Reportage Racen op waterstof

Stilletjes scheuren op waterstof: de Forze VIII is dit jaar op de Gamma Racing Day om te winnen

Studenten van de TU Delft testen nog één keer hun Forze VIII. Morgen doet de racewagen op waterstof mee aan de Gamma Racing Day in Assen. Gedurfd − nog nooit reed een waterstofwagen een reguliere race uit.

De bestuurder van de Forze VIII van de TU Delft, een raceauto op waterstof, staat klaar op de pitstraat van circuit Zandvoort. Foto Freek van den Bergh

Een actiecamera wordt met ducttape provisorisch in de cockpit geplakt, jongens in roze lopen nog één rondje rond de auto en dan start de motor. Er zijn elektronische bliepjes en pompen te horen, voordat de auto vrijwel geruisloos de pitstraat uitrolt.

De Forze VIII is niet zomaar een racewagen. Er ligt geen brullende V6 –motor in: hij rijdt op waterstof. De studenten van de TU Delft die hem hebben ontworpen, zijn op het circuit van Zandvoort om hun machine nog een keer flink te testen. Alles wat nu kapot gaat, moet zo snel mogelijk gerepareerd worden, want zaterdag staan ze aan de start van de Gamma Racing Day in Assen, het grootste motorsportevenement van Europa. De buren, professionals die aan hun Formule 3 racemonsters klussen, laten hun steeksleutels vallen en komen nieuwsgierig kijken.

Forze VIII

42 teamleden, 18 fulltimers (waarvan een meisje) en 24 parttimers (naast studie)
Gewicht auto: 1160kg
Vermogen 110kW (150pk)
Vermogen tijdens boost (8 seconden) 300kW (409pk)
Topsnelheid 210 km/u
Koolstofvezel body

Schone energiedrager

Forze Hydrogen Racing bestaat sinds 2007 en bijna elk jaar bouwen nieuwe Delftse studenten een waterstofwagen. De Forze I was een kart, nu staat er een serieuze racewagen, met de looks van de duurracers van de 24-uurs van Le Mans. Hij accelereert in 4 seconden tot honderd en heeft een topsnelheid van meer dan 200 kilometer per uur.

Volgens teammanager Gijs Vermeij doen de meeste teamleden mee omdat ze racen gewoon gaaf vinden. Maar, voegt hij er aan toe: ‘Dit project is natuurlijk ook een kans om waterstof te promoten als schone energiedrager en de wereld te laten zien wat er allemaal mee mogelijk is.’

In Nederland reden eind 2017 veertig waterstofauto’s rond. Dat lage aantal houdt verband met de slechte beschikbaarheid van de waterstof: er zijn slechts 3 publieke tankstations. In 2020 moeten dat er volgens het ministerie van Infrastructuur en Milieu twintig zijn, maar de bouw van veel locaties stagneert door moeilijk verkrijgbare Europese subsidies. Ook de prijs van 'gewone' waterstofauto’s schrikt af: de Toyota Mirai, een van de eerste commercieel beschikbare auto’s op waterstof, kost 80 duizend euro. Toyota gelooft heilig in de toekomst van waterstofauto’s, en wil in 2020 de productie van hun Mirai vertienvoudigen.

De crew prepareert de Forze VIII-auto voor de test in de pitstraat van circuit Zandvoort. Foto Freek van den Bergh

Remenergie

De Forze VIII rijdt op elektriciteit die in een reactor wordt opgewekt uit waterstof. Deze zogenaamde brandstofcel heeft een vermogen van 110 kilowatt, omgerekend ongeveer 150 pk’s. Technisch manager Thomas Barendse vertelt dat dit hart van de auto ook het meest verouderde onderdeel is, het is zwaar en groot. ‘Lichte brandstofcellen zijn moeilijk te vinden, omdat het gewicht van de cel voor fabrikanten van waterstofauto’s is minder belangrijk is.’ Om de auto krachtiger te maken, ontwikkelde Forze een systeem dat remenergie opslaat. Energie die later als ‘boost’ kan worden gebruikt.

‘Dit project bestaat voornamelijk uit het integreren van systemen’, zegt Vermeij. Daarmee bedoelt hij dat Forze de verschillende onderdelen, die meestal gewoon uit de fabriek komen, op elkaar af moest stemmen. Een hele klus, want de onderdelen zijn niet ontworpen voor de racerij. Dat lijkt prima gelukt: de Forze VIII komt al tijdens het tweede rondje met 180 kilometer per uur langs de pitstraat suizen.

De voorkant van de Forze-auto van de TU Delft wordt gedemonteerd zodat hij uit de trailer gehaald kan worden. Foto Freek van den Bergh

Wereldprimeur

Vorig jaar maakte Forze zijn debuut bij de Gamma Racing Day. De auto kon de race toen niet uitrijden omdat de waterstoftanks te weinig capaciteit hadden, maar zette wel de derde snelste rondetijd van zijn klasse neer. Dit jaar doen de jongens en dame mee om te winnen. In de wagen liggen nu twee tanks van 700 bar, waar in totaal ongeveer vijf kilo waterstof in past. De Toyota Mirai komt daar 500 kilometer ver mee, de Forze VIII kan daar net iets minder dan een uur op vol vermogen mee rijden.

Alle opponenten rijden met benzinemotoren: een techniek die al meer dan 150 jaar in ontwikkeling is. Als het Forze lukt om met hun waterstofwagen de finishlijn te halen tijdens Gamma Racing Day, zou dat een wereldprimeur zijn: nog nooit reed een waterstofwagen een reguliere race uit. 

Deze pioniers dromen alvast voorzichtig over de toekomst: de FIA (de FIFA van de racewereld) en de organisatoren van de 24-uurs race van Le Mans hebben aangekondigd vanaf 2024 een klasse te introduceren voor auto’s op waterstof tijdens de legendarische duurrace.

De Forze VIII van de TU Delft, een raceauto op waterstof, op het circuit Zandvoort. Foto Freek van den Bergh
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.