Stop meer CO2 onder de grond

De Groene Revolutie

CO2-opslag is onmisbaar om de klimaatdoelen te halen, maar komt in Nederland maar niet van de grond. De Noren boeken er juist succes mee. Wat kunnen we hiervan leren?

De CO2 gaat door buizen in de Poolzee richting de ondergrondse opslag. Het ijskoude water helpt bij de koeling van het gas. Foto General Electric/Finn Beales

I. De pioniers aan het werk

Er zijn slechtere uitzichten denkbaar dan dat vanuit het kantoor van Roger Stenvoll. De 43-jarige Noor draait de camera, zodat via de Skypeverbinding de Barentszzee achter zijn rug in beeld komt. Rechts daarvan steekt een imposant rotsmassief dreigend boven het Noorse pooleiland Melkøya uit. 'Geen verkeerde plek om te werken', zegt Stenvoll met een grijns.

Stenvolls werkgever, het Noorse concern Statoil, heeft het aangezicht van het eiland wel veranderd met de bouw van een enorme gasinstallatie. 140 kilometer verder noordwaarts ligt het omvangrijke Snøhvit-gasveld. Het gas wordt ter plekke met een onderwaterinstallatie gewonnen en gaat door een lange pijpleiding naar Melkøya, waar het wordt opgeslagen voor verder transport.

In gewonnen gas zit van nature CO2 vermengd dat vóór transport nog wel van het gas moet worden gescheiden, en normaal gesproken wordt uitgestoten. Stenvoll is als hoofd Energie-efficiëntie verantwoordelijk voor een opzienbarende truc die Statoil toepast om de CO2 van de installatie te reduceren: de CO2 wordt direct afgevangen en in een diepe aardlaag gespoten. Het is één van de twee grootschalige CO2-opvangprojecten in Noorwegen, naast opslag via boorplatformen in het Sleipner-veld in de Noordzee. 'Wij besparen er jaarlijks zo'n zevenhonderdduizend ton aan CO2-uitstoot mee', aldus Stenvoll. Ter vergelijking: dat is meer dan de jaarlijkse uitstoot van dertigduizend Nederlandse woningen bij elkaar.

Anders dan in Noorwegen komen opslaginitiatieven in Nederland tot dusverre nauwelijks van de grond. In 2009 sneuvelde een groots opgezet demonstratieproject, waarbij CO2 uit een Shell-raffinaderij zou worden opgeslagen in twee lege gasvelden onder Barendrecht. Nadat onder de Barendrechters twijfels rezen over de veiligheid van het project keerde de gemeenteraad zich tegen het plan, en werd het afgeblazen. En afgelopen juni trokken elektriciteitsbedrijven Uniper en Engie de stekker uit gesubsidieerde CO2-opslag in een leeg gasveld onder de Noordzee. De reden: door de lage prijs van emissierechten werd het afvangen en opslaan van CO2 minder rendabel dan het uitstoten.

Foto de Volkskrant

In Noorwegen werkt het anders, vertelt Stenvoll. Sinds 1991 int de Noorse overheid belasting op CO2-uitstoot. Voor iedere uitgestoten ton betaalt Statoil zo'n 50 euro aan belasting aan de Noorse overheid. 'Dat is de voornaamste reden dat we twintig jaar geleden met het opslaan van CO2 zijn begonnen', aldus Stenvoll. 'Er waren wat zorgen toen Statoil in het Arctische gebied naar fossiele brandstof ging boren. Maar wij horen juist bij de olie- en gasbedrijven met de laagste uitstoot. We hebben wel degelijk oog voor duurzaamheid.'


II. Zet het zoden aan de dijk?

CO2-opslag lijkt een voor de hand liggende oplossing. Stop het gas onder de grond en het kan geen kwaad meer. In het Snohvitveld bij Melkøya ligt al zo'n vier miljoen ton opgeslagen, gelijk aan de helft van wat de gehele Nederlandse industrie maandelijks uitstoot. Dat broeikasgas zou anders in de atmosfeer zitten, waar het bijdraagt aan de opwarming van de aarde.

De mogelijkheden zijn om van te watertanden. Naar verwachting kan Nederland in lege gasvelden op zee en land zo'n 1.600 megaton opslaan, vergelijkbaar met twintig procent van de verwachte totale uitstoot in de komende veertig jaar. En dan wordt het Slochteren-gasveld nog niet meegeteld. Als deze na onderzoek geschikt blijkt voor CO2-opslag, is hier ruimte voor maar liefst 6.500 megaton. Hier zou Nederland in theorie de volledige CO2-uitstoot van de komende veertig jaar in kwijt kunnen. Naast deze gasvelden, die 1,5 tot 3 kilometer diep liggen, zouden ook diepe zoutwaterlagen geschikt kunnen zijn voor de opslag.

Het van CO2 gezuiverde gas wordt op een tanker geladen voor transport. Foto General Electric/Finn Beales

Maar CO2-opslag is omstreden. Het project onder Barendrecht faalde omdat de zorgen onder de bewoners over mogelijke veiligheidsrisico's niet konden worden weggenomen. Deels kwam dat door ongelukkige communicatie vanuit de betrokken instanties, die de eerste informatievoorziening overlieten aan Shell - niet de meest vertrouwenwekkende instantie. Daarbij komen verhalen van incidenten met CO2, zoals bij een verffabriek in Mönchengladbach. Daar ontsnapte een grote hoeveelheid uit de brandblusinstallatie van een verffabriek. De CO2 vormde een deken over de stad, en een groot aantal mensen werd onwel of verloor het bewustzijn. Bij opslag is het risico op zo'n ongeval echter klein. De CO2 wordt onder hoge druk vervoerd en geïnjecteerd. Onder hoge druk vermengt het zich snel met de omringende lucht, waardoor de gezondheidsrisico's zeer laag zijn.

Een ander argument van tegenstanders is dat CO2 het probleem niet bij de bron aanpakt - de uitstoot verminderen - maar slechts een doekje vormt voor het bloeden. Gert-Jan Kramer, hoogleraar duurzaamheid aan de Universiteit Utrecht, erkent dat CO2-opslag een 'end of pipe-solution' is, zoals hij het zelf omschrijft. Een oplossing die pas om de hoek komt kijken als we geen andere mogelijkheid meer zien. 'Maar uiteindelijk zal CO2-opslag onvermijdelijk blijken', zegt Kramer. 'We hebben niet oneindig veel tijd. De mens heeft een enorme behoefte aan materialen en energie op basis van koolstof. Tenzij die enorme behoefte radicaal verandert, of nieuwe technieken zich razendsnel ontwikkelen, kun je niet om CO2-opslag heen.'

Die opslag is een 'noodzakelijk kwaad', vindt ook Heleen de Coninck, universitair hoofddocent duurzame innovatie aan de Radboud Universiteit. 'Het is eigenlijk niet voor te stellen dat de klimaatdoelen worden gehaald zonder gebruik te maken van CO2-opslag', aldus De Coninck. 'Volgens de doelstellingen van Parijs moet vóór 2050 de uitstoot met 95 procent zijn gereduceerd. Daarvoor zullen we echt aan de bak moeten.'

Toch hebben milieubelangengroepen bezwaren tegen CO2-opslag. Het zou, zo luidt de voornaamste kritiek, een dure manier zijn om fossiele energie een 'schoon' aanzien te geven, en zo het draagvlak voor hernieuwbare energiebronnen als zon en wind wegnemen. Donald Pols, directeur van Milieudefensie, licht toe: 'Naar onze mening kunnen we CO2-opslag pas noodzakelijk noemen als we alle andere opties hebben geprobeerd. Waarom investeren we niet als de wiedeweerga in hernieuwbare energie, in plaats van subsidie te verlenen voor opslag?'

De Coninck, die meeschreef aan rapporten van het internationale klimaatpanel IPCC, en ook bij het Energieonderzoek Centrum Nederland studies verrichte naar het nut van CO2-opslag, is het deels met Pols eens. 'Wat betreft de elektriciteitssector, de gas- en kolencentrales, heeft hij zeker een punt.' Maar, aldus De Coninck, voor bijvoorbeeld de staalindustrie en olieraffinaderijen liggen de alternatieven minder voor het oprapen. De Coninck: 'Tenzij je geen staal of olie meer gebruikt, kan het terugdringen van uitstoot in die sectoren voorlopig echt op geen andere manier dan met CO2-opslag.'


III. Wat is er nodig om dit grootschalig in te voeren?

Dat de industrie nog niet staat te springen om CO2 op te gaan slaan, heeft vooral met de kosten te maken. En dat geldt voor Nederland nog sterker dan voor Noorwegen. Het afvangen van CO2 is bij de winning van gas namelijk veel goedkoper dan bij andere takken van industrie. 'Bij gaswinning moet je sowieso al de CO2 afvangen', legt De Coninck uit. 'Na compressie hoef je het alleen nog maar te transporteren en op te slaan.'

Bij andere energievormen, zoals kolen, is het ingewikkelder. De Coninck: 'Na het verbranden van de kolen komt CO2 en stikstof vrij. Normaal worden deze de atmosfeer in geblazen, maar wil je de CO2 opslaan, dan zal je het eerst moeten afvangen. Daar moet je zo ongeveer een kleine chemische fabriek voor neerzetten.' In Nederland zijn recentelijk drie nieuwe kolencentrales geopend. Hier zal de CO2-opslag een stuk duurder uitvallen dan bij de Noorse gaswinningsinstallaties. Aan het einde van de rit is het goedkoper om CO2 uit te stoten en domweg voor de emissierechten te betalen, dan om de opvang van het gas te financieren.

De winning van gas uit het Snøhvitveld wordt gemonitord in de installatie op Melkøya. Foto General Electric/Finn Beales

Hoe is de industrie over te halen toch CO2 op te slaan? Zowel De Coninck, Kramer als Pols zijn van mening dat een politieke oplossing noodzakelijk is. Begin 2018 dient de Nederlandse overheid haar lange termijn-reductiedoelstellingen in bij de Europese Commissie. Een uitgelezen kans om een grotere rol te bieden aan de opslag. 'Je moet stelliger normeren', vindt De Coninck. 'De politiek neemt vooralsnog een faciliterende rol in. Ze zeggen: we hebben de Europese emissiehandel, en verder moeten de bedrijven het maar zelf met elkaar regelen. Maar wil je de klimaatdoelen halen, dan zal je sturend moeten handelen. Zeg dat bedrijven vanaf 2035 niet meer dan x ton CO2 mogen uitstoten. Dan moet de industrie wel werk gaan maken van de opslag, of andere oplossingen bedenken.'

Kramer zou eerder een oplossing zoals Noorwegen toepassen. 'De atmosfeer is van ons allemaal, en als die wordt vervuild is het aan de overheid om een regelgevend kader te stellen. Bijvoorbeeld een belasting op CO2-uitstoot. Dan pas krijg je bedrijven echt in beweging.'

Maar sinds het debacle bij Barendrecht hoor je politici nauwelijks nog over CO2-opslag. Geen politicus die zijn handen nog aan dit onderwerp wil branden. Kramer betoogde een week geleden nog in zijn oratie aan de Universiteit Utrecht dat het Nederland ontbreekt aan een herkenbaar, aansprekend verhaal, dat helderheid verschaft over de verschillende opties waarmee de Parijse doelstellingen kunnen worden behaald. Kramer: 'Het is voor veel burgers niet meteen duidelijk waarom CO2-opslag noodzakelijk is. Het is een complex verhaal. Je moet als politicus goed articuleren waarom het nodig is, en daarvoor is politiek leiderschap nodig.' En dat leiderschap, vindt Kramer, is precies waar het tot dusverre nog aan ontbreekt.

De Groene Revolutie - maar hoe dan?

De overgang naar een duurzame economie in Nederland is nu echt ingezet. We volgen het vallen en opstaan van pioniers en andere aanjagers op de voet.