Sterrenkunde

Met internet in het algemeen en social media in het bijzonder is de kunstkritiek verrijkt met duizenden meningen extra. De autoriteit van de criticus is daarmee onder vuur komen te liggen. Wat is een recensie nog waard? We zoeken het uit in twee delen. Eerst een verkenning van nut, noodzaak & criteria van de critici zelf. En vervolgens zetten we een schrijver aan tafel met een recensent die hem lovend besprak én een die hem een matige twee sterren gaf - kijken wat er gebeurt.

De meningen zijn verdeeld - is dat een zin die we steeds vaker horen? Telt u even mee: Het Puttertje, de nieuwste roman van Donna Tartt, vijf sterren in de Volkskrant, twee in NRC Handelsblad. Een nog bitser recept voor Karakters, de laatste theatervoorstelling van Kasper van Kooten - vijf tegen één. Oek de Jong werkte acht jaar aan zijn boek Pier en oceaan. De Volkskrant vond het een mislukte poging (2 sterren), volgens NRC zat het dicht tegen een magnum opus aan (4 ballen).


De lijst met voorbeelden is moeiteloos aan te vullen. Schrijver Daan Heerma van Voss, filmregisseur Maarten Treurniet, theaterregisseurs Johan Simons en Paul Koek - allemaal makers wier werk de critici uiteendreef de afgelopen tijd. 'Meer dan ooit spreken recensenten elkaar tegen', schreef cultuurjournalist Botte Jellema op zijn blog. 'Wat moet je daar nou mee, als publiek.'


Een mogelijk antwoord: nog minder waarde hechten aan het oordeel van critici - als je er toch niets wijzer van wordt. Dat de positie van recensenten tanende is, wordt al jaren benoemd. Door de opmars van internet en sociale media staan producenten, uitgevers en podia rechtstreeks in contact met consumenten. Die op hun beurt overal hun mening kunnen ventileren. Soms gaan liefhebbers zelfs direct in discussie met de recensent.


En dan slaan de makers ook nog eens terug. Recensenten zijn makkelijker benaderbaar dan ooit tevoren. De ivoren toren hebben ze - al dan niet noodgedwongen - achter zich gelaten, met heftige discussies op Facebook en Twitter als gevolg. Onenigheid tussen makers en critici was niet eerder zo openbaar.


Maar ook in het opiniekatern van de krant wordt de criticus aangevallen. Na een vernietigende recensie in NRC Handelsblad kreeg Johan Simons onlangs een hele pagina in diezelfde krant om zich te verdedigen. Dom en arrogant vond Simons de manier waarop hij was gefileerd. De kunst zou door dit soort kritiek snel sterven in Nederland. Een voorspelling waar hij zijn hand voor in het vuur wilde steken.


Kortom, het weiland waar de criticus als enige het hek bediende, is vervangen door een oerwoud vol slingerapen die om het hardst krijsen. Autoriteit is maar elitair, lang leve het platte speelveld. Eindelijk een open kunstdebat.


Zo simpel is het niet. Quotes uit kranten en tijdschriften staan nog altijd prominent op boeken en posters, het aantal sterren prijkt ernaast. Grote media hebben nog steeds veel meer invloed dan bloggers of twitteraars. Bovendien, een veelgehoord argument, is de ouderwets autoritaire criticus niet juist nu, in deze tijden van informatieoverstroming, een gids in de ruis?


Inderdaad, maar wel een enigszins onpeilbare gids. Wat de recensent drijft, blijft meestal een mysterie. Heeft hij een persoonlijke agenda of kan hij zichzelf reduceren tot een objectieve meetlat? Om wat meer transparantie over de recensiepraktijk te geven, zoeken we een antwoord op de vraag: welke afwegingen maken recensenten bij het beoordelen van kunst? In hoeverre speelt de persoonlijke smaak een rol? En hanteren zij vaste criteria?


Nee, natuurlijk niet, de recensent werkt geen lijstje af. Dat is het eenduidige antwoord als je recensenten naar hun maatstaven vraagt. De recensent heeft geen checklist die hij afvinkt om tot zijn oordeel te komen, net zo goed als de kunstenaar geen formule heeft voor het perfecte kunstwerk.


'Er zijn geen objectieve criteria', zegt Patrick van den Hanenberg, al 25 jaar theater- en cabaretrecensent van de Volkskrant. 'Het is niet: het decor dit, de muziek dat, de belichting zus en de kostuums zo. Dat zou een saaie opsomming worden. Maar vorige week was ik bij Karin Bloemen en daar vielen die aspecten wel heel mooi samen, dan probeer ik uit te leggen waar dat precies aan lag.'


Het doel van de recensie is filteren en duiden, volgens Atze de Vrieze, poprecensent van 3voor12, het muziekplatform van de VPRO. Hij recenseert voornamelijk concerten van festivals. 'Dan doe ik er drie à vier op een dag en die moeten na anderhalf uur online.' De tijdsdruk vindt hij geen bezwaar. 'We werken niet met vaste criteria maar wel met vaste blokjes: het concert, de act, het nummer, het moment, het publiek en het oordeel. Het is een handvat voor de lezer, het is voor schrijvers ook makkelijk en je kunt het alsnog creatief gebruiken.'


Hij probeert twee dingen te doen als hij een concert recenseert. 'Vertellen wat er gebeurt en waar het over gaat. Je kunt niet alles opschrijven, dus je kiest de opvallendste dingen. Je plaatst datgene wat elke bezoeker kan zien in een kader. Daar heb je kennis voor nodig. Wijkt de setlist af van andere shows, dan meld je dat.'


Door die duiding stijgt de recensie boven de particuliere mening uit. Zo kan een recensie nuttig zijn, zonder dat je het ermee eens bent. 'Recensies hebben drie pijlers', zegt Marco Weijers, filmrecensent van De Telegraaf sinds 1999. 'Ten eerste, waar gaat het over, dat is puur informatief. Ten tweede, wat is de achtergrond, je duidt de maker, het genre en de ontstaansgeschiedenis. Ten slotte, de mening, die je goed moet beargumenteren.'


Zelfs als hij de film niet goed vindt, zegt Weijers, moet de lezer kunnen denken: misschien is de film iets voor mij. 'Ik beoordeel films vooral binnen hun genre, met de daarmee samenhangende maatstaven. Het heeft meestal weinig zin om het filosofische vraagstuk van een actiefilm te wegen. Je moet een film op zijn merites beoordelen.'


Ook De Vrieze gelooft niet in rigide maatstaven. 'De ene band is de andere niet. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom iets goed is. Vernieuwing bijvoorbeeld, dat is belangrijk. Maar als gulden regel werkt het niet. Een band kan steengoed zijn zonder vernieuwend te zijn. Het is maar net waar je een act op beoordeelt.'


Dat zijn keuzes waardoor recensenten het vaak oneens zijn, zegt De Vrieze. 'Over Aphex Twin op Lowlands was ik niet enthousiast. Hij gebruikte heel erg oldskool beeldtaal en draaide alleen maar oude dingen. Juist omdat hij normaal gesproken vooruitstrevend is, vond ik het teleurstellend. Andere recensenten waren laaiend enthousiast omdat hij zijn beste werk liet horen. Wie heeft er dan gelijk? Niemand, denk ik. Het gaat niet om gelijk hebben.'


'Er is geen goed antwoord bij recensies', zegt ook Arjen Fortuin, literatuurcriticus van NRC Handelsblad. 'Ik geef les in recensies schrijven en dat moet ik er bij de studenten altijd uitrammen. Er is niet één juist oordeel. Staat een boek vol lelijke zinnen, dan kun je daar een duidelijk oordeel over vellen. Is een realistisch boek niet consequent in de logica, dan is dat een enorme afknapper. Maar over het algemeen gaat het om interpretaties - en die lopen uiteen.'


Natuurlijk speelt smaak een rol, zeggen de recensenten. Van den Hanenberg: 'Het blijft een persoonlijk oordeel. Mijn naam staat er immers onder.' Bij hem scoor je als maker bijvoorbeeld niet met vaagheid. 'Ik hou niet van voorstellingen met te veel mitsen en maren. Je moet helder zijn. Cabaret hoort nadrukkelijk te zijn, vind ik. Een goeie uitgesproken show, daar sla ik op aan.'


Fortuin geeft de voorkeur aan inhoud boven vorm bij literatuur. 'Mooi schrijven en weinig beweren is niets. Knap geformuleerde clichés blijven clichés - dat is vervelend. Iemand moet in de eerste plaats iets te vertellen hebben. En dan moet hij of zij het ook op een goede manier vertellen. Een boek moet me iets nieuws brengen. Ik wil iets leren over de wereld. Of over mijn eigen bestaan. Iets waar ik nog niet zelf opgekomen was.'


Iedere recensent heeft zijn eigen smaak, volgens Fortuin. 'Maar daaronder zit een bodem van vakwerk. Of een boek goed in elkaar zit, kun je ontleden en beoordelen. Daarom zijn recensenten het meestal wel eens of een boek een enorm prutswerk of een meesterwerk is.'


Maar waarom zijn recensenten het ook geregeld grondig oneens dan? Fortuin: 'Zowel bij één als bij vijf sterren wil de recensent een statement maken. Het sterrensysteem werkt dat in de hand. Paginamakers zijn dolblij met één of vijf sterren, want dat is nieuwswaardig. Maar ik ben er niet voor aangesteld om statements te maken. Het verlangen om iets spectaculairs te bieden, moet je onderdrukken.'


Weijers sluit zich daarbij aan. 'Een recensie is nooit een persoonlijk statement van mij. Mijn recensies zijn niet los van mij te zien, maar ik heb geen agenda. Ik heb geen boodschap. Daar is de Albert Heijn voor, boodschappen.'


Fortuin is ervan overtuigd dat recensenten elkaar niet meer tegenspreken dan vroeger. 'Het ideologische tijdperk van de kunstkritiek is juist voorbij. Het is niet meer zo dat recensenten er een heel nadrukkelijke literatuuropvatting op na houden. De recensiepraktijk is erg geprofessionaliseerd de afgelopen twintig jaar. De recensent is echt een journalist geworden. En meer in het belang van de lezer gaan schrijven.'


Een serieuze recensent heeft tegenwoordig een brede smaak, geen particuliere missie. Fortuin: 'Mij kun je beter wakker maken voor Elsschot dan voor Reve, maar ik kan in principe overal van genieten.'


Veel media houden in de verdeling van de recensies rekening met de smaak van de recensent. Fortuin: 'Als je een broertje dood hebt aan Maarten 't Hart, zoals ik, moet je hem niet recenseren. Dat wordt voorspelbaar. Dan kun je het beter laten doen door iemand met een frisse blik.'


Maar dat mag niet betekenen dat een recensent zijn lieveling altijd een goed cijfer geeft. Van den Hanenberg: 'Ik ben een groot fan van Freek de Jonge, maar ik heb ook zeer kritische recensies over hem geschreven. Tot zijn ergernis en onbegrip.'


De recensenten zijn allemaal weleens in aanraking gekomen met de geïrriteerde maker of de boze fan. 'Maar het blijft een beetje not done', zegt De Vrieze. 'Kritiek weerleggen, dat moet je eigenlijk niet willen als artiest.'


Fortuin kan zich goed voorstellen dat een schrijver zich kwaad maakt over een negatieve bespreking. 'Als recensent ben je hoogstens twee weken met een stukje bezig en bereik je tweehonderdduizend lezers. De schrijver is twee jaar met een boek bezig en weet niet of hij tweeduizend lezers bereikt. Er zit een grote onrechtvaardigheid in die constructie.'


Theaterregisseur Johan Simons zal het dan ook niet laten om een volgende keer weer te reageren, laat hij weten vanuit Duitsland, waar hij intendant van de Münchner Kammerspiele is. 'Ik bemoei me er graag tegenaan en schrijf zonodig opiniestukken. Mensen zeggen 'laat toch', maar ik vind dat de discussies de moeite waard zijn.' Want, hoe erg hij zich ook erover kan opwinden, 'kritiek blijft een wezenlijk onderdeel van kunst'.


Of zijn hand nog in het vuur gaat voor het uitsterven van de kunst, is de vraag. 'Ach, zo werkt een polemiek. Daar weten recensenten alles van.'


Gesprek van auteur Daan Heerma van Voss met de recensenten


Daniëlle Serdijn en Roderik Six pagina 12

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden