Stop de hulp aan Sierra Leone

Ze bracht negen maanden door in Sierra Leone en zag hoe hulporganisaties een kunstmatige behoefte creëerden om zichzelf in stand te houden....

TOEN journaliste Linda Polman voor het eerst de verhalen van de geamputeerden uit Sierra Leone hoorde, deed het nog pijn. 'Ze vertelden me hoe ze hun armen of benen waren kwijtgeraakt', zegt ze. 'Ik dacht: wie doet dat nou? Wie hakt er van een gezond mens een been af? Die redeloosheid raakte me.'

Maar het wende. Na negen maanden in het land te hebben doorgebracht, noemt Polman hen nu 'berekenend' in de manier waarop ze steeds de aandacht op zich weten te vestigen. Na de jarenlange burgeroorlog zit het land vol met slachtoffers. De een is alles kwijt, de ander is doodziek. 'Geamputeerden vormen slechts een kleine groep mensen, maar ze hebben een enorm grote bek', zegt Polman. 'Ik heb daar geen oordeel over. Ik begrijp het wel. Maar het zijn geen plezierige mensen.'

Typisch Polman: niet bang voor een controversiële uitspraak.

Anderhalve week geleden kwam ze terug uit Afrika voor een vakantie in Nederland. Na een paar dagen in haar caravan in de bossen van Otterlo logeert ze nu in Amsterdam. Freelance-journaliste is ze, met een voorkeur voor conflictgebieden. Al sinds de jaren tachtig gaat ze erheen. Gebieden waar op de randen van het bestaan wordt geleefd. 'Ik wil zien hoe mensen er leven. Het is spannend om op de rand te zitten. Wie gaat eroverheen, en wie blijft zitten? Het zijn gebieden waar je wakker van wordt.'

Polman (42) werkte de afgelopen jaren in Somalië, Haïti en Rwanda. Daar vergezelde ze blauwhelmen op VN-missies. Ze leefde hun leven, werd samen met hen bedreigd, hielp slachtoffers van een massaslachting in Rwanda verzorgen, trok gewonde kinderen het kamp binnen, stapelde lijken op elkaar. In 1997 resulteerde het in een onthullend boek, 'k Zag twee beren, waarin ze de verwarring en machteloosheid van blauwhelmen in VN-vredesmissies beschrijft.

Op dit moment werkt Polman, die onder meer voor NRC Handelsblad, Nieuwe Revu en Internationale Samenwerking schrijft, aan haar volgende - vierde - boek, over internationale hulporganisaties. Sierra Leone is, zegt ze, de perfecte achtergrond voor haar onderwerp. In het Afrikaanse land is een wildgroei aan hulporganisaties gaande. Volgens de VN zijn er momenteel zo'n duizend aanwezig, zegt ze.

Na een aantal maanden viel het kwartje. 'Ineens realiseerde ik me dat ik al die tijd naar commerciële organisaties had zitten kijken. Hulporganisaties zijn bezig zichzelf in stand te houden. Ze kunnen niet zonder slachtoffers. Daarom creëren ze een behoefte en houden die in stand. Ook als die behoefte er eigenlijk niet meer is. Het land wordt volstrekt afhankelijk van hulp. Want waarom zouden mensen in actie komen als ze rijst krijgen van het World Food Program, hun dak wordt gerepareerd door de UNHCR en hun kinderen worden verzorgd door Unicef?'

Het leidt volgens haar tot 'de meest idiote prutsprojecten'. Hulporganisaties zijn bezig met onderwerpen die 'verkopen', zegt ze. 'Het liefst kiezen ze opvallende doelgroepen uit. Baby's inenten of geamputeerden helpen is fotogenieker dan putten slaan of nieuwe rijst aanplanten.'

Het gevolg: de organisaties knokken met elkaar om de geamputeerden van Sierra Leone. Ze hebben geld ingezameld voor kunstbenen; er is alleen één probleem: de meeste geamputeerden hébben al een kunstbeen. 'Maar ze kunnen niet tegen hun donoren zeggen: we hebben duizend kunstbenen en die raken we aan de straatstenen niet kwijt. Daarom proberen ze mensen te verleiden hun kunstbenen aan te nemen. Ze maken reclame, bieden er gratis T-shirts bij aan. Als ze ze maar kwijt kunnen.' Kunstbenen van een organisatie moeten dan ook wel erg goed zijn, willen ze ze aanpakken, vertelt ze. Bovendien weigeren ze ze soms te dragen. 'Met een stompje kun je meer geld binnenhalen.

'Hulporganisaties helpen mensen en beweren dat dat in hun belang is. Dat is niet zo. Ze helpen ze in hun eigen belang. En soms lopen die belangen parallel aan de belangen van de mensen die de hulp ontvangen.'

Haar conclusie: hulpverlening is per definitie niet goed en zou moeten stoppen. In het geval van Sierra Leone zal het land pas zijn eigen agenda gaan bepalen en de macht verdelen als het geen hulp meer ontvangt. 'Ik vrees dat dat gewelddadig wordt, ja.' Maar dat die strijd er komt, is volgens haar onvermijdelijk: hij moet uitgevochten worden.

'Er is een kunstmatige time out gecreëerd. De rebellen kunnen aansterken, eten en hun radio's repareren. Maar in december barst het weer los. Dan vertrekken de meeste organisaties naar Servië.'

De berichtgeving over Afrika wordt volgens Polman ook door hulporganisaties beïnvloed. 'Redacties hebben geen geld voor Afrika; alleen als iemand anders het betaalt. Alle collega's, met uitzondering van die van Newsweek en The New York Times, die ik in Sierra Leone heb zien binnenkomen, gingen naar een project van een hulporganisatie. Betaald door diezelfde hulporganisatie. Onvoorstelbaar. In 80 procent van de verhalen is de bron een hulporganisatie. Daardoor ontstaat een vertekend beeld van Afrika.'

Eigenlijk, zegt Polman, lachen de inwoners van Sierra Leone hulpverleners achter hun rug uit. 'Weet je hoe ze hen noemen? Sorry hearts. Het zijn blanken die met iedereen medelijden hebben. Die alles zielig vinden. Ons schuldgevoel ten opzichte van Afrika is zo groot. En ze weten precies de juiste knoppen bij ons in te drukken.

'Zelf ben ik er voor een groot deel van af, maar we blijven toch allemaal suckers. Vooral voor analfabetisme ben ik gevoelig. Ik betaal voor een paar kinderen schoolgeld. Maar ik ben ervan overtuigd dat er minstens één tussen zit die het zelf bij elkaar kan verdienen. Hij vindt het wel makkelijk, zo'n rijk, blank wijf dat voor hem betaalt. Ik ben erin getrapt. Dat was voor mij echt een ontdekking: wat ik fout doe, doen die hulporganisaties ook fout. Ik ben ook een sorry heart.'

Maar dat niet alleen. In haar vrije tijd coacht ze een voetbalteam. Met jongens die onder onmogelijke omstandigheden toch proberen te voetballen: geen veld, geen schoenen, geen ballen. Maar als die jongens niet meer voetballen, worden ze rebellenvoer, zegt ze. 'Dan is het bingo bij de eerste rebel die langstrekt en vraagt of ze ook een geweer willen.'

Of ze na haar boek terugkeert naar Afrika, is nog de vraag. 'Misschien ben ik straks wel klaar met Afrika. Ik vind het daar niet altijd leuk. Sierra Leone is volstrekt geperverteerd door de oorlog. Het is een heel naar volk geworden. Ik heb diep respect voor hun overlevingstactieken. Het zijn expert-overlevers, maar dat betekent ook dat ze het over jouw rug doen.

'Eerlijk gezegd heb ik nooit Afrikaanse vrienden kunnen maken. Ze vinden mij niet aardig, niet interessant. Ze willen alleen maar weten hoeveel ik kan betalen. Ik zit daar omdat ik gefascineerd ben door de processen die zich er afspelen. Maar echt leuk is het niet. Het is heel ongelijk. Ik kan altijd wegvliegen uit die hel. Zij niet. En dat is het probleem. Die gelijkheid is toch nodig voor een normale relatie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden