Stoottroepers met een generalissimus in de oude KVP

NOVEMBER 1949. Fractieleider Carl Romme spreekt het KVP-congres toe. Dagblad De Tijd: 'Dat is hem dus, de voorman, de generaal, de geweldige, die de phalanx der 32 leidt, de jagermeester op wiens stem de meute de oren spitst, het orakel der partij.' Dezelfde krant noemt hem ook wel generalissimus....

Romme hier, Romme daar,

Romme is present.

Romme is de knapste man

van het hele parlement.

Toch werd Romme in zijn hele periode van onbetwist leiderschap (1946-1961) slechts eenmaal als enige KVP-lijsttreker aangewezen. En wel in 1956 voor een persoonlijk duel met Drees, dat deze met één zetel verschil won. Romme wekte buiten de KVP (dus ook bij 'randkiezers') onnodige weerstand, vooral bij arbeiders die zijn vernederend 'kwartje' in de jaren dertig niet vergeten waren.

In de KVP was hij onaantastbaar. Pas in zijn nadagen heeft de veel jongere KVP-voorzitter Van Doorn het aangedurfd om zich namens de partij met de fractiekoers te bemoeien. Het werd een - goed verborgen - rel, die Rommes vertrek bespoedigde. Maar eerder kon hij zich van alle kritiek en opdringerigheid licht afmaken. Prof. J.A. Bornewasser schrijft over hem: 'Een charismatisch leider, van wie de volgelingen zich doorgaans beter herinneren dàt hij zo overtuigend en bezielend heeft gesproken dan wàt hij nu eigenlijk heeft gezegd.'

Bornewasser, emeritus hoogleraar kerkgeschiedenis in Tilburg, schreef eerder over Schaepman, Willem I, Willem II en het verleden van de Brabantse hogeschool. Het eerste deel van zijn donderdag verschenen KVP-geschiedenis gaat over de periode 1945-1963. De resterende jaren tot de CDA-fusie van 1980 zullen later een even kloek tweede deel vullen.

Band I mag er bepaald wezen. Maar van de lezer wordt geduld en ruime interesse in de verzuilde katholieke wereld gevergd. Bornewasser richt zich vooral op partij en achterban, en dus veel minder op de Binnenhofse arena. Vaak worden de zeer vele partij-gremia wel erg stapvoets bezocht. Maar de auteur weet de atmosfeer en de ietwat kinderlijke emotionaliteit van het toenmalige katholicisme goed te betrappen en tegen zijn sociologische achtergrond te plaatsen. Het lezersgeduld wordt beloond.

Bornewasser typeert het Nederlands katholicisme van de jaren vijftig: 'Moraliserend, overmatig consciëntieus, paternalistisch en vervuld van apostolaatsdrang bij een beperkte politieke en culturele horizon'. Geen goede 'grondhouding' om grote internationale problemen rond Indonesië en Nieuw-Guinea behendig op te lossen. Of om frank en vrij vernieuwende discussies te voeren en aantrekkelijk te zijn voor vrije geesten.

De KVP, met verreweg het grootste ledental, gebruikte graag militante termen. De Tijd kopt in de verkiezingsstrijd van 1948: 'Alleen de KVP weerstaat Moskou. Huis aan huis gevecht in Amsterdam'. De partij staat steeds 'in slagorde', het blad heet de Opmars (met voor de oorlog nog ch erachter) en de propagandisten worden 'stoottroepen' genoemd, zodat Rommes hoogste generaalsrang een stuk begrijpelijker is.

Onverveerd wordt gestreefd naar de 'rechristianisering' van Nederland, in katholieke zin uiteraard. De KVP predikt staatsonthouding en 'subsidiariteit', maar wil tegelijk de staat vergaand als zedenmeester en censor laten optreden. Het is geen wonder dat de rest van Nederland vreemd tegen deze ietwat intolerante, militant-doenerige, klapgrage en volgzame massa aankijkt. Menige lezer zal het niet anders vergaan, al is er - nu we de afloop kennen - wellicht wat meer ruimte voor verwonderde vertedering.

De vooroorlogse RKSP gaf, volgens Bornewasser, al veel ruimte aan 'middelmatige lieden' en 'brave huisvaders die vanuit het klerikaal beheerste platteland gepousseerd werden'. Sindsdien werd de katholieke politiek het speelveld van katholieke (beroeps)organisaties en van regionalisten, die intellect en jeugd weinig plek lieten.

De KVP heeft steeds een 'intellectuelenprobleem' gehad. En voor elk probleem werd wel weer een nieuw 'beraad' gecreëerd, zodat de partij wel aan overorganisatie, maar niet aan machtsverschuiving ging doen.

Veel intellectuelen waren nogal rechts in de jaren veertig en vijftig en de KVP begon in 1945 als sociaal onversneden progressief. Warm en simpel idealisme bleef de grondtoon tot ongeveer 1950. De wederopbouw was toen goeddeels geslaagd en de 'middengroepen' gingen steeds harder piepen. Daar was de politiek-inhoudelijke waterscheiding in de periode-Romme te onderkennen. Vanaf dat moment werd de verhouding tot de PvdA antagonistisch.

Jos van Schaveren, politiek commentator van de Volkskrant tussen 1954 en 1975, had het soms over de 'verdelende rechtvaardigheid' van de KVP, 'dat wil zeggen dat de een hartstikke veel meer krijgt dan de ander'. Ik heb altijd gedacht dat dit een honende grap was. Maar Bornewasser citeert een verrassend artikel van KVP-voorzitter Jan Andriessen (die zelf 'nog op de steiger heeft gestaan' en de vader is van Frans) uit 1950. Er was te veel genivelleerd sinds de oorlog vond deze, ten nadele van de iustitia distributiva (verdelende rechtvaardigheid). De KVP mocht niet aan 'marxistische overschatting van spierarbeid' doen.

Nu was de koopkracht van 'middengroepen' stukken lager dan voor de oorlog, maar dat was lang niet alleen aan de nivellering na 1945 te wijten. De 'verdelende rechtvaardigheid' ging wel degelijk uit van een 'natuurlijk' en behoorlijk groot inkomensverschil tussen de klassen en standen.

Nu de KVP dat verschil weer ging oppoetsen, verslechterde de verhouding met de coalitiepartner, maar ook met de eigen vakbeweging. Rommes spoedige vertrek als 'staatkundig hoofdredacteur' van de KAB-Volkskrant was er niet vreemd aan. Overigens heeft de KVP-leider de jaren vijftig door moeten vechten tegen een doorslaan naar rechts en na de breuk met Drees in 1958 was er geen redden meer aan.

Bornewasser tekent zulke verschuivingen met fijne pen. Interessant zijn ook de problemen tussen episcopaat en katholieke politiek, die al honderd jaar geleden begonnen nadat een Haarlemse bisschop vergeefs een soort oppergezag en arbiterschap van de aartsbisschop over de fractie in de Tweede Kamer bedong. In de jaren veertig en vijftig komt af en toe steun van de kansel, culminerend in het beruchte Mandement van 1954. Dat blijkt zo'n misbaksel dat het episcopaat in 1955 besluit nooit meer politieke geluiden via de kerken te laten horen. Zelfs KVP-propaganda in het portaal mag niet meer.

In de jaren vijftig was de bezorgdheid over sluipende ontkerkelijking van het verstedelijkende zuiden algemeen. Schuchter begon de ontzuiling zich al af te tekenen. De KVP groeide minder en de race met de PvdA dreigde te worden verloren. Vooral toen de sociaal-democraten in 1952 een deel van een procent sterker werden, was de paniek enorm. De KVP'er werd kruisvaarder, zeker nadat de PvdA zo boos had gereageerd op het Mandement. De verkiezingen van 1956 waren in veel opzichten onfris, evenals de formatie.

De KVP was onder Romme succesvoller dan in de de jaren dertig (de beroerde lange match tegen Colijn) en dan in de resterende periode tot het CDA-begin. En na Rommes vertrek in 1961 ging het met de leiding al gauw mis. De Quay werd een onervaren premier, maar ten slotte toch nog vrij populair. Van Doorn vertrok als voorzitter ten gunste van Aalberse jr en 'brokkenpiloot' Wim de Kort faalde bij de formatie van 1963 dramatisch. Er werd geschamperd over 'le comte de Lulvenhout'.

Het is merkwaardig dat de KVP deze (al in 1944 als BS-commandant) tamelijk beruchte man op het schild hief en dat Bornewasser hem nog zo mild behandelt. Evenals oud-voorzitter Andriessen destijds, toen de partij zich woedend op de mislukte leider stortte: 'Hij is de vader van een groot gezin en hij heeft de verkiezingsstrijd uitstekend gevoerd.' Het hielp niet.

Na Rommes vertrek was de KVP verweesd en de lange strijd om het leiderschap raakte verstrengeld met de vele vleugel- en belangengevechten. Sinds de 'Nacht van Schmelzer' (1966) heeft de KVP alleen nog desastreuze verkiezingen gemaakt. Bornewassers Band II zal ongetwijfeld pittiger zijn en de liefhebbers van macabere schoonheid wat meer bevredigen. Maar het milde en inzichtelijke Band I behandelt een groter thema en staat als een oud (bewingerd) huis.

Jan Joost Lindner

J.A.Bornewasser: Katholieke Volkspartij 1945-1980.

Band I - Herkomst en Groei.

Valkhof Pers; ¿ 89,-.

ISBN 90 5625 003 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden