Stopzetten hulp moet in EU op politieke agenda

Ontwikkelingshulp stopzetten is een goed idee, menen Dorette Corbey en Hans Taselaar - 'geen hulp, maar handel' hoort voor de Derde Wereld te gelden....

Dorette Corbey Hans Taselaar

STOP met ontwikkelingshulp! Ontwikkelingshulp is vernederend en contraproductief.

Pieter Marres, zelf nauw betrokken bij het Nederlandse ontwikkelingsbeleid onderbouwde deze stelling in de Volkskrant (Forum, 10 mei) met een aantal steekhoudende argumenten. Ontwikkelingshulp is ontoereikend en zeker niet in staat om de oorzaken van armoede weg te nemen. Daarvoor is het bedrag sowieso te gering. Maar het is nog erger: hulp verlamt. De ontvangende landen gaan zich gedragen naar de wensen van de donorlanden die allemaal uiteenlopende voorkeuren en eisen hebben. Hulp versterkt afhankelijkheid en weerhoudt de armste landen ervan om zelf het heft in handen te nemen.

Stoppen met ontwikkelingshulp zou inderdaad een goede doelstelling zijn. Redelijkerwijs kan niemand daar tegen zijn. Ontwikkelingshulp is immers een uiting van een scheefgroei, van een onrechtvaardige verdeling van welvaart in de wereld. Stoppen met hulp sluit aan bij de kritiek van zowel links als rechts. Waar 'rechts' wees op eigen verantwoordelijkheid van ontwikkelingslanden heeft 'links' heeft altijd aandacht gevraagd voor structurele tekortkomingen in de wereld.

Ontwikkelingslanden zijn slachtoffers van een oneerlijk handelssysteem dat grondstoffen benadeelt ten opzichte van eindproducten en dat arme landen belemmert hun comparatieve voordelen te benutten. Zo bezien is ontwikkelingshulp slechts een doekje voor het bloeden - een lapmiddel dat nog niet eens genoeg is om de kapitaalstroom van arm naar rijk te compenseren. De slogan is dan ook Trade not aid - handel in plaats van hulp.

Stoppen is nastrevenswaardig maar niet gemakkelijk, alleen al omdat hulp, zoals Marres terecht opmerkt, een bedrijfstak geworden is. Bovendien is zijn verwachting dat stopzetting van hulp de politieke elites zal dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen, wellicht wat al te optimistisch. Dit vereist immers min of meer democratische spelregels die lang niet overal voorhanden zijn. Onder welke voorwaarden is stoppen met hulp dan wel mogelijk?

Ten eerste zijn structurele voorwaarden belangrijk. Voordat ontwikkelingshulp kan worden stopgezet moet de internationale gemeenschap nog een aantal doelen realiseren. Saneer de schulden van de armste landen. Zorg voor eerlijke toegang tot markten. Maak een einde aan de dumping van gesubsidieerde landbouwexport vanuit de Europese Unie naar de Derde Wereld. Schaf alle belemmeringen af voor producten uit derdewereldlanden - ook in het geval van gevoelige producten als suiker en bananen. Vraag multinationals in gedragcodes op te nemen dat ze belastingen betalen in ontwikkelingslanden en stimuleer investeringen in ontwikkelingslanden. Laat industrielanden de rekening betalen voor hun eigen vervuiling - bereken milieukosten door in alle prijzen. Geef alle wereldburgers gelijke rechten op het gebruik van milieubronnen.

Dat is een zware agenda - maar niet onmogelijk. De Europese Unie zou hierin het voortouw moeten nemen. De belangen van ontwikkelingslanden moeten veel nadrukkelijker meegewogen in al het Europese beleid. In de eerste plaats in het handelsbeleid, het landbouwbeleid en het klimaatbeleid, maar bijvoorbeeld ook bij alle nieuwe regels rondom voedselveiligheid.

Ten tweede moeten er internationale initiatieven komen om de levensomstandigheden van de armste bevolkingsgroepen ingrijpend te verbeteren. De totstandbrenging van structurele voorwaarden zal immers op korte termijn weinig verbeteren voor de daklozen in de grote steden. Of voor de miljoenen mensen die nu lijden aan aids, malaria of tubercolose. Betere toegang tot de wereldmarkt bevoordeelt vaak een kleine groep en creëert eilanden van welvaart in de zee van armoede. En dit leidt soms tot nieuwe sociale spanningen. Daarom is een krachtige inspanning nodig om in basisbehoeften te voorzien. Maar dit zou wel een gecoördineerde inspanning moeten zijn, zodat ontvangende landen niet overgeleverd zijn aan de grillen, wensen en modes van donorlanden.

Dus: creëer internationale fondsen om de miljoenen mensen die lijden aan (tropische) infectieziekten perspectief te bieden - niet alleen goedkope medicijnen, maar ook stelsels van gezondheidszorg. En creëer fondsen om onderwijssystemen te verbeteren of op te zetten. Internationale fondsen kunnen onder de vleugels van de VN worden geplaatst - maar ook hier zal de EU met initiatieven moeten komen.

De doelstelling 'Stop met hulp' levert een nieuwe politieke agenda op. Een internationale en inspirerende agenda. Er zou een actieprogramma moeten komen. Na vijf en tien jaar kunnen we dan bezien in welke mate ontwikkelingshulp kan stoppen. Zo'n actieprogramma moet mondiaal zijn en het moet steunen op burgers. Er moet ruimte voor initiatief zijn en blijven. Veel Nederlanders zijn geïnteresseerd in de Derde Wereld. Mensen zijn betrokken bij mensen.

Maatschappelijke organisaties (NGO's), hier en in ontwikkelingslanden, zijn meer dan ooit nodig als partners in beleid. De ervaring van NGO's kan bijdragen aan duurzame ontwikkeling en aan kennisoverdracht. Hun expertise kan ook bijdragen aan bewustwording in Nederland, aan voorlichting over productiewijzen en producten en aan een goede dialoog tussen Noord en Zuid. Volgende week vindt in Brussel een VN conferentie over de 48 Minst Ontwikkelde Landen plaats. Dit is alvast een eerste gelegenheid om daadkracht en politieke wil te tonen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden