Steun voor industrie nu veel belangrijker

De Franse premier Chirac ontstak in woede, nog voordat staatssecretaris Stemerdink hem kon uitleggen waarom Nederland had gekozen voor de Amerikaanse F-16....

Niet de Franse Rafale, maar de Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF) gooit de hoogste ogen in de strijd om de opvolging van de F-16. Ruim een kwart eeuw geleden moest de Franse Mirage het onderspit delven.

L'histoire se repète, zo lijkt het. Maar de redenen verschillen, beklemtoont de PvdA'er Stemerdink, die eerst staatssecretaris en later minister van Defensie was in het kabinet-Den Uyl (1973-1977). De oud-politicus: 'Ditmaal lijkt het wel of het bedrijfsleven de dienst uitmaakt. Den Haag schijnt bereid te zijn om ondernemingen een schenking te geven van maar liefst 800 miljoen euro. Destijds speelden industriële belangen slechts een ondergeschikte rol.' En dat terwijl het ging om een van 's lands paradepaarden, het inmiddels ter ziele gegane Fokker.

De 'order van de eeuw' werd ook op een andere manier beklonken , zo blijkt uit uitspraken van andere oudgedienden en uit nooit gepubliceerde officiële stukken. Volgens de notulen van de ministerraad stelde KVP-minister Lubbers van Economische Zaken op 25 april 1975 vast dat Fokker flink zou profiteren van de aanschaf van de Mirage.

Het door de Fransen aangeboden pakket aan compensatieorders was aantrekkelijker dan dat van de Amerikanen. Lubbers had enkele medestanders. Zo maakte KVP-minister Westerterp van Verkeer (thans kandidaat-Kamerlid voor Leefbaar Nederland) zich sterk voor een Europees alternatief voor de F-16.

In de ministerraad van 6 mei maakte Lubbers daar geen halszaak van. Hij had wat anders aan zijn hoofd: de strijd tegen de door de PvdA gewenste vermogensaanwasdeling. Stemerdink schrijft op 7 mei : 'Nadat Lubbers had verklaard aan te blijven, was sfeer zo ontspannen dat de opvolger van de Starfighter geen enkel probleem meer gaf, d.w.z. het kabinet koos voor de F-16.'

Formeel stemde het kabinet-Den Uyl eind mei in met de aanschaf van de F-16, op voorstel van PvdA-minister Vredeling van Defensie. Hij had verzet in zijn eigen partij weerstaan met de gevleugelde woorden 'congressen kopen geen straaljagers'.

Een andere oud-minister van Defensie, Van Eekelen, was destijds als topambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken nauw betrokken bij de onderhandelingen . Ook hij zegt nu in een terugblik dat 'de belangen van de industrie niet voorop stonden'. Van Eekelen, momenteel Eerste-Kamerlid voor de VVD: 'Het ging vooral om de militair-technische kwaliteiten van een nieuw toestel'.

In 2002 noemt hij de keuze voor de F-16 niettemin 'steengoed' . De compensatieorders voor Nederlandse bedrijven overtroffen in waarde de aanschafkosten van het toestel, meldt hij trots in zijn vorig jaar verschenen memoires.

Niet blij met de aanschaf van de F-16 was PvdA-Kamerlid Dankert. In een nachtelijk Kamerdebat in juni 1975 diende hij, tevergeefs, een motie in om het kabinetsbesluit te herzien. Dankert had zich ontpopt tot pleitbezorger van de goedkopere Frans-Britse Jaguar. Ook hij herinnert zich nog de geringe aandacht voor de industrie.

Dankert: 'De situatie is nu heel anders. De Amerikanen zetten Nederland onder druk om in het JSF-project te stappen met het argument dat bedrijven enorme orders tegemoet kunnen zien. Destijds stonden vooral Amerikaanse belangen op het spel. Nederland vormde met Denemarken, Noorwegen en België een consortium, een potentieel blok van kopers'.

Wat in een kwart eeuw níet veranderd is, is de rol van de Koninklijke Luchtmacht (Klu). De luchtmacht heeft, net als toen, een uitgesproken voorkeur voor een Amerikaans toestel. Dankert verklaart dat uit 'de nauwe banden tussen de luchtmacht en de Amerikanen'. Stemerdink noemt de Klu zelfs spottend 'een squadron van de Amerikaanse luchtmacht'.

Toch zijn de Amerikanen er niet geheel gerust op dat het kabinet de JSF wil. De VS-ambassadeur in Den Haag, Sobel, maakte onlangs zijn opwachting bij bewindslieden om het toestel nog eens aan te prijzen. Want VVD-minister De Grave van Defensie maakte indruk toen hij eind vorig jaar in Washington zei: 'I like the plane, but I don't like the price.'

Ook in 1975 maakten de Amerikanen zich zorgen, zozeer zelfs dat ze Vredeling vroegen naar de VS te komen voor spoedberaad met zijn collega. Daarna was Vredeling gewonnen voor de F-16, zo blijkt uit de notulen van het kabinetsberaad op 14 maart. De pleidooien van Lubbers c.s. ten bate van de industrie konden hem niet meer vermurwen.

De huidige VVD-minister van Economische Zaken, Annemarie Jorritsma, heeft naar het lijkt meer succes. Zij trekt schouder aan schouder op met De Grave en haar andere partijgenoot op Defensie, staatssecretaris Henk van Hoof. De industrie kreeg van hen ruimschoots de tijd om de kans op deelname aan het JSF-project te vergroten. Toen bedrijven met extra geld over de brug kwamen, toonde minister Gerrit Zalm van Financiën (ook VVD) zich bereid jarenlang het geld voor te schieten.

'In 1975 weigerden we de nationale luchtvaartindustrie (lees: Fokker) steun, nu is een enorm bedrag beschikbaar voor relatief kleine toeleveranciers', zegt toenmalig staatssecretaris Stemerdink. De PvdA'er noemt dit 'verbazingwekkend'. In de woorden van een partijgenoot die anoniem wil blijven: 'De firma Stork koopt straaljagers'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden