Stiefjes en halfjes

Google 'stiefgezin' en de zoekmachine stelt meteen 'stiefgezin-problemen' voor. Als kind had ik een romantisch beeld van stiefgezinnen: zielige ouders van wie de man of vrouw dood was - scheidingen kwamen zelden voor - kregen dan weer fijn een nieuwe echtgenoot. De kinderen vormden samen een groot, chaotisch gezin, het toppunt van gezelligheid in mijn ogen. Als mijn vader dood zou gaan - niet dat ik dat hoopte, maar als het tóch moest - kon mijn moeder trouwen met de leuke buurman. We zouden gaan wonen in hun grote, kaalgetrapte huis en alle jongens uit dat rommelige Stampertjesgezin, inclusief mijn geheime liefde, werden mijn broers.


De praktijk is minder romantisch. Het is hondsmoeilijk om twee gezinsculturen en opvoedingsstijlen te verenigingen. Die van hem gamen de hele dag, die van haar eten alleen pasta. 'Wij' gingen 's zomers altijd wandelen in Drenthe, 'zij' willen bakken op een Spaans strand. Bij elke poging tot correctie van een stiefkind krijgt de stiefouder te horen: 'Je bent mijn vader/moeder niet.' Dat was vroeger misschien ook zo, maar toen had je nog geen internetsites, waarop stiefouders luidkeels hun problemen ventileren. Er waren geen statistieken die alles wreed bijhouden. Het aantal stiefgezinnen, nu 200 duizend , nam de afgelopen decennia even hard toe als het aantal scheidingen, en dan tellen 'weekendgezinnen' niet eens mee. Het nieuwe geluk is broos. Twee van de drie stiefgezinnen breekt na een tijdje weer op. Meestal zijn strubbelingen met de kinderen de reden.


Laatst sprak ik op een feestje een vrouw van 26. Hordes kinderen renden om ons heen, hun monden vol snoep. F. had één wens. Gewoon een man en twee kinderen, van hem. En dan bij elkaar blijven. Die man had ze al, en ze wilde graag zwanger worden. Een brave wens, gaf F. toe. Maar dat kwam zo.


Haar eigen ouders, leuke artistieke mensen, waren ieder aan hun vijfde relatie bezig. Kort na F.'s geboorte gingen ze uit elkaar. Vanaf haar derde kreeg F. er aan beide kanten telkens een halfbroertje of -zusje bij. Schattig, en nog te overzien, want die kinderen waren wél familie. Jammer alleen dat die broertjes en zusjes steeds weer andere ouders hadden, die in de weekenden bij háár vader of moeder thuis op de bank zaten. Háár bank, waar ze vroeger gezellig met papa of mama een boekje las. Nog lastiger dat haar stiefouders ook kinderen uit eerdere relaties meebrachten. En bij al die stiefjes en halfjes hoorden nog eens opa's en oma's. 'Moet je je voorstellen', zei F. 'Drie keer Kerst en Oud en Nieuw vieren; elk jaar met andere grote gezelschappen rond de boom. ' Soms, als F. door de stad fietst en er iemand naar haar zwaait, denkt ze: hé, was zij niet een tijdlang een soort weekendzusje van me? Hoe heette ze ook alweer?


Twee kleuters klampten zich vast aan F.'s been. 'Mogen we cola?' vroeg het jongetje. F. zuchtte. 'Het zijn mijn stiefkinderen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden