Sterontwerper Hella Jongerius is op een missie tegen kleurvervlakking

Er is veel meer uit kleur te halen dan we nu doen, betoogt sterontwerper Hella Jongerius. In Londen geeft ze zelf het goede voorbeeld.

Hella Jongerius onderzoekt in Berlijn de werking van kleur op materialen. Beeld Roel van Tour

'Al die kleuren. De helft minder zou al een enorme verbetering zijn', verzucht Hella Jongerius (54), een van Nederlands beroemdste en toonaangevendste vormgevers. Het lijkt een bizarre uitspraak voor een productontwerper die zich al meer dan tien jaar buigt over de ontwikkeling van nieuwe kleuren.

Maar ze is stellig. 'We zitten vast aan een systeem waarin de chemische industrie bepaalt welke kleuren beschikbaar zijn. Er worden enorme bedragen gepompt in onderzoek naar krasbestendigheid of lichtvastheid. Een auto moet bijvoorbeeld altijd dezelfde kleur hebben, of deze nou in de zomerzon staat of in de avondschemer. En de kleur van de metalen motorkap moet exact hetzelfde zijn als de leren bies op de stoelbekleding. En over tien jaar moeten die kleuren nog steeds hetzelfde zijn. Met als resultaat een gruwelijke vervlakking van het kleuraanbod.'

Een vleugje rood in de industriële verfrecepten voor groen, dat mist ze. 'Daarmee komt een kleur juist tot leven. In de schilderijen van Vermeer en Jan van Eyck is verf in lagen over elkaar gestreken, dat geeft een zichtbare diepte.' Vintage meubels hebben ook zo'n ademende kleur. 'Maar hoe zo'n houten kast verbleekt, hangt af van toevalligheden.'

Instabiele kleuren, die verouderen of zelfs gedurende de dag van intensiteit veranderen, ontbreken bij nieuwe producten. 'Terwijl ze het noodzakelijke tegengif vormen voor het kille witte licht van de digitale schermen waarnaar we de hele dag kijken.'

Er is geen markt voor zulke kleuren, hoort Jongerius voortdurend van de industrie. Bozig: 'Onzin! Iedereen houdt van Vermeer en van het patina van antiek.' Daarom verricht de productontwerper baanbrekend kleuronderzoek. Ze heeft een missie: 'Ik wil de consument laten zien dat er een alternatief is voor de kleurvervlakking. Net zoals ook de voedselindustrie te maken krijgt met een consument die wil weten waar zijn vlees vandaan komt of wat er in zijn soep zit. De industrie luistert alleen als je haar in de portemonnee raakt.' Haar missie culmineert deze zomer in het Design Museum in Londen met Breathing Colours, een grootse expositie, bestaande uit drie installaties.

B-set

B-set (1997)

Een porseleinen servies, vervaardigd in de grove kleiovens van aardewerkfabriek Koninklijke Tichelaar Makkum. Doordat porselein vervormt bij de minste temperatuurschommelingen, krijgen de borden en bekers deukjes en bobbels. Juist deze oneffenheden geven dit 'b-servies' natuurlijke schoonheid.

In een uitgestrekte loods in haar woonplaats Berlijn zijn de zwarte meubels, textiele panelen, vazen met verschillende kleurglazuren en tal van geometrische objecten van karton en hout nu nog losjes op kleur gesorteerd. Opvallend: de meubels die er staan, zijn niet van haar hand. 'Alle kleuren zijn van mij, dat is veel belangrijker.' In het museum zijn de voorwerpen straks per dagdeel gegroepeerd: de ochtend, opgebouwd uit frisse heldere kleuren; de middag, met warme tinten; de avondschemer, vol schaduw en donkere kleuren. Elke kleurwereld wordt bovendien belicht bij een andere temperatuur.

Ter illustratie pakt Jongerius een meterhoge vaas die is opgebouwd uit honderden vierkante vlakken. 'Kijk, nu is het egaal grijs', zegt ze, terwijl ze het object achter een scherm in de schaduw houdt. Eenmaal verplaatst naar een raam krijgt bijna elk vierkantje op magische wijze een andere grijsnuance; van vaal lichtblauwachtig bovenin naar meer groenig aan de aflopende onderkant in de schaduw. 'En als over een paar uur het daglicht minder fel is, heeft elk vierkantje weer een ander kleurnuance.'

Deze voorliefde voor imperfectie is de rode draad door haar oeuvre; niet voor niets heette haar soloexpositie in Museum Boijmans van Beuningen (in 2010) Misfits. Onder de vlag van Droog Design pionierde ze al begin jaren negentig met vazen van ruw rubber en lampen van plastic weefsels. Vervolgens probeerde ze industriële serieproductie te vermengen met ambachtelijke uniciteit. Haar Polder Sofa uit 2005 voor meubelfabrikant Vitra heeft kussens met verschillende afmetingen, stoffen, kleuren en zelfs knopen, zodat deze de vriendelijke uitstraling heeft van een bijeenraapte vintage bank. De sofa werd een succes en Jongerius werd aangesteld als artdirector bij Vitra, fabrikant van de wereldberoemde ontwerpen van Ray & Charles Eames, maar ook van eigentijdse bestsellers.

Repeat.

Repeat (2002)

Een stof voor de Amerikaanse stoffenproducent Maharam met een patroon dat zich niet herhaalt om de gebruikelijke 70 centimeter maar om de 2 meter. Elke bank die ermee wordt bekleed oogt daardoor anders maar behoort toch tot dezelfde familie.

Uit: Breathing Color. De vorm beïnvloedt de kleur en andersom. Jongerius gebruikte hiervoor natuurlijke pigmenten.

Samenhang aanbrengen in een zo versnipperde collectie kan alleen met kleur en materiaal, zegt ze. 'De bestaande industriële kleuren zijn niet toereikend, want de pigmentrecepten zijn te vlak. Dus wilde ik rijke kleurrecepten ontwikkelen, kleuren die reageren op het licht.'

De praktijk blijkt weerbarstig. 'Allereerst moeten de bestaande kleuren nog minimaal drie jaar leverbaar zijn. Dus moet je jarenlang twee parallelle collecties op voorraad hebben.' Dan zijn er nog de technische barrières. 'Een verffabrikant moet nieuwe pigmenten ontwikkelen en testen. Mengt de kleur goed in de kunststof bij het spuitgieten bijvoorbeeld?' Dit alleen kost zo twee tot vier jaar. Pas daarna schuift de marketingafdeling aan. 'De nieuwe kleuren moeten ook gecommuniceerd worden aan verkopers en klanten.' Grote veranderingen gaan nu eenmaal stapje voor stapje, daar houdt ze zich dan maar aan vast.

Polder Sofa.

Polder Sofa (2005)

Deze bank voor Vitra lijkt handgemaakt door afwijkende kussens en lukrake knopen; alsof de fabrieksknopen zijn vervangen door exemplaren die toevallig in een keukenla lagen. De knopen zijn vastgezet met grove steken en verschillende garens.

Voor haar onderzoek kreeg ze in maart van dit jaar de tweejaarlijkse Sikkensprijs. Eerdere laureaten van deze prestigieuze onderscheiding voor innovatief kleurgebruik in de openbare ruimte zijn illustere namen als de architecten en ontwerpers Le Corbusier en Gerrit Rietveld en kunstenaar Donald Judd.

Niettemin kwalificeerde zij zichzelf in haar aanvaardingspeech als 'absoluut een beginner in kleur'. Ze bestudeerde weliswaar de kleurenleer van Schopenhauer en van Plato en verdiepte zich in een natuurkundig fenomeen als metamerisme, waarbij verschillende kleuren onder een specifiek lichtspectrum toch hetzelfde ogen. 'Hoe meer ik lees en hoe vaker ik kleuren meng, des te meer ontdek ik wat ik niet weet.'

Begin dan ook niet over kleurtrends. 'Dat je nu overal roze ziet, zegt iets over onze tijden? Pfff.' Nog zoiets: het jargon. 'Natuurlijke kleuren, nog zo'n holle frase.'

KLM Business Class (2013).

KLM Business Class (2013)

Een eersteklascabine met huiselijke sfeer. Elke stoel heeft een onderscheidende kleur, zodat passagiers letterlijk een eigen plek hebben. Het vloerkleed is vervaardigd van gerecyclede stewardessoutfits en wol van vleesschapen; hun wol was slechts een bijproduct.

De suggestie dat kleur letterlijk en figuurlijk oppervlakkig is, wuift ze verontwaardigd weg. Voor Jongerius is kleur onlosmakelijk verbonden met materiaal en vorm. 'Dezelfde kleur rood ziet er in wol of katoen heel anders uit. En rood waarop geen direct licht valt, bijvoorbeeld door een welving in de vorm, oogt anders dan rood waarop zonlicht valt.' Daardoor kan alleen al met betere kleuren een enorme variëteit worden aangebracht in het bestaande productaanbod. 'Wat veel nieuwe ontwerpen overbodig maakt. Waardoor het kapitalistische motortje een stuk langzamer kan draaien. Goed hè?'

De woordkeuze van dat 'kapitalistische' is veelzeggend. Jongerius voelt zich activist. 'Een hippie eigenlijk.' De consumptie is uit de hand gelopen, vindt ze.

Dat klinkt wat hypocriet van een productontwerper die werkt voor multinationals als KLM en Ikea. 'Dat is juist een bewuste keuze', verzekert ze. 'Dáár ben ik in een positie om iets te veranderen. Met design vormen wij onze dagelijkse wereld en daarmee onze menselijkheid. Dat is waarom ik me verantwoordelijk voel. Ik ben geen ontwerper geworden om alleen maar mooie spulletjes te maken.'

Daarom kiest ze niet voor de aanpak van schilders als Rembrandt of Yves Klein, die hun eigen pigmenten ontwikkelden. 'Ik werk met een Zwitserse verffabriek die ook de unieke kleurcollectie van Le Corbusier vervaardigt. De gebruikte pigmenten zijn natuurlijk én synthetisch. Maar ze geven een gelaagdere kleur dan de bestaande kleursystemen als de RAL-kleurenwaaier of de codering van bedrijven als Pantone.'

Ps collection

PS Collection (2009)

Een serie wandkleden voor Ikea is met de hand geborduurd door Indiase vrouwen, in een project om hun economische zelfstandigheid te bevorderen en kinderarbeid tegen te gaan. Jongerius instrueerde de vrouwen persoonlijk.

Een favoriete kleur heeft Jongerius niet. Het boek dat ze vorig jaar publiceerde naar aanleiding van tien jaar kleuronderzoek, heet niet voor niets I Don't Have a Favourite Colour (Gestalten 2016). Trots is ze vooral op haar zwart, dat is gebaseerd op uitsluitend primaire kleuren, dus zonder het veelgebruikte carbonpigment. 'Hiermee kan ik ook weer de meest geweldige grijstinten maken.' Maar ja, geen fabrikant die er zijn vingers aan wil branden.

Haar toegewijde focus wordt gevoed door de calvinistische neiging om te woekeren met haar tijd en talent. Zo doekte ze een jaar of zeven geleden haar succesvolle Rotterdamse studio op om in haar eentje naar Berlijn te vertrekken. 'Ik had te veel personeel, te veel opdrachtgevers, te veel ruis gewoon. De enige oplossing was afstand nemen, letterlijk.' Ze noemt het een van haar beste beslissingen. 'Hier is geen noemenswaardige designscene en kan ik zonder afleiding in de luwte werken. Ik heb een enorme behoefte om ergens in te kunnen verdwalen.' De afgelopen tien jaar was dat kleur. Maar misschien is het tijd om dat nu even te laten rusten, mijmert ze. 'Zodat het kan gisten.'

Een nieuwe fascinatie heeft ze nog niet gevonden. Al voelt ze een groeiende ergernis over verschraling van het textielaanbod. 'Wist je dat er bijvoorbeeld nauwelijks nog garenspinnerijen zijn in Europa? Daardoor is het bijna onmogelijk om op industriële schaal innovatieve weefsels te maken. Dat is de reden waarom zoveel banken en gordijnen er hetzelfde uitzien. Dat moet toch anders kunnen?'

Hella Jongerius, Breathing Color. Design Museum London, 28/6 t/m 24/9.

CV Hella Jongerius

1963 Geboren in De Meern

1993 Afgestudeerd aan Design Academy Eindhoven

1996 Deelname researchproject Dry Tech van Droog

2003 Eerste solo-expositie in Design Museum, Londen

2006 Artdirector Kleur & Materiaal bij Vitra

2009 Verhuizing van Rotterdam naar Berlijn

2010 Solotentoonstelling Misfits in Museum Boijmans van Beuningen

2012 Aanstelling design director bij tapijtfabrikant Danskina

2013 Interieur Afgevaardigden Lounge Verenigde Naties, New York

(i.s.m. Rem Koolhaas, Irma Boom, Louise Schouwenberg & Gabriel

Lester)

2016 Boek I Don't Have a Favourite Colour (uitgeverij Gestalten)

2017 Tentoonstelling Breathing Colour in Design Museum, London.

Breathing Color
Opgehangen kleuren en materialen om de werking van kleur te onderzoeken. Beeld Roel van Tour
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.