Stortbelasting is experiment op kosten burgers

Minister Pronk wil met een verdubbeling van de stortbelasting de strijd aanbinden met de afvalberg die even hard groeit als de economie....

René PaasJohn Aarts en Wilbert Stolte en Ton Smits

DE hoeveelheid huishoudelijk afval loopt parallel met onze economie. In de afgelopen jaren is daardoor veel meer afval aangeboden dan de Nederlandse verbrandingsinstallaties aankonden. Gevolg: veel afval wordt gestort. Het is daarom logisch dat een minister van Milieu (en ruimtelijke ordening) zijn best doet om nieuwe bergen in het landschap te voorkomen.

In het voorontwerp voor het Landelijk Afvalbeheersplan doet de minister daarvoor aansprekende voorstellen: meer preventie, meer producentenverantwoordelijkheid, gescheiden inzameling en nascheiding van brandbaar afval om dat te benutten voor energiewinning in kolencentrales of in verbrandingsinstallaties met een hoog energierendement. Tot zo ver geen kritiek.

De discussie begint waar de minister het storten wil bestrijden met een forse verhoging van de stortbelasting: als het aan hem ligt, gaat die met ingang van 2002 in vijf jaarlijkse stappen van 25 gulden per ton omhoog. De stortbelasting komt daarmee in 2006 op bijna 270 gulden per ton.

De redenering is verleidelijk. Als we de stortbelasting verhogen, de export verbieden en de afvalverbrandingsinstallaties niet uitbreiden, dan doet de markt zijn werk. Vanzelf ontstaan dan nieuwe initiatieven als scheidingsinstallaties en inzet van brandbaar afval in energiecentrales. Het energierijke deel van het afval wordt brandstof. De dan vrijkomende reguliere verbrandingscapaciteit wordt vervolgens gebruikt voor het laagcalorische afval dat nu nog wordt gestort. En voilà: het storten van brandbaar afval houdt op. Het zou mooi zijn als het zo was. Want minder storten is een sympathiek doel.

Maar bij nadere beschouwing is het instrument dat de minister kiest onnodig en onhandig. Er bestaat namelijk al een stortbelasting van 141 gulden per ton. Die is bedoeld om de markt te corrigeren: storten mag niet goedkoper zijn dan verbranden. Deze stortbelasting werkt goed: bijna nergens is de stortplaats nog aantrekkelijker dan de verbrandingsinstallatie. Dus om die reden hoeft de stortbelasting niet te worden verhoogd. Ook voor de bezetting van de verbrandingsinstallaties is belastingverhoging niet nodig. De praktijk bewijst dat: ze zitten overal tjokvol. Een hogere stortbelasting voegt daar geen kilo aan toe.

Onnodig is de stortbelasting ook om nieuwe initiatieven te stimuleren. Want terwijl de minister de belasting verhoogt, ritselt het overal in het land van de initiatieven. Wie in officiële stukken leest, ontdekt dat er in Nederland al meer dan voldoende extra capaciteit in bedrijf of in voorbereiding is. Op dit moment is er al de helft meer capaciteit in procedure dan er in 2006 nodig is. Een riante uitgangspositie voor een ambitieuze minister, lijkt ons. Natuurlijk, in plannen kun je nog niet verbranden. Maar een extra stortbelasting maakt dat niet beter.

Extra stortbelasting is onhandig. Want terwijl de voordelen volstrekt onduidelijk zijn, springen de nadelen meteen in het oog. Een verdere verhoging van de stortheffing wordt rechtstreeks doorberekend aan die gemeenten waar het afval nog wordt gestort. Deze berekenen op hun beurt de verhoging van de stortbelasting weer door aan hun inwoners: via de afvalstoffenheffing. Maar daarmee zijn we er niet. Want ook gemeenten en burgers waarvan het afval nu keurig in een verbrandingsinstallatie wordt verbrand, krijgen door de stortbelasting te maken met kostenverhogingen. Immers ook bij die installaties wordt bij onderhoud en storingen soms brandbaar afval gestort. Of moet er soms worden gestort omdat er tijdelijk meer afval wordt aangeboden dan er verwerkingscapaciteit is. Huishoudelijk afval kan immers niet lang worden bewaard (broei, stank). En de afvalverwerkingsinstallaties in Nederland zijn op dit moment volledig bezet, dus uitwijken naar de buurgemeente is niet mogelijk.

Een neveneffect van volle ovens is dat het wel heel verleidelijk is om bij stortkosten die hoger zijn dan het verbrandingstarief die tarieven ook maar te verhogen. Wie afval aanbiedt, kan immers geen kant op. De zo gewenste scheidingsinstallaties en hoogwaardige verbrandingscapaciteit zijn niet van vandaag op morgen allemaal in bedrijf en export naar het buitenland is verboden. En zo betalen gemeenten hoge tarieven en moeten maar afwachten of de extra capaciteit wel wordt gebouwd en zo ja in welk tempo. Tot die tijd betalen de burgers de rekening.

Het gaat hierbij niet om kinderachtige bedragen. De minister rekent zelf uit dat het gemeenten in de komende vijf jaar totaal zo'n 100 miljoen gulden extra kost. Voor bedrijven is dat zo'n 250 miljoen. Gemakshalve spreekt de minister maar niet over de extra kosten voor gemeenten en burgers die zijn aangewezen op verbranding in een verbrandingsinstallatie. De verhoging zal daar waarschijnlijk minder zijn dan 125 gulden per ton, maar het gaat wel om bijna zes keer zoveel afval dan er wordt gestort... Gemeenten en inwoners kunnen hun borst alvast nat maken.

Elk voorjaar wordt in Den Haag een rituele dans opgevoerd. Dan brengen Kamers van Koophandel en de Consumentenbond schokkende cijfers naar buiten over de hoge lokale lastendruk. En elk jaar opnieuw zijn er wel Kamerleden bereid schriftelijke vragen te stellen hoe dat zich verhoudt met de landelijke lastenverlichting. Reden temeer om met de stortbelasting voorzichtig om te gaan. De voordelen zijn onduidelijk. De nadelen evident. Burgers en bedrijven betalen de extra kosten van het milieubeleid en moeten maar afwachten of de doelen van het afvalbeleid er ook maar één stap dichterbij mee komen. Een schoolvoorbeeld van experimenteren op kosten van gemeenten en burgers. Voor burgers slecht nieuws en voor het milieubeleid geen aanwinst. Gelukkig is volgende week de Kamerbehandeling van het voorontwerp van het Landelijk Afvalbeheersplan. Een mooie gelegenheid om met een ondoordacht voorstel korte metten te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden