Stopzetten van voorlichting over RSI is kortzichtig

Het besluit van staatssecretaris Hoogervorst om de voorlichting over RSI stop te zetten zal een averechts effect hebben. Werknemers zullen beginnende klachten niet herkennen en daardoor zal de kans op chronische klachten fors toenemen, verwacht Ronny van de Water....

STAATSSECRETARIS Hoogervorst heeft besloten de overheidsvoorlichting over RSI te beëindigen. Als reden wordt aangevoerd dat er onduidelijkheid bestaat over de definitie van de ziekte en dat voor 75 procent van de gevallen geldt dat deze niet medisch zijn te objectiveren. De voorlichting schiet zijn doel voorbij, omdat die conditionering van de klachten in de hand zou werken. Kort samengevat komt het standpunt van Hoogervorst er op neer dat door de voorlichting er meer werknemers zich ziek melden dan zonder voorlichting.

Door staatssecretaris Hoogervorst en minister Borst is op 17 juni 1998 aan de Gezondheidsraad advies gevraagd over de stand van zaken ten aanzien van RSI. Onder andere is verzocht om aan te geven of er een op wetenschappelijke consensus gebaseerde definitie is te geven. Tevens is de Gezondheidsraad gevraagd zich uit te laten over de factoren die bijdragen aan het ontwikkelen van RSI en welke maatregelen het verschijnsel kunnen voorkomen.

In haar rapport van vorig jaar november heeft de commissie van de Gezondheidsraad een op wetenschappelijke consensus gebaseerde definitie beschreven en heeft verder aangegeven welke factoren (kracht, houding, herhaling, gecombineerd met duurbelasting) wetenschappelijk aantoonbaar een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van de ziekte. Ten aanzien van de te nemen preventieve maatregelen adviseert de commissie van de Gezondheidsraad nader wetenschappelijk onderzoek. Wel doet de commissie algemene aanbevelingen ten aanzien van preventie, waarbij voorlichting en tijdige herkenning van de risicofactoren een belangrijke rol spelen.

Hoogervorst en Borst waren blijkbaar niet helemaal tevreden met de definitie die door de Gezondheidsraad is geformuleerd. In een in juni verstuurde brief, gericht aan de Gezondheidsraad, geeft Hoogervorst, mede namens Borst, aan de maatschappelijke consequenties van de definitie, zoals geformuleerd door de Gezondheidsraad, onwenselijk te vinden. Hij schrijft letterlijk: 'Bestaat bij een dergelijke globaal geformuleerde definitie bijvoorbeeld niet het gevaar dat mensen worden herkend, of zichzelf herkennen als ''RSI-patiënt'', terwijl dit niet het geval is?' De staatssecretaris vraagt verder of de Gezondheidsraad zich uit wil laten over de invloed van psychische klachten, zoals somatisatie, fixatie en ziektewinst.

In juli antwoordt de Gezondheidsraad dat de definitie van RSI helder is en in overeenstemming met internationale normen voor het classificeren van beperkingen, functiestoornissen en handicaps. De ziekte is voldoende afgegrensd van psychische aandoeningen. Deze aandoeningen kunnen worden vastgesteld via het internationale classificatiesysteem DSM-IV. De Gezondheidsraad geeft aan dat met het door Hoogervorst en Borst gewenste onderscheid tussen klachtensyndroom en 'echte' ziekten een valse tegenstelling wordt gecreëerd.

De Gezondheidsraad herhaalt nogmaals het belang van vroegtijdige herkenning om arbeidsongeschiktheid te voorkomen. Het is evident dat voorlichting daarbij een belangrijke rol speelt.

Uit de recente mededeling van Hoogervorst blijkt dat hij de aanbevelingen van de Gezondheidsraad negeert en zijn eigen koers vaart. Die wordt waarschijnlijk ingegeven door belangen van werkgevers en verzekeraars, die er baat bij hebben het verschijnsel te bagatelliseren nu steeds meer werknemers de werkgever aansprakelijk stellen, omdat zij bij de uitoefening van hun werkzaamheden RSI hebben opgelopen.

Bij Hoogervorst en Borst leeft blijkbaar de opvatting dat veel werknemers die arbeidsongeschikt raken door RSI feitelijk geen fysieke klachten hebben, maar dat die tussen de oren zitten. In de wetenschappelijke medische literatuur is echter geen steun te vinden voor deze gedachte.

Het standpunt dat er in feite sprake is van een min of meer ingebeelde ziekte, omdat de klachten niet medisch zijn te objectiveren, is eveneens achterhaald en bovendien in strijd met het door Hoogervorst zelf opgestelde Schattingsbesluit WAO. In de toelichting daarop is expliciet aangegeven dat het niet noodzakelijk is een lichamelijke afwijking vast te stellen om arbeidsongeschiktheid op objectief medische gronden aan te nemen. Eenzelfde opvatting is terug te vinden in de richtlijn Medisch Arbeidsongeschiktheidscriterium (MAOC), waarmee verzekeringsartsen werken in het kader van de WAO. De Centrale Raad van Beroep heeft deze richtlijn ook aanvaard.

Het is niet te hopen dat werknemers en werkgevers, net als Hoogervorst, hun kop in het zand steken en de risicofactoren negeren die kunnen leiden tot RSI. Voorlichting daarover blijft één van de belangrijkste preventieve maatregelen om arbeidsongeschiktheid te voorkomen. Het besluit van Hoogervorst om geen voorlichting te geven zal dan ook eerder een averechts effect hebben. Werknemers met beginnende klachten zullen deze niet herkennen en doorwerken. Daardoor zal de kans op chronische klachten fors toenemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden