Stokoude ouwel in nieuwe jasjes

Er worden steeds nieuwe toepassingen bedacht voor het eeuwenoude ouwel. Primus Ouwel voldoet al ruim 90 jaar aan de groeiende vraag naar eetpapier.

Bedrijf: Primus Ouwel

Waar: Oostzaan

Sinds: 1916

Aantal werknemers: 60

Jaaromzet: 7 miljoen euro

Op de gevel staat een Zaanse molen en binnen hangt een zoete lucht. 'Een ouwel is een halffabricaat - compleet smaakloos. Maar we maken er ook eindproducten van. Het zijn de zoetstoffen die er een smaak aan geven', zegt commercieel directeur Daniela Silvestri (53).


Ondanks het hoogseizoen is het rustig. Bijna de helft van de werknemers is moslim en die vieren het Suikerfeest. Primus Ouwel zit sinds 2004 op de huidige locatie aan De Ambacht op het industrieterrein in Oostzaan. Daarvoor zat het bijna 90 jaar in de binnenstad van Zaandam. 'Maar als sporadisch volcontinu werd gedraaid, kregen we klachten over geluidsoverlast. Nu draaien we altijd volcontinu.'


De vraag naar ouwel stijgt wereldwijd. En Primus Ouwel is met zijn fabriek van 17 machines de grootste fabrikant van het product dat onder meer wordt gebruikt voor noga, kokosmakronen en vruchtenrepen. Het flinterdunne laagje ouwel voorkomt dat deze producten kleverig worden. Op 1 oktober zal Primus ook het naastliggende pand overnemen. 'We hebben extra ruimte nodig, onder meer voor opslag. Ja, het gaat goed. De afzet stijgt nog steeds', zegt Silvestri.


Ouwel is een middeleeuws product dat toentertijd vooral in Zuid-Europa populair was als dessert. Het was in die tijd een luxe voor mensen van status en gezag. Later kreeg de ouwel ook een religieuze waarde.


De rooms-katholieke kerk ging het bijvoorbeeld gebruiken voor de productie van de hostie. Maar die ouwel wordt gemaakt van tarwezetmeel. Primus werkt uitsluitend met aardappelzetmeel dat bij Avebe in Groningen wordt gekocht. In de fabriek wordt er eerst met water en olie een soort beslag van gemaakt. Daarna wordt het in de 17 machines verwerkt tot rollen of vellen ouwel met een dikte van 0,25 tot 0,9 millimeter. Elke machine kan 15 kilo ouwel per uur produceren. Die kilo's worden voor een deel als halffabrikaten rechtstreeks aan klanten geleverd en voor een deel in het bedrijf verder verwerkt tot eindproducten. Zo is er een drukkerij waar met zelfgeproduceerde eetbare inkt letters en symbolen worden aangebracht. Ook kunnen ouwelvellen met eetbare lijm op elkaar worden geplakt als klanten een dikkere soort willen. En tenslotte kan het worden gekleurd om er onder meer eetbaar papier van te maken, een populair snoepgoed in landen aan de Middellandse Zee.


'Er zijn vier belangrijke afzetmarkten: de koekindustrie, snoepproducenten, de broodindustrie (voor de zegeltjes op het brood zoals BIO) en de banketbakkerijen. Vooral de vraag van de laatstgenoemde sector groeit, bij de andere blijft het tamelijk stabiel', aldus Silvestri. Een van de succesnummers zijn nu de eetbare flyers die bijvoorbeeld vorig weekeinde op het evenement Mystery Land werden uitgedeeld. 'Het aantal toepassingen groeit. Vroeger was de slagroom de finishing touch op de cake. Nu is dat een persoonlijke boodschap gemaakt van ouwel.'


Ouwel is op zich geen ingewikkeld product, maar het productieproces is gevoelig. Het moet heel nauwkeurig gebeuren. Vakmanschap is onontbeerlijk. Een van de machines is al bijna honderd jaar oud. De enige aanpassing in al die jaren is de plaatsing van een monitor waarop werknemers de hitte kunnen controleren zodat zij niet steeds op een trap naar de bak hoeven te klimmen. De machines zijn zo ingenieus dat er niet snel nieuwe concurrenten zullen opstaan.


De ouwelfabriek werd in 1916 aan de Zaan opgericht door de twee broers Pel, die toentertijd nog een timmerfabriek hadden. De eerste naam luidde De Vrede. Dat kon niet verhinderen dat de broers al gauw ruzie kregen. Een vertrok en richtte zijn eigen ouwelfabriek op onder de naam Zaano. Maar De Vrede, die later de naam Primus kreeg, bleef de beter lopende fabriek en nam in 1997 Zaano over.


Silvestri trad 16 jaar geleden in dienst en is onder meer verantwoordelijk voor de export. Liefst 80 procent van de productie wordt geëxporteerd met name naar noga- fabrieken in Frankrijk, Spanje en Italië. 'De zomer is onze drukste tijd. De bestellingen worden in het voorjaar geplaatst en nu moeten we leveren aan klanten die hun producten voor de decembermaand klaar willen hebben.' Primus heeft op die markt bijna een monopolie. Dat betekent niet dat ze ook de prijs kan zetten. De klanten zijn zeer kritisch. 'Zij hebben weer te maken met de supermarkten die de laagst mogelijke prijs eisen.' In 2011 is de prijs voor aardappelzetmeel verdrievoudigd als gevolg van mislukte oogsten en de algemene voedselschaarste. Silvestri: 'Het is niet zo dat ook de ouwelprijs verdrievoudigt. De lonen in deze arbeidsintensieve industrie vormen het leeuwendeel van de kostprijs en het is zeker niet gemakkelijk om kostenstijgingen door te berekenen.'


Primus exporteert ook naar Australië, Zuid-Afrika en Noord en Zuid-Amerika. Ouwel is een droog product. De houdbaarheid varieert van 18 tot 24 maanden waardoor het per container naar alle plekken op de wereld is te vervoeren.


Primus Ouwel zet nu 7 miljoen euro per jaar om en heeft zestig werknemers in dienst. In de afgelopen jaren hebben veelvuldig bedrijven aangeklopt die Primus wel wilden overnemen. Maar het bedrijf voelt daar niet veel voor. Er zijn nu zo'n 35 aandeelhouders die echter niet zomaar kunnen cashen. Hun aandelen zijn gecertificeerd en worden beheerd door een stichting waar behalve de directeuren ook de commissarissen bestuurders zijn. Die hebben het lot van het bedrijf in handen. 'Samenvoeging of schaalvergroting biedt weinig voordelen voor een bedrijf dat toch echt op een nichemarkt opereert', stelt Silvestri.


Wel werkt het bedrijf al enige jaren nauw samen met de Duitse zoetwaren- en deegwarenfabriek W.u.H. Kuchle, die eerder ook een overnamepoging deed. Kuchle besteedt een groot deel van zijn voor vruchtenrepen en koeken benodigde ouwel uit bij Primus. Silvestri: 'We werken graag samen. Maar we willen ook graag zelfstandig blijven.'


Ouwel als heilige hostie

De ouwel - spottend ook wel ouweltje genoemd - is tevens de benaming voor de niet gewijde hostie. Deze ouwel wordt nu met name ambachtelijk in kloosters gemaakt. Er is nog een fabriekje in Sicilië dat het door de ontkerkelijking zo moeilijk had dat het bij Primus aanklopte om te mogen worden overgenomen. Primus was daar niet toe in staat, omdat zij geen expertise heeft op het terrein van de productie van ouwels op basis van tarwemeel. In de katholieke kerk wordt de ouwel na de wijding - consecratie - een hostie genoemd die vijftig jaar geleden door de priester als het lichaam van Christus op de tong werd gelegd. Sinds de jaren zestig mag het ook op de hand.


Rond de 'heilige hostie' bestaan vele legendes. Er worden wonderen aan toegedicht en er doen verhalen de ronde van zwarte magie. Zo werd in de middeleeuwen een vrouw tot heks uitgeroepen nadat ze haar vingers brandde bij het oprapen van een gevallen hostie. De hostie kan nog altijd leiden tot controverse, zoals bij de weigering hosties aan homoseksuelen te geven.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden