Sterfbed

ARTHUR VAN AMERONGEN

Huisbaas Luis roept mij onverwacht aan zijn voeteneind. Hij ligt kreunend en steunend in zijn ledikant, met de gordijnen potdicht. De kamer ruikt naar urine, mottenballen en stokvis. Twee Moldavische troostmeisjes scharrelen door de quinta en moeten tegenover Luis' moeder nog altijd de indruk wekken dat ze hulpjes in de huishouding zijn. Oblomov kijkt of zijn laatste uur geslagen heeft. 'Arturinho, ik heb godverdomme overal pijn, het zal mijn prostaat zijn, of anders mijn lever. Ik kan alleen nog kruipen naar de ijskast. Maar er is nog iets.'

Ik voel de bui al hangen.

Ik ben vermoedelijk een keer of vijftig verhuisd in mijn leven. Als een vriendin me eruit gooide, vertrok ik steevast zonder huisraad en andere ballast. 'Al die rommel', zei mijn moeder zaliger altoos, 'kun je niet mee naar boven nemen, Tuurtje.' Gelijk had ze. En van oude vakantiefoto's met gelukkige stelletjes wordt een mens ook niet blij.

Ik kijk naar o Gordo, de vetzak, en denk terug aan Nouna, mijn hospita in Beiroet. Ze woog 200 kilo en mestte mij vet als de heks van Hans en Grietje. Nouna bracht mij dagelijks zware Levantijnse ontbijten op bed, met openhangende ochtendjas. Rond het einde van iedere maand lag ze plotseling ziek op bed, met een ijszak op haar tets. Aan de muur hing een kruis, een beeld van de heilige Maroun en een foto van haar vader. Ze fluisterde in een mengelmoes van Arabisch en Frans: 'Bébé, habibi, in dit bed is mijn vader gestorven en ik zal hier ook sterven. We moeten het eens over de huur hebben. Ik ben je sloofje geworden. Chéri, ik doe het louter omdat ik zoveel van je hou. Wat je me betaalt, is te gek voor woorden, ik kan het net zo goed voor niks doen. Ik vind dat je maar 50 dollar meer moet betalen.'

Na vier maanden vluchtte ik, letterlijk als een dief in de nacht. Met de knapzak, de hemel geprezen had ik toen geen honden.

Luis blijft bijna in een theatrale hoestbui en zegt wat ik vreesde. 'Arthurinho, ik spreek tot je als man tot man. Mijn kinderen komen over voor de feestdagen. Ze willen in jouw villa zitten. Dit wordt mijn laatste Kerst. Zou je een maand ergens anders kunnen wonen?' Ik knik bemoedigend en denk: 'Heer, neem dit varkentje tot U. Het liefst nog vóór de verjaardag van Uw Zoon.'

ik, arthur van amerongen

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden