Stop met leuteren als je iets wilt

Hans de Boer (55) was een linksige wetenschapper, inmiddels wordt de voormalige MKB-voorzitter gezien als een ‘commerciële jongen’ met een hele uitgesproken mening....

Wanneer openbaarde zich uw eerste ambitie?

‘Toen ik een jaar of veertien was, ging ik naar een zeilkamp en daar waren veel studenten uit Amsterdam. Verschrikkelijk aardige gasten met een tamelijk vrijpostige manier van met elkaar omgaan zoals het studenten betaamt. Op dat moment wist ik zeker: als ik van school af kom moet ik als de sodemieter naar Amsterdam om te studeren.’

Wat sprak u dan zo aan?

‘De manier waarop die mensen in het leven stonden, dat vrije en het almaar met elkaar discussiëren en argumenteren. Er zat veel humor in, het maakte allemaal niet zo veel uit hoe het liep, als het maar liep. Dat was ik helemaal niet gewend in Friesland. Dat ik die mensen tegenkwam was heel beslissend voor mij want toen wist ik: dat wil ik ook.’

Wat vonden uw ouders daarvan?

‘Mijn ouders hebben allebei niet meer dan een lagere-schoolopleiding, ik was in het gezin de eerste die naar het gymnasium ging en mijn vader vond dat geweldig. Hij wilde dat ik daarna meteen aan de slag zou gaan. Maar toen ik naar Amsterdam besloot te gaan vond hij dat ook prima.’

U bent economie gaan doen.

‘Een schot in de roos. Ik ben door en door econoom. Het past gewoon bij me.’

Waarom?

‘Economie is de wetenschap van de schaarste, het gaat erover hoe je met schaarse middelen een maximaal resultaat behaalt. Zo zit ik zelf ook helemaal in elkaar. Ik doe voortdurend aan lineaire programmering in mijn hoofd.’

Hoe werkt dat?

‘Als ik een dag, week of jaar moet indelen, zit ik de hele tijd te denken wat eerst moet en wat laatst, wat prioriteit heeft en wat kan wachten, wat op het kritieke pad zit en wat niet.’

U plaatst alles in een economisch kader. Wat berekenend.

‘Ja, dat klinkt heel saai misschien. Ik ben ook een echte levensgenieter, hoor. Ik houd erg van feestvieren, vakanties, verre reizen, noem maar op, maar ik zal mij daar nooit in verliezen. Ik heb altijd een strategie en een doel en spreek steeds met mezelf af wat ik over een tijdje bereikt wil hebben en hoe ik dat ga aanpakken.’

Veel economiestudenten kiezen voor die studie omdat ze rijk willen worden.

‘Tegenwoordig wel ja, maar ik zelf had die drive niet. Ik had wetenschappelijk ambities, wilde de wereld doorgronden. Dat was toen een beetje de mode. Ik was heel links, liep met een John Lennon-brilletje, had lang haar. Vlak voor mijn afstuderen was ik opeens bang dat ik daardoor never nooit een baan zou krijgen.’

En toen?

‘Ik deed mondeling tentamen bij professor Van Muiswinkel die niet bekend stond om zijn linkse sympathieën. Aan het eind van het tentamen zegt hij: “Meneer De Boer, heeft u al eens nagedacht over uw toekomst?” En hij schoof mij naar binnen als medewerker bij het Instituut voor Overheidsuitgaven, een wetenschappelijk onderzoeksinstituut op het gebied van finance. Een geweldige eerste baan.’

Waarom denkt u dat hij die linkse jongen daar parachuteerde?

‘Dat weet ik niet, want ik was beslist niet de makkelijkste. Maar hij heeft klaarblijkelijk iets in mij gezien en steunde mij. Ik vond dat zo ridderlijk.’

Waarom was het zo’n geweldige eerste baan?

‘Het was een soort verlengde van mijn studie én ik kreeg ervoor betaald. Ik heb allerlei onderzoeken gedaan, op het gebied van de financiering van het hoger onderwijs bijvoorbeeld en de bekostiging van instituten als TNO. Geweldig.’

En toen ging u weg.

‘Na drie jaar kreeg ik het verzoek van hoogleraar Jo Ritzen, de oud-minister, om bij hem te promoveren op het onderwerp financiering voor het hoger onderwijs. Ik kwam thuis en vertelde mijn vrouw dat ik een aardige baan in Nijmegen kon krijgen. Wij woonden toen in Amsterdam, mijn vrouw werkte daar als psychiatrisch verpleegkundige en het enige wat we dachten was: ‘Wat moeten wij nou in Nijmegen?’ Een dag later zag mijn vrouw een advertentie staan in de krant voor een functie op Curaçao. Dat tropische, de salsa en het zwoele leken haar wel wat. Niet lang daarna zijn we daar naar toe verhuisd.’

Een grote stap?

‘Ja, maar een gouden stap. Ik werkte voor de Nederlandse Antillen, voor de directeur van de centrale bank, de directeur financiën en de directeur economische zaken. Als je in Nederland praat over macro-economie, heb je het over economische groei en dat is vrij abstract. Maar op Curaçao weet je dat als je het over toerisme hebt, je praat over die concrete hotels. Dat is veel praktischer.’

Zat daar nog iets van idealisme achter?

‘Nee. Dat vond ik gewoon interessanter, dat hele concrete. In die jaren, 1983-’84 wilde Shell zijn olieraffinaderij op Curaçao sluiten. Toen werd ik gevraagd door minister Jan de Koning om de onderhandelingen over het voortbestaan van die raffinaderij voor te bereiden. De Koning wilde geen diepgravend wetenschappelijk rapport maar gewoon de argumenten op een rij waarom die raffinaderij open moest blijven en waarmee hij de onderhandelingen in kon gaan. Die heb ik hem geleverd en daar hebben ze mij vorstelijk voor betaald. Mijn boezemvriend, econoom en SER-lid Hans Kamps, en ik bedachten toen: “Hier zit handel in” en vervolgens hebben we samen het Bureau voor Economische Argumentatie opgericht. Dat was toen een nieuwe formule.’

Van objectieve wetenschapper naar commerciële jongen dus.

‘Ja. Een kleine anekdote: op een gegeven moment zaten wij met een vooraanstaande heer uit het bedrijfsleven om de tafel die overwoog ons in te huren en vroeg wat we nou precies deden. Na onze uitleg zei hij: “Als ik het goed begrijp lullen jullie recht wat krom is.”

Toen zei Kamps: “Ja maar niet voor het tarief dat u biedt.” Uiteindelijk hebben we heel veel geld verdiend met het bureau en het in 1994 verkocht. Vervolgens ben ik na een wereldreis en een tijdje bij KPMG te hebben gezeten voorzitter geworden van MKB Nederland.’

Wat hebt u bij het MKB anders gedaan dan uw voorgangers?

‘Dat weet ik niet precies. Iedereen doet het op zijn manier.’

Kom kom, dat weet u toch wel?

‘Nou ja, als ik iets wil, wil ik er wel een tijdje over praten, een beetje van links en rechts, onder en boven, maar ik vind dat je op een gegeven moment moet stoppen met leuteren.’

Werd er bij MKB Nederland te veel gepraat en te weinig gedaan?

‘In de hele polder van Nederland wordt te veel gepraat en te weinig gedaan. Daar heb ik verandering in willen brengen. Op een gegeven moment werd er veel geleuterd over allochtonen die niet aan de bak zouden komen en het MKB werd ervan beschuldigd dat er alleen maar rechtse ballen zouden zitten die niets aan dit probleem wilden doen. Nou sta ik niet meer als links te boek, maar ik wil ook graag dat een allochtoon volop meedoet in dit land omdat dat voor hem als mens en voor de economie beter is. Er werd zo over dat onderwerp doorgezeken, maar niemand deed wat. Toen heb ik met Willem Vermeend, net voor hij minister van Sociale Zaken werd, het allochtonenconvenant opgezet. Ik geloof dat we 60 duizend van die allochtonen aan de slag hebben geholpen, bij het MKB. En toen bleek dat er dus best iets te doen was aan het probleem.’

U staat bekend om uw zeer duidelijke meningen. Moesten ze daar bij het MKB niet vreselijk aan wennen?

‘Nee, volgens mij niet.’

Maar u bent nogal van de directe aanpak toch?

‘Ja. (stilte) Maar daarin ben ik veranderd.’

Wanneer is dat gebeurd?

‘Ik was destijds de eerste in Nederland die zei dat psychische klachten niet meer in de WAO horen en dat werd een enorme rel. Probleem was dat ik niet goed geciteerd was. In de krant stond psychiatrisch in plaats van psychisch. In no time kreeg ik dus het stempel dat ik een psychiatrische patiënt geen geld meer zou gunnen. Dat was mijn bedoeling helemaal niet. Ik wilde zeggen dat iemand die overspannen is of een burn-out heeft niet in de WAO moet zitten, maar niemand hoorde mij meer. Ik was verbijsterd over die rel.’

Raakte het u?

‘Ja. Ik zette op de zaterdagochtend na dat interview de radio aan en hoorde Doekle Terpstra, een vriend van me uit mijn jeugd, mij uitmaken voor een immoreel mens. Toen dacht ik wel even: “Als die hier nu binnenloopt geef ik hem direct een schop voor zijn hol”. Maar goed, ik heb toen wel geleerd dat als je een punt wilt maken je goed moet nadenken over de manier waarop je het brengt.’

U hebt anders weer veel mensen kwaad gemaakt door te zeggen dat het schandalig is dat werkloze Nederlandse jongeren moeten concurreren met Poolse immigranten.

‘Ik gun het die Polen en zonder hen zakt onze economie totaal door zijn hoeven. Maar we zitten ook met tienduizenden jongeren die kansloos zijn. Is het nou te veel gevraagd om hen een stukje scholing te geven en bij het arbeidsproces te trekken? Dat vroeg ik mij af. Maar ja, dan zie ik meteen weer al die zeurpieten verschijnen, met verhalen van het kan niet dit en dat. Toen dacht ik: “Ik ga niet eens meer met jullie in discussie.” Ik heb er echt geen zin meer in, verrek dan maar met zijn allen.’

Bent u teleurgesteld?

‘Ja. Daar ben ik heel erg in teleurgesteld. Ik zal je vertellen, als ik nu nog voorzitter zou zijn van MKB Nederland, was ik erin gesprongen en had ik bedacht: “Dit gaan we doen aan die jeugdwerkloosheid.”

Het MKB is te voorzichtig geworden?

‘Veel te voorzichtig. Ik kan er niet bij dat er niet meer mensen zijn die zeggen: “Alle bullshit aan de kant, schouders eronder en we gaan het even doen’’.’

Hoe zorgt u ervoor dat u niet bitter wordt?

‘Er zijn zat leuke dingen in het leven, hoor. Maar ik heb even geen zin meer in die halve debatten. Dan word ik gebeld door NOVA met de vraag of ik met iemand in discussie wil. Vroeger had ik het meteen gedaan, maar ik weet nu dat ze me alleen maar vragen omdat ik vrij snedig kan reageren en theater en amusement breng. Ik doe het niet meer, ik heb wel wat anders te doen op vrijdagavond.’

Naast voorzitter van de Taskforce Jeugdwerkloosheid bent u ook weer zelfstandig ondernemer. Dat moet vreemd zijn na al die tijd in een grote organisatie.

‘Dat is het ook. Maar op een gegeven moment zei mijn vriend, de advocaat Leo Spigt: “Je bent toch niet gek?Je bent nu op een leeftijd dat je voor jezelf moet gaan werken.” En dus hebben wij met Hans Kamps Governance Support opgericht, een adviesbureau voor governance- en besturingsvraagstukken.’

Voelt u zich weer een vrije jongen?

‘Ja, maar ik heb er wel moeite mee gehad. Ik was een beetje verwend geraakt bij MKB Nederland, ik had daar twee secretaresses, een chauffeur, een heel apparaat van mensen die allemaal heel goede dingen voor mij deden. Toen ik daar afscheid had genomen, reed ik opeens weer in mijn eentje door Nederland. Dat was best raar.’

Hoeveel uur werkt u per week?

‘Ik denk een uur of 60, 70.’

Hoe combineert u werk en privé?

‘Die wereldreis met mijn vrouw en kinderen zou wel eens mijn huwelijks- en gezinsleven kunnen hebben gered.’

Licht eens toe.

‘Daarvoor had ik zo hard gewerkt, dat was niet normaal. Regelmatig zat ik ’s nachts om 2 uur een rapport recht te strijken dat door mensen niet goed was afgerond. En ’s ochtends om 7 uur zat ik alweer weer in de auto. Wij hadden toen nog kleine kinderen, die zagen mij nauwelijks. Op een gegeven moment wist ik: dat gaat niet goed. Toen zijn we er een klein jaar op uit getrokken. Dat heeft mij tot het inzicht gebracht dat ik eigenlijk een fantastische vrouw en erg leuke kinderen heb. En tot op de dag van vandaag geeft die reis ons een soort gemeenschappelijke referentie. Dat is echt goud geweest.

Hoe kunt u dan toch een tegenstander zijn van de levensloopregeling?

‘Haha, nou, we hebben er laatst over gediscussieerd in de SER. FNV-voorzitter Lodewijk de Waal zei toen: “De Boer is wel tegen maar hij is zelf ook een jaar weggeweest.” Er is een groot verschil. Ik heb de deur achter me dichtgetrokken, ik heb het zelf betaald, ik heb mijn eigen risico genomen.’

Wat verdient u eigenlijk?

‘Dat weet ik niet precies.’

Een econoom die niet weet wat hij verdient?

‘Nee, echt niet, er gaat natuurlijk veel terug in het bedrijf. Het loopt in elk geval niet in de miljoenen maar ik verdien wel erg goed vind ik. Ik verdien aanmerkelijk meer dan Jan Peter Balkenende.’

Dat geldt voor heel veel mensen.

‘Dat is waar. Overigens vind ik het heel onterecht dat hij minder verdient dan ik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.