Stoom, stoom stoom

Er komen minder keukenwinkels en meer luxe keukenspullen. Zoals stoomovens bijvoorbeeld. Die moet je zien, meemaken en er vooral eten uit proeven....

Ik overweeg de aanschaf van een stoomoven. U moet weten: er knaagt iets aan mij. Ik heb vijf strekkende meter kookboeken, mijn kruidenkast geurt naar alle werelddelen, braden en stoven doe ik in gietijzer van Le Creuset, ik heb een echt koksmes, een flinterdun vismes en een akelig scherp slagersmes, ik bak in olijfolie en geklaarde boter, strooi fleur de sel over mijn sla, pluk uit eigen tuin en koop vlees bij de biologische slager. Je kunt mij een kookgek noemen. Maar op het gebied van keukenapparatuur heb ik de boot gemist. De magnetron heb ik als culisnob waardig aan me voorbij laten gaan, en ook daarna lijkt de tijd in mijn keuken te hebben stilgestaan. Het Italiaanse Bartelli-fornuis dat ik negen jaar geleden kocht, zag er voor die tijd nog wel hip uit met zijn blikkerende rvs-look (wit email was ineens uit) en een wokbrander. Maar het doet nu achterhaald aan: enorm jaren negentig. Vrienden die nog geen koe van een geit kunnen onderscheiden, rusten hun keukens uit met inductiebranders, digitale combi-ovens en hippe lavasteengrillen. Onderwijl sta ik te prutsen met mijn ouderwetse gasoven die niet lager kan dan 130 graden en dus totaal ongeschikt is voor garen op lagere temperaturen, onontbeerlijk in de moderne keuken. En op die lullige wokbrander zou een echte Chinees nog geen ei willen bakken. Ik ken de blik van mensen die voor het eerst bij mij komen eten en hun ogen laten gaan over de standaardkastjes, het stenen aanrecht met spoelbak, de witte koelkast en het fornuis: van mij hadden ze meer verwacht. Een stoomoven kan de ommekeer bewerkstelligen. Het is het nieuwste van het nieuwste. Van de zeven miljoen huishoudens in Nederland hebben er nog maar 35 duizend een stoomoven. Met een stoomoven spring ik in één klap uit het peloton naar de culinaire kopgroep. Met een stoomoven tel ik weer mee. Vandaar dat ik de aanschaf overweeg van een stoomoven.

En zo komt het dat ik op mijn vrije vrijdagochtend voor het Miele Inspirience Centre sta voor een introductiecursus stoomkoken. Want de aanschaf van een stoomoven is niet iets wat achteloos gedaan moet worden, heeft een Miele-medewerkster me op het hart gedrukt. Zoiets moet gedegen worden voorbereid, om teleurstelling achteraf te voorkomen. Dat leek me verstandig. De laatste keer dat ik in een keukencentrum kwam, was ongeveer tien jaar geleden. Het zag er vertrouwd uit met nagebouwde keukenhoekjes waarin alle typen aanrechtbladen, keukenkastjes, afwasmachines en fornuizen waren verwerkt. Achter de coulissen stond een bureau waaraan je onder het genot van een kopje filterkoffie je bestelling deed bij een man in een goedkoop pak. Voor het opzetrandje moesten we bijbetalen, de handgreepjes deed hij er gratis bij. Niets wat mij had voorbereid op het Miele Inspirience Centre. Tussen kabbelende waterpartijen loop ik naar de ingang, gemarkeerd door stalen zuilen. Die passerend kom ik in een zaal met glazen wanden, zo groot als de vertrekhal van Schiphol. Mijn aandacht wordt getrokken door een wand die is volgebouwd met espressomachines. Maar voordat ik een stap heb kunnen zetten, word ik afgevangen door een blondine in een krijtstreeppak die me naar een groepje rode leren fauteuils dirigeert. Eerst koffie. Wat zal het zijn? Cappuccino, espresso, Nespresso? Jack en Lies, een stel dertigers in spijkerbroek, zitten er al. Ze zijn vanmorgen vroeg uit Purmerend vertrokken. ‘Het staat altijd vast rond Amsterdam’, zegt hij. Jack en Lies zijn bezig met een nieuwe keuken. Daar komt in elk geval Miele in. Een stoomoven, ‘misschien wel twee’, zegt Lies. ‘Wij zijn echte Miele fans.’

Op de afgesproken tijd gaan de deuren open van het stoomtheater waar we worden onthaald door Willy en Pieter-Bas. Willy is een huisvrouw van napoleontische statuur met een Brabantse tongval en een rode kleurspoeling in haar kortgeknipte haar. Pieter-Bas is net niet het type ideale schoonzoon. Wel bijna. Het is een heus theatertje. Op een tribune staan stoelen van rood leer achter witte schoolbankjes. Ze kijken neer op een demonstratiekeuken met een indrukwekkende batterij inbouwovens. We zijn met zijn vijfentwintigen: acht echtparen, vier vrouwelijke duo’s en ik. In leeftijd variërend van jong en blond tot grijs en vitaal. ‘We gaan koken’, zegt Willy energiek. ‘Geen culinaire toestandjes, maar gewone dingen waar u dagelijks tegenaan loopt. Mosselsoep, visspiesje, asperges met ham. En natuurlijk doen we daar een lekkere kruimige aardappel bij, want we blijven Nederlanders. Kan dat allemaal uit de stoomoven?, vraagt u zich af. Ja, dat kan uit de stoomoven.’ Meisjes gaan rond met verse jus, onze tafeltjes zijn gedekt met vierkante borden en wijnglazen. Want natuurlijk gaan we ook eten. ‘Maar eerst’, zegt Pieter-Bas, ‘wil ik wel eens weten wie al een stoomoven heeft?’ Vijf vingers gaan omhoog. ‘Ik heb hem al een tijdje’, zegt een niet meer zo jonge vrouw enigszins besmuikt. ‘Maar ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik ermee moet. Daarom ben ik hier.’ Na vandaag zal de stoomoven geen enkel geheim meer voor haar kennen, belooft Willy. Hetty en Jan, een middelbaar echtpaar uit Meteren in het bankje naast mij, hebben er zin in. Ook zij zijn bezig een nieuwe keuken te installeren. Er komen inductiebranders in, een handvol gaspitten en een teppanyakibakplaat. Maar Hetty twijfelt nog over de oven. ‘We dachten aan een combimagnetron. Die heb ik nu ook, maar ik gebruik hem nauwelijks.’ Een stoomoven is misschien precies wat ze zoeken. ‘We zijn echte kookfanaten.’ Jan, die met zijn armen over elkaar zit af te wachten, is lid van een kookclub.

Weinig merken hebben zulke trouwe klanten als Miele. Het 110 jaar oude familiebedrijf is een icoon van Duitse degelijkheid. 86 procent van de mensen die ooit een Miele-wasmachine hebben gekocht, koopt nooit een ander merk. Heeft moeder Miele, dan dochter ook. Maar de tijden veranderen, zegt Robert Bakker, manager public relations. Er komen minder keukenwinkels. ‘Bovendien staat bij de handelaar altijd maar een beperkt assortiment.’ Miele wil directer contact met de klant. Daarvoor is het Inspirience Centre: drieduizend vierkante meter, twee stoomtheaters, twee kookscholen, een waterbar, een lounge en een restaurant waar voor 12,50 euro een driegangenmenu genuttigd kan worden. De wijn is met de complimenten van Miele. Je kunt je hier een stofzuiger laten demonstreren, maar ook vergaderen, met je vrienden afspreken of een kookcursus volgen. Ook als je geen Miele-klant bent, onderstreept Bakker. ‘Natuurlijk hopen we dat mensen aan Miele denken als hun keukenapparatuur aan vervanging toe is.’ Sinds de opening vorig jaar september hebben twintigduizend mensen het centrum bezocht.

In het kooktheater beginnen we met de reeks ‘veelgestelde vragen’. Op 1: ‘Waarom zou ik een Miele stoomoven moeten kiezen?’ Daar weet Willy wel raad mee. Stomen is gezond, zegt ze. ‘Weet iemand waarom?’ ‘Omdat de vitamines behouden blijven’, klinkt het uit vijf kelen. ‘Precies’, knikt Willy tevreden. ‘En hoe komt dat? Omdat we geen water gebruiken.’ Terwijl er meisjes rondgaan met kopjes mosselsoep, opgewarmd in de stoomoven, maakt Pieter-Bas rosbief klaar. ‘Een mooi stuk rosbief, Pieter-Bas’, zegt Willy. ‘Een heel mooi stukje’, kaatst Pieter-Bas terug. ‘Mensen’, richt Willy zich tot ons, ‘laat de soep niet koud worden. Dat zou zonde zijn.’ Groente stomen, vlees braden, rijst koken, croissants bakken, eten opwarmen of ontdooien: het kan in de stoomoven, somt Willy op. ‘Sommige mensen noemen het een wonderapparaat.’ En ook energiezuinig, benadrukt Pieter-Bas. ‘Niet onbelangrijk in deze tijd.’ Achteroverleunend in mijn rode fauteuiltje denk ik aan de broccoli die beetgaar uit mijn stoompan op het fornuis komt, de Surinaamse rijst die nooit mislukt, goudbruine croissantjes uit de oven op zondagochtend, en sappige braadstukken met heerlijke jus. Rob, een goedgevulde 60-plusser, steekt zijn hand op. ‘Als ik rosbief in een gewone oven braad, krijg ik jus. In de stoomoven niet.’ Dat klopt, zegt Pieter-Bas. Rob had een juwelierszaak in Nijmegen. Nu heeft hij de winkel verhuurd en is aan het rentenieren. ‘Beetje koken en golfen.’ Hij is voorzitter van de Nijmeegse afdeling van Cuisine Culinaire, een prestigieuze kookclub. Binnenkort betrekt hij een nieuw appartement en zijn keuken zal state of the art zijn. ‘Pieter-Bas, hoever zijn we?’, vraagt Willy. Bij de visspiesjes met bladspinazie. ‘Zonder zout, zodat u de pure smaak proeft.’ Heerlijk, meent een vrouw. ‘Smaakt bijna net als vroeger.’ Hetty knikt enthousiast. ‘En zo puur.’ Tijd om te wokken. We verzamelen ons in de keuken rond twee wokbranders die er net zo uitzien als de mijne thuis. Willy heeft mijn geringschattende blik opgevangen. ‘Als die meneer nou eens voor ons gamba’s gaat wokken’, zegt ze terwijl ze me een voorschoot aanreikt. Even later verschroei ik bijna mijn wenkbrauwen boven een furieus loeiende wokbrander. De beste gamba’s die ik ooit heb gegeten, zegt een oudere dame bewonderend. ‘Ook Miele’, glundert Willy. Daarna worden we teruggestuurd naar onze bankjes voor het hoofdgerecht: rosbief met aardappelgratin, wortel en broccoli. Hetty kijkt tevreden. ‘Vanavond hoeven we alvast niet te koken.’ Haar Jan houdt zijn glas omhoog naar een van de meisjes die langskomen. ‘Doe mij maar wat wijn.’ De rosbief is sappig. Maar de worteltjes zijn hard, vindt Jan. Net als de broccoli, moppert Rob. ‘Dat is goed voor de konijnen.’ En vlees uit de stoomoven, hij weet het zo net nog niet. ‘Het blijft toch gestoomd vlees.’

Na het invullen van een enquête of we de aanschaf overwegen (‘Misschien’, vul ik lafhartig in) drinken we koffie in de lounge met halfronde banken achter een glaswand vol blauw brandende gasvlammetjes. Willy en Pieter-Bas lopen rond. Verkocht wordt er niks, maar de geesten zijn rijpgemaakt. Jack en Lies zijn eruit. ‘We nemen een griloven, een stoomoven, twee inductiepitten en een teppanplaat’, zegt Lies. Een tweede stoomoven heeft Willy haar uit het hoofd gepraat. Rob wil een combi-steamer en een gewone oven. Om fatsoenlijk te kunnen braden. Mochten we tot aanschaf overgaan, dan laat Miele ons niet in het diepe springen, benadrukt Willy. Iedereen die een stoomoven koopt, krijgt een kookcursus cadeau. ‘We maken een rondje langs de shop, dan we kunnen meteen even gaan kijken.’ Als we het dan nog niet weten, kunnen we ‘Miele thuis op de koffie’ bestellen. Voor 130 euro komt een dame de hele ochtend aan huis uitleg geven. Volgens pr-manager Bakker gaat 80 procent van de mensen die zich aanmelden voor een introductiecursus stoomkoken over tot de aanschaf van een stoomoven.

Gewapend met een tas vol Miele-glossy’s rij ik naar huis waar mijn Bartelli-fornuis staat te wachten. Een fantasienaam, vertelde de importeur van wie ik hem kocht. Een van zijn chauffeurs heette Bart en was getrouwd met een Ellie. Niet eens een echte Italiaan. Ik kijk naar de vettige ovendeur en denk aan de fantastische tajine van varkenslende en sinaasappel die ik er laatst in heb gemaakt. Waarvoor heb ik een stoomoven nodig? En: wat kost zo’n ding trouwens?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden