Stille bedevaart

Oranienroute in Duitsland. De Nederlandse bedevaartganger, op zoek naar de geschiedenis van de Duitse Oranje-Nassaus, trekt langs verlaten landhuizen, lege musea en heuveltoppen zonder burchten....

JAN TROMP

NAAR het Duitse stamland geweest om Wilhelm der Schweiger te zien. En wat er te zien was, was het zwijgen niet slechts

van een enkele Duitse vorst, maar van nagenoeg een gans volk. Want ze zijn in Duitsland niet bijster trots op onze Vader des Vaderlands (Dillenburg, 1533 - Delft, 1584, lafhartig vermoord). En waarom zouden ze ook fier zijn op ene Wilhelm von Oranien-Nassau? Want van deze soort - een amper bemiddeld, protestants gezind vorstje - hadden ze er velen in het Duitse rijk van de zestiende eeuw en een grand seigneur werd Willem van Oranje wel, maar dat was pas later en buiten Dillenburg.

Trotzdem heeft het nationale Verkehrsamt een Oranienroute uitgezet langs plekken die ons van allerlei leren over de geschiedenis van de Oranje-Nassaus in Duitsland. Er zijn ten minste twee reizen denkbaar, de korte en de lange. De waarachtige liefhebber gaat tot de bodem en begint in het oosten, in Oranienburg, gelegen tussen Berlijn en Sachsenhausen - wat weer ander interessant historisch materiaal oplevert - en zakt dan gemoedelijk westwaarts af via Sachsen-Anhalt richting Hessen. Wie maat weet te houden, reist naar Siegen, de bakermat der Nassaus, halverwege Dortmund en Frankfurt en volgt het riviertje de Lahn door het Westerwald langs Dillenburg, Braunfels, Diez en Nassau richting Koblenz.

En eeuwig zingen hier de bossen. Het laait in alle denkbare kleuren groen. Het oog reikt oneindig ver, panoramisch is de horizon en diep is bij gevolg het landschap, zelfs zo diep dat je huivert van nietigheid.

Maar daar zou het niet over gaan. Het moet erover gaan dat de Oranienroute, in elk geval die vanuit Siegen eerder een speurtocht der verkennerij is dan een uitstapje aan de veilige band van de geleidehond. Hetgeen op zichzelf weer een reden is voor Spass und Freude.

Want het heeft een aantrekkelijke kant om in Siegen - iets meer dan honderdduizend inwoners, in het bezit van vestigingen van C & A, Hennes & Maurits en de Douglas - de weg te zoeken naar het Unterschloss. Het staat aangegeven op de borden, samen met parkeergarage en ziekenhuis, maar de weg erheen blijft een geheime en de vraag ernaar leidt tot een universele reactie: het onverschillig ophalen der schouders.

En zo staat men in het centrum van het niet eerder vermoede Siegen, met rechts een filiaal van de Dresdnerbank en links een vestiging van de Commerzbank, met rechts het standbeeld van een Huttenmann, ein sehr Deutsche huttenman ('Arbeit ist des Bürgers Zierde, Segen is der Mühe Preis') en links het standbeeld van een Bergmann ('Wer Bergwerk will bauen, muss Gott vertrauen') en men denkt: ein Unterschloss soll logischerweise ein Oberschloss bedeuten, dus wordt de weg omhoog opgezocht, langs de bierende Siegenaren - er wordt op straat, beim Spazieren, vrij veel gezopen door de Siegenaren en zelfs zoveel dat men zich onwillekeurig afvraagt hoe hoog dan wel het percentage werklozen zal zijn in deze burgerstad die zich op de plakkaten nog een stad 'voll Lärm' noemt met binnenkort, op de podia van Siegen, dr. Death en ook nog eens Psoriasis, maar meer dan een gitaar spelende troubadour komt men niet tegen, op de weg omhoog. En in het Oberschloss zelf - eerder een landhuis dan een slot, uitzicht over Siegen, een park met weiden om te liggen - heerst al helemaal de stilte van de begraafplaats. Geen kip te bekennen, zelfs geen schoolklas op verplichte excursie.

Erg vooraanstaand was de familie Nassau niet in de Middeleeuwen. Men behoorde tot de kleine adel. In het standaardwerk Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis legt de historicus prof.dr. H.P.H. Jansen uit dat de Nassaus in Duitsland niet eens werden gerekend tot het derde heerschild, dat van de vorsten. Het waren slechts simpele graven met schamele inkomsten. Jansen: 'Pas in de zeventiende eeuw werden de meeste Duitse Nassaus tot rijksvorsten bevorderd, gefürstet, zoals men toen zei.'

Het landhuis heeft de gebruikelijke transformatie ondergaan naar museum. Het telt een paar aardige verrassingen. Achter het loket zit een echtpaar dat zojuist is afgestaan door een Franse cineast. Het echtpaar speelt de rol van concierge van het appartementengebouw. De bijbehorende achteloosheid wordt met verve neergezet. Achter het betaalhokje bevindt zich de bescheiden woonruimte. Ze vinden het goed dat je langskomt, maar het is niet de bedoeling dat je vragen stelt. Boven is de Oraniensaal, kijk vooral rond, zie maar. Het echtpaar verdwijnt schielijk.

En dan is de bezoeker alleen met de geschiedenis van de Nassaus tussen Sieg en Lahn. Schilderijen van onbekende grootheden als Batavus von Nassau Oranien, Wilhelm Hyacinth, Johann der Ältere en Engelbert von Nassau. Wat deden deze Duitse aristocraten in de Nederlanden?

In het Oberschloss kan je bevestigd krijgen dat geschiedenis niet veel meer is dan een optelsom van het toeval. Hoe komt het dat aan het einde van de twintigste eeuw het Nederlandse volk zich schaart rond zijn beminde koningin Beatrix van Oranje-Nassau? Dat komt omdat op 1 augustus 1403 Engelbrecht van Nassau-Dillenburg in het huwelijk trad met Johanna van Polanen uit Breda. Engelbrecht was 'een man van voor in de dertig, in de kracht van zijn leven' (prof. Jansen). Zijn huwelijk met de kleine Johanna was 'een gewichtige gebeurtenis in de Nederlandse geschiedenis' (idem).

Engelbrecht trouwde niet om de liefde. Dat kon ook moeilijk, want Johanna was in 1403 nog maar elf jaar oud. Daar stond tegenover dat de bruid schatrijk was. 'Zij was immers de erfdochter van de heerlijkheden Breda, van de Lek en van talrijke andere gebieden in de Nederlanden. (-) Aan het begin van de carrière der Nassaus in de Nederlanden staat dus een verstandshuwelijk' (weer prof. Jansen).

Niet alleen aan het begin. In de vroege zestiende eeuw trouwde Heinrich III, graaf van Nassau, met Claudia van Chalon, telg uit een vermogend bourgondisch geslacht dat onder meer het kleine Zuidfranse vorstendom Orange bezat. Waarom trouwde Heinrich met Claudia? 'Sonderlich um der Ehre und des Vorteils Willen', schreef hij aan zijn vader in Siegen.

De zoon van Heinrich en Claudia, René, was de eerste die zich noemde 'Prins van Oranje, graaf van Nassau'. Zo is het gekomen.

H ET IS STIL in het Oberschloss. De boel maakt een verlaten indruk. De Oraniensaal is vooral gewijd aan Wilhelm der Schweiger, zijn vier vrouwen en zijn twaalf nazaten - de bastaards niet meegerekend. Een stijve buste in brons van de Vader des Vaderlands, vrij veel geschilderde portretten, en afbeeldingen van de vrouwen in fotokopie. Dit laatste maakt een enigszins armoedige indruk, al blijft het materiaal interessant. Arme Anna van Saksen, tweede vrouw van de Zwijger, misvormd, hypochondrisch en rijk. 'Het huwelijk beoogde uitsluitend het prestige en de belangen van Oranje en zijn familie te bevorderen' (Jansen).

In een zaal in het achterhuis wacht een nieuwe verrassing: acht originele schilderijen van Rubens. Er drentelt een mager studentje rond. Hij doet de bewaking. Rubens, de beroemde Antwerpenaar, blijkt een Siegenaar. Hij is er geboren in 1577. Zijn moeder was Anna van Saksen; zijn vader, een jurist, was raadgever van de vrouw van Willem van Oranje en kennelijk niet alleen in juridische zin.

Willem van Oranje komt van Dillenburg. Rij van Siegen naar Dillenburg en tel het groen. Het is misschien niet de mooiste kleur, maar wel een sterke. Kikkergroen, blauwgroen, mierikswortelgroen, erwtengroen, een waaier van groen in een prachtig landschap dat tegelijk pittoresk is en verheven. De romantiek wordt hier per kilo verkocht. En toch, ondanks de schilderachtige accessoires is er afstand. Op de heuveltoppen hebben ooit burchten gestaan. De meeste zijn verdwenen. Het ongenaakbare is gebleven.

Dillenburg aan het eind van de twintigste eeuw is een vergissing. Toeristisch op niks af. Hier leefde dus Willem van Oranje. 'Und von jenseits des Rheins schrie ein bedrängtes, im Todeskampf zuchendes Land nach seinem Retter.' (Uit het boek Siegerland und Nederland). Het maakt geen indruk, op Duitse toeristen noch op Nederlandse bedevaartgangers. Het stadje ligt er verlaten bij. Alleen een paar gastarbeiders laten zich zien, achter de kinderwagen. Pizza Avanti is gevestigd in een vakwerkhuis.

Langs een villawijkje en tennisbanen gaat de weg omhoog naar de Wilhelmsturm. Omdat de burcht verwoest is, hebben ze voor Willem de Zwijger 120 jaar geleden een toren neergezet. Het is een ding uit een kinderboek, een attractie uit de Efteling met nepkantelen en torenkamertjes van namaak. Was een plaquette niet meer op zijn plaats geweest? 'Hier leerde Willem, prins van Oranje, graaf van Nassau, in 1538 fietsen.' Zoiets? In villa Grün, een aanpalend gebouw, loopt een expositie over de keuken door de eeuwen heen. 'Besonders sehenswert.'

Snel door naar Braunfels en Diez. We raken nu verzeild in de genealogische haarvaatjes van de dynastie. Braunfels past nauwelijks in de route. Amalia van Solms leefde hier in de eerste helft van de zeventiende eeuw. Ze was getrouwd met de Stedendwinger, Frederik Hendrik, zoon van Willem de Zwijger. Het gaat in dit ridderkasteel over de geschiedenis van de familie Von Solms, niet over die van de Nassaus. Maar het geeft niet. Braunfels is een echte burcht, hoog oprijzend uit de heuvel. Met al zijn torentjes doet het denken aan Neuschwanstein van de waanzieke Lodewijk II uit Beieren.

In Diez aan de Lahn ligt het barokke slot Oranienstein. De rallytocht erheen is fascinerend. De route eindigt in een villawijk; op de hoek van de Lindenallee en de Schöne-Aussicht-Strasse gaat de weg scherp naar rechts en wacht aan het eind een stalen hek. 'Ausweis unaufgefordert vorzeigen', vermeldt een bord. We zijn aangekomen bij het hoofdkwartier van de 34ste pantserbrigade van de Wehrmacht. Achter het stalen hek houden jonge jongens in gevechtskleding de wacht. We mogen om twee uur terugkomen. De wacht zal intussen 'die Frau anrufen'.

Klokslag twee uur staat ze klaar. Ze heet Frau Nitsche, een kleine, praatgrage dame. Nee, het is helemaal niet erg om voor anderhalve paardenkop gids te zijn, het is haar werk. Het nietige optochtje gaat langs het wachthuisje, langs keurig aangeharkte gazons en plotseling ligt het daar, in een diepe kom, een okergeel, symmetrisch paleis. Oranienstein. Het is rond 1670 gebouwd door Albertine Agnes, de vierde dochter van Amalia van Solms, het is een museum zonder interieur, het ontleent zijn charme aan het stucwerk van mythologische voorstellingen op de plafonds. Frau Nitsche: 'Es ist die schönste Kazerne Deutschlands.'

Diez kent ook nog een Grafenslot, de oorspronkelijke woonstede van Albertine. Het is niet enerverend. Er is een jeugdherberg gevestigd, maar in de wijde omgeving is geen schurftige kat, laat staan een jongere aan te treffen. Ook hier regeert de leegte. Een plaquette, bijna verscholen achter een heg, vermeldt dat op deze plek op 20 augustus 1935 41 joodse weeskinderen en hun opvoeders in een pogromachtige actie 'in der Dunkelheit' zijn afgevoerd. 'Den Lebenden zur Mahnung.'

Komen de Oranjes nog dikwijls van hun Duitse heerlijkheden genieten? Het antwoord luidt dat het hun heerlijkheden niet meer zijn. Al bijna twee eeuwen niet meer. Bij het congres van Wenen in 1815, toen de Nassauer vorst Willem VI van de Europese grootmachten koning Willem I mocht worden, is de boel verkwanseld. De Duitse bezittingen gingen naar de koning van Pruisen, Willem I ontving in ruil het groothertogdom Luxemburg.

I N SOMMIGE kringen wordt daarover nog knap larmoyant gedaan. Uit het eerder aangehaalde boekwerk Siegerland und Niederland: 'Es bleibt ein Rest von Unbefriedigtsein darüber, dass die nassauischen Stamlande so rasch und so reibungslos freigegeben wurden.'

In Siegen hebben ze nergens last van. Een zondagmiddag in het park rond het Oberschloss. Het is een drukte van belang. Nette mensen, anständige Leute. Wilhelm der Schweiger kan ze gestolen worden. Ze zijn gekomen voor de Original Siegener Stadtmusikanten. Die zingen van Tiroler tralala en, iets steviger, van hojoho en heiaha. De mensen steken nog eens door en klappen zich de handen stuk. Toll! Super!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden