Stilte in de stad

Plekken voor contemplatie, zijn die nog te vinden in de stad? Tuinarchitecten en kunstenaars zijn aan de slag gegaan in Rotterdam....

'De plek waar je leesten de stilte viert,een tuin in een tuin,de universiteit, wijn.'

'We springen barbaars met onze parken en laatste openbare tuinen om', zei Gerrit Komrij in de Huizinga-lezing van 1990. Komrij liet er geen gras over groeien. Over de noodzaak van tuinieren kreeg zijn toespraak als titel mee, en dat was een directe aansporing aan het adres van zijn toehoorders.

De mens als tuinman, dát is wat Komrij wil. Niet alleen figuurlijk - hij ziet de tuin als religieuze allegorie, die in deze goddeloze tijd voor samenhang kan zorgen - maar ook letterlijk.

'Zie onze hedendaagse groenstroken met hun huiverende gemeenteheestertjes. Zie onze hedendaagse siertuintjes in hun krampachtige poging om, als nietige lapjes zij aan zij gelegen, nog een eigen individualiteit uit te stralen: een soort onrustig en onrustig-makend macramé.' Nee, echte tuinmannen zijn er niet meer, volgens Komrij.

De 'dichter des Vaderlands' zou eens in Rotterdam moeten kijken, in het centrum voor hedendaagse kunst Witte de With. Dan zou hij zien dat de liefde voor tuinieren de laatste jaren juist is toegenomen, en dat perken met huiverige gemeenteheestertjes steeds vaker worden vervangen door krachtig groene struiken met hun wortels stevig in de grond.

Erasmus

De internationale tentoonstelling Breeze of AIR/Hortus Conclusus is een samenwerking tussen Witte de With en AIR (Architecture International Rotterdam), een stichting die zich tot taak stelt het debat over de architectonische en stedenbouwkundige ontwikkelingen in de hedendaagse stad aan te zwengelen. Beide initiatieven nodigden negen kunstenaars en negen tuin- en landschapsarchitecten uit.

Die laatsten kregen allemaal een stuk Rotterdam toegewezen. Zij mochten hierop hun visie loslaten, met in hun achterhoofd het beeld van de omsloten tuin zoals Erasmus, Rotterdams bekendste humanist, dat in gedachten had: een plaats voor verinnerlijking en contemplatie.

Dit leidde tot de meest uiteenlopende voorstellen. In Witte de With worden maquettes, tekeningen en foto's getoond, onder begeleiding van vogelgefluit en roepende kinderen uit luidspeakers. Van het brave stadspark met bloementuin, honden-uitlaat-strook, skatebaan en kleuterspeelplaats (compleet met onderhoudsplan: van maart tot en met oktober moet er gesnoeid, geknipt, gegieterd en gespit worden), tot het waanzinnige plan om van de hal van het Centraal Station een dependance van Diergaarde Blijdorp te maken.

Atelier Quadrat maakte een maquette waarin de centrale ontmoetingshal een vijver herbergt met - ja écht: felroze flamingo's, en boven het metrostation twee reusachtige glazen aquaria met daarin piepkleine tropische vissen en klim-apen.

Een plek voor contemplatie? Dat waarschijnlijk niet, hoewel Quadrat de nieuwe stationshal als een 'rustpunt in de wereld van reizen' aanprijst.

Verinnerlijking staat wél voorop in het ontwerp van West 8. Voor Arboretum Trompenburg, ook wel de 'groene long van Rotterdam' genoemd, bedacht het Rotterdamse landschaps;architectenbureau The Erasmian Garden, 'de plek waar je leest en de stilte viert, een tuin in een tuin, de universiteit, wijn'. Een stilte-paviljoen, een met een ijzeren stellage en blauwe regen overdekt kanaal, waar bezoekers zich onderdoor laten peddelen: dat is hét idee voor de tuin van de 21ste eeuw volgens West 8.

Zwammen

Maar dan de kunst. Die dreigt totaal te verdwijnen tussen de tot in de puntjes perfect uitgevoerde ontwerpen van de architecten. Eigen schuld. Want de uitgenodigde kunstenaars in Witte de With weten nauwelijks enige spanning op te roepen, laat staan dat ze zich meer dan oppervlakkig hebben verdiept in het beeld van de Erasmiaanse omsloten tuin.

De Amerikaanse kunstenaar Teresita Fernández verdeelde een zaal in twee delen, en plaatste om elk deel een rij van verticale buizen in verschillende kleuren groen. Is dit in eerste instantie nog prikkelend omdat je niet meteen ziet waar de ingang is, die prikkeling verdwijnt meteen wanneer blijkt dat er in de omsloten hoven helemaal niets gebeurt.

Ook de andere kunstenaars in Witte de With hebben hun taak te licht opgevat. Aha, een omsloten tuin, lijken ze gedacht te hebben. Ik maak wat ik wil, zet er een hek of schot omheen, en klaar is kees.

Zo plaatste Zeger Reyers werk waar hij al jaren mee bezig is. Hij kweekt zwammen in allerlei kleuren op oude stofzuigers, in de schacht van een laars, op versleten typemachines. Die voorwerpen plaatste hij nu in een laag, half doorzichtig huisje. De combinatie van de ouderwetse objecten en de tere zwammetjes is vaak prachtig (ze zijn ook te zien in een doorkijkje in de dames-w.c., en in de kelder onder de trap), maar heeft met het thema van de tentoonstelling weinig te maken.

Het ontwerpersduo Dunne en Raby maakte een houten container, waarvan één kant open is. Deze Placebo: Compass Room is geheel uitgerust met snufjes om elektronische signalen, zoals van mobiele telefoons, op te vangen en te ontregelen. En als alles uitgeschakeld is, is er eindelijk tijd voor rust en contemplatie.

Maar je kunt ook gewoon alle stekkers eruit trekken en met een kussen over je hoofd gaan mediteren. Dunne en Raby bieden met hun anti-elektronische hortus conclusus een te gemakzuchtig en voor de hand liggend alternatief voor het probleem van de hedendaagse stad: waar is die felbegeerde rust te vinden?

Chat

De Italiaanse Maura Biava komt er nog het dichtst bij in de buurt. Voor haar project Iride liet zij een kleine glazen kas te water in de Leuvehaven, vlakbij het Maritiem Buitenmuseum. Daar, tussen de enorme boten, roestige kabels en metalen stellages, dobbert het huisje onaantastbaar aan kabels op het water. Binnen staat een tafel met cactussen en liggen witte kussens, waarop Iride, gespeeld door een actrice, af en toe chat met bezoekers van Witte de With.

Ook de installatie van Cristina Iglesias in een voormalig reisbureau om de hoek weet de spanning er in te houden. Om daar te komen, moet je eerst de sleutel halen bij de medewerkers van Witte de With. Binnen ligt een doolhof van groen-roestige schermen met organische vormen en teksten. Buiten raast het verkeer over de weg, maar hier is het doodstil.

Dit zijn interessante uitstapjes, omdat de kunstenaars zich letterlijk hebben beziggehouden met de mogelijkheid van een stille plaats in een overvolle stad.

Maar het is onbegrijpelijk dat verder geen van de kunstenaars in Witte de With de hortus conclusus op een pakkende manier weet te visualiseren, en te vertalen naar een hedendaagse iconografie. En dat terwijl het thema van de gesloten tuin al vanaf de Middeleeuwen zowel in de beeldende kunst als in de literatuur ingebed is in een rijke beeldtraditie.

Nee, van een voortzetting van die traditie is geen sprake. Van groene vingers evenmin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden