Stoomgebogen conga valt niet in duigen

Over de cleats van zijn conga's is Alan Seip nog ontevreden. Het zijn de metalen klampen waarmee de stalen ring bovenaan het instrument vastzit aan de houten duigen....

Bart Dirks

Maar voor het overige zijn Seips conga's een lust voor oog én oor. De dertigjarige Amsterdammer timmert aan de weg met zijn bedrijf Rumbacha Percussion. Het maken van een perfect instrument vergt vakmanschap en engelengeduld. Het geduld moet in Seips karakter besloten liggen, het vakmanschap leerde hij onder meer in Cuba en Puerto Rico. In New York ging hij twee jaar in de leer bij meester-drummaker Jay Bereck van Skin on Skin Percussion.

Het was de liefde die Seip eind jaren tachtig als tiener naar de Verenigde Staten had gebracht. In Nederland was hij rond 1987 een van de tweehonderd leerlingen van de Amerikaanse percussioniste Stephanie Chapman. 'Ze was een pionier die heeft meegeholpen het bespelen van de conga in hier populair te maken. Ze gaf les en was de oprichter van de band Rumbacha.'

Ze trouwden, maar het noodlot sloeg toe - toen ze zes jaar samen waren, overleed Chapman. 'Ze is altijd mijn inspiratie gebleven, vandaar ook dat ik als eerbetoon mijn bedrijfje naar haar band heb vernoemd.'

Die eenmanszaak richtte hij terug in Nederland op. Op bestelling bouwt hij conga's, een van oorsprong Afrikaans instrument dat onmisbaar is bij salsa, rumba en latin jazz. Maar ook maakt hij Cubaanse bataa's, tweezijdig bespeelbaar, cylindrische timbales, of een cajon, een houten kist waarop de flamengomuzikant wijdbeens gaat zitten om het te bespelen. En laatst maakte hij voor een barokgezelschap zelfs een instrument na aan de hand van een 17de-eeuws schilderij.

De houtkeuze is volgens Seip cruciaal. 'Kersenhout is geschikt voor een zachter geluid, voor traditionele percussiegroepen. Wil je in een popgroep je conga's kunnen versterken en boven de rest van de band uitkomen, dan is essenhout weer beter. Iroko, heilig voor sommige Afrikaanse volkeren, is prachtig. Eik is goed buigzaam, maar zet wel makkelijk uit wat de conga's kwetsbaar maakt. Als je zo'n instrument veel moet meeslepen en te dicht bij de verwarming zet, kan hij in duigen vallen.'

Na het op maat zagen van de duigen, wordt het hout vijf uur gestoomd en daarna meteen in de juiste vorm gebogen. Vastgezet in knellende stalen banden, die er later weer af gaan, moeten ze twee weken aan hun nieuwe vorm wennen. 'De drum moet ademen, net als hout dat je koopt om een vloer te leggen.'

Vervolgens haalt Seip de drum weer uit elkaar om de duigen aan elkaar te lijmen. Op een draaibank wordt het hout geschuurd en gelakt. 'Tot slot komt de hardware: de ijzeren ring, de huid die wordt bespeeld, de haken en de cleats.'

Het proces van plank tot conga duurt minstens twee maanden. Op volle productie kan Alan Seip aan vier conga's per week werken. 'Ik kan dus niet opeens tientallen drums gaan maken, ik kies voor handwerk.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden