Stoel

Geen betere plek om alleen te zijn dan op de D44 naar Tiranges, in de Auvergne in midden-Frankrijk. Er rijdt geen enkele auto op de weg, er tuft geen tractor over de akkers, er zit geen mens in een voortuintje die een hand opsteekt naar passerende fietsers....

Er is veel voor te zeggen, voor de absolute eenzaamheid. Even geen herrie, geen overbodig gezelschap, even geen ruis. Zodat je je gedachten op een rijtje kunt zetten, het hoofd leeg kunt maken, dat soort dingen.

Nu, zonder gezelschap, blijkt de enige herrie van mijzelf afkomstig. Hardop verwens ik de regen, op het ritme van mijn krampachtig trappende benen. Ik loei naar koeien. De enige gedachte die zich steeds opnieuw op een rijtje laat zetten, is de hoop op een afdaling, na de volgende bocht. Veel leger kan een hoofd niet worden.

De reis gaat van Basel, Zwitserland, naar Clermont-Ferrand, Frankrijk. De trein naar Basel was de snelste manier om bij de bergen te komen, met beklimmingen waar je je als fietser uren op kunt verheugen, om ze al na een paar minuten te vervloeken. Vanuit Basel valt bovendien door de Jura een soort omtrekkende beweging te maken naar midden-Frankrijk, een cirkelboog, dwars op de stromen vakantiegangers die vanuit Noordwest-Europa naar het zonnige zuiden trekken. Loodrecht op de spoor-en snelwegen vanuit de Randstad en Parijs die eind juli, begin augustus de stedelijke bevolkingen naar de Alpen en de Middellandse Zee transporteren. Snelwegen zijn verwaarloosbaar, voor wie ze van de juiste kant benadert. Wie de Au t o r o u t e du Soleil loodrecht kruist, heeft er hooguit een minuut last van. Ervoor, erna: de leegte.

Maar zo leeg als hier heb ik het nog niet gehad. Vergeten auto's met onkruid achter het dashboard.

Granieten huizen met gesloten luiken - een voordeur klappert voor een zwart gat. De koeien lijken voor zichzelf te zorgen.

Dat geldt ook voor reizigers. Elke kruidenierszaak kan de laatste zijn. Dus zit in de fietstassen steeds een voorraad bestaande uit een homp brood, een stuk kaas, een lokale worst. Zijn die op, dan is dat het einde van de dag. Geklopt door de honger. In Zwitserland gebeurde dat bij een weiland op een hoogvlakte voorbij Ste. Croix. Tent opgezet in de tijmvelden, een pannetje pasta gemaakt bij het laatste licht van de ondergaande zon. Je volgt het prikkeldraad en komt bij een opening in de afrastering, opgevuld door een badkuip waar koeien uit staan te drinken. Je zegt wat tegen ze, je doopt je hoofd tussen hun koppen in het water. Alsof het zo hoort.

Maar vandaag heeft het te hard geregend voor zo'n kampeerplaats. Ik kijk op de kaart en zie de naam Chaise-Dieu. De stoel van God. Hij heeft het gebied dus toch niet helemaal verlaten. Terwijl de laatste bui over de bergen stroomt, begin ik aan de laatste afdaling.

Ik parkeer de fiets voor een lokaal hotelletje. De dienstdoende dame achter de balie ziet me aankomen. Fietsers zijn geen smaakvolle verschijningen, en natte fietsers al helemaal niet. Of er plek is? Dat moet ze even bij haar chef navragen. Achter haar hangen minstens tien kamersleutels aan het bord.

Er valt nauwelijks meer normaal te praten wanneer je honderd kilometer door de regen hebt gefietst en alleen omgang hebt gehad met de lokale veestapel. Laat staan dat je nog een onderhandeling of scheldpartij kunt beginnen. Je bent geen mens meer, en de mensen zien het. Ze kunnen je weigeren als een dier.

De chef komt kijken en ziet het meteen. Ah, een fietser? Ik ook. Mooi, hè, hier? Ik zet die fiets wel weg, ga daar maar vast zitten. Hij wijst naar een simpele houten stoel met rieten zitting.

De stoel van God.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden