'Stop het bouwen, er zijn hamsters'

In de strijd tussen economie en ecologie ontdekten natuurbeschermers een wapen van formaat: de korenwolf. Het knaagdiertje drijft bestuurders en bouwers tot wanhoop....

Ergens in Zuid-Limburg, vermoedelijk even ten oosten van Maastricht, bij het kerkdorpje Heer, in een glooiend graanveld waar de boeren stroken koren voor hem laten staan, waar ze niet te diep ploegen en bestrijdingsmiddelen achterwege laten, schijnt hij nog te leven, 's lands meest besproken beestje van de afgelopen jaren, de korenwolf. Zo in het voorjaar en aan het begin van de zomer doet hij verwoede pogingen om een soortgenoot van de andere kunne - vermoedelijk een broertje, een zusje, neefje of nichtje - te bewegen tot voortplanting. Dat is lastig. Want hij (zij) is nog met weinigen. Zeker sinds vorig jaar een aantal mensen zijn domein betrad om zijn 'laatste' soortgenoten te vangen. Voor een fokprogramma, maar dat weet het diertje uiteraard niet. Zoals hij ook onkundig is van het nationale drama met grensoverschrijdende trekjes dat hij op zijn geweten heeft, alleen maar omdat hij nog bestaat - of eigenlijk: omdat hij bijna niet meer bestaat.

Hij heeft inmiddels tientallen miljoenen guldens gekost, de korenwolf die geen wolf is maar een hamster. Hij heeft wethouders, burgemeesters en provinciebestuurders tot wanhoop gedreven, hij heeft vakanties en weekenden van ambtenaren verpest, hij heeft actievoerders en hamsterdeskundigen elkaar in de haren doen vliegen, advocaten aan een goede bron van inkomsten geholpen en journalisten aan mooie kopij. Hij heeft de landelijke politiek in beweging gekregen en zelfs de radertjes in Europa laten draaien, en wel in een commissie onder Grieks voorzitterschap.

En hij is zich van geen kwaad bewust, de hamster. Sterker, een paar jaar geleden was hij nog vastbesloten om uit te sterven. Hij maakte zich op voor zijn laatste winterslaap. Voor hem hoefde het allemaal niet meer zo.

Over de hamster, de Cricetus cricetus, ook wel de veldhamster, de wilde hamster of de korenwolf genoemd, staat slechts één ding vast: wat je er ook over beweert, er is altijd iemand die je tegenspreekt. Neem nou het begin van dit verhaal. Velen van de tientallen mensen die zich in de afgelopen vijf jaar duchtig hebben geweerd in wat in de Limburgse pers al de 'hamsteroorlog' is genoemd, onderschrijven de vaststelling dat er nog slechts enkele hamsters in het wild leven en dat die zich vermoedelijk bevinden bij Heer. Maar een belangrijke, niet te onderschatten minderheid van hardcore hamsterdeskundigen, die zich voornamelijk in Lim burg zelf bevinden, zal die mededeling weghonen en zelfs beschouwen als een stellingname in een nog altijd voortdurend conflict.

Zo op het oog is de kwestie helemaal niet zo ingewikkeld. Een in Europees verband beschermde diersoort in Limburg dreigt uit te sterven, natuurorganisaties slaan alarm en door een gezamenlijke inspanning van overheid en natuurorganisaties worden de laatste exemplaren van de soort gevangen en bij elkaar gezet zodat zij zich in optimale omstandigheden kunnen voortplanten. In de tussentijd zorgt de overheid voor 'hamstervriendelijk' beheerde gebieden en reservaatjes, zodat het beestje, eenmaal weer in gezonde aantallen voorradig, wel in het wild kan overleven. Die inspanning lijkt nu, voor een gedeelte, succesvol. Op het terrein van de de natuurorganisatie cq actiegroep Das & Boom in Beek-Ubbergen bij Nijmegen, en in Dier gaarde Blijdorp in Rotterdam zijn in de afgelopen maanden vier nestjes hamsters geboren, net genoeg om het fokprogramma voorlopig als geslaagd te beschouwen.

Als argeloze buitenstaander denk je dan: mooi, weer een diertje gered, al had je van dat diertje tot voor een paar jaar terug nog nooit gehoord. Maar dat blijkt heel naïef te zijn. Want de opluchting over de geboorte van de hamstertjes, bij Das & Boom en op het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij (lnv), heeft nog een andere reden. Een door velen voorspelde mislukking van het fokprogramma zou een klein drama zijn geweest voor de gelegenheidscoalitie van actiegroep en ministerie. Voor Das & Boom, omdat ze alle middelen in de strijd heeft geworpen om de 'laatste' hamsters in Limburg te vangen om het beestje te redden door middel van een fokprogramma. De no-nonsense actiegroep met haar flamboyante voorzitter Jaap Dirkmaat doorbrak daarbij hardhandig broze overlegstructuren en stond op vele gevoelige, vooral Limburgse tenen. Het mislukken van het omstreden fokprogramma zou haar vele vijanden een uitgelezen kans bieden om Das & Boom als onbetrouwbaar, ondeskundig en opportunistisch te bestempelen.

Voor het ministerie zou een mislukking zo mogelijk nog erger zijn. Bij gebrek aan eigen kennis en onder druk van Europese richtlijnen die zeggen dat de hamster niet mag uitsterven, lieten de ambtenaren zich op beslissende momenten op sleeptouw nemen door het ooit zo nietige Das & Boom. In het pas gepresenteerde Beschermingsplan hamster 2000-2004 staan prachtige kaartjes van beoogde hamsterlocaties en scenario's voor de toekomst, die echter alleen maar bruikbaar zijn als er ook voldoende hamstertjes geboren worden bij Das & Boom en in Diergaarde Blijdorp.

Zo ligt het lot van de hamster, waarvoor het ministerie verantwoordelijk is, deels in handen van een actiegroep die bovendien alle eer voor het 'redden' van de hamster ten deel viel. 'Ach', zegt een van de ambtenaren van de regio-Zuid van het ministerie (twee van hen behandelen al jaren het hamsterdossier): 'Das & Boom mag deze slag winnen, ons gaat het om de hele oorlog.' En inderdaad, de strijd om de hamster wordt nog op vele andere fronten gevoerd en is voorlopig niet uitgewoed.

De hamster heeft er vermoedelijk niet eens bewust voor gekozen in Nederland te gaan wonen. Tot in de tweede helft van de negentiende eeuw komt hij niet in de geschriften van biologen voor. Ook de eerste premies op het doodslaan van hamsters dateren pas van begin vorige eeuw, terwijl daar betreffende dassen en otters al vanaf de Middeleeuwen bewijzen van zijn. Begin vorige eeuw kreeg de hamster ook zijn Limburgse dialectnaam, korenwoof. Woof betekent zoveel als inhalig kreng, koren staat voor zijn geliefde voedsel. De hamster was niet bepaald geliefd in Limburg, vandaar dat de Limburgers de onjuiste ver taling korenwolf wel passend vonden. Jaren later - toen zat het beest al in het knuffelstadium - werd er een Limburgs witbier-merk naar het beestje genoemd.

De hamster kwam omstreeks 1880 met de trein naar Limburg, zo luidt een van de theorieën, vermoedelijk met graantransporten uit de Balkan. Overigens zijn er volgens de met Das & Boom rivaliserende Limburgse Hamster werkgroep al in 1844 korenwolven beschreven, in Heerlen. In ieder geval voelde de hamster zich snel thuis in Limburg, vanwege de loss/leemgronden waar hij burchten kon bouwen die niet instortten en vanwege de beschikbaarheid van graangewassen, waarmee hij zijn voorraadkamers kon vullen. Tot na de oorlog was de grote vraag betreffende de hamster dan ook: hoe raak je hem kwijt? De hamsters, die over een alleen door konijnen geëvenaard voortplantingsvermogen beschikten, vormden een plaag voor boeren.

Het probleem loste zich vanzelf op, door de intensivering van de landbouw. De teelten veranderden, er kwamen zwaardere machines, diepere ploegen, beregeningskanonnen en bestrijdingsmiddelen. Tegen zoveel geweld was de hamster niet opgewassen. Het werd stil rond het beest, totdat de hamster in 1973 voor het eerst werd genoemd in de Natuurbeschermingswet. In 25 jaar tijd heeft het beestje een drastische statusverandering ondergaan; van plaag tot bedreigde diersoort.

Die status werd later ook internationaal bevestigd; in 1979 in de Conventie van Bern (in werking sinds 1982) en in 1992 in de Europese Habitat-Richtlijn (in werking sinds 1994). Vooral die laatste, nota bene vooral door Ne der landse ambtenaren opgestelde richtlijn, is ver strekkend. Het verplicht de Nederlandse overheid om alles te doen om de hamster niet te laten uitsterven, en sterker: om te voorkomen dat het beestje in een 'kritisch stadium' terechtkomt. De hamster geniet de hoogste status van 'beschermd', vergelijkbaar met die van de bruine beer en de wolf in Europa en de tijger in Azië.

Maar ondertussen wist de Nederlandse overheid nagenoeg niets van de hamster. Er bestonden nauwelijks wetenschappelijke publicaties over het beestje, net zo min als recente inventarisaties. Het ministerie van lnv verzuimde ook de Nederlandse wetgeving voldoende aan te passen aan de Europese richtlijnen. En zou daarmee veel juridische problemen over zich afroepen.

Bij Das & Boom in Beek-Ubbergen was de hamster toen al ontdekt als juridisch strijdmiddel. Vooral door inspanningen van Das & Boom ging het met de das een stuk beter en het beest werd in Europees verband minder beschermd dan de hamster. Al in de jaren tachtig noemde Das & Boom de hamster in een bezwaarschrift tegen de aanleg van de

A73 door Limburg. Toen het kabinet in 1990 haar Na tuurbeleidsplan presenteerde, wees Das & Boom op het feit dat aan landbouwgebieden nauwelijks aandacht werd besteed, terwijl vele beschermde dieren- en plantensoorten juist daar voorkomen. Uitgeproken voorbeeld: de hamster.

Toch duurde het tot 1996 voordat Das & Boom zich, na een statutenwijziging, met alle kracht op de bescherming van de hamster stortte. Met de hamster als argument keerde Das & Boom zich tegen de uitbreiding van vliegveld Beek, tegen uitbreidingen van woonwijken en tegen een golfbaan bij Maastricht. Dirkmaat: 'Juridisch kon je met de hamster iedereen plat krijgen. We voerden de das wel op, maar de hamster zat er als levensverzekering bij.'

Er was nog een andere reden waarom Das & Boom zich over de hamster ontfermde: wantrouwen tegenover de Limburgse natuurorganisaties. En, zegt Dirkmaat, de angst dat de hamster hetzelfde zou overkomen als de otter, die eind jaren tachtig uitstierf, terwijl deskundigen en actiegroepen nog volop ruzie maakten over hoeveel er nu eigenlijk nog waren en hoe de otter het beste beschermd kon worden. Dirkmaat: 'Er was een promovendus die gold als de grote otterdeskundige. Die beweerde in zijn proefschrift dat er nog vijftienhonderd otters konden zitten. Toen hij daarop promoveerde was de otter uitgestorven.'

Ook vanuit Limburg kwamen in die tijd geluiden dat er in die provincie nog wel otters waren. Dirkmaat: 'Ik vond dat eigenaardig, want sinds 1936 waren er geen betrouwbare waarnemingen van dode otters in het met wegen doorsneden Limburg geweest. Terwijl er in het lege Friesland in de jaren zeventig en tachtig nog tientallen otters per jaar werden doodgereden.'

Volgens Dirkmaat speelde het Limburgse minderwaardigheidscomplex op. 'Friesland kreeg op een gegeven moment zes miljoen gulden om otters te gaan redden in een gebiedje, terwijl er in Limburg, volgens het Limburgs Natuurhistorisch Genootschap althans, nog otters waren. En zij kregen niets. Ik heb op een gegeven moment openlijk gezegd dat ik het vreemd vond dat de Limburgers zich zo fixeerden op de otter. En dat het sowieso een slechte investering zou zijn geweest om otters uit te zetten, uitgerekend bij de bron van ellende, de met pcb's vervuilde rivieren in Limburg. Ik zei: ga met de vele, alleen in Limburg voorkomende bedreigde diersoorten aan de gang. De hamster bijvoorbeeld.' Die uitspraak zette kwaad bloed, volgens Dirkmaat. 'Er werd gezegd: "Waar bemoeit die Hollander zich mee." En: "Het gaat hartstikke goed met de hamster". Die laatste opmerking heb ik altijd onthouden.'

Toch was het besef dat het slecht ging met de hamster wel degelijk doorgedrongen in Limburg. Al in 1986 constateerden onderzoekers van het Natuurhistorisch Genoot schap dat het met de hamsterstand niet florissant was gesteld. En vooral door de informatie van Limburgse hamsterkenners besloot het ministerie van lnv in 1994 eindelijk, twaalf jaar naar het verdrag van Bern, een inventarisatie te laten uitvoeren.

Het wereldje van natuurbeschermers is klein. De voorzitter en de secretaris van van de Dassenwerkgroep Lim burg, Jaap Baars en Ed Gubbels, zijn beiden lid van het Natuurhistorisch Genootschap en ex-leden van Das & Boom. Ze scheidden zich eind jaren tachtig af omdat Das & Boom in hun ogen te weinig, en op een verkeerde manier, in Limburg actief was. Pogingen om samen te werken mislukten, volgens de Dassenwerkgroep, bij monde van Ed Gubbels, omdat 'het ego van Dirkmaat zo groot is dat hij niemand naast zich duldt'.

Het moge duidelijk zijn: de territoriumdrift van de organisaties vormde een goede voedingsbodem voor conflicten. Dirkmaat: 'We komen elkaar nu voortdurend tegen bij de Raad van State. Onze beweringen staan vaak haaks op elkaar. En iedereen die maar wat wil verkloten in Limburg, spint er garen bij. Wij hadden de hamster een paar keer genoemd en diezelfde bestuursleden van de Dassen werk groep richten de Hamsterwerkgroep op. Dan denk ik: wat moet ik ermee? Er pijn in mijn buik van krijgen, vooral.'

Inderdaad richtten Gubbels en Baars in 1996 de Ham sterwerkgroep Limburg op, maar dat leek vooral bedoeld omdat hun Dassenwerkgroep betreffende de hamster 'niet ontvankelijk' werd verklaard in een procedure tegen de beoogde aanleg van een industrieterrein in Heerlen. Want dat is waar de Hamsterwerkgroep zich in vast zou bijten: het redden van de hamster, juist op de plek waar de gemeenten Heerlen en Aken een grensoverschrijdend industrieterrein in een ver gaande staat van voorbereiding hadden.

Wil Houben, de Heerlense vvd-wethouder van Economische Zaken, heeft wel wat van een aangeslagen projectontwikkelaar als hij de rapporten en de kaartjes, die hij net omstandig heeft toegelicht, eenmaal weer heeft opgeborgen en hij al zuchtend aanschuift. 'Grijze haren' heeft hij gekregen van 'de klucht' die nu al zes jaar lang zijn portefeuille overheerst, zegt hij. 'Ik heb nog nooit zoiets demotiverends meegemaakt.'

Het plan leek zo mooi: een Grensoverschrijdend Bedrijventerrein (gob) tussen Heerlen en Aken, geheel in de geest van de Europese gedachte en dus te realiseren met een mooie Europese subsidie van dertig miljoen gulden. Beide gemeenten kampten met ruimtegebrek en een hoge werkloosheid. En het gebied tussen Heerlen en Aken was volgens een onderzoek van de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen 'vrij van natuurwaarden'.

Voortvarend gingen beide grenssteden vanaf 1992 aan de slag, daarbij de juridische kracht van de hamster onderschattend. Ofschoon de Duitse Naturschutzbund en de Limburgse Dassenwerkgroep (en later de Hamster werk groep) herhaaldelijk lieten weten dat het industrieterrein bovenop een 'kerngebied' voor hamsters was gepland, gingen de voorbereidingen door. De Duitse natuurorganisatie had inmiddels ook de Europese Commissie ingelicht. De ironie wilde dat Europa weliswaar grensoverschrijdende economische samenwerking beloonde, maar tegelijkertijd met de Habitat-richtlijn Duitsland, Nederland en België verplichtte tot samenwerking om hun grensoverschrijdende hamsterpopulatie te behouden.

Het duurde tot 1996 voordat het in Heerlen en bij de provincie Limburg doordrong dat de hamster niet te negeren viel. Uit onderzoek was gebleken dat er wel degelijk hamsters zaten in het gebied en dat er een ontheffing nodig was in het kader van de Natuurbeschermingswet. Heerlen had de pech dat het onderwerp op het ministerie intussen uiterst serieus werd genomen. Uit onderzoek, uitgevoerd door het Nijmeegse bureau Natuurbalans, in samenwerking met het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg, bleek dat de situatie van de hamster alarmerend slecht was. Bij de Directie Zuid van het ministerie van lnv besloten de verantwoordelijke ambtenaren dat er voortvarende actie moest worden ondernomen, mede onder druk van de Europese Habitat-richtlijn. 'Dat beest redt het niet, zeiden we tegen elkaar', aldus Leo Wijlaars, beleidsmedewerker Natuur en Bos. 'We moeten iets doen.'

De Heerlense wethouders troffen dan ook strenge ambtenaren toen ze in Eindhoven, bij de directie Zuid, gingen informeren. Niet alleen bleek een ontheffing echt nodig te zijn, ook bleek dat de gemeente en de projectontwikkelaar omvangrijke compenserende maatregelen moesten nemen voor de hamster. Al vele malen had de dragline klaar gestaan om te beginnen met het werk, steeds tegengehouden door juridische procedures die door de Hamster werkgroep en Das & Boom waren aangespannen.

Nadat wethouder Houben in juni 1998 nogmaals in Eind hoven had gehoord dat een ontheffing niet zomaar zou worden verleend, ontplofte hij, zo zegt hij. 'We kregen het idee dat de ambtenaren in Eindhoven de hele wereld benaderden vanuit de hamster. Er heerste een sfeer van: als er ook maar iets levends wordt aangetroffen in het gebied, dan wordt de hele economische ontwikkeling stopgezet. Toen kreeg ik echt het idee dat we in een rampzalige klucht verzeild waren.'

Wanhopig gestemd, belde Houben, eenmaal terug op het gemeentehuis, met de secretaresse van zijn partijgenoot en (toen nog) minister van Landbouw, Van Aartsen. Tot zijn verbazing belde Van Aartsen binnen een uur persoonlijk terug. Nadat Houben hakkelend zijn verhaal had gedaan, zegde Van Aartsen toe dat het met die vergunning snel geregeld zou worden. Een maand later, begin augustus 1998, verleende het ministerie van lnv de ontheffing. De betreffende ambtenaren en staatssecretaris Faber van Natuurbeheer kunnen zich, desgevraagd, overigens niets herinneren van enige druk van Van Aartsen. In het plan voor de twee industrieterreinen waar het om ging, waren wel voor bijna zeven miljoen gulden aan compenserende maatregelen voor de hamster opgenomen. Faber: 'Ik vind die oplossing nog steeds een schoolvoorbeeld van hoe je kunt samenwerken.'

Maar voor Wil Houben is de nachtmerrie nu, twee jaar later, nog altijd niet voorbij. De Limburgse Hamster werkgroep en Das & Boom bleven de ontheffing tot aan de Raad van State aanvechten (met succes, de vergunning is nog altijd geschorst) en de Europese Commissie heeft de subsidie voor het gob opgeschort. Een onafhankelijke Duitse hamsterdeskundige heeft zojuist opnieuw verslag gedaan van zijn onderzoek naar de inspanningen van Nederland om de hamster in Limburg te behouden. De kans bestaat dat de Europese Commissie op basis daarvan de subsidie voor het bedrijventerrein definitief stopzet, al heeft Houben goede hoop dat het meevalt.

De wethouder heeft inmiddels de term 'spookhamster' geïntroduceerd. In het hele gebied is al twee jaar geen korenwolf meer gesignaliseerd, mede doordat de gemeente Heerlen tussen alle procedures door wel kans zag om het terrein bouwrijp te maken en de infrastructuur aan te leggen. De wethouder schat de extra kosten van het project op vele miljoenen. 'Er zijn bedrijven afgehaakt, er zijn inkomsten gederfd omdat we vanwege de hamster veel minder terrein aan bedrijven konden uitgeven en aan compensatie voor de hamster geven we 6,5 miljoen gulden uit. En tonnen aan advocaten. Iedere zitting van de Raad van State kost sowieso al gauw 50.000 gulden aan advocaten. Soms denk ik weleens: zat de hamster er nog maar, dan wisten we tenminste waar we het voor deden.'

Drie weken geleden begonnen de ontwikkelingsmaatschappijen in een daad van burgerlijke ongehoorzaamheid toch op twee (hamstervrije) plaatsen op het terrein te bouwen (Houben: 'We gaan de knuppel in het hoenderhok gooien'). De staatssecretaris greep niet in (Faber: 'Al vind ik het niet chic van Heerlen'). De Limburgse Ham ster werkgroep probeert het ministerie nu te dwingen tot handhaving.

De woede van Heerlen richt zich allang niet meer op Das & Boom. De actiegroep heeft de gemeente haar zegen gegeven om te bouwen. Jaap Dirkmaat: 'Er zitten al drie jaar geen hamsters meer. Dan wordt het ongeloofwaardig om nog door te procederen. Het zou een bizar precedent scheppen als je niet eens hoeft aan te tonen dat ergens nog beschermde dieren zitten om een bouwproject tegen te houden. Bovendien: de gemeente en de exploitant hebben compensatie voor de hamster toegezegd.'

Sowieso speelde Heerlen voor Das & Boom slechts een marginale rol in het redden van de hamster. Uit het onderzoek van bureau Natuurbalans uit 1996 kwam het gebied bij Heerlen niet naar voren als een belangrijk leefgebied voor hamsters. Dirkmaat: 'Wij hebben toen gezegd: het is een rotgebied, maar er zitten hamsters. Dus gaan we procederen.'

Vanaf 1996 liepen de strategieën van de Hamster werk groep en Das & Boom steeds verder uiteen. De eerste schat te het aantal hamsterburchten stelselmatig (te) hoog ('Stop het bouwen, er zijn nog hamsters'), de tweede stelselmatig (te) laag ('Neem maatregelen, er zijn bijna geen hamsters meer').

Zonder dat uit te spreken koos het ministerie steeds meer de kant van Das & Boom. Dat was niet zo vreemd. On derzoeken en inventarisaties wezen uit dat het met de hamsterpopulatie snel bergafwaarts ging. Leo Wijlaars (lnv): 'De populatie holde sneller achteruit dan wij instrumenten konden genereren om dat tegen te gaan.' Het ministerie deed, vanaf 1996, zijn best. Het sloot overeenkomsten af met boeren om hamstervriendelijk te produceren. Boeren kregen ook een premie als ze een burcht op hun grond mel dden. Steeds weer bleek het niet genoeg te zijn.

In 1997 werd daarom het Hamsteroverleg Limburg (hol) in het leven geroepen, waarin alle partijen die met de hamster te maken hadden, probeerden samen te werken. Ook Natuurmonumenten mengde zich krachtig in de strijd. De altijd positief ingestelde vereniging voerde een bliksemactie onder de slogan: Red de Korenwolf (inclusief aaibare illustratie), en haalde 1,4 miljoen gulden op. Na tuurmonumenten nam bij Heer en Amby gronden van de gemeente Maastricht, eerder bestemd voor woningbouw, in beheer. De Dienst Landelijk Gebied van het ministerie ging bovendien meer gronden in Limburg zoeken, door Natuurmonumenten te kopen en als hamsterreservaat te beheren.

Maar het ging Das & Boom allemaal niet snel genoeg. Indachtig de otter ging Jaap Dirkmaat ervan uit dat onderzoeken al verouderd zijn als ze uitkomen. En overleg is mooi, maar voor je het weet is een diersoort uitgestorven. Dirkmaat: 'Ook de otter is lullend ten onder gegaan. Er was een woud aan deskundigen en die spraken elkaar allemaal tegen.'

In 1998 verscheen een rapport, in opdracht van het ministerie geschreven, van het Instituut voor Bos en Natuuronderzoek (ibn). Op basis van computermodellen concludeerden de onderzoekers dat er nog 250 hamsters in Limburg zaten, verspreid over zeven populaties. Dat was meer dan Das & Boom had gedacht, maar het betekende wel dat het beest 'technisch' al was uitgestorven. Das & Boom schreef in datzelfde rapport een juridische passage, maar bleef de tellingen wantrouwen. Dirkmaat: 'We konden die 250 hamsters niet vinden.'

In het gebiedje in Heer waren ondertussen, op voorspraak van Das & Boom, ideale omstandigheden gecreëerd voor de hamster. Vlak voor de winter van '98 was het aantal burchten desondanks gekelderd van tegen de veertig tot, volgens Das & Boom, zeven. Dirkmaat: 'Toen hebben we gezegd: stel dat het er tien zijn, en zelfs als er bij Heerlen of elders nog één of twee zitten, dan is het doek nu toch gevallen. Nog voor de winter hebben we toen tegen het ministerie gezegd, zonder dat rond te bazuinen: jongens, ze moeten gevangen worden voor een fokprogramma.'

Op het ministerie wisten ze direct: dat ligt gevoelig. Zeer gevoelig zelfs. En eigenlijk, zo werd Dirkmaat te verstaan gegeven, was het uitgesloten dat de beestjes gevangen werden. Onder grote druk van het ministerie had de gemeente Maastricht namelijk afgezien van uitbreidingsplannen bij Heer, juist omdat daar hamsters zaten. Het ministerie had zelfs de provincie ingeschakeld om de provinciehoofdstad onder druk te zetten. En had voor het eerst de internationale richtlijnen als argument gebruikt om de provincie en de gemeente te overtuigen. Het gevolg was dat Maastricht, qua woningbouw, geen kant meer op kon en die klap was hard aangekomen op het gemeentehuis. Als het ministerie nu zou beslissen om de hamsters weer weg te halen, zou ze zich onsterfelijk belachelijk maken, zo kreeg Dirkmaat, zegt hij, onofficieel te horen. Onderhuids speelde nog iets anders: Limburgse trots. Als de laatste korenwolven uit Limburg zouden worden weggehaald, om elders te worden ondergebracht, zou dat betekenen dat Limburg niet zelf voor haar hamsters kon zorgen. De boodschap was duidelijk: vooralsnog kon van vangen geen sprake zijn.

De winter ging voorbij en toen de eerste hamsters hun kop naar buiten staken in het voorjaar, bleek het Das & Boom dat er nog vijf van de zeven hamsters in leven waren. Buiten de andere partijen van het hol om, besloot Das & Boom tot actie over te gaan. Wel lichtte de actiegroep enkele dagen van tevoren het ministerie in. 'We zeiden tegen Leo Wijlaars, de faunaman: "We gaan de laatste hamsters in veiligheid brengen, met of zonder ontheffing. Daarom gaan we met een actie de publiciteit zoeken." Hij vond dat we hierover in het hol moesten praten. En hij zei: "Het is jullie verantwoordelijkheid." Daar zat wel een zeker dualisme in.'

Op 10 mei 1999 was het dan zover. Das & Boom had een caravan in het gebied neergezet en een aantal semi-bekende Nederlanders (onder anderen Koos van Zomeren, John Jansen van Galen, Kader Abdolah, Lucas Reijnders) uitgenodigd voor een nachtelijke hamsterwake. De pers was ingelicht, er was een hotel afgehuurd voor een persconferentie en de staatssecretaris werd via een advocaat gedreigd met een kort geding als ze geen ontheffing zou afgeven om de korenwolven te vangen. De actie was, uit het oogpunt van Das & Boom gezien, een daverend succes. De vpro-radio zond de hele nacht uit en bij de bekende Nederlanders (Ed Gubbels van de Hamsterwerkgroep: 'Bekende Nederlanders met een ego-probleem') ging de boodschap van Dirkmaat ('Hier zitten de laatste drie hamsters van Nederland') erin als koek. De volgende dag werd de actie in zowat alle media beschreven.

De overige leden van het hol, vooral de Limburgse leden, waren woedend. Odile Wolfs, kersverse gedeputeerde van de provincie Limburg: 'Ik vond het een ongepaste actie. We zaten midden in de Kosovo-oorlog. Ik vond het te gek voor woorden. Overbodig en achter onze rug om.'

Ook het ministerie was niet blij met de actie. Leo Wijlaars: 'Vanaf dat moment kregen we te maken met veel ruis.' Vooral de oneliner van Dirkmaat ('Dit zijn de laatste drie') schoot in het verkeerde keelgat. 'Maar', zegt Leo Wijlaars, 'in essentie was het verhaal van Das & Boom juist. De situatie was heel kritiek. En dat hebben we ook tegen de staatssecretaris gezegd.'

Een week later volgde crisisberaad op het ministerie, met alle partijen. Het overleg ontaardde in een strijd tussen voor- en tegenstanders van vangen. Odile Wolfs: 'Wij waren tegen vangen. Er had eerst een goede risico-analyse moeten plaatsvinden. Bovendien kregen wij van de Hamsterwerkgroep te horen dat er nog honderden hamsters waren.'

Dirkmaat: 'Iedereen deed zijn zegje en ik werd steeds botter. Tegen de verantwoordelijke ambtenaar van Limburg zei ik: "Als alle kantons, provincies en county's mogen meepraten over uitstervende dieren, dan komen we in Straatsburg en Brussel niet ver. Dit is een landsverantwoordelijkheid. In de verdragen staat dat het stadium van uitsterven moet worden voorkomen. Wij kunnen niet meer dan vijf hamsters vinden en als jullie niet het tegendeel kunnen bewijzen, dan zijn dat de laatsten. Dus wat doe je dan: je gaat vangen en je vraagt België en Duitsland om ook hamsters te leveren".'

In werkelijkheid had Das & Boom al contact gehad met Belgische en Duitse natuurorganisaties. Ook daar bleek de situatie penibel te zijn. En al snel ging het gerucht rond - in de wereld geholpen door de Hamsterwerkgroep, volgens Dirkmaat - dat Das & Boom hamsters had gestolen in België.'

Het ministerie kwam uiteindelijk met een voorstel. De provincie Limburg kreeg 24 uur de tijd om aan te tonen dat er nog honderden hamsters leefden in Limburg. Daarvan zouden er een aantal gevangen worden voor een fokprogramma, uitgevoerd door Diergaarde Blijdorp en Das & Boom. De hamsters in Heer zouden dan in Heer kunnen blijven. Het lukte de provincie niet. Het was niet de tijd van het jaar om te zoeken en ook de Limburgse Ham sterwerkgroep, mordicus tegen het wegvangen, wilde of kon niet aangeven waar de hamsterburchten zich in Limburg dan wel bevonden. Ook later zou die opstelling de Hamsterwerkgroep nog veel schade toebrengen. Het ministerie - maar ook andere, de Hamsterwerkgroep niet onwelgezinde partijen - zeggen het diplomatiek: 'We kunnen alleen werken met verifieerbare gegevens.'

Op 19 mei vorig jaar, negen dagen na de 'hamsterwake' van Das & Boom, hakte de staatssecretaris de knoop door: de actiegroep mocht de twee hamsters (en een gewonde derde) bij Heer vangen, al was de staatssecretaris ervan overtuigd dat het niet de laatste korenwolven waren. De provincie ging knarsetandend akkoord. Odile Wolfs, nu: 'We konden niet anders.' Rond vijf uur 's middags kwam de verlossende fax van het ministerie binnen bij Das & Boom, inclusief het dringende verzoek tot geheimhouding. Een uur later belde het anp. Dirkmaat: 'Het ministerie had per ongeluk een persbericht verstuurd.' Dirkmaat, normaal gesproken niet vies van publiciteit, vreesde nu het ergste. 'We wilden meteen die nacht gaan vangen, maar we waren bang dat het blank zou staan van de mensen. En dat de Hamster werkgroep zou komen protesteren. Nou, dan kun je de me er wel bij halen.' Het anp werd de primeur beloofd als ze nog even zouden wachten, de politie van Maastricht werd gewaarschuwd om paraat te zijn.

Het regende pijpenstelen toen de medewerkers van Das & Boom die nacht het veld introkken, gewapend met zaklantaarns en vangkooitjes. Ze stonden doodsangsten uit, maar het bleef stil en de operatie verliep volgens plan; de twee korenwolven werden gevangen, de anp-fotograaf werd opgepiept en nam een foto. De foto haalde vele voorpagina's. De actie was geslaagd, al wist Das & Boom dat er nog twee hamsters moesten rondlopen bij Heer.

Odile Wolfs was de volgende dag opnieuw woedend. Ze had begrepen dat er eerst nog overleg zou plaatsvinden voordat de hamsters zouden worden gevangen. Dat vertelde ze de avond voor de vang-actie aan een radiojournalist. Het interview werd de volgende ochtend uitgezonden. Meteen daarna schakelde het programma over naar Heer, waar een triomfantelijke Jaap Dirkmaat de korenwolfjes toonde. Wolfs stond te kijk, zo vond ze. Staatssecretaris Faber moest het misverstand persoonlijk gladstrijken.

De ruzies woekerden voort in de tweede helft van 1999. Toen bureau Natuurbalans bij een inventarisatie nog 23 hamsterburchten vond in Limburg, werd Das & Boom van vele kanten van leugens beticht. Uiteindelijk werden vijftien hamsterburchten teruggevonden, waarvan twaalf in Heer. De twee overgebleven korenwolfjes hadden gepaard en gebaard, zo bleek. Das & Boom vroeg en kreeg ontheffing om de hamsters te vangen, want voor een succesvol fokprogramma waren, officieel, ten minste twintig hamsters nodig. De hoofdredacteur van De Limburger beschuldigde Das & Boom en het ministerie van neo-kolonialisme. Faunabescherming en de Dierenbescherming, verklaarde tegenstanders van 'de omstreden methoden' van Das & Boom, toonden zich 'onthutst en verontwaardigd' over het wegvangen van de hamsters. Volgens de organisaties, tot dan toe opvallend afwezig in de discussie, zouden de dieren zich binnen hun eigen leefgebied moeten voortplanten. Het waren achterhoedegevechten. Want Das & Boom was zo slim geweest om Mike Jordan, de knaagdierenspecialist van de vn-organisatie iucn, over te vliegen. Jordan verklaarde: 'Ik zou die laatste Nederlandse hmsters zeker vangen, anders is het gedaan met ze.' En: 'Het had beter kunnen gebeuren toen er nog honderden hamsters waren.' Dit overtuigde ook Rob van Apeldoorn (van het ibn), de belangrijkste wetenschappelijk adviseur van de staatssecretaris. Van Apel doorn neigde aanvankelijk meer tot het fokken van de korenwolf in het veld, maar gin

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden