Steun aan inval Irak blijft open zenuw

Brief van kabinet aan de Eerste Kamer over waarom Nederland de Amerikaanse inval steunde, valt slecht in senaat.

Theo Koelé

Acht maanden had het kabinet nodig om ruim honderd vragen uit de Eerste Kamer te beantwoorden over de Nederlandse steun voor de Irak-oorlog. Toen de vragenstellers, afkomstig uit de PvdA en de linkse oppositie, de antwoorden dit weekeinde hadden gelezen, waren ze diep teleurgesteld.

Balkenende had volgens ingewijden de regie over de beantwoording helemaal naar zich toe getrokken, plus de vraag wie de brief aan de Eerste Kamer zouden ondertekenen.

De uitkomst is dat er slechts drie handtekeningen onder staan: die van hemzelf, zijn partijgenoot Verhagen (Buitenlandse Zaken) en van minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie). Opmerkelijk, omdat de brief volgens het drietal ‘mede namens’ minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken) is geschreven.

De PvdA-bewindsvrouw gaat over de veiligheidsdienst (AIVD), waarover kritische vragen waren gesteld. De PvdA wil kennelijk niet te zeer met brief aan de senaat geassocieerd worden.

De ondertekenaars doen op hun beurt een opzichtige poging de PvdA, destijds oppositiepartij, bij de Irak-besluitvorming te betrekken. Die vond plaats op een moment dat het eerste kabinet-Balkenende demissionair was, nadat CDA en VVD coalitiepartner LPF de deur hadden gewezen. Tegelijkertijd was het CDA, na de verkiezingen van begin 2003, in onderhandeling met de PvdA over de mogelijke vorming van een nieuw kabinet. Dit ‘relevant politiek feit’ is volgens de Kamerbrief onderbelicht gebleven in de aanhoudende politieke en publieke discussie.

De PvdA had – en heeft – grote twijfels over de legitimiteit van de Amerikaanse aanval. Er lag volgens de partij geen resolutie van de VN-Veiligheidsraad die een oorlog rechtvaardigde. Nadat de oorlog begonnen was, vonden de partijen aan de formatietafel elkaar in een formule, waarnaar nu fijntjes wordt verwezen in de brief aan de senaat.

In een verklaring van de onderhandelaars Balkenende en Bos, van 24 maart 2003, staat: ‘De partijen zijn het erover eens dat in de ontstane situatie Nederland zich aan de zijde van de coalitie (de VS en hun medestrijders, red.) opstelt’.

Meningsverschillen over de juridische grondslag van de oorlog waren terzijde geschoven; de verklaring spreekt over de omstreden VN-resolutie als ‘feitelijke grondslag’. Daardoor konden CDA en PvdA vaststellen: ‘De rechtmatigheid van het huidige coalitieoptreden houdt partijen dus niet langer verdeeld’.

Kort daarop strandden de onderhandelingen, waarna de PvdA haar kritiek op de oorlog opvoerde. In talrijke moties werd aangedrongen op een parlementair onderzoek. Bij de laatste kabinetsformatie zwichtte PvdA-leider Bos voor het felle verzet van Balkenende tegen zo’n onderzoek.

Het is een open zenuw binnen de PvdA. Bos sprak over een nederlaag, maar heeft z’n verlies nog niet genomen. Hij zei onlangs dat hij er bij de volgende kabinetsformatie op terugkomt, als zijn partij aan de onderhandelingstafel belandt. In de tussentijd leidt senator De Vries nieuwe schermutselingen met Balkenende.

Wie de afloop van de politieke strijd durft te voorspellen, doet er goed aan te bedenken dat president Bush het einde van de Irak-oorlog meldde terwijl die nog altijd voortduurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden