Column

'Stoer van deze paus: hij legt de vinger op een rafelige welvaartsrand in Europa'

Paus Franciscus ging op zijn eerste reis naar Lampedusa, en vroeg er aandacht voor de vaak schrijnende situatie van vluchtelingen die via dat eiland hun geluk beproeven in Europa. En dat is moedig, schrijft columnist Lidy Nicolasen.

Paus Franciscus spreekt met migranten op Lampedusa.Beeld afp

In zijn Romeinse hofhouding lijkt iedereen druk met het gedoe rond de heiligverklaring van Karol Józef Wojtyla, voorheen paus Johannes Paulus II. Onderwijl valt er genoeg te roddelen over corrupte collega's die zijn ontslagen wegens witwassen en belastingfraude via het Instituut voor Religieuze Werken, beter bekend als de pauselijke bank. En passant nemen ze ook de stand van zaken door over de homolobby in de heilige kringen en lopen ze met een boog langs de stapel aanklachten over seksueel misbruik door priesters.

Je zou zeggen: de paus heeft er de handen vol aan. In het verleden hadden de katholieken minder nodig om in opstand te komen tegen het kerkelijk gezag van Rome. Godsdienstoorlogen en schisma's waren aan de orde van de dag. Maar op zoveel gelovige strijdbaarheid hoeft de paus onder zijn volgelingen niet meer te rekenen. Misschien dat hij daarom zelf maar de misstanden aanpakt. Met hulp van een paar kardinalen, gaf hij tegenover een paar journalisten toe.

Want buiten de muren van het Vaticaan valt ook nog het een en ander te verhapstukken, zeker als je Franciscus als naam hebt gekozen. Dus ging zijn eerste reis naar Lampedusa, het Italiaanse eiland waar de afgelopen jaren duizenden vluchtelingen hebben afgemeerd. Het zijn bijna zonder uitzondering jonge jongens, die het familiekapitaal in handen hebben gelegd van een mensenhandelaar om elders hun geluk te beproeven. Lampedusa is de toegangspoort naar dat geluk, dat zelf veel verder weg ligt. Misschien in Engeland, de Verenigde Staten, Australië of Nieuw-Zeeland.

Geweten
De paus wierp een krans in het water ter nagedachtenis aan vluchtelingen die in wrakke bootjes op zee zijn gebleven en zelfs Lampedusa nooit bereikten. Hij sprak over het wakker schudden van het geweten van de westerse mens, die zich onverschillig houdt voor mensen die honger, armoede en werkloosheid ontvluchten.

Veel van de jongens en jongemannen die in Lampedusa aankomen, reizen al dan niet illegaal verder naar de Franse havenplaats Calais. Enige jaren geleden ontstond hier een spectaculair tentenkamp, dat de Jungle werd genoemd en dat door de Franse overheid na enige tijd met de grond gelijk werd gemaakt. Het betekende niet dat de vluchtelingen ook in rook opgingen. Nog elke dag komen er nieuwe gelukzoekers aan, dromend van een goede oversteek. Ga ik onder een vrachtwagen hangen of kan ik aan boord als betalende verstekeling?

Rotterdamse vrijwilligers gaan er elk weekend naartoe om eten, drinken en kleren uit te delen delen in samenspraak met Franse vrijwilligers. In hun voetspoor bezocht ik de vluchtelingen. Ze bivakkeren in tenten in het bos, verlaten fabriekshallen of van afval gebouwde nomadenhutjes. Kleine sloppenwijken, die je in Europa aan stadsranden tegenkomt. De bewoners vragen je eten, aanstekers, sigaretten, werk en ten huwelijk, omdat alles beter is dan een dag in de jungle, om maar te zwijgen over een gedwongen terugkeer naar het moederland.

Stammenstrijd
Iraniërs, Irakezen, Afghanen, Palestijnen, Congolezen of Eritreeërs. Ze komen van heinde en ver. Hun vijanden thuis zijn ook in Calais hun vijanden en bij tijd en wijle worden de messen geslepen voor een stammenstrijd. Ze vinden op z'n tijd hun weg naar elders. Waar dat elders ligt, weet geen mens. In aantal verminderen ze nooit, integendeel. Ze informeren elkaar via hun mobiele telefoon en - dankzij internetcafés - via Facebook.

Op een paar vrijwilligers na kijkt iedereen langs ze heen. Wat moet je ook anders? Het voelt ongemakkelijk, zo'n bonte stoet jongens die nog een heel leven voor zich hebben en die je de weg niet kunt wijzen. 'Wat zoek je hier?', vraag ik een van hen, eigenlijk zonder een antwoord te verwachten. Hij kijkt me glazig aan. 'Ik zoek werk', zegt hij.

En nu is er dus de Franciscus-paus, die zegt dat onze welvarende cultuur ons ongevoelig maakt voor de schreeuw van de ander. 'Wie is er verantwoordelijk voor het bloed van deze broeders en zusters?' vroeg hij in Lampedusa. Het is de retoriek van de preekstoel, die aan mij niet is besteed. Maar dat doet er ook niet toe. Hij legt de vinger op een rafelige welvaartsrand in een tijd dat Europa over armoede en werkloosheid evenmin te klagen heeft. Nou ja, dat is dus stoer van die paus.

Lidy Nicolasen is verslaggeefster van de Volkskrant. Ze schrijft wekelijks een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden