Steuntje in rug hervormers

SHANGHAI - Zelden heeft een Nobelprijs voor de Vrede zoveel nijd losgemaakt als die van 2010. Deze wordt vandaag in Oslo toegekend aan de mensenrechtenactivist Liu Xiaobo. De 54-jarige hoogleraar in de Chinese literatuur uit Peking zal er niet bij zijn.


Het toont dat de Noren een open zenuw hebben geraakt in Peking. Het Chinese leiderschap worstelt met de vraag hoe de tweede economie ter wereld zich verder moet ontwikkelen op politiek en sociaal terrein. Het is een even gevoelige als boeiende discussie voor een wereldmacht met een bijna onafgebroken autoritaire traditie.


Binnen de eenpartijstaat zijn diverse kampen, waarbij de conservatieve factie de laatste jaren de boventoon voert. De opstelling is kortweg dat China zich niets van 'westerse' opvattingen over democratie moet aantrekken en zijn eigen pad moet kiezen. Een verlicht autoritair systeem is het beste: de partij zet de koers uit, met beperkte interne speelruimte voor andere opvattingen.


Het hervormingsgezinde smaldeel van de Chinese elite wil de marges verder oprekken, zonder aan te geven of dit uiteindelijk kan uitmonden in vrije politieke competitie. Economische kopstukken als Zhou Xiaochuan, de chef van de Chinese nationale bank, pleiten voor een 'holistische' aanpak. China heeft serieuze checks and balances nodig om machtsmisbruik en corruptie te bestrijden, is hun betoog.


In dit krachtenveld zijn mensen als Liu Xiaobo buitenbeentjes. Ze opereren als radicale luizen in de pels van de macht, door te wijzen op de grondwet en hun burgerrechten op te eisen. Maar de grondwet is in het dagelijks leven waardeloos: de partij bepaalt in China wat mag, niet de wet.


De meeste Chinezen hebben zich bij die werkelijkheid neergelegd; ze hopen hoogstens stilletjes op democratischer tijden. Het gros van de bevolking heeft wel andere dingen aan het hoofd: overleven, werk vinden, geld verdienen. Tegen die houding mag Liu Xiaobo graag krachtig fulmineren: hij vindt veel van zijn landgenoten slap en laf als het gaat om het opkomen voor vrijheden.


Dat maakt hem een dankbare prooi voor de staatspropaganda. Peking is twee maanden bezig Liu zo zwart mogelijk af te schilderen, als landverrader met een grote zelfhaat tegen zijn eigen volk. En de Nobelprijs is, net als democratie, natuurlijk een westerse samenzwering, bedoeld om herrijzend China weer op de knieen te krijgen.


Het is paranoïde koude oorlogstaal, die in een zorgelijk gedragspatroon past. China oogt vaak als een onzekere puber die begint te tieren als iets hem niet aanstaat. De onzekerheid bij de leiders in Peking moet aanzienlijk zijn, als er zulke scheldkannonades worden ingezet tegen een man die praktisch onbekend was. Dat is nu wel anders. Volgens de staatspers kent de helft van de bevolking Liu nu, en een aanzienlijke minderheid vindt hem niet eens het grote monster dat Peking van hem probeert te maken.


Het ironische is dat dit effect minder de verdienste is van de Nobelprijs als wel van de furieuze reactie van Peking. Veel Chinezen koesteren een diep wantrouwen tegen staat en partij - alleen houden ze dat meestal wijselijk voor zich. Soms lichten ze echter voorzichtig een puntje van hun sluier op, zoals in deze opiniepeiling.


Dat betekent niet dat de mensenrechten in China nu beter worden. Dat zal slechts zeer geleidelijk gebeuren, maar de schok van de Nobelprijs hoeft daarbij niet negatief te werken. Het kan het holistische hervormingskamp een zetje inde rug geven om tegen de conservatieven te zeggen: al dit gezichtsverlies hadden we ook kunnen voorkomen.


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden