INTERVIEW

Sterke vrouwen zijn de schrik van de jihadisten

In de moslimwereld strijden vrouwen tegen het groeiend religieus fundamentalisme. Sommigen worden guerrillastrijdster, anderen pleiten voor 'baas in eigen vagina'.

Een Koerdische peshmerga-strijdster tijdens een training in Noord-Irak. Beeld AP
Een Koerdische peshmerga-strijdster tijdens een training in Noord-Irak.Beeld AP

Diana Nammi (50)

'De jihadi's van Jabhat al-Nusra en Islamitische Staat zijn bang voor de vrouwelijke peshmerga. Ze denken dat ze niet naar het paradijs gaan als ze door vrouwelijke strijders worden gedood. Ze dreigen de peshmerga met gedwongen huwelijken. Dan kunnen ze hen verkrachten en hun families in schande dompelen.'

Diana Nammi is een Koerdische Iraanse en een van de eerste vrouwelijke peshmerga. Ze is ervan overtuigd dat het 'schouder aan schouder strijden met mannen' belangrijk is voor de emancipatie van moslima's en dat dit gelijke rechten voor vrouwen en mannen in de moslimwereld dichterbij brengt. Ze was een van de deelneemsters aan het evenement World Woman onlangs in Oslo, waar feministische strijdsters uit vooral de moslimwereld probeerden hun krachten te bundelen in hun strijd tegen het groeiend religieus fundamentalisme.

Nammi was 17 toen ze zich aansloot bij de peshmerga. Dat was kort na de Iraanse Revolutie van 1979. 'Ik had geen keus. Het regime viel de Koerden aan. Het was zoals de strijd om Kobane. Steden werden gebombardeerd, dorpen platgebrand, jonge mannen en vrouwen werden geëxecuteerd. Vrouwen werden verkracht, voordat ze werden omgebracht, want als ze maagd bleven, zouden ze naar het paradijs gaan. Dat moest worden voorkomen.'

'Ik wilde onze vrouwen wreken.'

Eindeloze discussies gingen vooraf aan de acceptatie van vrouwen in het leger. Nammi: 'Mannen hadden er de grootste moeite mee. Vrouwen moesten dienen, vonden ze. Eten koken, gewonden verzorgen. Maar ze hadden strijders nodig. De bewapening van vrouwen was eerst symbolisch. We liepen doelloos met wapens rond en kregen een provisorische training.'

null Beeld
Beeld

Nammi werd getest op moed en doortastendheid. 'Ik stond op wacht bij een dorp. Het was een uur 's nachts, ik hoorde stemmen, mannen die het dorp naderden. Ik stond klaar om hen neer te schieten. Toen klonk het wachtwoord. Ze wilden zien of ik niet bang zou worden en weg zou rennen.' Eerst was ze honds beledigd, maar later begreep ze de test wel. Hun veiligheid stond op het spel.

'Ik was het oudste kind. Mijn vader was trots op me. Een vader die je steunt, dat is belangrijk voor de emancipatie. Vanwege mijn lichtgekleurde haren, noemde hij me Galavezh (Morgenster). Die koosnaam kreeg ik ook in het leger. Ik heb als een van de eerste vrouwelijke peshmerga een taboe doorbroken. Daar ben ik trots op. Nu is het geaccepteerd dat Koerdische vrouwen in de frontlinie staan.'

Twaalf jaar diende Nammi in het leger. 'We trokken van dorp naar dorp. Blijven konden we nergens, dat was te gevaarlijk. Overal waar ik kwam, sprak ik de vrouwen toe. Ik had het over gelijke rechten. Dat gaf vrouwen vertrouwen. Ze zeiden tegen hun mannen: als jullie niet veranderen, dan sluiten we ons aan bij de peshmerga.'

Ze werd commandant van een kleine militaire groep. Twee keer raakte ze gewond door handgranaten, aan haar hand en knie. Toen ze zwanger werd, is ze uit dienst gegaan. 'Voor de veiligheid van mijn kind.'

Maar veilig was haar gezin nergens. Ze was altijd bang voor de Iraanse veiligheidsdiensten. Uiteindelijk vluchtte ze in 1996 met haar gezin naar Engeland. Vijf jaar woonde ze in Londen in een wijk die bol stond van de criminaliteit. 'Het was overleven, ik moest de taal leren, had geen energie voor activisme.'

Toen ze in rustiger vaarwater kwam, richtte ze in 2002 de Iranian and Kurdisch Women's Rights Organisation (IKWRO) op, die strijdt tegen eerwraak en gedwongen huwelijken.

Jonge moslima's uit het Westen die naar het kalifaat willen, waarschuwt ze: 'Laat je niet misleiden door de belofte van een zuiver islamitisch leven, denk niet dat je in IS aan het wandelen bent op het pad van Allah. Je komt in een barbaarse samenleving, waar iedereen die een ander mening heeft wordt afgemaakt. Waar vrouwen geen rechten hebben. IS is een nachtmerrie voor elk weldenkend mens.'

Yanar Mohammed (54)

Yanar Mohammed, directeur van de Organisatie voor Vrijheid voor Vrouwen in Irak (OWFI), zit er helemaal doorheen. 'Ik heb de laatste maanden zoveel getraumatiseerde vrouwen gesproken. Hun vaders, mannen en broers zijn vermoord. Hun moeders en zusters verkracht, als slavinnen verkocht of gedood.'

In januari was ze bij een vrouwenberaad in Turkije. 'Syrische vrouwen waren daar heftig aan het ruziën over de vraag wie nu hun grootste vijand is: Bashar al-Assad, Jabath al-Nusra of Islamitische Staat.' Ontmoedigend vindt ze dergelijke onderlinge animositeit. 'De troepen van Assad, IS en Nusra vertrappen de mensen- en vooral vrouwenrechten allemaal.'

Ze zegt dat Iraakse vrouwen veel ervaring hebben in de strijd tegen religieuze onderdrukkers. 'Ik heb die Syrische vrouwen tot de orde geroepen. Heb gezegd dat ze politiek verdeeld mogen zijn, maar dat ze als vrouwen één vuist moeten maken tegen de gezamenlijk vijand: machtbeluste mannen.'

null Beeld
Beeld

Mohammed richtte OWFI in 2003 op, samen met twee andere 'linkse vrouwen'. Haar collega's zijn het land ontvlucht, het werd te gevaarlijk. Mohammed is in Irak gebleven. Ze krijgt financiële steun van de Nederlandse regering. Die loop dit jaar af. 'We moeten van Den Haag op eigen benen staan.' En verder helpt Hivos, zegt ze.

Haar kantoor is gevestigd op een geheime locatie in Bagdad. Af en toe last ze een rustpauze in. Dan reist ze naar de Canadese stad Toronto, waar haar gezin veilig kan leven.

Haar jarenlange feministische strijd heeft Mohammed cynisch gemaakt. Ze heeft het vertrouwen in westerse interventies verloren.

'De Coalition of the Willing heeft niets voor de Iraakse burgers kunnen betekenen. Saddam Hussein had zich verscholen. Wij kregen de bommen op ons hoofd. Tussen Saddam en het huidige monster IS kwam de Amerikaanse gezant Paul Bremer naar Bagdad om zogenaamd de democratie te bevorderen. Bremer hielp een bruut sji'itische bewind in het zadel. Dat was niet minder wreed dan dat van Saddam. Soennitische mannen werden onthoofd, jongeren verdwenen in de gevangenis.'

Van de traditionele machten, de Saoedische oliedollars, de westerse coalitie, de Islamitische Republiek van Iran, moeten de Iraakse en Syrische vrouwen het niet hebben, zegt Mohammed. 'Ik heb de hoop op een sociale revolutie nog niet opgegeven. Elf jaar al word ik weggehoond: ik zou te idealistisch zijn, te naïef. Maar het is de enige manier. Alle andere opties zijn inhumaan en dodelijk.'

Europese jihadstrijders die zeggen op te komen voor het volk 'kunnen we hier missen als kiespijn'. Vier Nederlandse jihadi's zouden zich inmiddels in Irak hebben opgeblazen. Mohammed: 'Ze zaaien slechts dood en verderf. Westerse jongeren die voor gelijke rechten zijn en het volk willen helpen zouden geld kunnen inzamelen, bijvoorbeeld voor opvanghuizen en hulp aan getraumatiseerde vrouwen.'

Mahsa Vahdat (41)

Zingen is haar passie, maar in Iran mag Mahsa Vahdat niet optreden voor een gemengd publiek. Tijdens het World Woman evenement in Oslo trad ze op voor een volle zaal. Ze genoot van het klaterend applaus, van de vrijheid 'subversieve liederen' te kunnen zingen, waarin vrijgevochten vrouwen openlijk flirten met het mannelijk geslacht.

Steeds weer wordt haar gevraagd waarom ze haar land niet ontvlucht. Waarom vestigt ze zich niet in het Westen om te bouwen aan een internationale carrière? 'Mijn gevoel zegt dat ik moet blijven', zegt Vahdat, die ambassadeur is van Freemuse, een internationale organisatie die opkomt voor de vrijheid van expressie van musici en componisten. 'Ik denk dat ik in mijn eigen land veel kan betekenen voor vrouwen. Ik ben geen politieke activist, geen revolutionair. Ik verbind mijn feministische strijd met kunst en cultuur, met muziek.'

Haar missie is de 'veel vrijere Perzische cultuur' van voor de islamitische revolutie van ayatollah Khomeini door te geven aan de jongere generatie. Ze geeft zangles aan meisjes bij haar thuis. 'Ik heb veel leerlingen. Ze blijven komen, ook al hebben ze geen professionele toekomst.

'Ik wil dat de erotische poëzie, de liederen met teksten van onze traditionele dichters, van mystici geworteld in het soefisme, niet verloren gaan. De ketting met ons rijke verleden mag niet worden verbroken. Dat ik daaraan kan bijdragen, houdt mij in Iran.'

Bang is ze niet. In 2011 gaf ze een concert op de Italiaanse ambassade in Teheran, dat werd gefrustreerd door de Iraanse geheime politie. Concertgangers werden voor de ambassadedeur stevig geïntimideerd. Vahdat: 'Ik ben een optimistisch mens en ik heb veel geduld. De situatie zoals die nu is, kan ik hanteren. Maar als het nog restrictiever wordt, moet ook ik weg.'

null Beeld Lucy Young/Hollandse Hoogte
Beeld Lucy Young/Hollandse Hoogte

Mona Eltahawy (47)

'In de jaren zestig wisten westerse vrouwen ook niet hoe hun vagina eruit zag. Met spiegeltjes gingen ze die bekijken. Wij moeten baas worden in eigen vagina. De mannen moeten daar weg blijven, tot wij zeggen: kom maar binnen.'

De Egyptische columniste Mona Eltahawy (47) schuwt de provocatie niet. Met haar rode haardos, pittige uitspraken en haar pleidooi voor een seksuele revolutie westerse stijl weet zij zelfs beroering te wekken in een zaal vol feministen, zoals in Oslo tijdens World Woman. In de zaal werd gesist, vooral door de oudere generatie feministen: 'Mona is niet intellectueel.'

Eltahawy trekt zich niets aan van dergelijke kritiek. Zij stelt dat seksuele vrijheid op een lijn moet worden gesteld met economische en politieke vrouwenrechten. 'Misschien is seksuele vrijheid nog wel belangrijker, die slaat bruggen tussen onderdrukte vrouwen overal ter wereld.'

null Beeld
Beeld

Het smeden van 'internationale vrouwensolidariteit' heeft voor Eltahawy prioriteit. In Egypte, Iran, Saoedi-Arabië, India, Pakistan, in moslimgemeenschappen in het Westen, waart de morele politie rond, zegt ze. 'Wat Egypte betreft: het maakt niet uit of Hosni Mubarak, Moslimbroeder Mohammed Morsi of generaal Abdel Fattah al-Sisi aan de macht is. De morele politie zit in het mannelijk hoofd, komt in vrijwel elk huis.'

Ze wijst op de hypocrisie van mannen, met name de 'fundi's'. Die gaan zich te buiten aan seks met jonge meisjes en rechtvaardigen dat met het argument dat ze het voorbeeld volgen van de Profeet, die was gehuwd met de 9-jarige Aisha. Eltahawy: 'Maar de Profeet was ook jarenlang getrouwd met een oudere vrouw, Khadija. Dat voorbeeld volgen de fundi's nooit. Ik roep oudere vrouwen op een jonge lover te nemen. Dan pas is sprake van gelijkheid der seksen.'

Daar zijn veel moslima's nog mijlen van verwijderd, vindt ze. Als voorbeeld noemt ze de vrouwenbesnij- denis. Die is weliswaar sinds 2008 verboden in Egypte, 'maar nog altijd worden talloze meisjes genitaal verminkt'.'Gruwelijk is het wegsnijden van de schaamlippen, van de clitoris. Wij mogen van de mannen geen seksuele lusten hebben. We mogen die zelfs niet opwekken. We moeten ons bedekken om mannen niet te zeer te prikkelen.'

Als toppunt van wreedheid noemt ze het optreden van de mutawa (religieuze politie) op 11 maart 2002 in Mekka. In een meisjesschool was een brand uitgebroken. De mutawa verbood de brandweer de meisjes te redden. Ze droegen geen hoofddoek, mochten dus niet naar buiten, zijn in 'onzedige staat' verbrand.

Loopt Eltahawy niet te ver voor de troepen uit? Zelfs vindt ze van niet. Ze krijgt veel bijval op sociale media. 'Die zijn fantastisch. Zo kunnen we elkaar makkelijk vinden en steunen, elkaar van argumenten voorzien. Ik krijg veel reacties op mijn oproep Khadija's voorbeeld te volgen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden