vertellen. 'Maar ik zeg je dit: wat in het boek staat, is super, súper overdreven.'


Solaiman, die zelf wel aan het vwo begon maar afhaakte in de vijfde klas, is ook in het echt twee handen op één buik met zijn broertje. Hij bedacht ooit de bijnaam Mano; in zijn paspoort heet de schrijver Mohamed. Zoals het wel vaker gaat met oudere broers, effende Solaiman het pad voor de jongere kinderen in het gezin.


Hij vertelt hoe hij Mano al van jongsaf aan overal mee naartoe nam - naar de dates met knappe meisjes die hij voor zichzelf had geregeld, naar de discotheek, maar ook naar pianoconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw. Hij bracht de eerste klassieke cd-boxen huize Bouzamour binnen. 'Wat ik Mano heb willen meegeven, is dat je moet openstaan voor nieuwe dingen in het leven. Heb geen vooroordelen, ben vriendelijk, ken geen angst voor anderen.'


Het was ook Solaiman die Mano stimuleerde om zijn diploma te halen op het Hervormd Lyceum Zuid, waar volgens de roman de schoonmaker de enige andere Marokkaan was. 'Dat heeft hij natuurlijk gechargeerd en geromantiseerd', zegt Bouzamours voormalige muziekdocent Eric Veeger. 'Er komen hier weliswaar veel kinderen uit de rijkere milieus, maar in elke klas zitten ook wel enkele allochtone leerlingen. Een nichtje van Mano zat enkele jaren onder hem.'


De leraren van het lyceum herinneren Mano niet als een typische scholier die worstelt met het leven tussen twee culturen. 'Hij leek daar niet mee te zitten', zegt docent maatschappijleer Christiaan van de Bruinhorst. 'Ik herinner me vooral zijn artistieke inslag. In de klas was hij beleefd, heel rustig. Maar als er dan iets creatiefs werd gevraagd, met een verhalenwedstrijd of een optreden, dan stond hij graag in het middelpunt.'


In 2009 mocht Bouzamour voor een speciaal project mee met Veeger naar Malawi. Hij hield er het dagboek bij dat later het begin van zijn schrijverschap zou blijken. Terug in Nederland moest hij een presentatie houden over zijn avonturen, als start van een inzamelingsactie op school. Veeger: 'Ik dacht nog: laat ik hem een beetje helpen, het zal niet meevallen. Maar daar had ik het mis. Hij kwam met allerlei apparatuur om foto's te laten zien. Je kan geen betere hebben dan Mano voor zo'n praatje, wat een bevlogenheid. Op het podium zong hij ook nog het lied dat de kinderen op een meisjesschool in Malawi hem hadden toegezongen. De leerlingen hingen aan zijn lippen.'


De liefde voor de schijnwerpers heeft hij niet helemaal van een vreemde. Zijn oudere broer Jalal Bouzamour (30) werkte als tv-presentator bij onder meer Kassa, Premtime en de lokale zender AT5. Zelf wil de schrijver van deze vergelijking overigens niets weten, liever heeft hij dat Jalal helemaal niet wordt genoemd. De broers hebben ruzie. Toch is de overeenkomst in ambitie onmiskenbaar: de overtuiging waarmee Mano zich drie jaar lang in eenzaamheid opsloot om zich te storten op zijn eerste boek, had Jalal als het ging om het werken bij televisie. Als tiener schreef hij brieven naar Reinout Oerlemans en Peter R. de Vries met de vraag of hij een dagje mee mocht komen kijken bij hun televisieprogramma. Vaak lukte dat nog ook.


In 2008 vertelt Jalal in een tv-programma hoe zijn vader hem dan op zaterdag in alle vroegte naar de Hilversumse studio's bracht. Ook vertelt hij dat hij met zijn broers en zussen vroeger verplicht om acht uur naar het NOS Journaal moest kijken. Van het cliché van allochtone ouders die zich totaal afzijdig houden van de Nederlandse samenleving, blijkt in dat interview niets.


Dat is ook niet het beeld dat oprijst uit het rubriekje 'Ouder en Kind' in Het Parool in 2009, waarin Mano samen met zijn vader wordt geïnterviewd. 'Marokko speelt in ons gezin eigenlijk geen rol, dat is ver van m'n bed', vertelt vader Ahmed dan. 'Ik ben in 1974 hier naartoe gekomen, alle kinderen zijn hier geboren, het is belangrijk dat de kinderen hier hun draai vinden. Ik hoop dat Mano later terugkijkt op een goede jeugd, waarin hij alle kansen en mogelijkheden heeft gekregen die wij vroeger niet hadden.'


Broer Solaiman noemt zijn ouders sociaal, lief en open. 'Ze hebben ons vrij gelaten om onze eigen keuzes te maken, eigenlijk kun je je geen betere ouders wensen. Het enige probleem is dat ze zijn blijven hangen in hun eigen gemeenschap, dat ze de taal niet spreken en geen interactie hebben met Nederlanders.'


Daarom begrijpen ze zijn leven niet, zegt Mano Bouzamour. 'Ze vonden het prima dat ik een boek ging schrijven. Maar ik denk niet dat ze echt wisten waar ik de afgelopen drie jaar mee bezig was. Hoe kun je uitleggen wat fictie is aan iemand die nog nooit een roman heeft gelezen?'


Pas na het verschijnen van zijn boek begin november, slaat de stemming bij zijn ouders om. Daags nadat hij bij Pauw & Witteman heeft gezeten, staan Mano's spullen op straat en is het slot van de deur van het ouderlijk huis veranderd. 'Er zijn mensen die boos op mij zijn omdat ik de Marokkaanse gemeenschap zou hebben verraden met mijn boek. Ze hebben het niet eens gelezen. Dat soort mensen praat op mijn ouders in. Zij zijn daarin heel beïnvloedbaar.'


Het is voor Pauw & Witteman aanleiding om Bouzamour nogmaals uit te nodigen diezelfde week, dit keer om te praten over de bedreigingen uit de Marokkaanse gemeenschap. De redactie belt Lamyae Aharouay, journaliste bij BNR Nieuwsradio, met de vraag hoe zij denkt over Mano Bouzamour en zijn boek. 'Want als ik kritiek had, dan wilden ze mij eventueel wel in de uitzending tegenover hem aan tafel', vertelt Aharouay. 'Ze zien een hoofddoekje op mijn Twitterfoto, en dan denken ze dat ik wel tegen hem zal zijn. Zo werkt het blijkbaar.'


Aharouay heeft geen kritiek. Ze heeft het boek niet gelezen, maar vindt Mano wel dapper overkomen. Ze vertelt de redactie dat haar indruk is dat het met de 'ophef' in Marokkaanse kring wel meevalt. 'Behalve een paar anonieme imbeciele reacties op Marokko.nl heb ik geen negativiteit gehoord of gezien. De redactrice zei toen: ja dat weet ik, maar we willen de discussie graag uitvergroten. In mijn ogen ben je dan bewust bezig een hype te creëren, in plaats van een reëel probleem te bespreken.'


De desbetreffende redactrice van Pauw & Witteman zegt dat Aharouay haar woorden verdraait. 'Als oud-collega bij BNR heb ik haar gebeld om te peilen wat zij had gehoord aan reacties op dit boek, omdat we er misschien op door wilden gaan in de uitzending. Zij zei dat het met die reacties wel meeviel, en dat was ons gesprek. Ik heb nooit gezegd dat wij de discussie wilden uitvergroten en er was ook geen sprake van dat zij als gast aan tafel werd uitgenodigd.'


Uiteindelijk zit Mano in Pauw &Witteman niet tegenover een criticaster van zijn boek, maar met schrijver Özkan Akyol. Die bevindt zich in hetzelfde schuitje: zijn debuutroman Eus bracht hem naar eigen zeggen een stortvloed aan negatieve reacties uit de Turkse gemeenschap.


'De talkshows hebben dit seizoen meer dan ooit aandacht voor de belevingswereld van geslaagde vertegenwoordigers van minderheidsculturen', schrijft tv-criticus Hans Beerekamp in NRC Handelsblad. 'Het is opvallend hoe de achterlijkheid van hun familie in het verhaal zo breed wordt uitgesponnen.'


Terwijl de familie Bouzamour in werkelijkheid toch allesbehalve achterlijk is. 'Mijn ouders spreken misschien geen Nederlands, maar ze zijn niet dom', zegt Solaiman. 'Mijn vader was in Marokko nota bene zelf leraar.'


Met het uit huis zetten van zijn broertje Mano hebben ze een fout gemaakt, zegt Solaiman. 'Dat was een bevlieging, ze hebben zich gek laten maken door een paar reacties van buitenstaanders.' Inmiddels hebben ze ingezien dat ze verkeerd zaten. 'Ze hebben Mano ook alweer een paar keer gebeld, maar mijn broertje wil er nog even niks van weten. De fout die mijn ouders maken, is dat ze doen alsof er niets is gebeurd. Terwijl ze wel excuses moeten aanbieden.' Uiteindelijk komt het wel goed tussen zijn broertje en zijn ouders, denkt Solaiman.


Zelf zegt Mano daar nog niet zo zeker van te zijn. 'Maar ik heb ook nog niet echt tijd gehad om erover na te denken. Sinds de boekpresentatie is er alleen maar hectiek geweest.'


Alle aandacht voor de familieperikelen en de veronderstelde ophef in Marokkaanse kring, hebben de verkoop van zijn boek in elk geval geen windeieren gelegd. In de eerste maand was De belofte van Pisa toe aan een vierde druk. Er was al een gesprek met een filmproducent.


'Sommige schrijvers zijn heel cameraschuw. Dat is niet meer van deze tijd', vindt Bouzamour. 'Je wilt je boek toch ook verkopen.' De schrijver is er dubbel over, want hij ziet ook dat elementen uit zijn levensverhaal in de beeldvorming worden uitvergroot en opgeblazen. 'Dat is wel een beetje stom ja. Zo'n redactie wil je graag in een bepaalde hoek parkeren. De truc is om dat dan spelenderwijs om te vormen naar het verhaal dat jij zelf wil vertellen. Ik ben pas net begonnen, ik moet ook nog leren hoe ik dat handiger kan doen.'


MET DANK AAN JORIS LUYENDIJK

Het uitgebreidste dankwoord achter in De belofte van Pisa is voor Joris Luyendijk. 'Zonder hem was dit boek er waarschijnlijk niet geweest', zegt Mano Bouzamour. Hij ontmoette de schrijver een jaar of zes geleden op de Albert Cuypmarkt. 'Ik herkende zijn gezicht, omdat ik hem de avond ervoor bij Pauw&Witteman had gezien. Toen sprak ik hem aan.' Het verbaasde hem dat de voormalig Midden-Oostencorrespondent hem in vloeiend Arabisch antwoordde. Er ontstond een gesprek, ze gingen vaker iets drinken en vertelden elkaar hun levensverhaal. Eigenlijk wilde Luyendijk eerst zelf een boek over Mano schrijven. 'Maar later zei hij: ik vind dat ik daarmee jouw verhaal ontkracht, je moet het zelf opschrijven. Zo is het begonnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden