Storten mag weer, maar dan slim

Duurzaam afval opbergen blijkt haalbaar en veilig, zoals een proefstortplaats in Assendelft bewijst. Je kunt er zelfs fraai op wonen....

Afval is vaak het eerste milieuprobleem waar een land op stuit als het serieus werk maakt van milieubeleid. Zo ook in Europa. De afvalbergen in de oude en nieuwe lidstaten groeien gestaag. In landen met bergachtige gebieden laten gemeenten het lekker van de berg rollen, elders wordt het in stortplaatsen geborgen, soms - zoals in Nederland - in folie verpakt. Afval wordt op een grote hoop gegooid zonder erbij stil te staan wat het precies is.

Duizenden illegale storten moeten er in de Europese Unie zijn. Frankrijk alleen al telt er duizend. Het Griekse eiland Kreta is beboet omdat het stelselmatig weigerde de Europese voorschriften over zorgvuldige stort te volgen.

Nu beginnen nieuwkomers zoals Polen, Tsjechië en Hongarije aan hun economische groei en vinden de eerste confrontaties met de Europese milieuregels voor het storten van afval plaats. In Roemenië is eigenlijk niemand aanspreekbaar als het om afval gaat. De ex-communistische landen hebben een hekel aan planning: dat doet te veel aan vroeger denken. Ze hebben het organiseren ook nog niet in de vingers en laten zich opzadelen met prestigeobjecten en technologische hoogstandjes op afvalgebied. Eén groot project slokt dan al het geld op, terwijl eenvoudige technologie gebruiken zinvoller is. Temeer daar dit goedkoper en schoner is.

Landen besteden minder dan 1 procent van hun bruto nationaal product (bnp) aan opruiming van afval, heeft de Wereldbank uitgerekend. In Roemenië, waar het bnp 2000 euro per persoon is, zou dat neerkomen op minder dan 20 euro per inwoner per jaar. 'Voor dat bedrag kun je nauwelijks afval inzamelen', zegt ir. Heijo Scharff van de Stichting Duurzaam Storten, dat zich richt op schone afvalbergen voor de volgende generatie.

Uitschuifbare poten

Scharff is ook manager bij de NV Afvalzorg in Assendelft, eigenaar van de eerste stortplaats in Nederland waarop een permanent kantoor staat op uitschuifbare poten. Door de onderafdichting van de afvalberg kan er niet geheid worden en daarom 'drijft' het kantoor op betonnen funderingsplaten, die het gewicht van het gebouw gelijkmatig over de bodem verdelen.

Maandag bij de officiële opening van het kantoorpand doken fantasiefiguren op in wijd uitwaaierende gewaden op hoge stelten. Een mooie metafoor dat zelfs steltlopen in afval onproblematisch is.

Het gebouw heeft reeds de Parteon architectuurprijs van Zaanstreek in de wacht gesleept vanwege zijn bijzondere vorm en materiaalgebruik. Het gebouw lijkt de stortheuvel open te vouwen, omdat het schuine dak aan de ene kant opgaat in het landschap en aan de hoge voorzijde open klapt en een exclusief panorama biedt over het Noordzeekanaal. Zo'n gebouw geef je de naam De Vouw.

Afvalzorg wil laten zien dat werken op een afvalberg heel goed kan, evenals wonen en recreëren. Maar dan moet je zelf wel eerst het voorbeeld geven, vindt Scharff. Het is niet zomaar een kantoorpand, maar een gebouw dat zich wil manifesteren door boven de omgeving uit te toornen.

Maar er is meer waarom deze locatie een stip verdient. De stortplaats vormt onderdeel van een proef van vijf jaar waarin vormen van duurzaam storten zijn getest. Het onderzoek geeft aan dat het duurzaam storten haalbaar en veilig is. Het kan een veelbelovende techniek voor de nieuwe en oude lidstaten worden.

Duurzaam storten betekent dat beter naar de aard van het afval wordt gekeken en dat er slim aan de poort wordt geselecteerd. Het afval wordt in drie groepen gescheiden: organisch afval, gevaarlijk afval en anorganisch afval. Daarmee heb je zo'n 90 procent te pakken van al het afval.

De eerste groep omvat huishoudelijk afval, groente- fruit- en tuinafval, afval van kantoren en winkels en residuen van bouw- en sloopafval. Het is afval dat uit plantaardige resten bestaat en zich daarom goed leent voor biologische afbraak. Dit proces valt te stimuleren door er water doorheen te laten lopen. Regenwater mag dan ook naar hartenlust in zo'n afvalbak stromen. Als dit goed wordt aangepakt, is de biologische afbraak niet in vijftig jaar maar in vijf jaar geschied. In Nederland moet elke stort nog worden ingepakt in folie op de bodem en van boven worden afgedicht, waardoor de watercirculatie niet op gang kan komen, wat een belemmering vormt voor duurzaam storten.

Bij de tweede methode van duurzaam storten gaat het om gevaarlijk afval, zoals vliegassen en rookgasreinigingsresiduen die overblijven bij vuilverbranding, kolengestookte centrales en filterkoeken uit de industrie. Die moeten niet vrij door het milieu gaan zwerven. Daarom worden ze immobiel gemaakt door er de juiste portie cement bij te mengen. Al naar gelang de beschikbare stortplaats kan dit afval in blokken worden gegoten of in lagen worden aangebracht.

De derde groep wordt gevormd door allerhande slib. Baggerslib uit rivieren, kanalen en havens en slib als residu van drinkwaterwinning. Dit goedje moet goed uitlekken en indrogen. Er kan ook afval zoals straalgrit, verontreinigd puin en ketelassen door geroerd worden. Dit vereist kennis over chemische stoffen en processen. Daarna kan het laag voor laag in de stortplaats gedeponeerd worden.

Evenwicht

De proefprojecten en de laboratoriumtesten laten zien dat deze drie methoden in dertig jaar leiden tot afval dat stabiel is, in evenwicht met de omgeving. Dertig jaar is in milieutermen ook een generatie. Duurzaam storten laat geen milieu-erfenissen achter voor de volgende generaties, en beantwoordt daarmee aan het principe van duurzame ontwikkeling dat veel milieu-ideologen hoog in het vaandel hebben staan.

In Nederland, een land dat op zijn ruimte moet passen, wordt storten als een sluitstuk in de afvalketen beschouwd. Hier wordt veel afval verbrand. Duurzaam storten zou wel toegepast kunnen worden in de stortplaatsen die nog in gebruik zijn en dan vallen er ook nog kosten te besparen. In Nederland heeft elke stortplaats nog eeuwigdurende nazorg nodig. Om de vijftig jaar moet het folie bovenop de stortplaats verwijderd worden om het weglekken van stoffen naar drinkwaterputten te voorkomen.

Met de nieuwe methode is dat niet nodig, omdat de stort na dertig jaar geen noemenswaardige verontreiniging meer afgeeft. Het is trouwens de vraag of de beheerder zich elke vijftig jaar keurig houdt aan de verplichting tot nazorg. Scharff laat een plaatje zien van een stortplaats waar een gemeente al na vier maanden explosief materiaal uit de oorlog liet ontploffen.

Staatssecretaris Pieter van Geel van Milieu ziet de stortplaats in Assendelft als een 21ste eeuwse terp, heel nuttig in het licht van zeespiegelstijging en klimaatverandering. Hij verwacht echter dat het in 2030 in Nederland is afgelopen met het storten, omdat alle afval dan gerecycled wordt tot grondstof of tot brandstof. Duurzaam storten ziet hij echter wel zitten in de jongere EU-landen en in ontwikkelingslanden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden