Steun aan popmuziek levert kwaliteit op

Speciale ondersteuning voor de popsector wordt afgeschaft. Niet doen, zegt Jaap van Beusekom, aan die regeling danken we Anouk en Krezip....

Met artiesten als Anouk, Junkie XL, Krezip, Within Temptation, Zuco 103, Kane, Brainpower, Marco V en Spinvis en tal van andere pop-, rock-, hiphop- en dance-acts, kent Nederland een breder georieerde popvoorhoede dan ooit tevoren. Dat begint inmiddels ook tot ver buiten onze grenzen op te vallen.

Vrijwel al deze groepen zijn hun carri ooit begonnen met steun van het Nederlands Popmuziek Plan. Zij konden door veel te spelen voor een geeresseerd en kritisch publiek, in de relatief kleine zalen van het popcircuit langzaam rijpen voor het latere grote werk. Dit popcircuit, bestaande uit vele tientallen prima geoutilleerde, professioneel gerunde poppodia en festivals, is al jaren letterlijk uniek in de wereld. Ook dit is overigens deels dankzij de ondersteuning vanuit het Nederlands Popmuziek Plan.

Afgelopen weekend, bij de opening van het Noorderslagseminar, sprak D66-staatssecretaris Medy van der Laan een grote afvaardiging uit de Nederlandse popmuziek toe. Popmusici, festivalorganisatoren, poppodia-programmeurs en artiestenmanagers hoorden haar lovende woorden uitspreken over het bereikte niveau van de Nederlandse popmuziek. Hierop liet zij echter volgen dat zij niet van plan is te luisteren naar de vele bezorgde reacties vanuit diezelfde popsector op haar beleid.

Begin 2005, als het aan Van der Laan ligt, zal de enige subsidieregeling die er voor Nederlandse popmusici bestaat, het Nederlands Popmuziek Plan, verdwijnen.

Behalve het huidige Nederlands Popmuziek Plan kent popmuziek geen enkele vorm van structurele ondersteuning. Dit in tegenstelling tot de overige gesubsidieerde Podiumkunsten, waar per jaar zo'n 160 miljoen euro aan aanbodsubsidie omgaat. Het jaarbudget van het Nederlands Popmuziek Plan, van negenhonderdduizend euro, gaat per 2005 op in het Fonds voor Podiumprogrammering en Marketing (FPPM).

Dat de popsector zich hier grote zorgen over maakt, doet de staatssecretaris af als koudwatervrees. Zij beweert dat de popsector zich vastklampt aan een conservatieve regeling, die niet gebaseerd is op kwalitatief inhoudelijke gronden. Afschaffing van de regeling zal leiden tot een halvering van het aantal popconcerten door Nederlandse artiesten. Dat de Nederlandse popmuziek, volgens de staatssecretaris, bij het FPPM straks in vergelijkbare mate een beroep kan doen op ondersteuning, is nog maar de vraag. Het nieuwe fonds kent een andere doelstelling en richt zich op een andere doelgroep. Popconcerten, waarvan er per jaar momenteel zo'n tweeduizend door het Nederlands Popmuziek Plan mogelijk worden gemaakt, komen volgens de huidige criteria van het Fonds niet in aanmerking voor ondersteuning.

In de toekomst treft men hier alsnog een voorziening voor, maar het budget hiervoor bedraagt hooguit de helft van het huidige bedrag voor Nederlandse popmuziek. Daar komt bij dat uit ditzelfde budget ook de jazz- en kamermuziekconcerten gaan putten.

De Nederlandse popmusicus lijkt daarom straks terug bij af: de situatie van voor 1975, toen popmuziek door de rijksoverheid nog niet serieus werd genomen. De loftuitingen van de staatsecretaris op de popsector komen daarmee in een heel ander licht te staan.

De kern van de door de staatssecretaris geuite kritiek betreft de volgens haar ontbrekende kwaliteitscriterium in de huidige regeling. Want anders dan in de meeste subsidieregelingen, waar een commissie bepaalt wat wel en wat geen kwaliteit heeft, beslissen hier de praktijk-experts, de programmeurs van de poppodia en -festivals, zelf wat wel of niet van voldoende niveau is. Zij zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun programma. Het publiek in dit circuit straft oppervlakkigheid immers genadeloos af. Een schoolvoorbeeld van modern cultureel ondernemerschap.

Dat het budget voor het Nederlands Popmuziek Plan in 2001 door diezelfde rijksoverheid nog verdubbeld werd, geeft overigens aan dat er recent nog alle waardering bestond voor werking en actualiteit van de regeling. Des te merkwaardiger dus om nu te constateren dat het ministerie van OCW het kind weer even gemakkelijk met het badwater denkt weg te kunnen spoelen. De verbazing en irritatie bij het ministerie dat de popsector zich hier niet zomaar voetstoots bij neer wenst te leggen, geeft wel aan dat de popsector door de overheid inmiddels wellicht erkend, maar blijkbaar nog lang niet doorgrond wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden