Stilte voor de storm

Afgelopen weekeinde mochten de eerste journalisten op bezoek bij de Nederlandse militairen in Uruzgan, die de komst van een grote troepenmacht in augustus voorbereiden....

De e-mailtjes van het thuisfront bezorgen de Nederlandse militairen in Uruzgan meer kopzorgen dan de Taliban. Roept een ‘hoge Piet in Den Haag’ weer eens iets over de gevaren van de missie in de Afghaanse provincie, of staan er alarmerende koppen in de krant, dan willen de familieleden en de vriendinnen massaal weten of het echt zo erg is, 6 duizend kilometer verderop. ‘Dan moeten we uitleggen dat het heus wel meevalt.’

De eerste journalisten die dit weekeinde de Nederlanders in Uruzgan bezochten, kregen een duidelijke boodschap mee: ‘Maak de mensen thuis niet onnodig ongerust.’

Overste Joland Dubbeldam, commandant van de Nederlandse basis-in-opbouw nabij de provinciale hoofdstad Tarin Kowt, schetst ‘een realistisch beeld’: De strijdende partijen zijn niet ver hier vandaan. De dreiging is latent aanwezig. Maar er zijn geen bommen en granaten geland op deze basis. Het is relatief veilig.’

Is het de spreekwoordelijke stilte voor de storm? ‘De Taliban zal ons zeker willen testen’, zegt kolonel Henk Morsink, die het bevel voert over zo’n achthonderd militairen die de komst van een veel grotere Nederlandse troepenmacht in augustus voorbereiden. De meesten zijn gestationeerd op de luchtmachtbasis van Kandahar, honderdvijftig kilometer ten zuiden van Tarin Kowt. De afgelopen maanden werd die vliegbasis vijfmaal bestookt met raketten, ook zondag nog. Maar het gevaar in de zuidelijke provincies Kandahar en Uruzgan bestaat vooral uit bommen in de wegberm, hinderlagen, en – in toenemende mate - zelfmoordaanslagen. ‘We waren hier nog maar een paar uur, toen iemand zich op een paar honderd meter van de poort opblies’, zegt sergeant-majoor Fred. Bij deze aanslag, begin mei, kwam een Afghaans jongetje om en raakte een Amerikaanse militair gewond.

Eenheden van het Korps Commandotroepen die verkenningstaken uitvoeren, zijn al tweemaal betrokken geweest bij ‘intensieve vuurgevechten’. Aan Nederlandse zijde vielen geen gewonden, een of meer aanvallers zijn waarschijnlijk gedood of gewond.

De Taliban en de andere vijandige elementen krijgen de komende weken volop de kans ‘te kijken wat de Nederlandse militair waard is’, zoals kolonel Morsink het uitdrukt. Vanuit Kandahar zullen reusachtige konvooien koers zetten naar de militaire basis bij Tarin Kowt (door militairen TK genoemd, uitgesproken Tiekee). Niets wordt aan het toeval overgelaten. Kolonel Morsink heeft, ‘vanwege de verhoogde dreiging’, een streep gehaald door het ‘Haagse’ plan nu en dan open jeeps te gebruiken. Voor de militaire transporten worden uitsluitend gepantserde voertuigen ingezet. Er gaat elektronische apparatuur mee, waarmee het ontstekingsmechanisme van ‘bermbommen’ onklaar kan worden gemaakt.

Elk konvooi wordt begeleid door twee zwaarbewapende Apache-helikopters. ‘We bekijken of de route vrij is, of de Taliban niet in een hinderlaag ligt. Ook speuren we naar mensen die bommen langs de weg tot ontploffing willen brengen’, zegt commandant Coos Duinhof van het helikopterdetachement.

Op de basis, waar elke beweging van mens of machine een stofwolk teweegbrengt, zijn een betonnen landingsbaan en een opstelplatform in aanbouw voor de zes Apaches. De heli’s hebben een afschrikwekkend effect op kwaadwilligen, en volgens Duinhof ook ‘een psychologische uitwerking’ op de Nederlanders: ‘Het is geruststellend te weten dat we er zijn’. Bovendien staan NederlandseF-16’s in de hoofdstad Kabul gereed te hulp te schieten. Ze oefenen in Uruzgan al met grondtroepen die de vliegers ‘naar hun doel kunnen praten’.

Bosnië-veteraan Floris maakt zich op voor ‘iets nieuws’: konvooibeveiliging. Op de zinderend hete schietbaan van Kandahar – de temperaturen lopen al richting vijftig graden – slaat de sergeant de verrichtingen gade van een beveiligingspeloton, uitgerust met mitrailleurs en mortiergranaten. ‘De wapens reageren anders dan in Nederland. Door de opstijgende warmte beweegt het beeld een beetje.’ Mirage, heet dit verschijnsel.

Kolonel Morsink heeft voordat de konvooien op gang komen een extra trainingsperiode gelast. ‘Na de korte voorbereidingstijd in Nederland is er meer training nodig in het operatiegebied. Ook vanwege de extreme weersomstandigheden hier. We hadden onze eindoefening in de sneeuw.’

De voorbereiding was kort, maar Morsink en zijn mensen verwerpen verontwaardigd het verwijt dat militairen met weinig of geen ervaring en slecht getraind op pad worden gestuurd. De bewering is afkomstig van een korporaal die weigerde naar Uruzgan te gaan. Gevraagd en ongevraagd spuwen collega’s in Afghanistan hun gal over wat wel ‘een laffe streek’ wordt genoemd. Bovendien, de uitspraken kloppen niet. Sergeant Floris: ‘In mijn peloton van dertig man zijn er 21 één keer of vaker op uitzending geweest.’ Bij andere eenheden zouden de verhoudingen vergelijkbaar zijn.

Voor sommigen was het wel even slikken, toen ze hoorden dat ze naar Uruzgan moesten. ‘Klote’, was de eerste reactie van een 19-jarige soldaat eerste klasse die nog niet eerder werd uitgezonden. ‘Nu denk ik: we maken er maar het beste van.’ Een rang- en leeftijdgenoot zonder uitzendervaring vindt het daarentegen ‘vet cool’.

Een derde debutant, Jasper, reageert zoals de legerleiding het graag hoort: ‘Het is een hele uitdaging.’ De soldaat tweede klasse is ‘eerlijk gezegd wel geschrokken’ van de recente zelfmoordaanslag nabij de poort die hij bewaakt aan de zogeheten binnenring van de basis.

De buitenring wordt beveiligd door zo’n 150 man Afghaanse veiligheidstroepen. Ze bivakkeren in schamele onderkomens op de basis en worden betaald door de Amerikanen, die het in aanbouw zijnde Kamp Holland nog in handen hebben.

Vormen de Afghanen zelf een veiligheidsrisico? Heulen ze niet met de vijand? Kolonel Morsink: ‘Doordat ze op het kamp wonen, beveiligen ze in feite zichzelf.’ Er is ook een pragmatisch argument: ‘Als de Afghanen er niet waren, heb ik een paar honderd man extra uit Nederland nodig. Ik weet niet waar ik die vandaan moet halen.’

Onder het motto ‘Vertrouwen is goed, controle is beter’, nemen de Nederlanders geen halve maatregelen. Zogeheten jingle trucks, bontgekleurde vrachtwagens waarmee de Afghanen goederen voor de troepen aanvoeren, worden binnenstebuiten gekeerd. De Nederlanders deinzen er niet voor terug autoradio’s uit het dashboard te rukken. De gedupeerden krijgen een papiertje in handen gestopt waarmee ze een schadevergoeding kunnen aanvragen. Basiscommandant Dubbeldam: ‘We moeten nu eenmaal voorkomen dat ze een bom naar binnen smokkelen.’

Afghaanse bouwvakkers, tegelzetters en schoonmakers op de basis, een man of dertig, worden scherp in de gaten gehouden. De ‘Afghanen-wacht’, heet dat. ‘Het is niet de bedoeling dat ze gaan rondzwerven.’

Ingenieur Abdulraouf Mirzai denkt dat hij met het ingehuurde lokale personeel in drie dagen de fundamenten kan storten waarop de grote recreatiezaal wordt gebouwd. Het wordt een zwaar bepantserde ruimte, ‘waar we kunnen doorgaan met lunchen tijdens een beschieting’, zegt commandant Dubbeldam. De werkplekken krijgen eveneens een zware bepantsering, de slaapvertrekken een ‘iets lichtere’. Nu slapen de Nederlanders, ruim 150 man, in tenten.

Vanuit Kabul is ingenieur Mirzai naar Uruzgan gekomen om een stevige duit te verdienen aan de opbouw van Kamp Holland. ‘In Kabul heeft Uruzgan een slechte naam, maar ik ben niet bang.’ In de stad Tarin Kowt recruteert hij werknemers. Moeilijk is dat niet. ‘Elke ochtend verzamelen timmerlui en andere vaklieden zonder vast werk zich op een pleintje.’ Twee jonge betonstorters uit het stadje reageren lacherig als kolonel Morsink vraagt wat ze van de Nederlanders verwachten. ‘Werk.’ Een journalist wil weten of hun familie en vrienden het goed vinden dat ze buitenlandse troepen helpen, en nog wel in Uruzgan, het ‘thuisland’ van de Taliban? Weer een besmuikte reactie.‘Hier verdienen we ons brood. Daar is niets te doen’, zegt een van de jongens, wijzend naar zijn woonplaats die schuilgaat achter een rij bomen.

Vlak buiten de omheining van het kamp bouwen Afghanen met Nederlands geld een betonfabriekje. Dat moet voorzien in de enorme behoefte van de genie en andere specialisten van de krijgsmacht; Kamp Holland moet over enkele maanden een kleine tweeduizend man, Nederlanders en Australiërs, onderdak kunnen bieden.

Het is een veelvoud van de Amerikaanse troepen die het kamp op 1 augustus overdragen aan de Nederlanders. De Amerikanen opereren in het kader van ‘Enduring Freedom’, de strijd tegen het terrorisme. De Nederlanders gaan deel uitmaken van de NAVO-stabilisatiemacht ISAF. De ‘strakke scheidslijn’ tussen beide militaire operaties waarover veel te doen is geweest in de Tweede Kamer, is anderhalve meter hoog, en bestaat uit een ondoorzichtig hek met prikkeldraad.

Voordat ze de basis overdragen, willen de Amerikanen nog een paar zaken in Uruzgan regelen. Zo is er contact met de Nederlanders en de nieuwe gouverneur van de provincie over een opknapbeurt van de ‘middeleeuwse’ gevangenis in Tarin Kowt. Kolonel Morsink: ‘Gouverneur Munib heeft ons laten weten dat hij de huidige toestand onhoudbaar vindt.’

Op Kamp Holland verrijst een klein detentiecentrum voor ‘stoute jongens’, zoals majoor Arno van het geniebataljon het formuleert. Als bouwmeester ziet hij erop toe dat het tijdelijke onderkomen van maximaal 24 gevangenen voldoet aan internationale normen. Tijdelijk, omdat Nederland met de regering in Kabul afspraken heeft gemaakt over de omgang met gedetineerden. Zowel terroristen als ‘gewone’ criminelen moeten binnen 96 uur na hun gevangenneming overgedragen worden aan lokale of regionale autoriteiten.

Kolonel Morsink beklemtoont dat het Rode Kruis en de Nederlanders nagaan hoe het de gedetineerden verder vergaat. Dat de Nederlanders ‘stoute jongens’ zullen tegenkomen, staat voor hem vast.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden