Stervenskoud moeten ze het hebben gehad, die walvisjagers uit de 17e eeuw

Stervenskoud moeten ze het hebben gehad, de zeelui die in vroeger eeuwen op walvisvaart gingen. Hun kleding was totaal niet berekend op de barre omstandigheden, zegt promovendus Sandra Comis.

Ze moeten flink hebben gestonken. En ze moeten het koud hebben gehad, de Nederlandse zeelieden die in de 17de en 18de eeuw voor de walvisvaart naar het hoge noorden trokken. Sandra Comis, werkzaam op het ministerie van Justitie en Veiligheid, onderzocht kleding die is gevonden tussen de overblijfselen van een Nederlandse nederzetting en in graven van walvisvaarders op Spitsbergen. Dat deed ze naast haar baan op het ministerie. Donderdag promoveert ze aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De kleding is opvallend goed bewaard gebleven, daar in het noorden van Spitsbergen, tussen de restanten van een nederzetting die Smeerenburg heette. Wol en zijde zien er het beste uit, linnen is vergaan, vanwege de zuurgraad van de bodem. Een team van het Arctisch Centrum van de Groningse universiteit groef de kleren tussen 1979 en 1981 op, nu liggen ze in het Svalbard Museum in Longyearbyen, de grootste nederzetting op Spitsbergen, met nu zo'n tweeduizend zielen. Een klein deel van de collectie wordt geëxposeerd in het Rijksmuseum.

Aanvankelijk droegen walvisvaarders hoeden, maar al gauw hadden ze door dat een gebreide muts praktischer was.

Vilthoed, kort jasje, kniebroek en gebreide kousen

De voormalige dragers van de kleding kwamen in de eerst helft van de 17de eeuw in Spitsbergen aan land om het spek te snijden en walvistraan te koken. Na 1650 werden walvissen niet meer aan land verwerkt maar aan boord. Toen kwamen de zeelieden alleen nog aan land om doden te begraven. Op het eilandje Zeeuwse Uitkijk zijn vijftig graven onderzocht. Tengere, kleine mannen, zo blijkt uit hun jassen waarvan de knopen soms nog in de knoopsgaten zaten.

Hedendaagse zeilers kunnen in gespecialiseerde winkels kiezen uit een waaier aan hightechmaterialen om warm en droog te blijven. Een enorm contrast met de kledij van deze walvisvaarders in de eerste helft van de 17de eeuw. Op het hoofd: een vilthoed, en waarschijnlijk ook een muts. Aan het lijf: een kort jasje met tochtige gaten in de oksels om makkelijker te kunnen bewegen, en waarschijnlijk een linnen hemd eronder. De benen en voeten moesten het doen met een poffende kniebroek, lange gebreide kousen en lage, harde schoenen met glibberige zolen waarmee je zo kon uitglijden.

De wollen jassen werden een beetje waterafstotend doordat walvisvaarders hun vette handen eraan afveegden.
De jagers droegen deze kniebroeken. 'Een lange broek zou beter zijn geweest', concludeert Sandra Comis.

Twee jassen, twee paar kousen

Totaal niet geschikt voor het barre klimaat waar de walvisvaarders in moesten werken. Comis: 'Ik had verwacht dat walvisvaarders hun kleding zouden aanpassen, maar daar is geen sprake van. Ik heb gekeken naar oude schilderijen, tekeningen en prenten. Dan zie je dat gewone Nederlanders dezelfde kleding droegen als de walvisvaarders. De walvisvaarders gingen in de zomer met winterkleren weg en dat was het. Ze probeerden zich warmer te kleden door twee jassen en twee paar kousen over elkaar te dragen.'

En die wollen jassen: werden die niet drijfnat bij de eerste sneeuwbui of opspattend water op het dek? 'De stof werd enigszins winddicht door vervilting, en waarschijnlijk hebben ze hun kleding waterafstotend gemaakt door hun vette handen eraan af te vegen. Maar ideale kleding was het niet. Ze hebben het waarschijnlijk erg koud gehad. In de zomer is het hooguit een paar graden boven nul. Twee winters bleven de walvisvaarders op Spitsbergen. Het vriest dag en nacht zo hard dat die overwinte-raars niet of nauwelijks buiten kwamen.'

Wollen kniekousen werden op hun plaats gehouden door kousenbanden.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.