Sterven aan het wiel

Bart Zoet was de motor van de wielerploeg die in 1964 olympisch goud haalde. Voor de beroepsrenner leek een grote toekomst weggelegd, maar Zoet raakte op een zijspoor....

'Daar zat hij, aan de kopse kant van de bar.' Vrachtwagenchauffeur Teun van Leeuwen (54) wijst over zijn schouder naar een lege barkruk in café De Twee Wezen in het Zuid-Hollandse Sassenheim. 'In die grote hand van hem, met die rouwnagels en die enorm lange vingers, hield hij een fluitje bier. Hij dronk nooit anders dan een fluitje. Soms, als er nieuw personeel achter de tap stond, kreeg hij weleens per ongeluk een vaasje toegeschoven. In een vaasje gaat meer, maar vaasjes stuurde hij terug. Je kunt toch niet meer drinken dan je op kan, zei hij dan.

'Moet je je voorstellen, die man was zwaar alcoholist en toch liet hij van elk biertje een bodempje in zijn glas achter. Dat had hij in Frankrijk geleerd, zei hij. Daar is het een hommage aan de barkeeper. Een mooi woord vond hij dat trouwens. Hij kon het met zo'n nadrukkelijk Franse tongval uitspreken. Net als derailleur en demarrage. Dat vond hij ook mooie woorden. Hoor je hoe dat klinkt?, vroeg hij dan, demarrrââge.'

Hij, dat is Bart Zoet, in 1966 winnaar van een etappe in de Dauphiné Libéré, de traditionele opmaat tot de Tour de France die dit jaar tot en met 16 juni wordt verreden. Maar meer nog was Bart Zoet de treinloper van het kwartet wielrenners dat in 1964 voor Nederland volkomen onverwachts een gouden medaille won tijdens de Olympische Spelen van Tokyo. Dat gebeurde voor het eerst sedert Fanny Blankers-Koen zestien jaar daarvoor in Londen hetzelfde had gedaan. Nederland had op sportgebied lang niets voorgesteld en opeens was daar die gouden medaille.

Bart Zoet was de motor van de ploeg, die verder bestond uit Gerben Karstens, Evert Dolman en Jan Pieterse. Het jaar daarop werd hij beroepsrenner en ging hij een grote toekomst tegemoet. Althans, zo leek het. Het lot besliste anders. Vijf jaar later was Bart Zoet profrenner af en nog eens twintig jaar later stond er op 14 mei 1992 een ANP'tje in de landelijke dagbladen. 'In een ziekenhuis in Haarlem is op 49-jarige leeftijd Bart Zoet als gevolg van een hartstilstand overleden.' Dat was de officiële doodsoorzaak. In werkelijkheid overleed Zoet aan een combinatie van verdriet, eenzaamheid, alcoholisme en een erfelijke hartkwaal.

Nu, 2002, lijkt hij totaal vergeten. Zelfs in Sassenheim, waar geen straatnaam voor de gestorven sportheld te vinden is. Op zijn graf staat een halfhoge steen. Het huurgraf wordt binnenkort geruimd.

Teun van Leeuwen: 'We hadden in Sassenheim een clubje trimmers dat in het weekend ging fietsen en daarover na afloop in het café opschepte. In dat café zat soms Bart Zoet, over wie het verhaal ging dat hij zo'n goede wielrenner was geweest. Na een poosje zagen we hem vaker hier in het café zitten. Uit bewondering ben ik op hem afgestapt. Hij zat met zijn hand in het licht aan de bar. Ik zei: dat is een mooie ring, waar heb je die gekocht? Die kun je niet kopen, zei hij, daar moet je heel hard voor kunnen fietsen. Het had die ring gekregen na het behalen van de olympische titel. Hij is lid geworden van ons wielerclubje. Bart Zoet ging weer fietsen. Daar waren wij trots op, want bij welk clubje trimmers rijdt een olympisch kampioen mee?'

Het duurde tamelijk lang voordat de leden van het fietsclubje doorhadden dat ze een alcoholist in hun midden hadden opgenomen. Robbert Tilli (40), beleidsmedewerker van het Nationaal Popinstituut: 'Als we op zondagochtend hadden afgesproken, begonnen we met koffie. Bart hoefde geen koffie. Hij had er thuis al zo veel op, zei hij. ''Doe mij maar een biertje.''

'Dat dat raar was, zeggen we nu. Toen vonden we dat helemaal niet. Je merkte niks aan hem. Al had hij zes halve liters op, dan nog reed hij geen meter langzamer.'

Teun van Leeuwen: 'Als we in IJmuiden het Noordzeekanaal overstaken, namen we een cola in dat tentje bij de pont. Bart hoefde niet. ''Ik drink geen colo'', zei hij. ''Colo, is enkel goed om bouten en schroeven mee los te maken.'' In plaats daarvan nam hij een biertje. Liefst twee. En voor onderweg stak hij een derde in zijn bidonhouder.'

Dat de leden van het trimclubje pas laat in de gaten kregen dat Zoet een alcoholist was, komt mede doordat hij nooit kotste of wegzakte. Teun van Leeuwen: 'Het was alsof hij 's ochtends vroeg in een bepaalde roes wilde geraken en op dat niveau bleef, de hele dag door.'

Aan zijn fietsen en manier van praten over de wielersport merkten ze ook niets. Natuurkundig technicus Johan de Haas (39): 'Ik droeg niet altijd witte sokken. Dat vond hij verschrikkelijk. ''Haas, als je dat de volgende keer weer flikt, moet je trakteren. Ga maar achter me fietsen, man, ik schaam me kapot.'' Dat deed ik dan maar, want wie was ik om hem tegen te spreken?'

Dat deden de Sassenheimse trimmers sowieso niet. Teun van Leeuwen: 'We hebben zitten sterven aan zijn wiel. Dat maakt vanzelf dat je hem ging bewonderen. Wie waren wij nou helemaal, in vergelijking met hem? En toch gaf hij je het gevoel dat je serieus werd genomen, ook al was je op de fiets nog zo'n koekenbakker en al had hij eindeloos veel meer verstand van wielrennen dan wij.

'Wij hadden nog nooit een berg opgefietst. Ja, op de televisie hadden we de etappe naar Alpe d'Huez in de Tour de France gezien. Maar daarover sprak je niet niet met hem, want de Tour was een pijnlijk onderwerp. Hij zou er in 1966 aan deelnemen, maar op het laatste mocht hij niet mee. Hoe dat precies zat, weet ik niet. Als we ernaar vroegen, wimpelde hij het af. Dat deed hij bij veel moeilijke onderwerpen.'

Geleidelijk werd het de leden van de trimploeg duidelijk dat de voormalige kampioen een onverbeterlijke drinkebroer was en dat het niet meer goed zou komen. Zoet probeerde het wel, zo nu en dan hield hij het een paar weken droog, bijvoorbeeld toen IOC-voorzitter Samaranch in 1988 alle Nederlandse olympische kampioenen een oorkonde uitreikte, maar die oplevingen duurden nooit lang. Van Leeuwen: 'Soms, als we hem ophaalden, deed hij de deur niet open. Als hij na lang bellen toch in de deuropening verscheen, was het: ''Ga maar alleen. Ik ga niet mee.''

'Dan kon hij horkerig zijn. Maar die man bleef fascineren. Eigenlijk was hij een groot kind, met de charme en de humor van een volwassene. Na een stuk of wat biertjes kwamen de verhalen over vroeger. Dan zei hij tegen iemand die naar hem zat te kijken: ''Ik zie het wel. Je durft het niet te vragen, maar ik ben het echt.''

'Dat zei hij op een toon dat je meteen voor hem was ingenomen, ook vrouwen vielen voor hem. Of liever gezegd meisjes, want ze waren soms twintig, vijfentwintig jaar jonger dan hij. Hij zag er goed uit. Als het warm was en we hadden gefietst, trok hij op het terras dat Italiaanse wielershirt uit en maakte hij de bretels van zijn koersbroek los. Dan zag je een borstkas van enkel spieren.'

Uiterlijk had Zoet lange tijd niks van een probleemgeval. Hij leek een sterke, gevoelige vent. Een krachtpatser, maar wel eentje die ook heel voorzichtig een bloemetje kon vastpakken of over natuur en muziek kon praten. Johan de Haas: 'Destijds was dat boek van Benoîte Groult in de mode, Zout op mijn huid, over een intellectuele vrouw die verliefd is op een stoere zeeman. Dat was Bart. Het waren ook altijd studentes die op hem vielen.'

Na Zoets overlijden is het wielerclubje uiteengevallen. Johan de Haas: 'De eerste maanden na zijn dood had er niemand zin meer. Het werd najaar en zo is de boel verlopen.'

Ze zijn tien jaar ouder. Een enkele keer komen ze elkaar nog tegen. Dan komt het gesprek altijd op de man, die ze in zijn laatste levensjaren beter hebben gekend dan wie ook, maar van wie veel onbekend is gebleven. Teun van Leeuwen: 'Zoet praatte niet gemakkelijk over hoe het zo ver had kunnen komen. Een enkele keer gebeurde het wel. Op de fiets, als je elkaar niet kunt aankijken, vertelde hij weleens over zijn mislukte huwelijk, zijn mislukte carrière en over doping.'

Robbert Tilli: 'Zelf besefte hij donders goed dat zijn leven in duikvlucht naar beneden ging. Vooral de laatste maanden, toen hij die tweede hartaanval had gekregen. Die man was alles kwijt: zijn huwelijk, zijn zelfrespect en vooral zijn gezondheid. Niet meer kunnen sporten, dan was het leven zinloos.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden