Sterke verhalen

Met de kennis van nu leest Caspar Janssen De Lance Factor, het boek dat Mart Smeets schreef over de gevallen superster Lance Armstrong. Non-fictie? Nee, pure fictie

In De Lance Factor, het boek dat Mart Smeets twee weken geleden schielijk terugtrok bij de bekendmaking van de NS Publieksprijs, staan ook mini-portretten van de belangrijkste wielrenners uit Armstrongs voormalige ploeg US Postal. Over David Zabriskie leren we dat hij hard kon fietsen maar een 'te klein motortje' had, dat hij 'te speels' was voor Armstrong, dat 'The Boss' hem een 'leuke gek' vindt en een 'rock 'n' rolldude', dat hij alles van speelfilms weet en oh ja, dat Floyd Landis beweerde dat ook Zabriskie een 'gebruiker' was.


Toch pijnlijk om dan in het rapport van het anti-Amerikaanse dopingagentschap Usada te lezen hoe de jonge David Zabriskie het wielrennen had gezien als een manier om niet in de voetsporen van zijn vader te treden. Zijn vader was verslaafd aan drugs en gleed langzaam uit het leven. Zabriskie had gezworen nooit doping te gebruiken, maar merkte al snel dat het bij US Postal niet zo werkte. Als hij weigert een 'herstelinjectie' te nemen, dreigt ploegleider Johan Bruyneel de jonge renner uit zijn ploeg te zetten. Een jaar later laat Zabriskie zich onder grote druk voor het eerst injecteren met epo. Huilend belt hij even later naar huis.


Het Usada-rapport staat vol met dit soort getuigenissen van voormalige ploeggenoten van Armstrong. Het rapport leest als een misdaadroman, al is er geen sprake van fictie. En ieder nieuw verhaal degradeert weer een deel van Smeets' boek tot pijnlijke prietpraat. En tot fictie.


Smeets, in de laatste decennia het gezicht van de Nederlandse wielertelevisiejournalistiek, had het zwaar te verduren in de afgelopen weken. Hij werd ter verantwoording geroepen vanwege de, zacht gezegd, weinig kritische benadering van het fenomeen Lance Armstrong door de jaren heen. Hij verweerde zich manhaftig. Soms ging hij door het stof, als er beelden opdoken waarin hij weer eens sprak over 'onzinverhalen in de Franse pers' of waarin hij zich weer eens te buiten ging aan euforie over 'The Boss'.


Maar over het algemeen vond hij dat hij zich altijd onafhankelijk en kritisch had opgesteld en nee, hij was geen 'vriend' van Armstrong, en er was nu eenmaal al die jaren geen bewijs geweest, dus wat kon hij doen en bovendien: werd er niet in iedere sport doping gebruikt, was niet ieder mens in wezen slecht? En toen was Smeets, die afgelopen sportzomer nog stellig sprak van een 'heksenjacht' op Armstrong, weer op weg naar Frankrijk, voor de presentatie van het parcours van de Tour de France 2013.


Dat maakte toch nieuwsgierig naar zijn boek over Lance Armstrong. Zou daar misschien een genuanceerder beeld uit opstijgen over de benadering van Smeets? En, wellicht, over Lance Armstrong. En: hoe verhoudt Smeets' boek zich eigenlijk tot al die andere wielerboeken die verschenen over Armstrong. Bijvoorbeeld de boeken van de journalisten Pierre Ballaster en David Walsh - Smeets noemt ze kefhonden - bij wie al in 1999, bij de eerste Tourwinst van Armstrong, alle alarmbellen begonnen te rinkelen.


Wat zij al in 2004 en 2006 beschreven in L.A. Confidential en in L.A. Officiel, deels op basis van toen al onder ede afgelegde verklaringen van getuigen, is nu bevestigd door het Usada-rapport. In Le Sale Tour uit 2009, in het Nederlands vertaald als Vuil Spel; het systeem Armstrong, doen de Ier en de Fransman nog eens uitgebreid uit de doeken hoe Armstrong en consorten te werk gingen.


Goed, De Lance Factor dan. Het beste wat je ervan kunt zeggen is dat het een leerzaam boek is. Je leert dat de schizofrenie van het wielerpeloton - weten wat er gebeurt, maar er naar buiten toe over zwijgen - ook vat krijgt op journalisten als Mart Smeets. Smeets is dol op heldenverhalen, hij houdt van winnaars en hij verkeert graag in hun nabijheid. Dat vervult hem met een jongensachtige trots. In het eerste hoofdstuk beschrijft hij een bezoek met zijn cameraman aan de nog jonge Armstrong in Texas. Smeets kan best schrijven, dus lijkt het steeds spannend te worden als hij achter Armstrong aan rijdt over smalle weggetjes in het winterse Texas en als hij later met hem nog biertjes drinkt in het café. Maar aan het einde van het hoofdstuk weet de lezer niet veel meer dan dat Smeets graag wilde vertellen dat hij toen al bij The Boss op bezoek mocht komen en biertjes met hem dronk.


Wat de werkelijke Lance Factor is, staat sinds twee weken nu ook officieel vast (hij organiseerde het meest geperfectioneerde dopingprogamma van het peloton en was daarom de snelste wielrenner), maar in het boek van Smeets gaat het heel ergens anders over. De Lance Factor staat voor het streven naar perfectie, naar controle, het willen winnen en het niet tegen verlies kunnen, voor keihard werken. Dat is volgens Smeets de Lance Factor. Om daar bevestiging voor te krijgen gaat hij te rade bij de 'vrienden' van Lance, bij Johan Bruyneel de ploegleider, bij juist die mensen die nu te boek staan als oplichters, dealers en mensen die jonge renners met alle macht hebben proberen te corrumperen. En die dus tegen Smeets stuk voor stuk slappe praatjes ophangen die Smeets presenteert als sterke verhalen.


Critici van Armstrong spreekt Smeets niet. Wel komt hij er niet omheen er een aantal te noemen. Zoals Jonathan Vaughters, die in al in 1999 US Postal verliet, omdat hij dopingvrij wilde rijden. Vaughters stapte over naar de Franse ploeg Crédit Agricole en vindt er zijn plezier terug. Maar het lukt Vaugthers in de jaren daarna niet om de Tour uit te rijden.


Als hij op het punt staat om zijn derde Tour wel uit te rijden, wordt hij gestoken door een wesp en krijgt een allergische reactie. Behandeling met cortison is verboden volgens het dopingreglement en Vaughters valt alsnog uit. Als hij aan de start staat van wat zijn laatste etappe zal zijn, wordt hij vernederd door Lance Armstrong. 'Wie we daar hebben, meneer Jonathan en zijn debielenploegje.' En: 'Als je in mijn team had gezeten, hadden we je wel verzorgd.'


Voor Vaughters was het een kantelmoment in zijn wielerloopbaan. 'Ik dacht: nu zit ik in een team dat volgens de regels rijdt en die kerel lacht ons uit. Toen is er iets in mij gebroken.'


Deze passage valt te lezen in het laatste boek van Walsh en Ballaster, niet bij Smeets. Vaughters is sinds een paar jaar ploegleider van Garmin, een van de ploegen die het schone en transparante wielrennen propageren. Je zou hem - onder voorbehoud - een van de weinige echte helden van het wielrennen van het afgelopen decennium kunnen noemen. Smeets heeft het er maar moeilijk mee. Hij meldt weliswaar dat Vaughters in 2001 onder hoongelach van de US Postals de Tour moest verlaten, maar verder schrijft hij opeens afgemeten zinnetjes. Volgens Smeets was Vaugthers destijds een vrijbuiter en gelukszoeker, hij meldt dat er tussen hem en Armstrong 'geen begrip' was. 'Hun vertrekposities in het leven lagen ver uiteen: Armstrong moest presteren, Vaugthers wilde Het Leven leren kennen...'. En, zo concludeert Smeets: 'Armstrong werd een winnaar, Vaughters bleef een knecht.'


Ziedaar de wereld van Mart Smeets: je hebt winnaars en verliezers en Smeets kiest liever voor de winnaars.


Maar toch, zelfs tot Smeets is doorgedrongen dat hij misschien niet de ideale held heeft uitgekozen. Tussen de regels door blijkt dat hij wel degelijk twijfelt aan de onschuld van Armstrong en sterker, dat hij eigenlijk wel weet dat het zaakje stinkt. Hij meldt zelfs dat hij de verklaringen vindt lijken op de fameuze woorden van Bill Clinton: I did not have sexual relations with that woman.


Vervolgens verschuilt hij zich weer achter het ontbreken van bewijs en 'de omerta'. 'Er gold een omerta,' schrijft hij, alsof het een door de overheid afgekondigde wet is. En, zo suggereert Smeets net iets te veel in het boek, de kritische journalisten en/of dopingjagers, hebben ofwel last van ijdelheid, of ze hebben een wel erg sterk zelfbeeld, of het komt ze anderszins goed uit dat ze een grote vis als Armstrong kunnen vangen.


Schizofrenie dus.


Het maakt De Lance Factor tot een, om met Smeets te spreken, idioot boek. Want voor je het weet gaat het weer pagina's lang over de ideale zadelhoogte van de fiets van Armstrong, over de zoektocht naar de perfecte fiets, over de muziekvoorkeur van de ploeggenoten van The Boss, over spectaculaire valpartijen, over de vrouwen van Armstrong, over welke renner volgens Armstrong 'een leuke gek' is of 'heel loyaal', vooral 'heel loyaal'. Volgens Smeets vertelt Armstrong ook fraaie verhalen en heeft hij gevoel voor humor, maar helaas ontbreken daar de voorbeelden van.


Niemand verwacht van Mart Smeets dat hij de onderzoeksjournalist gaat uithangen, dat is ook lang niet iedereen gegeven. Bovendien: er moet gewoon verslag worden gedaan van het wielrennen , dat is al werk genoeg. Maar je kunt wel vaststellen dat Smeets wel erg gretig zijn kop in het zand heeft gestoken in het Armstrong-tijdperk.


De alarmbellen begonnen al te rinkelen in 1999, ze zwollen almaar luider aan en waren al in 2004 al meer dan oorverdovend. Dan moet je ofwel doof zijn ofwel oogkleppen op hebben als je jaren later nog komt aanzetten met een boek als De Lance Factor.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden