Reportage Steun aan rebellengroepen

Steun Syrisch verzet brengt Blok verder in het nauw, niet uit te sluiten dat voertuigen bij strijd zijn ingezet

Een kleine zes uur van gesprekken met deskundigen en 382 Kamervragen later zijn twee dingen duidelijk. De Nederlandse regering heeft zich met de steun aan ‘gematigde’ Syrische rebellengroepen lelijk in de nesten gewerkt. Dat trekt een wissel op de sfeer in de coalitie.

Stef Blok, minister van Buitenlandse Zaken, spreekt in New York vanwege een conferentie over mensenhandel. Beeld EPA

Donderdag is de dag van massieve informatieoverdracht in dit ingewikkelde dossier. De antwoorden op Kamervragen, door minister Blok vanuit New York gestuurd – hij is daar vanwege een conferentie over mensenhandel – moesten de grote twijfel bij veel Kamerleden wegnemen. Een stoet aan deskundigen uit binnen- en buitenland zou vervolgens de context schetsen waarin Nederland Syrische rebellen selecteerde die voor steun in aanmerking kwamen.

Aan het eind van de dag is de mist alleen maar dichter. ‘De vragen worden steeds urgenter’, zegt D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma. De deskundigen spreken elkaar tegen op de vitale onderwerpen: hoe effectief was de Nederlandse steun; wat was de kwaliteit van de selectie van de groepen waar die steun terechtkwam; hoe is gecontroleerd wat die groepen vervolgens met de gekregen hulpgoederen deden. De antwoorden van Blok brengen daarin geen helderheid.

Aan de ene kant van het spectrum Charles Lister, erkend Syrië-deskundige, verbonden aan het Middle East Institute in Washington. Zijn bijdrage betekent onvoorwaardelijke steun voor het besluit van de Nederlandse regering materiaal te leveren aan strijdgroepen in Syrië die het regime van Assad bestreden. Hij vindt Koos van Dam aan zijn zijde, Syrië-gezant van januari 2015 tot augustus 2016. Hun redenering: zowat alle partijen in Syrië maken zich schuldig aan de schending van mensenrechten, maar het is wel degelijk mogelijk de gematigde krachten die steun verdienen te selecteren.

‘Schokkend’

Hun analyse staat haaks op die van oorlogsjournalist Harald Doornbos, die niet kan begrijpen welke zin het heeft de Syrische oppositie te steunen, die in zijn ogen al vanaf 2013 op een kansloze missie was en eventuele democratische idealen snel uit het oog verloor. Ook Diana Samaan van Amnesty International in Beiroet toont zich uiterst kritisch. Dat Nederland Jabhat al-Shamiya gesteund zou hebben, noemde ze ‘op zijn zachtst gezegd schokkend’. De strijdgroep zou volgens Amnesty martelen, ontvoeren en shariarechtbanken organiseren. Een andere door Nederland gesteunde militie, de Sultan Murad Brigade, maakte zich volgens Carla Del Ponte, lid van de VN-commissie voor Syrië en ook als deskundige gehoord, schuldig aan het onderdrukken van de inwoners van Aleppo en het inzetten van kindsoldaten.

De Commissie Buitenlandse Zaken in gesprek met Carla del Ponte via een videoverbinding in De Tweede Kamer. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De antwoorden van Blok intussen bevatten een macht aan details. Dat er in totaal 313 voertuigen zijn geleverd, waaronder 142 nieuwe pick-ups en 50 tweedehands, zes trucks, vier tractors, al dan niet met trailer, 58 ambulances en 45 minibussen. Totale kosten over de hele periode van zomer 2015 tot voorjaar 2018: ruim 27 miljoen euro. Pikant zinnetje ‘Niet uit te sluiten valt dat deze goederen ook voor militaire doeleinden zijn ingezet.’ Nog zo’n zinnetje: ‘Het kabinet kan niet uitsluiten dat door Nederland of bondgenoten geleverde non lethal assistance is ingezet in Afrin’. Dat is de noordelijke stad waar het Turkse leger met steun van milities in maart dit jaar een bloedige slag leverde met de YPG, de Koerdische militie van Syrië. Nog in januari zijn aan de provincie Idlib motorfietsen, uniformen, matrassen, laptops, printers en twee prefabcontainers geleverd. Aan wie, dat is geheim.

Vertrouwen

‘We hebben die pick-ups voorzien van stalen balken voor nachtkijkers of andere apparatuur’, zegt CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. ‘Dan moet je er maar op vertrouwen dat die niet voor wat anders worden gebruikt.’

Uit de antwoorden van het ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt dat Nederland met zijn strategie om rebellengroepen non lethal assistance – niet dodelijke goederen – te geven, meedeed met de grote mogendheden. De Verenigde Staten, Engeland, Frankrijk, Duitsland en Turkije zijn de enige andere landen met een dergelijk programma. Bij de selectie en controle van de 22 rebellengroepen waaraan steun werd verleend, is sterk geleund op de Verenigde Staten en Engeland.

Sfeer in coalitie

Voor de sfeer binnen de coalitie is een en ander niet bevorderlijk. VVD-minister Stef Blok vindt twee doorbijters van het CDA op z’n weg: de Kamerleden Pieter Omtzigt en Martijn van Helvert. In de antwoorden op Kamervragen doet Blok al moeite de verantwoordelijkheid te spreiden. Nu blijken ook voormalig vicepremier Lodewijk Asscher en minister van Defensie Jeanine Hennis al in december 2014 op de hoogte te zijn geweest van het project. De Tweede Kamer verkeerde al die tijd in onwetendheid.

Er zouden nu binnen de VVD stemmen opgaan om Ank Bijleveld, Defensie-minister van CDA-huize, bij het debat te betrekken. Omtzigt: ‘Dan kun je er vanwege die ambulances ook Volksgezondheid wel bij betrekken; dit is een zaak van Buitenlandse Zaken.’ Sven Koopmans, de nieuwe buitenlandwoordvoerder van de VVD, geeft tegengas door vragen te stellen over de YPG, de militie van de Syrische Koerden, die eerder steun van het CDA en de ChristenUnie kreeg.

Zo worden de stellingen betrokken. Dinsdag debatteert de Kamer met minister Blok.

Staatsgeheim

Een groot deel van de informatie over het Nederlandse steunprogramma is voorzien van het stempel staatsgeheim. Kamerleden konden zich vanaf twaalf uur donderdagmiddag om beurten bij de griffier melden, om via een laptop de strikt vertrouwelijke informatie tot zich te nemen. Kennis die vervolgens geen rol mag spelen in het debat.

In dat geheime stuk staan de namen van de gevechtsgroepen die Nederlandse steun kregen, en de periode waarover dat gebeurde. Het bevat ook informatie over mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden, en details over het incident waarbij twee door Nederland gesteunde groepen onderling slaags raakten.

De reden voor die geheimhouding: mensenlevens zouden in gevaar worden gebracht bij openbaarmaking, er zijn inlichtingendiensten bij betrokken en Nederland is geheimhouding verplicht aan zijn bondgenoten.

Meer lezen?

Geblunder met Syrische jihadisten zet coalitie ernstig onder druk
Blok: Steun aan Syrische strijdgroepen blijft staatsgeheim

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden