Stereodrang in de literatuur

Het mag zomer zijn, er moet iets af en wie weet lukt dat in het A. Roland Holsthuis. Dat is speciaal voor dit soort gevallen opengesteld....

Oppassen is dus geboden. Boeken zijn er nu alleen om kort doorgeprikkeld of ontlast te worden. Het ware lezen komt wel weer, voorzoverdat er nog voor de gedeformeerde lezer die een schrijver is, in zit. Nu ja, ik ben Mulisch niet. Aan het werk, zou wijlen Geert Lubberhuizen zeggen.

Maar wonen in woorden alleen is te bar. Af en toe zoek ik het buiten dedeur. Dan wordt er gewandeld. De heide in de duinen staat in bloei. Bestaat het woord heidezee? Mijn spellingcorrector laat het genereus passeren.

Een goede tweede is als altijd de muziek, wat inhoudt dat af en toe open neer moet worden gegaan naar Amsterdam. Gek, dat je zo weinigschrijvers, toch vaak verklaarde muziekliefhebbers, ziet in hetConcertgebouw. Het zijn dieven van hun eigen oren. Zoals maandag j.l., bijhet jubilerende Beaux Arts Trio met een o zo tere première van Kurtágen met Erzherzog, dat mooiste pianotrio van Beethoven. Zijn ze bang voorkuchers, ritselaars, schuifelaars? Een kwestie van een goede plek uitzoekenof je domweg concentreren op de meerwaarde.

In dit huis in Bergen is gelukkig geen noemenswaardige televisie teontvangen, Daarom zal ik niet weten hoe Connie Palmen het er verder vanafbrengt als gesprekspartner in VPRO's Zomergasten. De laatste keer die ikzag, met Robbert Dijkgraaf, was ze het uitdragen van de stelling hoebelangrijk het is dat belangrijke mensen belangrijke vrienden hebben nogniet voorbij. Als pleidooi voor een elite was het zo gek niet, maar hetleek vooral op zelfprofilering.

Toch denk ik dat het gesprek met Dijkgraaf juist interessant was doorde soms wat bigotte houding van Palmen. Het was of je keek naar een vervolgop Wim Kayzers Over schoonheid en troost, van vijf jaar geleden, dielangdurige, nog veel pretentieuzere hommage aan de wereld van de deeltjes,formules en kosmische verkenningen.

Het inlevingsvermogen van Palmen was wel wat erg antropomorf. Wat haarzo beviel aan de kwantummechanica, zo zei ze het letterlijk, was deprominente rol van de mens daarin. Dat haalt je de koekoek: de mens is dewaarnemer en de denker en als zodanig een onderdeel van veel formules. Maarhij kan van een deeltje niet eens de positie en de snelheid tegelijkbepalen, zoals Newton dacht. Niet omdat we dom zijn. Zo is het nu eenmaal:Heisenbergs onzekerheidsprincipe.

Als alfa neig je bij knappe bèta's tot onverholen bewondering, ikherken het. Ooit meende ik een Amerikaanse geliefde die mathematischfysicus is, te vleien met de uitspraak 'Wiskunde is de muziek van dewaarheid', uit dezelfde Kayzer-reeks. Waarschijnlijk had Stephen Gould, diegrossierde in aangrijpende uitspraken en ook nog eens Bach zong, diewoorden op z'n geweten.

Maar voor mijn vriend, ook al een hartstochtelijk zanger, is wiskundeeerder filosofie, een geordend antwoord op grote vragen, hoezeer dekwantumtheorie de illusies omtrent harmonie in de schepping ook heeftverstoord. Voor hem was de wereld van de formules niet adembenemender dandie van de alfa's. Daarin is misschien wel meer bereikt dan die 5 procentvan de oerknalonderzoekers waarover Dijkgraaf het had.

Wie vindt dat vergelijken geen zin heeft, vergist zich. Vergelijken iseen van de beste dingen die je kunt doen. Natuurlijk moet je appels metperen vergelijken. Er zijn punten waar fysici of mathematici, de rekenaarsonder de bèta's, en schrijvers of dichters elkaar raken.

Bij die laatsten zitten er die die punten opzoeken. Ze trekken op hunmanier denkbeeldige lijnen vanuit hun concrete situatie, hulplijnen diedoen denken aan de stippellijnen uit de stereometrie, een vak waarvan ikhoop dat het nog steeds uitbundig wordt onderwezen. Ze willen doordringenin het onkenbare of onbekende. Noem het fantastisch of metafysisch, maariets ervan moet iedere schrijver hebben.

Borges blijft het beste voorbeeld, met zijn verlangen naar de aleph, hetpunt van waaruit alles, in alle tijden, posities en gedaanten, is te zien,en met zijn spiegelingen en herhalingen, evenzovele, ordenende speculaties.Kafka heeft de metafysica ingezet om zijn of onze diepste angsten tepeilen, met de bijna hoorbare vraag hoe in godsnaam te leven. Rulfo,Faulkner en Sebald horen er ook bij, met hun meerstemmige wereld dieeindeloos lijkt vertakt zonder dat er iets is waaraan werkelijk houvast iste ontlenen. Hooguit, waarom niet, 6 procent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden